Tot nu toe
was het beheer van heidegebieden gebaseerd op de wijzen waarop vroeger de heide in stand werd gehouden door activiteiten in functie van de landbouw: plaggen, branden, maaien...
de omstandigheden zijn veranderd: de terreinen zijn veel kleinschaliger, minder gevarieerd; ook negatieve invloeden van buitenaf (bijv. via de lucht) kunnen niet geweerd worden
was het beheer gericht op het in stand houden van vegetatie
dit beheer heeft ook zijn invloed, soms negatief, op het aanwezige dierenleven
was het beheer vooral grootschalig
dit heeft negatieve gevolgen voor de variatie in het gebied; variatie die essentieel is voor planten en dieren; dus meer kleinschalige ingrepen zijn nodig
Een gedetailleerde beschrijving kun je vinden in de brochure Heideherstel. We volstaan hier met enkele krijtlijnen.
Doel
een soortenrijk, gevarieerd heidelandschap
open zandige delen, diverse stadia en hoogten van heidebegroeiingen
plaatselijke bosopslag of verruiging verhoogt de variatie in het gebied
lokale dominantie van grassen is tijdelijke fase in verjonging
afwisseling met ander landschap: oa bos, grasland, akkers
belangrijk voor vogels, zoogdieren, bloembezoekende insecten
Beheer in twee stappen
vaak maatregelen op grote schaal nodig, maar vaak daarna
compenserende maatregelen op kleine schaal om variatie te herstellen nodig
Specifieke beheermaatregelen
plaggen en chopperen
na plaggen is vaak bekalken nodig
chopperen is minder diepgaand
plaatselijk strooisellaag behouden: dan wordt deel zaadbank, bodemfauna en bacteriën behouden
plaggen in stroken, microreliëf behouden; kleinschalige mozaïek nastreven, gericht sparen sommige soorten, slechts deel van terrein plaggen, met tussenposen van min. 5 jaar
maaien en afvoeren
om systeem te verschralen, effect vermesting tegengaan
leidt tot lage, dichte vegetatie zonder open plekken; bodem wordt genivelleerd; ook nectarplanten worden mee verwijderd (als gemaaid voor eind augustus)
negatief effect op heidesoorten: kevers, sommige soorten sprinkhanen
kwetsbare en karakteristieke soorten planten en dieren sparen,
oude heide maaien leidt tot geen goed resultaat, vochtige heide dient men niet te maaien; brede banden vernietigen deel van aanwezige dieren
maaien faseren in tijd en ruimte, berijden beperken, niet alle jonge bomen en struweel verwijderen, laat deel maaisel enkele dagen liggen zodat fauna kan ontsnappen
begrazing
om terugdringen van gras, heide instandhouden of herstellen, tegengaan bosopslag, laten ontstaan structuur in vegetatie
kiezen van juiste begrazingsdichtheid is essentieel
voor afvoer van voedingsstoffen is zeer hoge veedichtheid nodig; maar dan negatief voor veel planten en dieren door bemesting van plassen, rusten op open plekken, verdwijnen structuurvariatie; gevolg: minder kevers, spinnen; dekking verdwijnt: reptielen en levermossen vinden onvoldoende beschutting; evt in rasters beperken of hoeden door herder
evt wel natuurlijke begrazing in lage dichtheden van heide en bos; met natte en droge plekken en drinkplekken kan bijdragen tot meer diversiteit;
maatregelen: kwetsbare plekken uitrasteren, evt combineren met kleinschalig plaggen; oppassen met ontwormingsmiddelen; vennen behalve één afschermen anders bemest, evt in tijd beperken
baggeren en opschonen oevers
herstel oorspronkelijke toestand kan bijzondere diersoorten bedreigen: slib moet weggehaald worden - nadelig voor planten
baggeren: sliblaag verwijderen; vaak vooraf water drooggelegd
opschonen oevers: tussen laagwater- en hoogwaterlijn baggeren, plaggen, struiken verwijderen, bladafval verwijderen
leidt tot uitdrogen of verdwijnen van eieren, larven, volwassen dieren (tot 4j na uitvoering); duurt 10j vooraleer meer leven erin
kans op uitroeien populaties zeldzame soorten bij volledig baggeren van ven is groot
dus
bepaalde delen van oever (3/4) ongemoeid laten
best baggeren en opschonen oevers samen; in smalle stroken haaks op oever
hoger gelegen delen die onder water kunnen komen strooiselvrij maken
terughoudend, kleinschalig en gefaseerd vegetatie afvoeren; deel ervan laten liggen (voor juffers en dieren kans geven om naar water terug te keren)
natbaggeren voorkeur boven droogbaggeren
toevoegen van basische stoffen
bijv bekalking na plaggen
om zuurbufferend vermogen van bodem te herstellen
kan leiden tot minder ongewervelden; en zo tot minder insectenetende zoogdieren; in bossen vaak positief effect voor slakken en andere dieren die veel kalk bevatten; ook minder problemen met eieren van bijv koolmezen; negatief voor loopkevers en spinnen; in bodemleven verschuiving ten gunste van pioniers
bekalking van oppervlaktewateren wordt afgeraden: raakt terug verzuurd, CO2 neemt toe (meer knolrus en veenmos); wel kan bekalking van inzijggebied
ook inlaat gebufferd water in ven tegen verzuring kan eventueel
hydrologische maatregelen
om verdroging tegen te gaan en/of invloed van water eigen aan het gebied te vergroten
afdammen of verondiepen van greppels en sloten
invloed van grondwater vergroten door verlagen van venpeil, tegengaan van verdamping door kappen van naaldbomen, drainage van omgeving
kan grote gevolgen hebben voor dieren: rupsen en larven verdrinken, kan fataal zijn voor spinnen, slangen...
vernatting moet erg geleidelijk gebeuren, slechts enkele cm per jaar; schokeffecten vermijden; delen droog houden ook in winter
Het beheer van heide en vennen moet erop gericht zijn de successie tegen te gaan en de bodem zo arm mogelijk te houden. Op verstoorde plaatsen kan men zich richten op het versterken van gradiënten, de verscheidenheid aan landschappen, het herstellen van fysische en chemische elementen.
De omzetting van bos in heide is nog steeds een heikele publieke discussie. Volgens de Blust is dit een maatschappelijke keuze.
(bron: Geert de Blust, Wetenschapcafé Turnhout, maart 2019)Argumenten pro omzetting:
het behoud van verschillende vegetatietypes (en biodiversiteit)
heide is uniek en relatief zeldzaam
heide heeft cultuurhistorische wortels in de Kempen
in bosbodems vindt men nog restanten van de zaadbank, op landbouwgrond ligt dit veel moeilijker
Argumenten tegen omzetten
dennenbos kan tot bijna 50% meer koolstof opslaan in zijn bodem en in de bomen samen. . ook zijn vangen (naald)bomen meer fijn stof dan heide en lage vegetatie
naaldbossen zorgen voor het desinfecteren van de lucht
bossen zorgen voor een microklimaat: koeler en schaduwrijker
bossen hebben hun eigen ecosysteem van zwamdraden, insecten en bodemdieren die grotendeels mee vernietigd worden
de dieren die er wonen verliezen hun woonplaats
Vlaanderen is één van de minst beboste streken van Europa
Veel van de argumenten passen in het tegengaan van klimaatopwarming... Misschien is het toch niet zo "idioot" om in de keuze toch ook deze elementen te laten meespreken.