Het beheer wordt beschreven in beheerplannen.
Met de erkenning van het, toen nog beperkte, reservaat werden in 1994 de eerste lijnen voor het beheer vastgelegd.
Toen in 2001 het reservaat werd uitgebreid tot 12 hectare, werden de lijnen nog eens herbekeken en opnieuw beschreven.
Deze plannen bevatten zeer veel nuttige informatie over het gebied zelf en over het geplande beheer. Natuurlijk enkel voor de liefhebbers, degenen die zich erin willen verdiepen.
Voor het ruimere gebied rond Turnhout is er een managementplan ingediend in het kader van Natura 2000-1.0.
BE2100024 - Vennen, heiden en moerassen rond Turnhout
BE2101538 - Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout
Daarin wordt de taakstelling beschreven, en ook de habitats en soorten, de nodige inspanningen om de doelstellingen te halen.
De uitvoering van het beheer ligt in handen van een beheersteam. De beslissingen worden na overleg genomen.
De beheerders van het domein
in 1994 Remi de Prins
in 2001 Kris Verheyen en Bas van der Veken
nu: Peter Loyens (contact)
Biotopen in 2001 (en later): waarvan vertrekken we?
Natuurtypes in 2001 (en later)
De ontginningsgrens die het gebied in een noordelijk en zuidelijk gedeelte onderverdeelt, loopt (van oost naar west) onder het heideperceel, loopt dan langs de ondergrens van de strook eiken-berkenbos en vervolgens langs de zandweg ten zuiden van het grasland tot de westgrens van het gebied
Het noordelijke deel
De gehele noordelijke zone is bebost; in het noordwesten eiken-berkenbos (sb), net ten zuiden staat een huis met serres (Ur); de rest is ouder secundair dennenbos met daarin ook eik, berk, lijsterbes (Ppmb). In het noordoosten idem in gedegradeerde vorm omwille van weekendverblijven en vertuining (Ao°). Centraal in het noordwestelijke bos liggen 4 gedegradeerde historische vennen die tenminste in de zomer droogvallen. Langsheen de zandweg die het gebied dwars doorsnijdt, bevindt zich een strook zuiver eiken-berkenbos (Qb); daarop aansluitend in het westen een grasland, waarvan het meest noordelijke deel reeds goed ontwikkeld is (Hp*). Het grootste stuk, een grasland met brede mantel/zoom en her en der opslag van vnl wilg Hpb(Hp*)Sz. De grens met de Watertappingstraat wordt gevormd door een strook wilgenstruweel (Sz). Ten zuiden van de weekendverblijvenzone bevindt zich een structuurrijke droge en natte heide met opslag van vnl berk (CgbCe). De zuidelijke grens ervan wordt gevormd door een brede houtkant. Tegen de centrale zandweg bevindt zich een ven dat een tiental jaar geleden werd uitgegraven (Ao)
Het zuidelijke deel
Ten zuiden van deze grens vinden we van west naar oost de volgende eenheden terug.
Tegen de Watertappingstraat bevindt zich nog een perceel eiken-berkenbos. Aansluitend hierop ligt een verruigd struweel met vnl bramen. Hiernaast bevindt zich een zeer groot blok van graasweiden (HpKhw), met houtwallen erdoor. Ten westen hiervan werden de voormalige graasweiden omgevormd tot soortenrijke graslanden met plaatselijk elementen van het dotterverbond (Hp*Hc°). Aansluitend hierbij ligt de herstelde historische (veedrink-)poel (Ae). De grens met het kanaal wordt gevormd door een spontane bosgordel eiken-berkenbos (Qb)
Natuurstreefbeelden
in het noordelijke deel
eiken-berkenbossen (Qb) en heide (CgbCe) blijven
grove dennen worden omgevormd naar eiken-berkenbos met menging van grove den (Qb/Ppm)
de gedegradeerde vennen worden opnieuw omgezet in oligotrofe vennen (Ao).
de bos- en weekendverblijvenzone die gekapt wordt ter verbinding van de vennen wordt omgezet naar structuurrijke heide (CgbCe)
het grasland tegen de Watertappingsstraat wordt omgevormd tot een heischraal grasland, waarin echter ook plaats blijft voor de reeds aanwezige verspreide boomopslag (Hp*HaSz).
in het zuidelijk deel
het eiken-berkenbos blijft behouden (Qb)
het bramenstruweel blijft in principe behouden, maar zal op lange termijn wellicht toch gaan verbossen (Sp/Qb)
de weiden die momenteel nog in landbouwgebruik zijn worden omgezet in bloemrijke graslanden, waarin ook terug volwaardige houtwallen voorkomen (Hp*Khw)
de poel blijft behouden (Ae)
Natuurstreef-beelden: waar willen we naartoe?
Beheer
Algemene uitgangspunten
het gebied is waardevol omwille van de verschillende biotopen, vooral heide en eiken-berkenbos; dus behoud van het gevarieerd landschap staat voorop
het kleinschalige gebied kan dienen als een stepping stone tussen de verschillende omgevende reservaten en natuurgebieden, het is dus een deel van het groter geheel van het Turnhouts Vennengebied
Meer specifiek
uitwerken van een educatief aanbod
weekendverblijven tegengaan
samenwerking met plaatselijke landbouwers
Het natuurgebied kan onderverdeeld worden in twee delen. De scheiding loopt via de voormalige ontginningsgrens van oost naar west door het gebied.
ten zuiden van de grens vinden we akkers, weiden, hooilanden
ten noorden van de grens vinden we heide en eiken-berkenbos
Beheer van de verschillende biotopen
Noordelijk gedeelte
vennen
herstel historische vennen: 4 zijn sterk verdroogd, ook lichte verzuring bij de rest door
herstel hydrologische situatie: de waterwinning is verplaatst, oppervlakkig bevloeien met spoelwater van waterwinning of het kanaal is een optie die onderzocht kan worden, evt greppelsysteem?
vrijstellen van oevers: open vegetatie rond vennen, meeste bomen in zone van 10m kappen (vooral grove den) en plaggen; vennen zelf uitmoeren: voorzichtig (niet op kleilaag zoals meeste vennen in Vennengebied, maar op leemlaag middenin dekzandpakket niet doorsteken)
verbinden van de vennen: bestaande uit heide met droge en natte heiden, met enkele dennen
bosbeheer
eiken-berken, anderzijds grove den (toch ook delen ontwikkelde nevenetage van lijsterbes, berk)
in noordoostelijke hoek: illegale weekendverblijven, vertuinde ondergroei, tuinhekken en rododendron – omzetten in gemengde bossen via natuurlijke verjonging; verpleging verjonging eventueel later lichte dunning
ontbossing: noordelijk naaldbos komt in aanmerking voor centraal heidegebied; meeste bomen kappen en stooisellaag opruimen; eventueel oudste sparen (voorlopig nulbeheer)
omvormingsbeheer: via nu al aanwezige zomereik, ruwe berk en lijsterbes; door matig sterke dunning in de opperetage verjonging stimuleren
nulbeheer: in eiken-berkenbossen van gebied, structureel goede evolutie
exotenbeheer: Amerikaanse vogelkers: verhindert struik- en kruidlaag, dus verwijderen: kappen, indien nodig gebruik van glyfosaat ??; andere: Amerikaanse eik en krentenboompje: door kapping verwijderen
heidebeheer
nu zijn er 2 generaties heide: stuk 10j geleden geplagd, stuk recent geplagd
regelmatig stukken verjongen zodat steeds oude en jonge heide met open plekken aanwezig is door maaien, kleinschalig plaggen (belangrijk voor klein warkruid, zanddoorntje)
stootbegrazing met schapen: kort, intensief in zomer (juli) om pijpenstrootje terug te dringen, 3 schapen per ha (op lange termijn)
graslandbeheercentraal aan westkant, licht verruigd grasland
verschralings- en omvormingsbeheer: omvorming naar heischraal grasland door goed maaibeheer: minstens 5 jaar 2x per jaar (juni en aug), daarna 1x per jaar
Zuidelijk gedeelte
graslandbeheer
in het zuiden liggen een aantal graasweiden die aansluiten bij de reeds erkende hooiweide
verschralings- en omvormingsbeheer: soortenarm en matig bemest : eerst aantal jaren verschralen doormaaien: 2x per jaar (begin juni, eind aug) , dan hooilandbeheer met nabeweiding
hooilandbeheer met nabeweiding: 1x maaien met afvoer maaisel, begrazing runderen; gevolg: minder witbol, meer reukgras; voorjaar: pinksterbloem en grote ratelaar
in het noorden vinden we knolsteenbreek, in het nattere gedeelte moerasrolklaver, tweerijige zegge, moeraswalstro, veldrus, moerasvergeet-me-nietje, … dus richting bloemrijk hooiland
in graasweiden geen vochtigere stukken; dus streven we naar heischraal grasland met overgangen van droge naar natte variant
hooilandbeheer
dottergrasland: in nattere delen van het hooiland, vnl in zuiden langsheen de poel: moerasrolklaver, tweerijige zegge, moeraswalstro, veldrus, moerasvergeetmenietje; beheer: 2 maaibeurten per jaar
bemesting/bevloeiing
hooiweide al beheerd, recent lichte verzuring: optie bijv oppervlakkige bevloeiing met kanaalwater? (kalkrijk, maar nitraat- en fosfaatarm)
herstelling kleine landschapselementen
in zuiden gecultiveerde landschap: aantal oude houtwallen (nog eikvaren en koningsvaren); soms met inheemse boom- en struiksoorten o.a. meidoorn: dus deze terug laten ontwikkelen, eventueel inplanting inheemse soorten
oude dreef in bosstrook die aan graslanden grenst, evt herstellen om cultuurhistorische redenen en ook verlengen bestaande wandelweg; enkel struiklaag van vnl braam dient teruggezet te worden
creëren en/of behouden van een buffer
bufferende bosstrook met fiets- en wandelpaden langs kanaal; aan noorden functioneert naaldhout als buffer
Beheer op korte termijn (na 2001): welke stappen zetten we op weg naar ons doel?
Eenmalige inrichtings- en beheerwerken
herstel en verbinding van historische vennen
Beheer op korte termijn
maaibeheer
grasland Watertappingsstraat eerste jaren 2x gemaaid, later 1x evt vervangen door seizoensbegrazing met schapen
hooiweidebeheer
1 maaibeurt in juli, gevolgd door nabegrazing
hooilandbeheer
dottergrasland 2x per jaar gemaaid
uitmoeren poel
om de 10 jaar
heidebeheer
aanwezige heide regelmatig verjongd door kleinschalig maaien of plaggen; regelmatig verwijderen boomopslag (niet alle)
hakhoutbeheer
houtkanten, enerzijds tussen heide en hooiland en anderzijds tussen grasland en Watertappingsstraat worden gefaseerd teruggezet, totale cyclus ong. 15 jaar
herstel vennen
de 4 historische vennen worden in verschillende fasen hersteld: herstel hydrologische situatie, uitmoeren, oeverzones geplagd; later verbinding tussen vennen door bestaande dennenbos om te zetten tot boomheide
nulbeheer
eiken-berkenbossen, Amerikaanse vogelkers aangepakt?
exotenbeheer
vogelkers verwijderen: gekapt, indien nodig behandeld met glyfosaat (???); andere Amerikaanse eik en Amerikaans krentenboompjezijn minder dringend en worden regelmatig gekapt
lichtingskap
regelmatig sterke lichtingskap opperetage van grove den om meer gemengde bestanden te bekomen met o.a. zomereik, ruwe berk en lijsterbes; verjonging wordt indien nodig vrijgesteld
Beheer op lange termijn
voor graslanden verschralingsbeheer
1 maaibeurt, eventueel vervangen door stootbegrazing
heidebeheer
geen drastische wijzigingen, evt stootbegrazing met 3 schapen per ha, eventueel heide uitbreiden om vennen te verbinden
nulbeheer
eiken-berkenbossen, dennenbossen gaan stilaan ook onder nulbeheer vallen