Wat houdt zelfstandigheid in?
De leerlingen weten zelf vaak goed te verwoorden wat zelfstandigheid voor hen betekent. Enkele citaten:
“Zelfstandig betekent dat je goed kunt plannen en vragen durft te stellen. Als je geen vragen durft te stellen, dan zit dat in de weg. En als je wél vragen durft te stellen, dan kan dat goed helpen.”
“Iemand die zelfstandig is kan inschatten wat hij zelf kan, die kan zelfstandig dingen opzoeken, die kan goed plannen en weet ook wanneer hij hulp nodig heeft.”
“Iemand die zelfstandig is weet: heb ik vragen, dan ga ik naar dát daltonuur, en niet zomaar naar het daltonuur waar mijn vrienden heengaan.”
Hoewel theoretici ‘zelfstandigheid’ en ‘zelfstandig werken’ opvatten als duidelijk van elkaar onderscheiden begrippen, liggen ze voor zowel (sommige) leerlingen als docenten vrij direct in elkaars verlengde, blijkt uit de volgende uitspraken:
“Zelfstandigheid is dat we (in de les) bijvoorbeeld eerst een uitleg krijgen, en daarna zelfstandig gaan werken aan de opgaven. Je kunt wel vragen stellen tussendoor aan de leraar, maar er wordt niet ‘voorgekauwd’. Je moet gewoon aan de slag.”
"Zelfstandigheid is gekoppeld aan vrijheid en structuur. De wiskundeles is erg geschikt om leerlingen zelfstandig te leren werken: na een korte instructie kan iedereen aan het werk op zijn eigen niveau. Daarbij hoort ook dat je als docent kinderen stap-voor-stap leert om zelfstandig te zijn, en dat je hen helpt in te zien dat zelfstandigheid een basis is om later voor jezelf te kunnen zorgen, kritisch te zijn en voor jezelf op te komen. Om die zelfstandigheid te leren, vraag je kinderen om een bepaald probleem zelf op te lossen, maar dat doe je binnen een vastgestelde structuur."