Het is de leerling die moet leren. Daarom heet hij ook een leerling. Dit simpele inzicht maakt duidelijk dat de docent in het daltononderwijs zich bewust moet zijn dat hij niet primair instructeur is, maar dat hij leerlingen moet helpen bij het leren. Daarvoor geeft hij soms instructie, soms juist ook niet. Daarvoor geeft hij soms aanwijzingen, maar soms juist ook niet. Hij stimuleert zelf doen en zelfcorrectie en laat leerlingen problemen zelf oplossen. Hij stelt vragen die aanzetten tot denken en geeft tips die leerlingen verder helpen. Bij zijn taak hoort dus zeker ook het geven van instructie, maar altijd vanuit het idee dat leerlingen weer vooral zelf verder aan het werk moeten.
Taakwerk is daarbij het werk dat leerlingen zelfstandig, dat wil zeggen onafhankelijk van de docent, maken, maar het is allang niet alleen maar individueel werk en allang niet meer alleen maar schriftelijk werk. Training op zelfstandigheid betekent ook dat leerlingen frequent samen wérken, sámenwerken en elkaar helpen bij het uitvoeren van opdrachten. ‘Zelfstandig’ is dan ook vaak ‘zelfstandig-samen’. Zo werken leerlingen thema’s en projecten in groepswerk uit, bedenken ze verhalen en oefenen ze zelfstandig in duo’s.