Shakespeare
Not from the stars do I my judgement pluck
And yet methinks I have astronomy,
But not to tell of good, or evil luck,
Of plagues, of dearths, or seasons' quality,
Nor can I fortune to brief minutes tell,
Pointing to each his thunder, rain and wind,
Or say with princes if it shall go well
By oft predict that I in heaven find.
But from thine eyes my knowledge I derive,
And, constant stars, in them I read such art
As truth and beauty shall together thrive
If from thy self to store thou wouldst convert.
Or else of thee this I prognosticate:
Thy end is truth's and beauty's doom and date.
Vertaling in blanke verzen van Jules Grandgagnage (2014)
Mijn oordeel lees ik niet uit sterrenstand
En toch heb ik verstand van deze kunst,
Maar niet als wichelaar van het fortuin,
Noch over plaag, seizoen of hongersnood;
Ik zeg niet waar het lot precies toeslaat,
Wanneer diens donder, bui of wind begint,
Of sus geen prinsen dat het goed zal gaan
Omdat ik tekens aan de hemelen vind.
Mijn kennis haal ik uit jouw mooie ogen,
In hen, mijn vaste sterren, lees ik hoe
Trouw en schoonheid zullen samengaan
Als je niet slechts in zelfzucht belegt.
Want anders kan ik je precies voorspellen
Dat met jou 't ware en het schoon zal sterven.
Dit is een alternatieve vertaling in blanke verzen, zie Sonnet 14 voor de berijmde vertaling