Politieke en sociale invloeden
De belangrijkste oorzaak of minstens stimulator van de Renaissance is de economische groei en de daaruit voortkomende welvaart in Europa, m.n. in de handelssteden. Het vroege kapitalisme accumuleert niet alleen welvaart, maar ook cultuur, intellectualisme en creativiteit door onderlinge wedijver.
Zeker vijf steden waren aanvankelijk van belang omdat ze autonoom waren; d.w.z. dat ze los stonden van de feodale bindingen aan kerk of adel. Er was daar vrijheid van meningsuiting; onderzoek en drukpers. Deze steden waren, Venetië, Florence, Milaan, Brugge en Gent.
Bij de val van Byzantium (dat toen Constantinopel heette en dat werd veroverd door de Islamitische Seldjoeken) werden o.a. Griekse teksten uit de oudheid die daar bewaard werden in de bibliotheek, ijlings overgebracht naar Florence; waar ze voor het eerst werden bestudeerd door Pico della Mirandola,
Deze genoot de bescherming van Lorenzo de Medici, bijgenaamd El Magnifico, wiens familie als het belangrijkste mecenaat (beschermers) van de Renaissance wordt beschouwd. Zijn grootvader Cosimo II die zelf oud-Grieks had gestudeerd bevorderde de studie van oudheidkundige geschriften en richtte uitgebreide bibliotheken in. Het humanisme kende in Florence al een langere traditie als geestelijke stroming die zich kenmerkte door haar affiniteit met de Oudheid. Men was er daar van overtuigd dat de antieke beschaving verheven was boven de eigen cultuur en dat men slecht volmaaktheid kon bereiken door dit voorbeeld te volgen. De culturele bloei in Florence bereikte een hoogtepunt onder de hierboven genoemde Lorenzo de Medici (1449-1492). Zijn belangstelling was vooral gericht op de dichtkunst en de humanistische studies. Zo werd er meer dan tien jaar gewerkt aan de vertaling van de geschriften van Plato, terwijl Pico della Mirandola zich wijdde aan het toegankelijk maken van oosterse geschriften.
De studie van de oude teksten had een ander doel dan in de Middeleeuwen. In de Middeleeuwen ging het er meer om de oude teksten in te passen in een vast omlijnd wereldbeeld. De humanistische geleerde bestudeerde de tekst als een object op zich; vandaar dat hij die ook wilde lezen in de oorspronkelijke taal (Grieks, Aramees, Hebreeuws).
Zo wordt de klassieke filosofie (Plato, Aristoteles) (her)ontdekt. Plato (die dit van Socrates geleerd had) propageerde het zelfstandig nadenken en het niet zomaar geloven in wat algemeen aangenomen werd. Mede door de waarnemingen van astronomen als Copernicus en Galileo die i.p.v. de aarde de zon in het middelpunt van het heelal stelden en de ontdekking van Amerika, verschoof letterlijk het wereldbeeld. Dit had grote invloed op het mensbeeld: de mens wordt het middelpunt van de schepping (antropocentrisme). Het idee ontstaat van de alzijdig ontwikkelde mens: de homo universale.
De school van Athene - Rafael
1: Zeno van Citium of Zeno van Elea? – 2: Epicurus – 3: Federik II Gonzaga graaf van Mantua ? – 4: Boëthius of Anaximander of Empedocles? – 5: Averroes – 6: Pythagoras – 7: Alcibiades of Alexander de Grote? – 8: Antisthenes of Xenophon? – 9: Hypatia of de jonge Francesco Maria della Rovere? – 10: Aeschines of Xenophon? – 11: Parmenides? – 12: Socrates – 13: Heraclitus (geschilderd als Michelangelo) – 14: Plato met de Timaeus (geschilderd als Leonardo da Vinci) – 15: Aristoteles die de Ethica Nicomachea vasthoudt – 16: Diogenes van Sinope – 17: Plotinus? – 18: Euclides of Archimedes met studenten (geschilderd als Donato Bramante)? – 19: Strabo of Zoroaster? – 20: Claudius Ptolemaeus – R: Raphael als Apelles – 21: Il Sodoma als Protogenes
De uitvinding van de boekdrukkunst (1447) maakte het mogelijk dat al die nieuwe opvattingen snel over Europa verspreid konden worden.
Dit veranderende wereld- en mensbeeld kon rekenen op felle tegenstand van de inquisitie (de kerkelijke rechtbank).
De dogmatische Katholieke Kerk komt in gevaar door hervormingsgezinde denkers (Erasmus, Luther, Calvijn). Zo was de kerk wel een rem op de nieuwe ontwikkelingen, maar anderzijds stimuleerde zij ook de (kerkelijke) kunst. Zie bijvoorbeeld de Sixtijnse Kapel.
Ook de opvattingen over de regerende vorst (Il Principe naar een boek van Macchiavelli) veranderen: dit moet niet langer een feodale heerser zijn, maar een nobele regent die met verstand en instemming van het volk regeert.
Niet langer de boeken maar de natuur zelf wordt bron van onderzoek. Dit had vele ontdekkingen m.n. in de astronomie tot gevolg (Brahe, Galileo). Ook uitvindingen, zoals tijdmeting op zee (Huygens); verbetering van de cartografie en in de scheepsbouw; droegen weer bij aan de verbetering van de scheepvaart en die weer aan de handel (en de oorlog om wat van wie was) en daarmee aan de economie en de welvaart (voor een kleine bovenlaag) wat weer de bloei van de kunsten mogelijk maakte.
De stad moest het middelpunt van de neo-klassieke [=classicistische] cultuur en bouwkunst worden; voor het eerst is dat in Italië waar vooral Florence door de grote rijkdom en invloed van de Medici het bloeiend centrum werd van de Renaissance. In de fraaie architectuur van de Renaissancistische stad waren de huizen (palazzo) van de nieuwe rijken. Daarin stonden beeldhouwwerken en namen schilderijen met afbeeldingen van de menselijke figuur en taferelen uit de klassieke mythologie een belangrijke plaats in.
Palazzo Ducale, Venezia