Halverwege het verenigingsjaar nodigt het jaarthema ons uit tot reflectie en verdieping. Over de staat van het Nederlands vandaag, over het belang van het Standaardnederlands, en over waarom samenwerking met bevriende organisaties essentieel is voor de uitstraling van onze waarden.
We zijn intussen bijna halfweg het verenigingsjaar. Dat is een goed moment om even halt te houden bij ons jaarthema: Het Nederlands anno 2025-2026. In heel wat afdelingen werd dit thema al opgepakt, elders staat het nog op de agenda. Dat stemt me hoopvol. Tegelijk wil ik alle leden aanmoedigen om dit kernonderwerp van onze vereniging ook los van de afdeling individueel verder te verkennen.
Hoe staat het vandaag met onze taal? Wat denk je daar zelf van? De meningen zijn verdeeld. Sommigen benadrukken wat goed gaat, anderen wijzen op wat onder druk staat. Er zijn verschillende invalshoeken. Precies dat maakt het thema zo boeiend. Dat deze vragen ook breder in de samenleving leven, blijkt uit recente aandacht voor onze taal in de Vlaamse en Nederlandse pers. Taal is geen randverschijnsel: ze raakt aan wie we zijn.
Om dat denken en die verdieping te ondersteunen, reikt de OvdP haar leden verschillende mogelijkheden aan:
Op de themasite van de OvdP vind je achtergrondartikelen, onderzoeksresultaten, uiteenlopende opinies, maar ook praktische instrumenten zoals draaiboeken voor debatavonden.
Daarnaast loopt er een peiling ‘Wat denk jij zelf?’, waarin je je eigen visie kan delen en meteen spiegelen aan die van andere leden.
Ook via de Prince-Academie blijft het jaarthema leven, met een online debatsalon op maandag 9 februari met als gast Piet van Sterkenburg (afdeling Antwerpen-Middelheim), zie verder in deze PrincEzine.
En uiteraard is er heel binnenkort, op zaterdag 7 maart, een ‘live’ themadag over de actualiteit van het Standaardnederlands, een organisatie van OvdP en ANV.
Niet toevallig blijkt uit de vermelde peiling hoe groot het belang is dat onze leden aan het Standaardnederlands hechten, de grafiek (zie onderaan dit artikel) is duidelijk. Dat alleen al is een sterke motivatie om je warm te maken voor deze dag van ontmoeting, reflectie en debat. Voor 70% van de leden die gereageerd hebben op de peiling is een gemeenschappelijke standaardtaal 'cruciaal' voor onze culturele identiteit in een internationale context. 26,7% gaf aan dat dit 'min of meer belangrijk is en dat andere cultuuruitingen minstens zo belangrijk zijn'.
Die themadag is tegelijk meer dan een inhoudelijke activiteit. Hij past in een bredere keuze die we als vereniging bewust maken. In ons drieledig beleidsplan staat het derde luik voor een grotere 'uitstraling', niet voor zichtbaarheid om de zichtbaarheid, maar voor maatschappelijke aanwezigheid. Het gaat om het naar buiten brengen van onze waarden en doelstellingen via externe NT&C-projecten, peterschappen met vakgroepen Neerlandistiek, ons LinkedIn-kanaal en onze aanwezigheid op publieke taal- en cultuurevenementen, zoals afgelopen oktober op het Taalfeest in Utrecht. ‘Uitstralen’ gebeurt lokaal bij afdelingen die hun deuren openen, maar ook centraal door open bijeenkomsten te organiseren, al dan niet in partnerschap.
Vanuit die visie hebben we beslist om de tweejaarlijkse Algemene Ledendag - 17 oktober 2026 in Rotterdam - voortaan af te wisselen met een open themadag rond een onderwerp dat de OvdP na aan het hart ligt. We zijn dan ook bijzonder verheugd dat we op zaterdag 7 maart 2026 in het Hof van Liere in Antwerpen een themadag rond het Standaardnederlands kunnen aankondigen, een organisatie van OvdP samen met ANV (Algemeen-Nederlands Verbond). Meer details over het programma en hoe je kan deelnemen vind je verder in deze PrincEzine.
Waarom is die samenwerking zo belangrijk? Onze identiteit als vereniging krijgt pas echt kracht wanneer zij ook buiten onze eigen kring zichtbaar wordt. Door verbinding te zoeken met bevriende organisaties zoals het ANV, de lage landen, Onze Taal, de Taalunie of het IVN, versterken we elkaar en vergroten we onze maatschappelijke relevantie. Zo wordt elk OvdP-lid, via taal en cultuur, ook een ambassadeur van wat ons verbindt: vriendschap en tolerantie.
Ik hoop jullie met velen te mogen ontmoeten op onze themadag in Antwerpen.
Jan Van Daele
President
Op zaterdag 7 maart nodigen de OvdP en het ANV (Algemeen-Nederlands Verbond) je uit voor een boeiende themabijeenkomst over de actualiteit en de toekomst van het Standaardnederlands in het Hof van Liere, in Antwerpen. De dag past in het jaarthema van de OvdP.
Vier toonaangevende sprekers buigen zich over de prikkelende vraag: De standaardtaal — van strakke norm tot vrije vorm? Verwacht scherpe inzichten, uiteenlopende perspectieven en een levendig debat. De themadag wordt afgesloten met een panelgesprek met een bijzondere gast, gevolgd door een informele borrel om ideeën en indrukken uit te wisselen.
Iedereen met een hart voor de Nederlandse taal is welkom.
In de ochtend belicht Rik Vosters (VUB) het taalhistorische proces van standaardisatie, met bijzondere aandacht voor de standaardisatie van het Nederlands vanuit Noord-Zuidperspectief. Daarbij zal hij enkele hardnekkige mythes over het ontstaan van de Nederlandse standaardtaal bijstellen en ontkrachten.
Vervolgens neemt Peter-Arno Coppen (Radboud Universiteit) het onderwijs in de standaardtaal onder de loep. De voortdurende verandering van opvattingen over taal en taalonderwijs lijkt chaotisch. Die schijnbare chaos bevat evenwel een regelmatigheid die lijkt op eenzelfde slingerbeweging als bredere Europese maatschappelijke en culturele trends vertonen. Hij zal als een moderne professor Zonnebloem deze slinger interpreteren en ook de toekomst van het taalonderwijs schetsen.
Na de lunch vertrekt Stefania Marzo (KU Leuven) vanuit de Limburgse mijnstreken om taalcontact als motor tot verandering in Vlaanderen toe te lichten. Daar creëerde intens taalcontact tussen lokale dialecten en migratietalen een uniek taallandschap, een laboratorium voor taalverandering, waarvan de effecten vandaag nog steeds voelbaar zijn in het Nederlands in Vlaanderen. Vanuit het verleden kijkt ze vervolgens naar het heden en naar hoe jongeren en oudere generaties en instituties zich tussen talen en variëteiten bewegen.
Jos Swanenberg (Tilburg University) zal als laatste spreker ingaan op het fenomeen van de-standaardisatie. Het taalgebruik is in de laatste decennia sterk veranderd. Met het verschijnen van sociale media platforms zijn er ook andere manieren van spreken en schrijven ontstaan. Dat taalgebruik staat niet los van het taalgebruik in niet-digitale omgevingen: populaire uitspraken maken gemakkelijk de oversteek van platform naar praktijk in ons dagelijks leven. Zijn zulke afwijkingen van de norm per definitie fout? Of geven ze ons een eerste blik op het Nederlands van de komende jaren?
An De Moor (KU Leuven) zal de dag modereren en afsluiten met een paneldiscussie met de sprekers. Gunther Van Neste, Algemeen Secretaris van de Taalunie, is uitgenodigd als bijzondere gast.
Tot welke conclusies kunnen we komen als het gaat om de standaardtaal? Na afloop kan de discussie bij een drankje worden voortgezet.
Het volledige programma, alle praktische informatie en het inschrijfformulier staan op de website van de Prince-Academie.
Praktisch
Wanneer: 7 maart 2026, 9.30 - 18.00 uur
Waar: Hof van Liere, Prinsstraat 13a, Antwerpen
Prijs (incl. lunch en borrel): 45 euro leden OvdP en/of ANV, 55 euro niet-leden, studenten betalen 25 euro
Op 9 februari onderhoudt Piet van Sterkenburg (afdeling Antwerpen-Middelheim) de Prince-Academie over zijn nieuwste boek Hedendaags Nederlands. Een taal om van te houden. Met zijn lichtvoetige stijl en aanstekelijke eruditie weet hij als geen ander zijn liefde voor de taal over te brengen.
Hij is geen doemdenker, maar een pleitbezorger voor taaltrots en taalplezier.
Piet van Sterkenburg is een Nederlandse taalkundige met een indrukwekkende staat van dienst. Van 1977 tot 2007 was hij wetenschappelijk directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL). In die tijd was hij ook hoogleraar lexicologie aan de universiteit van Leiden. Zijn onderzoek richtte zich vooral op de historische en hedendaagse lexicografie, dialectologie, filologie en naamkunde. Jarenlang was hij hoofdredacteur van het Van Dale Groot woordenboek hedendaags Nederlands en jurylid van 'Het Groot Dictee'.
In zijn nieuwste boek, Hedendaags Nederlands, neemt Piet de lezer mee op een speelse en verrassende verkenningstocht langs actuele taalkwesties. Van de identiteit van een taal tot de kloof tussen spreken en schrijven, van taal van emoties tot biechttaaltjes, van het Afrikaans als zustertaal tot de vraag of het Nederlands bedreigd wordt.
Inschrijven voor de lezing van Piet van Sterkenburg kan op de website van de Prince-Academie.
Wat is dat toch met die clichés over Belgen en Nederlanders? Belgen houden alleen van friet en Nederlanders zijn echte kaaskoppen. Zo kunnen we nog honderden clichés verzinnen.
Maar zijn alle clichés ook waarheid? Het antwoord kom je te weten op 12 februari op een comedyavond in Tervuren.
Op één avond brengen we de leukste maar ook verrassende clichés met de nodige humor, gebaseerd op echte ervaringen:
Wie is nu echt het meest gierig?
Waarom zijn er 'domme' Belgen?
Een wereld 'onder de kerktoren' of de wereld veroveren?
Wanneer bedoelt een Belg 'ja' wanneer hij 'ja' zegt?
Zijn Nederlanders wel zo ruimdenkend?
Zijn Belgen wel Bourgondiërs en eten Nederlanders alleen uit de muur?
En zo veel meer amusante details over Nederlanders en Belgen, van regionale verschillen, het koningshuis en het perfecte huwelijk tussen België en Nederland.
In de loop van de avond komen nog leuke anekdotes voorbij over de verrassende relatie tussen de gemeente Tervuren en Nederland.
Maak je klaar voor een avondje vol humor, weetjes en anekdotes over de relaties tussen Belgen en Nederland en hoe beide landen toch ook niet zonder elkaar kunnen.
Eric Lippens, de meest Nederlandse Belg
Eric werkt al meer dan tien jaar samen met Nederlanders en Belgen en is adviseur in cultuurverschillen tussen Nederlandse en Belgische bedrijven en verenigingen. Door de vele persoonlijke contacten met Belgen en Nederlanders en het observeren hoe beide nationaliteiten met elkaar omgaan, is Eric expert geworden in de cultuurverschillen tussen Nederland en België. Uit die ervaringen komen heel wat grappige momenten die in één show zijn gegoten.
Lut Kint
Voorzitter van de afdeling Tervuren
Deze activiteit is een samenwerking van de OvdP-afdeling Tervuren, de Nederlandse Vereniging en de Bibliotheek van Tervuren. Tickets zijn te koop via het cultuurcentrum Warandepoort.
Het zal weinigen zijn ontgaan dat de universiteit van Leuven haar 600e verjaardag viert. Dat kan de OvdP niet zomaar voorbij laten gaan. Daarom hebben de twee Vlaams-Brabantse gewesten de handen in elkaar geslagen om een gewestdag rond dat jubileum te organiseren op zaterdag 14 februari.
's Ochtends is er een academische zitting in de imposante Universiteitshallen in de Naamsestraat. Drie sprekers belichten ieder een facet van de universiteit: studentennotities door de eeuwen heen, markante figuren uit de geschiedenis van de universiteit en de vernederlandsing in de jaren zestig en zeventig.
Na de lunch kan een bezoek worden gebracht aan een tentoonstelling in Musem M of de Universiteitsbibliotheek. Wie daar geen zin in heeft, kan ook een kunstroute in de stad volgen of de Sint-Pieterskerk bezoeken, met werk van Dieric Bouts.
De dag wordt afgesloten met een receptie in de Jubileumzaal van de Universiteitshallen.
De deelnameprijs bedraagt 85 euro per persoon (lunch en receptie inbegrepen). Meer info over het programma staat hier.
Inschrijven kan via deze site, tot en met 30 januari. Dus niet aarzelen.
Op maandag 16 februari spreekt China-expert Pascal Coppens voor de Prince-Academie. Terwijl China zich vroeger opstelde als fabriek voor de wereld, neemt het land nu volgens hem het voortouw in de technologische vernieuwing. Het is bezig met de transitie van zelfredzaamheid naar toonaangevende wereldwijde innovator, ook wat het samenlevingsmodel betreft.
Pascal Coppens is een toonaangevende China-expert, auteur en spreker over de impact van China op de zakenwereld en de samenleving. Hij studeerde Oosterse Talen en Culturen aan de universiteit van Gent en bedrijfskunde aan de Solvay Business School in Brussel. Hij bouwde meer dan twintig jaar ervaring op in China en Silicon Valley. Sinds 2017 woont hij weer in België.
Volgens hem is de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China in de eerste plaats een technologieoorlog. China innoveert zo onwaarschijnlijk snel dat de Amerikaanse president er bang van wordt. Hij is ervan overtuigd dat we uiteindelijk zullen moeten accepteren dat de toekomst made in China zal zijn.
Inschrijven voor de lezing van Pascal Coppens kan op de website van de Prince-Academie.
Op de gewestdag van Oost-Nederland, die op 18 april in Utrecht wordt georganiseerd, staan de adellijke schrijfster en componiste Belle van Zuylen (1740-1805) en 'haar' slot Zuylen in Oud-Zuilen centraal. Ze schreef - in het Frans want dat was de lingua franca in die tijd - romans, (zelf)portretten, fabels, poëzie, novelles, pamfletten, toneelstukken, opera's (libretti en muziek) en componeerde verder liederen, menuetten en klaviersonates. Er zijn ook meer dan 2600 brieven van haar bewaard gebleven.
De gewestdag begint vanaf 10.00 met koffie in de bistro naast het slot. Daarna volgt een inleiding over Belle van Zuylen, een adellijk maar dwars meisje en een bewonderde schrijfster. De lezing wordt verzorgd door Suzan van Dijk van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en Cultuur, onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
Na een kleine lunch kunnen de deelnemers kiezen tussen een rondleiding in het slot, de Vroeger en nu-wandeling Oud-Zuilen of een terras/wandeling in parkbos Slot Zuylen.
De gewestdag wordt afgesloten met een borrel in de bistro, waar we om circa 18.00 uur afscheid van elkaar nemen. Er bestaat de mogelijkheid om na de gewestdag in restaurant Belle te dineren (op eigen kosten).
De kosten voor deze gewestdag zullen 65 euro per persoon bedragen.
Je kunt je opgeven bij de secretaris van de afdeling Utrecht, Marieke de Waard.
Het definitieve programma, parkeermogelijkheden, het aanmeldingsformulier met keuzemogelijkheden voor het middagprogramma en andere benodigde informatie voor de betaling worden in februari 2026 toegezonden.
Albert Patijn
Voorzitter van de afdeling Utrecht
Foto: een portret van Belle van Zuylen uit 1777 van de hand van de Deense schilder Jens Juel.
Ludo Beheydt, lid van de afdeling Leuven, brengt deze maand een gedicht over uit elkaar gaan. Het grijpt je naar de keel. Je voelt de pijn die scheiden met zich meebrengt. Ludo geeft vooraf duiding bij zijn leeservaring en plaatst het gedicht na zijn inleiding.
Toelichting bij het gedicht VIII uit de poëziebundel Nachtroer van Charlotte Van den Broeck
Ik werd getroffen door een gedicht dat een thema aansnijdt dat vandaag zovelen treft: de ervaring van het 'uit elkaar gaan' en alle gevolgen daarvan. Hoe het breken, het uit elkaar halen van twee vervlochten levens, toch altijd aan de intimiteit raakt en met rouw gepaard gaat. Rouw die zich laat kennen in de kleine dingen van elke dag, de ruzies, het gevoel van falen, de vraag wat is van mij, wat van jou (bezittelijke voornaamwoorden, verhuisdozen, boeken), de vele vragen en geen antwoorden meer, de poëzie die verdwijnt uit het leven, en de hypotheek op nieuwe gevoelens. Ik vond het allemaal beter verwoord in het gedicht van Charlotte van den Broeck. De beelden spreken voor zich: uitdovend licht, afgeknelde adem, oorlogstrommel, en natuurlijk 'de pelikaan', symbool van opofferende liefde, waar je 'niet meer op kan komen'.
VIII
niet overhellen, nu de avond het licht en ons de adem afknelt
stootblauw het vel, aangeslagen oorlogstrommel van wat faalt in ons
het huis laat zich verdelen in bananendozen en bezittelijke voornaamwoorden
de boekenkast in links en rechts
van jou de landkaarten, de Russen en het oeuvre van Márquez
ik krijg woordenboeken in alle talen, de biografieën van dictators
en ja, de poëzie, die juist nu hardnekkig staat te zwijgen, je vraagt nog:
welke vogel stak ook weer de snavel in zijn eigen borst?
ik kan niet op de pelikaan komen
weet nu dat rouw begint bij het stoten van de elleboog
en doortrekt tot in de vingertoppen
om nieuwe aanrakingen vooraf al te verdoven
© 2017, Charlotte Van den Broeck
Uit: Nachtroer
De Arbeiderspers, Amsterdam
Charlotte Van den Broeck
De in Turnhout geboren Charlotte Van den Broeck (1991) maakte op overdonderende wijze haar entree in de Nederlandse literatuur. Haar eerste twee dichtbundels werden overladen met lof en bekroond met de Herman de Coninck Debuutprijs en de Paul Snoeckprijs. Haar prozadebuut Waagstukken, een bestseller met 15.000 verkochte exemplaren, viel eveneens in de prijzen. Voor haar bundel Kameleon ontving ze in 2016 de Herman de Coninckprijs en in 2017 verscheen de bundel Nachtroer (de naam van een Antwerpse nachtwinkel), waar het bovenstaande gedicht in staat.
Ludo Beheydt
Secretaris NT&C van de afdeling Leuven
Voor het decembernummer is genomineerd: Mark Naessens van de afdeling Leuven-Arenberg.
Donderdag 29 januari is het Gedichtendag, tevens het startpunt voor de veertiende Poëzieweek in Nederland en Vlaanderen. En vaste prik de laatste jaren: PrincEzine doet mee. Een oproep aan de dichters en dichteressen onder de OvdP-leden om een gedicht van eigen hand in te sturen over het thema 'metamorfose' plaatsten we al in het decembernummer omdat we goed op tijd wilden zijn. Bij deze een herinnering.
Verandering is de motor van persoonlijke groei én de drijvende kracht achter maatschappelijke transformaties. In een wereld die continu in beweging is, worden we uitgedaagd om onze overtuigingen, systemen en relaties te herzien. Metamorfose raakt niet enkel ons individu, maar is verweven met de structuur van onze samenleving.
Spiegel
Poëzie fungeert als een spiegel voor sociale, politieke en culturele veranderingen. Het biedt zowel de dichter als de lezer nieuwe perspectieven en denkwijzen. Poëzie is een krachtig middel om de constante metamorfose van ons leven en de samenleving te begrijpen en te verwoorden. Metamorfose gaat over groei, maar ook over de kracht om jezelf opnieuw uit te vinden.
Klim in de pen of omhels je toetsenbord, dichtende OvdP-leden!
Is bovenstaande uitweiding (ontleend aan de 'Thematekst' van Poëzieweek 2026) voldoende om jullie poëtische ziel uit te dagen en het thema 'metamorfose' vorm te geven?
Onze lezers kijken er in ieder geval naar uit om te lezen hoe OvdP-dichters zich laten inspireren, experimenteren en de kracht van verandering vieren.
We kunnen alvast verklappen dat de eerste inzending al binnen is! Iemand uit het gewest Brabant-Oost stuurde kort na de oproep in het decembernummer meteen een gedicht in… We noemen nog even geen naam.
In het februarinummer melden we hoe groot de 'oogst' is en vanaf dat nummer publiceren we de gedichten van onze leden in PrincEzine.
Praktisch
Stuur je eigen gedicht over het thema metamorfose naar onderstaand e-mailadres, samen met een korte toelichting en een foto van jezelf of een (copyrightvrije) afbeelding passend bij je gedicht. Als sluitingsdatum nemen we het einde van de Poëzieweek: 4 februari 2026.
Marianne van Scherpenzeel
Lid van de redactie van PrincEzine
Foto: Tulp8 / Wikipedia
Een van de vijf nieuwe leden die de OvdP er vorige maand bij heeft gekregen (in de afdeling Heerlickheyt Mechelen), is Barbara Adriaensen. Ze is architecte van opleiding en werkt op dit moment als projectcoördinator aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen. Hoe is ze bij de OvdP gekomen, wat doet ze in het dagelijks leven en wat betekent Felix Timmermans voor haar?
Barbara begon na haar humaniora Grieks-Latijn aan een universitaire opleiding bio-ingenieur. "Na de kandidaturen besefte ik dat het niet echt mijn ding was en startte ik met een architectuurstudie. Dat was de goede keuze. Ik ging aan de slag als zelfstandige architecte en werkte daarna als ambtenaar bij de stad Mechelen. Sinds enige tijd ben ik projectleider bij de Thomas More Hogeschool."
Architect
Als architecte heeft ze in haar thuisstad Mechelen enkele mooie projecten op de kaart gezet. Zo was ze projectleider bij de prachtige Predikheren-bibliotheek en heeft ze onder andere Het Molenhuis en Theater De Maan mee-gerestaureerd. Dat waren allemaal projecten waarbij steeds een culturele locatie met veel geschiedenis werd 'vertaald' naar hedendaags gebruik. Bij de Thomas More Hogeschool nam ze de nieuwe realisatie Campus De Vest onder haar hoede. Barbara Adriaensen: "Campus De Vest is inmiddels helemaal afgewerkt. Nu zoeken we uit wat er met de andere infrastructuur van de hogeschool in Mechelen moet gebeuren. Het is zeer toekomstgericht werken. We hebben nog heel wat campussen te gaan, dus nog veel werk voor de boeg!"
Literatuur
Naast architectuur is Barbara Adriaensen erg geïnteresseerd in literatuur. "Ik ben lid van een zeer fijne leesgroep, die om de twee maanden samenkomt. We lezen zowel Nederlandstalige literatuur als internationale werken. Het is via die leesgroep dat ik in contact kwam met de Prince. Een van de leden, Isabel Cremers, stelde mij aan haar man voor, een lid van den Prince in Mechelen. Zo ging de bal aan het rollen. De hele opzet van den Prince beviel mij meteen. Ik wilde graag lid worden."
Met haar 59 jaren is Barbara een van de jongere leden van Heerlickheyt Mechelen. "Ik heb ondertussen wel al vastgesteld dat deze groep, met haar meer bezadigde leden, echt een grote meerwaarde heeft. Mensen met een langere ervaring kijken immers anders. Ze hebben een meer doordachte visie op wat zich rondom ons afspeelt."
Oppervlakkigheid
Barbara Adriaensen houdt niet van oppervlakkigheid. "Ik heb in de humaniora de Grieks-Latijnse studierichting doorlopen. Dat kan nu nog altijd, maar ik merkte een zeer duidelijk verschil toen mijn kinderen aan de beurt waren. Ons werd een blik in de diepte aangeleerd. Dat is nu vervangen door kijken in de breedte. Dat wil zeggen, meer verbanden leggen en lijntjes uitslaan naar andere invalshoeken. Dat heeft natuurlijk ook zijn nut, maar volgens mij verlies je zo wel diepgang. Die diepgang vind ik dus ook in literatuur. Ik kan echt genieten van een mooie tekst. Ik heb ondertussen de Vlaamse klassiekers opnieuw leren waarderen. Ik herlees Stijn Streuvels en Felix Timmermans. En ik word nog steeds ontroerd wanneer ik De Tantes van Cyriel Buysse herlees. Dat zei me vroeger allemaal niets, nu heeft dit een nieuwe plaats gekregen."
Meer diepgang, heet dat.
Chris Vermuyten
Lid van de redactie van PrincEzine
Heerlickheyt Mechelen
Barbara Adriaensen, architect
Guy Van Puyvelde, zelfstandige
Kortrijk
Frank Baert, doctor in de letteren en wijsbegeerte, emeritus KU Leuven, opdrachthouder Levenslang leren
Caroline Van Pottelbergh, huisarts op rust
Vilvoorde
Kristoff Simons, managing partner advocatenkantoor Fairway
Het Vlaams Woordenboek heeft net voor oudejaar een doorstart gemaakt. Onder leiding van Miet Ooms (afdeling Leuven-Arenberg) krijgt de website een grondige vernieuwing én een kwaliteitsvolle redactie. Ook jij kunt meewerken aan dit boeiende taalproject.
De bekende website vlaamswoordenboek.be heeft een grondige vernieuwing ondergaan. Na bijna twintig jaar was de technische basis aan vervanging toe. De fakkel is overgenomen door Miet Ooms, die zich al jaren verdiept in het Belgisch-Nederlands en de site samen met een klein team een frisse start geeft.
De nieuwe structuur maakt het Vlaams Woordenboek duurzamer en kwaliteitsvoller. Inzendingen verschijnen voortaan niet meer automatisch online, maar worden eerst nagekeken en bewerkt door een redactie. Zo blijft de verzamelde woordenschat - van febbekak tot nadarafsluiting - betrouwbaar én levendig.
Iedereen kan bijdragen tot het woordenboek door woorden en betekenissen voor te stellen. Als geregistreerd gebruiker kun je je favoriete woorden bijhouden en de voortgang van je inzendingen volgen. Voor alle duidelijkheid: het Vlaams Woordenboek is geen dialectwoordenboek. Het hoofddoel is woorden, uitdrukkingen en betekenissen verzamelen die in heel of een groot deel van Vlaanderen bekend en gebruikelijk zijn.
Maar er is meer: het team zoekt nog (eind)redacteuren die mee willen helpen met het beoordelen en verfijnen van nieuwe bijdragen. Heb je een hart voor het Nederlands zoals het in Vlaanderen gesproken wordt én zin om je steentje bij te dragen aan dit taalproject? Neem dan zeker contact op met Miet. Alle hulp is welkom, van Vlamingen én Nederlanders.
Professor Politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit en lid van de afdeling Nijmegen Joost Rosendaal schreef eind vorig jaar het boek Het Oranjecomplot. De strijd om Nederland in 1799. Hoe wilden de Oranjes in 1799 de macht in Nederland overnemen, waarom mislukte dat toen en waarom lukte het veertien jaar later alsnog? De redactie van PrincEzine mocht de recensie op de website van de Radboud Universiteit overnemen.
Dat het ten tijde van de Franse Revolutie ook een roerige tijd was in Nederland is bekend. Maar dat de Oranjes eind achttiende eeuw in het geheim een plan beraamden om de macht in Nederland te heroveren, ontdekte historicus Joost Rosendaal pas enkele jaren geleden. In zijn nieuwe boek Het Oranjecomplot schrijft hij over het roerige jaar 1799, dat opvallende gelijkenissen met nu vertoont. "Is het 225 jaar geleden of zag ik het gisteren op het journaal?"
Stenen
Boeren die stedelingen met stenen bekogelen. Vissers die een stadhuis bestormen. Omgekeerde vlaggen en de prinsenvlag (historische Nederlandse vlag) wapperen op kerktorens als symbolen van oproer tegen de democratische besluiten uit Den Haag. Het hád onderdeel kunnen zijn van nieuwsfragmenten uit 2025, maar ook dit vond allemaal plaats in 1799.
Inspraak
"We hebben het over een tijd waarin burgers meer inspraak eisen. In Nederland onder meer bij monde van de Patriottenbeweging (1781-1787)", legt Rosendaal uit. "Vervolgens breekt de Franse Revolutie (1789) uit en die geest van vrijheid, gelijkheid en broederschap leidt in 1795 tot de Bataafse Omwenteling. Het moment waarop regenten en stadhouder Willem V, prins van Oranje, worden afgezet."
Onvrede
Alsnog groeide de verdeeldheid en onvrede. Dat blijkt onder meer uit de twee staatsgrepen die in 1798 plaatsvinden. "De eerste, in januari, door radicale revolutionairen die daarmee in de Bataafse Republiek de eerste Nederlandse grondwet afdwingen. Nederland werd een eenheidsstaat met een democratisch gekozen bestuur en scheiding van kerk en staat." Krap een halfjaar later volgde een nieuwe staatsgreep. "Dit keer door gematigder revolutionairen, die de radicaliteit terugdraaien."
Macht
Ondertussen ruiken de afgezette en verdreven bestuurders, onder wie erfprins Willem Frederik (zoon van stadhouder Willem V), hun kansen om de macht terug te grijpen. In Berlijn maakt de erfprins een plan om met Engelse, Pruisische én Russische hulp de oude orde te herstellen via een contrarevolutie. En daar begint het Oranjecomplot. "Willem Frederik bouwt aan een netwerk van oud-regenten en militairen, die zich onder strikte geheimhouding gaan inzetten voor zijn machtsovername", vertelt Rosendaal.
Citroenzuur
Om niet ontdekt te worden schrijven ze elkaar brieven in codetaal of met citroenzuur zodat de inkt ineens onzichtbaar wordt. Ondertussen peilen ze de onvrede in Nederland en bespioneren ze de Nederlandse vloot. Een aantal officieren blijkt bereid verraad te plegen en zich aan te sluiten bij de Engelsen, als het tijdstip zich daartoe aandient.
Pruisen
In de zomer van 1799 stond bijna iedereen in de startblokken, maar het lukte nog steeds niet Pruisen over te halen om ook troepen te leveren. De tijd begon te dringen en eind augustus ging de Britse regering met de samenzweerders over tot een invasie. Voor de kust van Den Helder arriveren 24.000 Britse en 18.000 Russische soldaten, terwijl in de Achterhoek en Twente een klein legertje de Bataafse Republiek binnenvalt. Al snel blijkt dat de steun voor de contrarevolutie stukken minder groot is dan vooraf ingeschat. "Op het platteland heerste wat enthousiasme, maar in de steden allerminst. Zo rukte in Gelderland de burgermacht van Arnhem uit om de opstand in de Achterhoek neer te slaan."
Noord-Holland
Ondertussen probeerden de Bataafse en Franse soldaten in Noord-Holland de Engelse en Russische legers het land uit te duwen. "Dit gebeurde tijdens zeer bloedige veldslagen, waar aan beide kanten duizenden soldaten sneuvelen en die bovendien worden uitgevochten op het strand, in de duinen en tussen slootjes en drassige poldergrond, wat het vechten alleen nog maar moeilijker maakte." Op 6 oktober valt de beslissing tijdens de slag bij Castricum. De Engelsen verliezen wederom en op 18 oktober capituleren ze. Daarmee is het Oranjecomplot mislukt. Voorlopig althans, maar daarover zo meer...
1788 en 2025
De parallellen tussen 1799 en 2025 zijn treffend, vindt Rosendaal. "Denk aan de onvrede over 'wat ze daar in Den Haag besluiten' en de strijd tussen stad en platteland. Boeren en vissers schaarden zich achter de oude orde met traditionele waarden, terwijl stedelingen een samenleving op basis van gelijkheid en democratie voorstonden. Het leidde tot oplopende agressie: vrijheidsbomen - in 1799 symbolen van democratie - werden omgehakt of afgebrand, vrouwen gooiden met stenen naar Arnhemse burgers en naar boeren die het gemeentehuis bestormden. Soms vroeg ik me af of dit 225 jaar geleden plaatsvond of dat ik het gisteren op het journaal zag."
Mislukt
Hoewel de machtsgreep mislukte, slaagde het complot goed in de opzet om onder de radar te blijven. Sterker: Rosendaal stuitte pas een jaar of vijf geleden op de samenzwering toen hem werd gevraagd iets te schrijven over de Bataafs-Franse tijd in Gelderland. "Orangist August Robbert baron van Heeckeren van Suideras was een van de Oranjegezinden die in 1799 de Achterhoek binnenviel. Via brieven die hij verstuurde, ontdekte ik dat er nog veel meer brieven zijn en dat Van Suideras slechts één betrokkene in een veel groter complot was."
Brieven
Die brieven geven een opvallend intiem inkijkje in politieke besluitvorming op het hoogste niveau. "Als een vlieg op de muur zit je plots in de kamer met Willem Frederik, terwijl hij in bijzijn van vrouw en kinderen zijn plannen ontvouwt. Vergelijk het met de bespreking tussen Trump en Musk in de Oval Office waar het zoontje van Musk ook aanwezig was." Rosendaal geeft nog een voorbeeld. "De Fransen wilden een Oranjegezinde veerbaas in Hedel, vlak bij Den Bosch, arresteren nadat hij Franse troepen tegenhield door het veer te stoppen. Dit kwam de koning van Pruisen ter ore die gelijk een brief opstelde om te zorgen dat die man gered wordt. Dat heeft wat weg van de gesprekken die diplomaten onlangs voerden om mensen op een activistenboot naar Gaza vrij te krijgen."
Afstand van de macht
Zoals gezegd, de Engelsen en de erfprins trokken zich eind 1799 terug en twee jaar later deden de Oranjes afstand van alle aanspraken op de macht in Nederland. Maar doofde hun plan daarmee ook uit? Het lijkt er niet op. "We weten dat Willem Frederik in 1813 terugkeerde op Nederlandse bodem en uiteindelijk de eerste koning der Nederlanden werd. Het lijkt erop dat een aantal leden van het complot van 1799 een kleine vijftien jaar later opnieuw geactiveerd werd. Veel betrokkenen uit 1799 werden later in de adelstand verheven of kregen andere hoge posities."
Engelsen
Joost Rosendaal was ook benieuwd naar de rol van de Engelsen. "In Nederland zien we 1813 als hét jaar van onze hernieuwde soevereiniteit, maar volgens mij is de rol van de Britten daarbij stukken groter dan tot nu toe in de geschiedenisboeken staat. Was Nederland daadwerkelijk weer onafhankelijk of werd het veeleer een 'puppet' van de Engelsen? Dat zou ik graag verder onderzoeken."
Joost Rosendaal
Het Oranjecomplot. De strijd om Nederland in 1799
Uitgeverij Boom
29,90 euro
Illustratie: De slag bij Castricum, verbeeld door Charles Rochussen. Bron: Wikimedia Commons
Hoe beheer je een landgoed en is dat nog wel financieel haalbaar? Deze vraag kreeg Liesbeth Cremers, landschapsarchitectuurhistoricus, lid van de afdeling Zwolle en mede-eigenaar van Landgoed Vilsteren in de gemeente Ommen (Overijssel) tijdens een interview op de radio. Het is niet eenvoudig, maar het kan wel, zo bleek.
'Geld of je leven' is een radioprogramma en podcast op NPO Radio 1, geproduceerd door de EO. Het programma onderzoekt de economische actualiteit door te kijken hoe mensen hun geld verdienen en uitgeven en wat de impact daarvan is op de maatschappij en de planeet. De focus ligt op de economie achter de actualiteit. Economische thema's worden gekoppeld aan het dagelijks leven. Centraal staan vragen over geld. Er worden vaak deskundigen uitgenodigd om complexe geldzaken en economische systemen uit te leggen.
Gast
In de uitzending van 29 december 2025 was Liesbeth Cremers te gast. Liesbeth is lid van de afdeling Zwolle en mede-eigenaar van Landgoed Vilsteren. Dat is een bijzonder landgoed dat al generaties lang in familiehanden is. Liesbeth vertelde over de uitdagingen en economische aspecten van landgoedbeheer en hoe het rendabel te houden is. Zij legde uit hoe het landgoed inkomsten genereert en in stand gehouden wordt.
Eenheid
De gebouwen, bossen, natuurterreinen, landerijen, boerderijen van Landgoed Vilsteren vormen zowel landschappelijk, cultuurhistorisch als economisch een eenheid waarbij er onderdelen zijn die geld opleveren en onderdelen die geld kosten. Voor het behoud van het landgoed, met alle aanwezige waarden, is het natuurlijk van belang dat inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht zijn.
1.062 hectare
Op dit moment is het landgoed zo'n 1.062 hectare groot, ruim tien vierkante kilometers dus. Hiervan is zo'n 416 hectare landbouwgrond (grotendeels verpacht aan boeren), zo'n 541 hectare is bos en natuurterrein en de rest bestaat uit het dorp, de wegen, waterpartijen, het Gasuniecomplex, et cetera. Het is een particulier familielandgoed ondergebracht in een BV. Voor het beheer is de directeur-rentmeester verantwoordelijk. Uitgangspunt hierbij is het beleid zoals dat door de aandeelhouders is vastgesteld in het beleidsplan.
Waarde
Het gesprek op de radio ging niet alleen over geld, maar vooral over de waarde op de lange termijn. Zo vertelde Liesbeth hoe het beheer van het landgoed vraagt om keuzes die verder reiken dan financieel beheer. Rentmeesterschap, zorg voor natuur en gebouwen, en verantwoordelijkheid nemen voor toekomstige generaties staan daarbij centraal.
Idealen
Landgoed Vilsteren laat zien dat economie en idealen niet tegenover elkaar hoeven te staan. Door duurzaam beheer en ondernemerschap te combineren, blijft het landgoed levensvatbaar en van betekenis voor de omgeving. Het gesprek maakt duidelijk dat 'waarde' soms moeilijk in cijfers uit te drukken is, maar dat ondernemen óók kan met aandacht, geduld en verantwoordelijkheid voor wie na ons komt.
Podcast
Het gehele interview is terug te luisteren als podcast, ook terug te vinden op de afdelingspagina van Zwolle onder 'Overig nieuws'.
Op de website van Landgoed Vilsteren wordt de geschiedenis, het landschap en het gevoerde beleid nader uitgelegd.
Foto: Landgoed Vilsteren
Heldere juridische taal is geen luxe, maar een noodzaak. Toch blijft het recht voor velen een doolhof van moeilijke woorden, lange zinnen en ondoorgrondelijke documenten. Het boek Tweede colloquium over begrijpelije rechtstaal, ontstaan uit het gelijknamige KU Leuven-colloquium, biedt een actuele en praktische blik op hoe juristen vandaag kunnen communiceren in klare, toegankelijke taal – zonder in te boeten aan juridische precisie. Een van de redacteuren is An De Moor, lid van de afdeling Gent Willem I en gewestsecretaris NT&C Oost- en Zeeuws-Vlaanderen.
Aan de hand van concrete workshops, praktijkvoorbeelden en inzichten van experts uit Vlaanderen en Nederland ontdek je:
Hoe je als jurist helder en doelgericht communiceert, ook met kwetsbare groepen.
Wat Legal Design betekent en hoe het recht toegankelijker maakt voor iedereen.
Hoe generatieve artificiële intelligentie en andere digitale tools kunnen helpen om juridische teksten te vereenvoudigen.
Praktische tips voor het schrijven van leesbare conclusies en vonnissen, volgens de nieuwste internationale normen.
Het boek bevat bijdragen van onder andere An De Moor (lid van de afdeling Gent Willem I en gewestsecretaris NT&C Oost- en Zeeuws-Vlaanderen), Bert Keirsbilck en Raf Van Ransbeeck, en een slotwoord van de Belgische minister van Justitie, Annelies Verlinden. Het is een onmisbare gids voor elke jurist, beleidsmaker, student of professional die het recht dichter bij de samenleving wil brengen.
Begrijpelijke rechtstaal is een brug, geen barrière. Maak samen met ons het recht toegankelijk voor iedereen.
Het boek en de presentaties kun je gratis downloaden op de website van het colloquium. Op diezelfde plek kun je ook de gesprekken en workshops bekijken.
Met droefheid, maar ook met diepe waardering, nemen wij afscheid van Imi Swakhoven-Troeman, een vrouw die door velen met recht een grande dame werd genoemd. Geboren en getogen op Curaçao was zij als docent en politica onlosmakelijk verbonden met het eiland en van blijvende betekenis voor zijn maatschappelijke, culturele en intellectuele ontwikkeling. Imi was ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Imi was docent geschiedenis en bezat daarnaast een uitzonderlijke talenknobbel. Haar beheersing van het Engels, Spaans en Papiamentu was niet alleen indrukwekkend, maar ook een brug tussen mensen en werelden. Taal was voor haar geen doel op zich, maar een middel om te verbinden, te onderwijzen en te begrijpen. Ze heeft veel betekend voor de Papiamentse taal, met haar masterthesis over de Papiamentstalige songs van Doble-R (Rignald Recordino) en met haar vertalingen in het Papiaments van de Beatrijs en van Anne Franks Het Achterhuis.
Haar sporen in het onderwijs op Curaçao zijn diep en blijvend. Met toewijding en gezag zette zij zich in voor de vorming van generaties studenten aan het Maria Immaculata Lyceum (MIL) en aan de University of Curaçao (UoC). Zij geloofde in de kracht van kennis, kritisch denken en persoonlijke ontwikkeling, en wist dit geloof op inspirerende wijze over te brengen.
Ook buiten het onderwijs liet Imi haar stem horen. In de politieke arena van de Eilandsraad zette zij haar beste beentje voor, gedreven door betrokkenheid bij het welzijn van het land en zijn mensen. Haar inzet werd gekenmerkt door inhoud, overtuiging en een sterk gevoel voor verantwoordelijkheid.
Sinds oktober 2025 was Imi lid van de Orde van den Prince, een lidmaatschap dat haar brede culturele belangstelling, haar maatschappelijke inzet en haar verbondenheid met de Nederlandstalige gemeenschap weerspiegelde. Voorafgaand aan haar lidmaatschap was Imi een graag geziene introducee op onze bijeenkomsten. Hoewel haar tijd binnen de Orde kort was, werd haar aanwezigheid ervaren als waardevol en betekenisvol.
Met het heengaan van Imi Swakhoven verliest Curaçao een markante persoonlijkheid: een docent, een denker, een betrokken burger en bovenal een vrouw met klasse en hart voor haar eiland. Wij zijn haar dankbaar voor alles wat zij heeft gegeven en bewaren haar nagedachtenis met respect en genegenheid.
Mi ke tumabo
Den mi brasa
I miéntras bo rosea ta batiendo den mi kara
Lo mi mira lus di kumbu den distansia,
Krusa drempi di mi paraïso.
Ik wil je
in mijn armen nemen,
en terwijl je adem mij in het gezicht slaat
zal ik een dwaallicht in de verte zien
en zal ik voet zetten over de drempel van mijn paradijs.
Dit is een strofe uit een gedicht van de Curaçaose dichter Pierre Lauffer (vertaling door Walter Palm, Sidney Joubert en August Willemsen).
Marion Thomasia-Keiren
Afdeling Curaçao
Op 4 december is Els Ruijsendaal onverwacht overleden. Ze was zeer actief en gewaardeerd in de afdeling Amsterdam, waar ze bijna twintig jaar lid van was. Twee oud-voorzitters van de afdeling kijken terug op het leven en de persoon van een geëngageerde taalwetenschapper.
Taal mij een zorg
Els was een trouw en toegewijd lid van de Orde, afdeling Amsterdam. Na al jarenlang een wetenschappelijk en bestuurlijk spoor te hebben getrokken door taalkundig en cultureel Nederland sloot zij zich eind 2007 bij ons aan. Dit na afsluiting van haar termijn als voorzitter van het ANV.
Van begin af aan was zij ons taalkundig geweten. Ze schroomde niet ons te manen tot juist gebruik van woorden. Els bleef altijd zichzelf, zachtaardig, met een lach. Zij deelde ruimhartig haar kennis op het vlak van literatuur, dichtkunst en geschiedenis van het Nederlands. Met deze kennis vervulde zij uiteenlopende docentschappen, waaronder een professoraat aan het BeNeLux-Universitair Centrum te Brussel.
Woordkunde was haar passie en specialisatie. Zij promoveerde met Letterkonst (1991) op de ontwikkeling van de grammaticale terminologie. Recent nog, niet ver voor haar onverwachte overlijden, ontving zij de Simon Stevinpenning van Stichting NL-Term, waarvan zij jarenlang bestuurslid is geweest.
Wat haar, naast woordkunde, zeer boeide was de toponymie (naamkunde). Zij publiceerde daarover veelvuldig via het Netwerk Naamkunde en in 1998 verscheen haar boek over Alkmaar (Alkmaar in de Veste). Haar laatste bijdrage binnen de afdeling, op 17 mei 2023, ging over Amsterdamse straatnamen en hun wortels in het verleden. Zij wilde nog stadswandelingen met de afdeling gaan maken, maar de tijd achterhaalde haar.
Els ving iedere bijeenkomst van onze afdeling aan met een passend gedicht. Het was een vaste gewoonte geworden. Zij was een regelmatige spreker over eerdergenoemde onderwerpen.
Els was op haar manier activistisch via publicaties (onder andere als hoofdredacteur van Neerlandia), in alle bescheidenheid, maar met weloverwogen overtuiging die haar kenmerkte. Zo was zij vurig tegen de verengelsing van het taalgebruik, en zeker in het onderwijs en de academische wereld (Taal en cultuur in de marge van de macht, VDE 2014). In het verlengde pleitte zij samen met haar taalmaatje en afdelingsgenoot Dick Wortel (overleden in 2023) voor opname van het Nederlands in de Grondwet (De officiële taal van Nederland is het Nederlands, Neerlandia 2007).
Als gewestsecretaris NT&C coördineerde zij vorig decennium binnen het gewest Holland de inhoudelijke koers van de aangesloten afdelingen op het vlak van taal en cultuur. Als afdelingssecretaris NT&C was zij jarenlang betrokken bij de inhoudelijke programmering van onze bijeenkomsten.
Els was (bovenal) een warm en innemend iemand die verbinding maakte met en tussen eenieder (iedereen). In die zin was zij een ware 'Mater Familias' in het Amsterdamse Ordeleven.
Els, wat zullen wij als Orde maar zeker als afdeling jou missen. Jouw erfenis op taalgebied zullen we blijven koesteren. Daarboven is de taal helaas woordeloos.
Jan de Vijlder en Rob van de Kamp
Oud-voorzitters van de afdeling Amsterdam
Met verdriet hebben wij afscheid genomen van Gert Maters (°1938), een actief lid en medeoprichter van de afdeling Dordrecht van de Orde van den Prince. Vanaf het prille begin was Gert een betrouwbaar en loyaal lid, nauw betrokken bij de opbouw van de afdeling na de afsplitsing van Rotterdam.
In de beginjaren vervulde Gert diverse bestuursfuncties en leverde hij een belangrijke bijdrage aan het fundament waarop de afdeling verder kon groeien. Ook gedurende zijn werkzame leven in Dordrecht drukte hij als projectontwikkelaar een blijvend stempel op de stad en haar omgeving.
Kenmerkend voor Gert was zijn nuchtere blik op het leven. "Ik heb een mooi leven gehad", zei hij - een uitspraak die past bij de wijze waarop hij leefde en werkte: betrokken, standvastig en met oog voor wat werkelijk telt.
Wij zijn hem dankbaar voor zijn inzet en loyaliteit en zullen hem met respect blijven gedenken. Wij wensen Nel, kinderen en kleinkinderen veel sterkte.
Jan de Vos
Voorzitter afdeling Dordrecht
Zes jaar lang was Willem Gijsels gewestpresident Holland. Hij kijkt niet ontevreden terug. Hij heeft zelf 77 nieuwe leden mogen installeren, het aantal leden in het gewest is gegroeid, verschillende afdelingen hebben succesvol nieuwe - en deels afdelingsoverstijgende - activiteiten op poten gezet en alle afdelingen hebben de coronaperiode overleefd. Ook over de toekomst van de OvdP is hij positief.
Wanneer werd je gewestpresident en sinds wanneer ben je dat niet meer?
Ik volgde op 1 september 2019 Cees de Wit op als gewestpresident Holland. Ik was al voorzitter van de afdeling Den Haag. Cees was lid van de afdeling Amsterdam, maar verhuisde inmiddels naar het oosten van Nederland en is thans lid bij de afdeling Zwolle. Op 1 september 2025 gaf ik de fakkel door aan Jan Hoekema van de afdeling Kennemerland.
Heb je je belangrijkste doelstellingen (zie het interview bij het aantreden) kunnen bereiken?
Als belangrijkste doelstelling zag ik een gezond en actief gewest Holland. Ik denk dat dit in de afgelopen zes jaar wel gelukt is, ondanks jaren van coronabeperkingen. Dat is vooral dankzij de inzet van vele leden in onze verschillende afdelingen.
Zo heeft onze jongste afdeling, Delft, in die moeilijke coronajaren meerdere bundels uitgegeven met bijdragen van de eigen leden. De afdeling Dordrecht organiseerde tweemaal een minisymposium dat erg goed bezocht werd. De afdelingen Den Haag en Rotterdam organiseren op sociëteit De Witte sinds 2022 jaarlijks een historisch-literaire lezing.
Na de geweldige gewestdag in Amsterdam in 2019 kon er twee jaar geen gewestdag gehouden worden, maar de draad werd weer opgenomen met prachtige gewestdagen in Leiden en Dordrecht, afgewisseld met Friesland en Groningen in Noord-Nederland. Voor het najaar van 2026 wordt nu een algemene ledendag in de steigers gezet in Rotterdam.
Samen met de maandelijkse bijeenkomsten, bruist het gewest dus van zingevende activiteiten rondom taal en cultuur. Er is ook meer samenwerking en interactie tussen afdelingen gekomen. Het ledenaantal is toegenomen van 174 naar 189. Daarbij weze opgemerkt dat toch heel wat leden afhaakten door leeftijd, stopten tijdens corona, of ons jammer genoeg ontvielen. Het betekent evenwel ook dat we in de meeste afdelingen een goede aanwas kenden.
Waarop kijk je met de meeste voldoening terug en waarom?
Ik heb erg veel plezier beleefd aan de bezoeken aan de afdelingen van het gewest Holland. Zo leerde ik veel Ordeleden kennen. Ik kijk vooral met veel voldoening terug op de installaties van nieuwe leden. In die zes jaren blijk ik 77 nieuwe leden te hebben mogen installeren op 27 mooie installatieavonden. Zoveel nieuw bloed in de gelederen van onze afdelingen! En het blijft wat mij betreft een bijzondere band, net zoals een meter of peter zo'n band heeft. Erg jammer vond ik dat de installatie van een nieuw lid in Amsterdam niet kon doorgaan door het plotse overlijden van mijn schoonmoeder.
Wat was het meest ontroerende dat je als gewestpresident hebt meegemaakt?
Er zijn meerdere momenten geweest die mij ontroerd of beroerd hebben, maar een heel mooie en ontroerende bijeenkomst was het jaardiner van afdeling Amsterdam eind 2022. Daar in dat kleine café aan de haven, met al die lichtjes 's avonds laat, was een intieme bijeenkomst in amicitia van een kleine groep Ordeleden die elkaar al jarenlang kennen en samen oud zijn geworden. Zij blijven als steeds het vuur van onze taal en cultuur brandend houden, ook al beseffen ze wel dat het ooit afgelopen zal zijn.
Wat had achteraf beter gekund of anders gemoeten?
Ik heb er spijt van dat ik de discussie in de afdeling Kennemerland niet kon beteugelen of in een betere richting kon sturen om zo een decimering van het ledenbestand te voorkomen. Gedane zaken nemen echter geen keer. De afdeling is intussen onder de nieuwe voorzitter weer op de positieve weg en aan het groeien.
Wat hebben de leden van je bestuur, de afdelingsbesturen en/of de leden van het gewest over je ontdekt de afgelopen jaren?
Dat zou je aan hen moeten vragen. Ik zou kunnen denken dat ze het apprecieerden dat ik geen ellenlange betogen hield over de toekomst van onze Orde, het beleidsplan, of iets dergelijks. Ik legde graag de nadruk op de verbondenheid met elkaar, het individueel uitdragen van de waarden van de Orde, en het opnemen van taken en verantwoordelijkheden in het bestuur.
Wat heb je zelf geleerd tijdens het gewestpresidentschap?
Ik heb geleerd dat elke afdeling een eigen DNA ontwikkelt en dat respecteer en waardeer ik. Dat is ook de rijkdom van onze vereniging. Nieuwe leden kunnen soms verrassend snel ontbolsteren tot dragende leden binnen een afdeling. De afdelingen blijven de hoekstenen van de Orde, maar er is overkoepelend ook heel veel bij gekomen. Dat gebeurde niet zonder slag of stoot, maar ging gepaard met een moeilijk wordingsproces. Het blijft immers mensenwerk en alle activiteiten vergen veel energie van een toegewijde ploeg in allerlei geledingen van de Orde.
Hoe diep is het zwarte gat nu en hoe ga je dat opvullen?
Niet zo diep, denk ik (en hoop ik). Ik heb nog voldoende andere bezigheden, naast een voltijdse job. Zo ben ik ook voorzitter van het ANV, van de Vlaamse Tafel in sociëteit De Witte en van KU Leuven Alumni Nederland. Maar ik streef er wel naar om als 'gewoon' lid van de OvdP nog steentjes bij te kunnen dragen, nu en hopelijk in de toekomst.
Is er nog iets dat je het gewest of de Orde als geheel wilt meegeven?
Ja, ik ben blij met de nieuwe wind die door het Bestuur waait onder impuls van de president Jan Van Daele. We moeten geen schrik hebben van vernieuwing, maar die juist omarmen, in ons voordeel gebruiken en voor ons laten werken. Een voorbeeld is het nieuwe logo en huisstijl, maar het geldt ook voor administratie, online aanwezigheid, archief, financiën, bestuurlijke activiteiten, automatisering, enzovoorts. Daardoor houden we voldoende tijd en energie over om met de essentie bezig te zijn: onze taal en cultuur in amicitia en tolerantia.
We moeten daarnaast, vind ik, veel meer samenwerken met gelijkgestemde verenigingen, niet alleen omwille van ledenaantallen maar ook en vooral om aan eenzelfde zeel te trekken en elkaar te versterken. Dan heeft de OvdP als vereniging een zekere toekomst in het maatschappelijk leven van morgen.
Hij was raadslid, ambassadeur, Tweede Kamerlid en burgemeester. Maar Jan Hoekema is ook altijd bezig geweest rond Vlaams-Nederlandse samenwerking op het gebied van taal en cultuur. Daar gaat hij de komende jaren als gewestpresident Holland invulling aan geven. Niet in de laatste plaats bij enkele afdelingen in 'zijn' gewest die "wat zorgelijk ogen qua aantal en leeftijd van de leden".
Hoelang ben je al lid en welke functies en/of verantwoordelijkheden heb je binnen de OvdP sindsdien zoal gehad? Sinds wanneer ben je gewestpresident?
Ik ben lid van de Orde sinds 2021, afdeling Kennemerland, vanwege mijn woonplaats Haarlem. Gewestpresident ben ik sinds de zomer van vorig jaar, 2025. Ik heb geen verdere verantwoordelijkheden of functies, behoudens het zo nu en dan meehelpen bij het aantrekken van sprekers.
Waarom ben je toentertijd lid geworden?
Ik was altijd, ook beroepshalve, geïnteresseerd in en betrokken bij Vlaams-Nederlandse samenwerking op het terrein van cultuur en taal. De Orde leek me een goede plek om daaraan verder te werken. Meer dan de Rotary is de Orde gefocust op inhoud, en ook minder verplichtend qua attendance.
Wat doe of deed je naast de OvdP?
Ik ben nog actief in tal van maatschappelijke en culturele organisaties. Ik ben coach en mediator, en actief in mijn politieke partij, D66. Ik ben ook voorzitter van een gemeentelijk adviesorgaan over groenbeleid in Haarlem. In mijn, zoals dat heet, werkzame leven was ik van alles: gemeenteraadslid in Leiden, diplomaat en ambassadeur (voor internationale culturele samenwerking!), specialist op het terrein van de VN en ontwapening binnen Buitenlandse Zaken, Tweede Kamerlid van 1994 tot 2002 (Paars 1 en 2) en burgemeester in de gemeentes Wassenaar, Aa en Hunze en Langedijk. En ook nog een jaar consultant in Brussel bij een publicaffairsbureau.
Waarom wilde je gewestpresident worden?
Het klinkt misschien wat gek, maar ik had zelf niet direct ambities of plannen in die richting. Mijn voorganger, Willem Gijsels, een buitengewoon prettig persoon, polste me en ik vond echt dat ik hem en de Orde niet in de steek kon laten. Ik was en ben wel wat bezorgd over mijn - zeker voor een gepensioneerde - drukke agenda…
Wat is het belangrijkste dat je nu gaat oppakken?
Helpen mee te denken en te werken aan het werven van nieuwe leden en het bij de tijd houden van de Orde, uiteraard in samenspraak met het Bestuur. Jan Van Daele en zijn bestuursleden zijn enorm goed bezig. Specifiek in 'mijn' gewest zijn er afdelingen die wat zorgelijk ogen qua aantal en leeftijd van de leden.
Hoe denk je dat je na je afscheid herinnerd zal worden?
Als iemand die - hoop ik dan maar - met hart voor de zaak serieus werk heeft gemaakt van deze functie.
Waar doet een afdelingsvoorzitter je tijdens een etentje geen plezier mee?
Haha, met Dry January het hele jaar. Een (goed) glas wijn hoort er wel bij. En als het even kan, geen zeurende buren links of rechts aan tafel…
Wat weet (haast) niemand binnen de OvdP over jou?
Dat ik veel bezig ben (geweest) met literatuur, ook die in Vlaanderen. Ik was acht jaar voorzitter van de Raad van Toezicht van het Letterenfonds en in die rol zeer betrokken bij de Vlaams-Nederlandse gastlandpositie bij de beroemde Frankfurter Buchmesse in 2016. Maar ook nu nog probeer ik veel te lezen en recenseer ik van tijd tot tijd boeken.
In veel afdelingen werken de leden samen aan een project rond Nederlandse Taal en Cultuur (NT&C). Vaak ondersteunt het Bestuur zo'n project financieel. Dan wordt het bedrag dat de afdeling aan het project kan besteden door het Bestuur verdubbeld (tot een maximum van 1.000 euro; cateringkosten komen niet voor subsidiëring in aanmerking). Daarvoor moet de NT&C-secretaris van de afdeling een subsidieaanvraag bij het Bestuur indienen. De formulieren zijn te vinden op de OvdP-website onder NT&C.
Alleen zogeheten 'externe projecten' komen voor subsidie in aanmerking. Er worden twee soorten externe projecten onderscheiden: doelgroepprojecten en uitstralingsprojecten. Wat is het verschil precies?
Doelgroepprojecten moeten echt verschil uitmaken voor de doelgroep. Er zijn veel inspirerende voorbeelden van mooie afdelingsprojecten in deze categorie.
Internationale schakelklassen
Sommige afdelingen zijn betrokken bij klassen Nederlandse les voor allochtone kinderen. Zij nemen de leerlingen bijvoorbeeld mee op een excursie, zetten met hen een toneelvoorstelling op of maken bijzondere activiteiten mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan het Taaldorp dat de afdeling Heerlen al jaren ondersteunt. De afdeling draagt niet alleen financieel bij aan het project. De leden helpen ook daadwerkelijk mee met de uitvoering.
Zo'n 600 leerlingen uit internationale schakelklassen bezoeken het Taaldorp. Zij moeten allerlei handelingen verrichten, zoals een consult bij de tandarts, iets afrekenen in een winkel of een gesprek voeren met een politieagent. De afdelingsleden spelen de professionals en helpen de leerlingen om hun taken te vervullen.
Neerlandistiek
Andere afdelingen hebben een peterschapsband met een opleiding Neerlandistiek in het buitenland. Ze helpen bijvoorbeeld bij de organisatie van een studiereis voor de studenten of maken het mogelijk dat enkele studenten in de zomermaanden deelnemen aan de Zomercursus Nederlands, die de Taalunie en de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek in Gent organiseren. Het wordt natuurlijk nog interessanter als je als afdelingslid de buitenlandse studenten persoonlijk kunt ontmoeten, bijvoorbeeld als zij naar jouw stad toe komen. Wellicht kan een student zelfs bij jou thuis komen eten of logeren.
Wedstrijden
Andere afdelingen organiseren een wedstrijd voor middelbare scholieren of studenten. Voorbeelden zijn de Betsy Nortprijs die de afdeling Groningen uitlooft voor een interessante Nederlandstalige masterscriptie in de geesteswetenschappen, de debatwedstrijd voor middelbare scholieren die de afdeling Apeldoorn organiseert of de bekroning van de beste bachelorproef over basisonderwijs door afdelingen van het gewest Limburg, in samenwerking met Hogeschool PXL.
Het doel van een uitstralingsproject is zowel vergroting van de naamsbekendheid van de OvdP als ledenwerving. De afdeling organiseert, meestal in samenwerking met een andere culturele organisatie, een bijeenkomst waarbij mensen worden uitgenodigd die mogelijk in de OvdP geïnteresseerd zouden kunnen zijn. Het is natuurlijk helemaal prachtig als de lokale pers aandacht besteedt aan het initiatief. Dan wordt niet alleen de naamsbekendheid van de OvdP vergroot, maar bereik je wellicht ook op die manier nieuwe kandidaat-leden. Want de OvdP heeft nieuwe leden nodig.
De subsidie van het Bestuur geeft je als afdeling de mogelijkheid om een interessantere en duurdere spreker uit te nodigen, of om een grotere en interessantere locatie te huren dan voor de gewone maandelijkse bijeenkomsten.
Een mooi voorbeeld van een uitstralingsproject is de Kathedraallezing, die de afdeling Graafschap Loon jaarlijks organiseert en die vorige maand 450 deelnemers trok. Een ander voorbeeld is de Donner aan de Maas-lezing van de afdeling Rotterdam, die vorig jaar ruim zeventig bezoekers trok, waarvan de meerderheid geen lid van de OvdP was.
Benieuwd
Ik ben heel benieuwd naar de NT&C-projecten die jullie in de afdelingen de komende tijd gaan opzetten en welke goede voornemens jullie hebben. Laat het me weten als er iets niet duidelijk is of als ik ergens bij kan helpen. Veel succes!
Mieke Langenberg-Tissot
Bestuurslid NT&C
Leden van de afdeling Tervuren waren erbij in Budapest, toen docent Gert Loosen daar een Belgisch ereteken ontving. De afdeling steunt al jaren zijn werk in de opleiding Neerlandistiek aan de universiteit van Debrecen.
OvdP Tervuren steunt al jaren de afdeling Neerlandistiek in Debrecen. De concrete invulling van het Tervuurse peterschap is tweeledig: de afdeling levert jaarlijks een financiële bijdrage die zorgt voor kleine extraatjes en docent Gert Loosen organiseert jaarlijks een culturele reis naar België voor een aantal van zijn studenten. De plaatselijke afdeling zorgt dan voor logies bij gastgezinnen in Tervuren en neemt deel aan culturele uitstapjes.
Gert kreeg voor zijn verdiensten bij de verspreiding en bevordering van de Nederlandse taal en Belgische cultuur het ereteken van Ridder in de Kroonorde toegekend. Hij is 'adjunktus' (assistant professor) aan de universiteit van Debrecen en Boedapest (Hongarije). Op 9 december is hem het ereteken uitgereikt door ambassadeur Jeroen Vergeylen op de Belgische ambassade in Budapest. Daarbij waren ook Saskia Roosen (NT&C-coördinator Tervuren) en haar man Bert Verelst aanwezig.
Mede namens de Tervuurse afdeling van de Orde van den Prince heeft Saskia Gert van harte gefeliciteerd met deze erkenning voor zijn inzet. Als blijk van waardering is hem een boek over de schilders van de School van Tervuren aangeboden.
Polarisatie en 'Zelf Identificerende Overtuigingen' in Kempen
Na zijn studies Germaanse talen groeide bij professor Filip Buekens (KU Leuven) de belangstelling voor filosofie. Taalfilosofie en 'logica' werden aldus interessante onderzoekdomeinen. Professor Buekens is een aanhanger van de analytische filosofie (in tegenstelling tot de continentale filosofie). Bij de afdeling Kempen sprak hij eind vorig jaar over 'Polarisatie en ZIO's - Zelf Identificerende Overtuigingen'. Het doel van zijn betoog was om door het blootleggen van onderliggende mechanismen de polarisatie in onze samenleving beter te begrijpen en op die manier excessen en radicalisering te vermijden.
We hebben ook allemaal onze ZIO’s, Zelf Identificerende Overtuigingen, begon professor Filip Buekens zijn betoog. Denk maar aan uitspraken over religie, klimaat en politiek. Deze ZIO's zien we als diepe en juiste inzichten die we te allen prijze moeten verdedigen. Een ZIO stoelt op een theoretische overtuiging, niet een empirische. In die zin zijn ze niet vatbaar voor rationele argumentatie én zijn ze bovendien gevoelig voor acceleratie en radicalisering. Ze hebben geen natuurlijke grenzen. Vertakkingen van ZIO's vind je in complottheorieën, fundamentalistische religieuze opvattingen en radicale politieke meningen, alsook in klimaatalarmisme en het debat over gender.
Bestaansreden
De bestaansreden van ZIO's ligt niet zozeer in de inhoud, maar in hun functie. In tegenstelling tot het roodborstje is de mens een sociaal wezen. ZIO's zijn sociale signalen, cultuurgebonden en doorgegeven binnen een groep. Het individu in kwestie wordt door een groep erkend als iemand met die mening juist door middel van ZIO's. Om de aandacht te trekken zijn ze vaak provocerend: aandachtmagneten. Dat ZIO's vaak 'bizar' zijn, is een externe kwalificatie. Bovenal boosten ZIO's je welbevinden: ze geven je een goed gevoel.
Functie
Wat is dan de functie van ZIO's?
Prestige oogsten: je versterkt je positie in de groep, je krijgt erkenning door gelijkgestemden. Je doet dat door overtuigend te zijn: ‘dit is absoluut waar’.
Wij-zij-denken onderbouwen via propaganda.
Loyauteit en commitment signaleren, tot aan terreur toe.
Rivalen afwijzen door aversie-emoties te mobiliseren.
Confirmation bias
Bizarre overtuigingen activeren systematisch de 'confirmation bias'. ZIO's leiden naar polarisatie. Het is de overdrijving van het proces. Polarisatie ondersteunt de wederzijdse afkeer en die afkeer leidt tot segregatie van de beide partijen.
Wat kunnen we doen?
We zijn geneigd om een overtuiging te willen toetsen aan de empirie, en dat moeten we blijven doen.
Op educatief vlak: de epistemische processen blijven bewaken (wat is een mening, wat is waarheid, wat is kennis?).
Op politiek vlak: een vrije samenleving temt de functie van de ZIO's. We moeten ons ook realiseren dat activisme de democratische besluitvorming kan ondermijnen.
Het laatste advies van professor Buekens: in een gesprek met een verdediger van een ZIO kun je beter luisteren dan snel over te gaan tot het formuleren van tegenargumenten. Laat de ZIO zichzelf maar in de knoop praten…
Dus indien je disgenoot alleen maar luistert…
Peter Braet
Secretaris van de afdeling Kempen
De wondere wereld van de mode
Veerle Windels is in Vlaanderen vooral bekend als freelance modejournaliste, maar ze is van vele markten thuis. Ze is auteur van boeken, zoals een luxueuze uitgave over modehuis Natan van de Belgische mode-ontwerper Edouard Vermeulen, alsook gastvrouw en moderator op talrijke evenementen, zoals vorige week de 'Elle Awards' van het gelijknamige magazine. Ze organiseert daarnaast inspirerende reizen en rondleidingen en geeft zo een blik achter de schermen van de mode. Vorige maand sprak ze bij de afdeling Waregem.
Hoe word je een vooraanstaande modejournaliste? Veerle Windels schetste kort hoe ze in het beroep gerold is. Na haar opleiding 'Germaanse' was ze gepokt om lerares Engels te worden in haar middelbare school (Heilige Familie-Instituut in Tielt). Haar leraarschap was echter een zeer kort leven beschoren. Tegen het advies van haar vader - die een absolute wetenschapper was - startte zij haar loopbaan bij de krant De Morgen (die toen nog veel meer verzuild was) op de stadsredactie van Gent. Na deze leerschool werd haar gevraagd om de mode te volgen. Ze kon eind 1988 naar Parijs. Vanaf 1993 tot heden werkt Veerle op zelfstandige basis voor De Standaard. Wat er zich achter de schermen van de sector afspeelde, interesseerde haar veel meer dan de twaalf minuten 'fame', want dat is de maximumtijd van een Chanel-modeshow.
Modewereld
Veerle wilde de afdeling Waregem meenemen in de modewereld en aantonen hoe die wereld vervat zit in de maatschappij en vice versa. Het zijn volgens haar duidelijk geen aparte werelden. De actuele rollercoaster in de modewereld is een versnelling die eraan zat te komen en reeds zichtbaar was pre-covid. Drie factoren spelen hierin een rol:
Het overaanbod van kledingstukken ondergraaft de waarde ervan.
Mensen stonden voor de winkel aan te schuiven om begeerde kledingstukken als eerste in hun bezit te hebben.
Europa heeft niet meer de grandeur van de mode. Rijke Aziaten positioneren zich door meer labels te kopen. In het westen zien we dan weer sluiting van vele grote winkels zoals Barney's NY en dichterbij Coccodrillo Antwerpen.
Wat zijn de elementen die hierin een rol spelen? Veerle liep ze een voor een langs in haar betoog, rijk geïllustreerd met modefoto's.
Duurzaamheid
Jonge mensen verdelen hun kleerkast. Ook wordt kledij hergebruikt, de zogenaamde re- en upcycling. Men recupereert daarnaast garens, voornamelijk van katoen, zoals bij H&M. Bij Natan wordt cactus-leder als alternatief gebruikt. Er bestaan Ferragamo-sjaals van 'zijde', gemaakt van het overschot dat ontstaat bij de verwerking van sinaasappels. Het is een soort de-globalisering, waarbij kleine merken opstaan. Niet iedereen wil meer de grootste zijn (Teym Amsterdam). Kledij wordt in consignatie gegeven voor een tweede leven. Er bestaan kledingbibliotheken waar kleding per dag gehuurd kan worden. Tweedehands Chaneljasjes worden aan de man gebracht, dikwijls duurder dan het origineel (Tami Kern).
Donkerder
Hoe donkerder de modellen, hoe liever op dit moment! De witte/blanke 'Caucasian' vrouw heeft afgedaan. De beeldvorming vandaag is totaal anders dan vroeger. Het oude schoonheidsideaal wordt doorbroken. Ronde vormen, mensen met beperkingen en moslima's worden als model aangenomen bij topmerken. Er heerst een totaal andere bodycultuur. Diversiteit is het codewoord.
Community opbouwen
Er zijn nu modewinkels waar je ook kunt koffiedrinken of een gezelschapsspel kunt spelen. Ze maken er daarnaast een genderfluïde verhaal van: wie je bent en wie je wil zijn. Mode kan dan inspelen op de regenboogkleuren van de Gay Pride. Ook zijn er 'vêtements': dure kleding die alleen maar herkend wordt door kenners die in dezelfde 'community' zitten. Modewinkels proberen een ziel te geven aan hun winkel. Ze kennen hun publiek. Door kunst, poëzie en muziekrecitals aan te reiken wordt een eigen community gecreëerd. Veerle gelooft dat er nog een toekomst is voor goed-gemanagede zelfstandige winkels. Zolang ze maar anders durven te zijn en aan 'storytelling' doen (hun eigen verhaal neerzetten).
Influencers
Macro-influencers zoals Kim Kardashian en Xiao Zhan worden door modemerken ingehuurd en hebben een bereik van miljoenen volgers. Maar meer en meer zien we daarnaast micro-influencers, slimme mensen die via kleinere kanalen een diverser publiek aanspreken. Podcasts worden ingesproken door influencers. Ook op festivals, lokale markten en via streamingdiensten zoals Netflix heeft mode impact.
Mening
Een mening vertolken - ook politiek - zet een modemerk meer in de picture. Culturele toe-eigening (dingen overnemen uit een andere cultuur, hetgeen niet altijd als gepast wordt ervaren) wordt frequenter toegepast. Helaas is men niet altijd op de hoogte van de gedeelde normen en waarden in andere culturen. Zo kan de Vlaamse ontwerper Walter Van Beirendonck nu geen Afrikaanse maskers meer gebruiken in zijn ontwerpen. Ook Gucci en Prada werden op de vingers getikt voor het gebruik van 'black face' door te geprononceerde lippen te laten zien.
Kleine initiatieven
Om het verschil te maken met grote ketens en tevens lokaal shoppen te stimuleren, zijn winkeliers kleine initiatieven gaan opstarten. Zo ontstonden er kleine lokale marktjes, fairtrade modefestivals en zelfs 'death stock'-verkoop vanuit een vintage minibusje (Façon Jacmin). Ook de grote ketens spelen hierop in door pop-ups met themacollecties op te zetten in kleinere steden of luxelabels die zich beperken tot kleine winkels. Het brengen van een verhaal, doorspekt met authenticiteit, werkt ook als een magneet.
Handgemaakt
Het maken van unieke ontwerpen - liefst handgemaakt - en met een link naar de kunst slaat gemakkelijk aan (bijvoorbeeld het luxe tassenmerk Delvaux). Een beperkte oplage zorgt snel voor een 'hype'.
Totaalbelevingen
Modehuizen investeren meer en meer in totaalbelevingen. Restaurants en hotels zijn in handen van deze designermerken. Ook in de kunstwereld doen die merken een duit in het zakje, zoals bij Fondation Louis Vuitton (LVGM-Group) en La Bourse de Commerce van het luxemerk Kering Group. Soms werken ze samen met onbekende designers om hun eigen imago te verbeteren (Art Miami).
See now, buy now
Op verschillende manieren probeert de modewereld zich aan de huidige maatschappij aan te passen. Met de 'see now, buy now'-aanpak van Tommy Hilfiger kan de klant bijna vanop de catwalk mode kopen. Het verhuren van kleding zit ook in de lift (Essentiel en H&M rentals in Stockholm). Men kan zelfs zijn avatar online laten aankleden door modemerken. Zo heeft Gucci NFT’s (Non-Fungable Tokens) voor avatars, een concept overgenomen uit de gamingwereld.
Bedenking
Eindigen doet Veerle met een bedenking. Wat is de rol van de journalist? Speel je dit spel mee of probeer je een verhaal te vertellen in de snel bewegende wereld van de kleding? Wat is het verhaal achter de schermen (backstage)? En welke identiteit geeft de mode mee door het aan te trekken?
Chris Decoene
Secretaris van de afdeling Waregem
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op 13 februari 2026. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief moeten artikelen uiterlijk maandag 9 februari (liefst eerder) binnen zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Portefeuillehouder Communicatie Ruud Hendrickx geeft tips voor het schrijven van teksten die op een scherm gelezen moeten worden, in een video van de Prince-Academie.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel, Chris Vermuyten en Carola Fox.