De veroudering van de OvdP is geen nieuw fenomeen. Al sinds de beginjaren wordt vastgesteld dat de vereniging vooral leden aantrekt binnen dezelfde leeftijdsgroepen. Het systeem van coöptatie zorgt voor verbondenheid, maar ook voor een structurele beperking: leden werven vooral mensen aan die op hen lijken - ook qua leeftijd.
Al in de jaren zestig werden tal van initiatieven genomen om jongeren te betrekken: jeugdtafels, voorstellen voor jongerenafdelingen, werkgroepen rond rekrutering en vernieuwing. Toch strandden veel van deze ideeën op terughoudendheid binnen de afdelingen. Vrees voor concurrentie, verlies van dynamiek of aantasting van bestaande structuren bleek vaak groter dan de bereidheid tot verandering.
Ook latere inspanningen - zoals inhoudelijke vernieuwing, modernisering van communicatie en nieuwe instapvormen - hebben het probleem niet fundamenteel opgelost. De instroom bleef beperkt en situeert zich nog steeds grotendeels binnen dezelfde leeftijdscategorieën.
Vandaag is de situatie duidelijk: de gemiddelde leeftijd ligt rond 72 jaar en blijft stijgen. De instroom volstaat niet om de uitstroom op te vangen, en steeds vaker ontbreekt het aan leden die bestuursverantwoordelijkheid willen opnemen. Afdelingen verdwijnen, meestal geruisloos.
De OvdP zal niet abrupt verdwijnen, maar dreigt zonder gerichte ingrepen geleidelijk uit te doven, afdeling na afdeling. Prognoses wijzen erop dat tegen 2035 nog slechts een derde van de huidige afdelingen actief zou kunnen zijn.
Vandaag staan we op een tweesprong. Willen we de OvdP doorgeven aan de volgende generaties? Dat zal keuzes vergen en het loslaten van vertrouwde werkwijzen. Of willen we behouden wat er is, tot we binnen afzienbare tijd de OvdP-geschiedenis met dankbaarheid moeten afsluiten?
Vandaag vraag ik jullie, als leden van de OvdP, je mening te geven via een korte, anonieme enquête. Je hebt ook de gelegenheid om reacties of suggesties te geven. Ook als we niets veranderen, zal alles veranderen. De vraag is: welke verandering willen jullie?
Kies mee! Vul de peiling in en help ons beslissen.
Jan Van Daele
President
Benieuwd naar de volledige analyse, met grafieken en bijkomende cijfers? Lees dan een uitgebreid artikel, met een historisch overzicht van 50 jaar verjongingsinitiatieven.
Op zaterdag 17 oktober is er een heel bijzondere Algemene Ledendag in Rotterdam. Een dag vol verhalen over vertrek en aankomst, over hoop en heimwee, over taal, cultuur en identiteit. Laat je meeslepen door de verhalen van landverhuizers.
Als je inschrijft vóór 1 mei, krijg je een vroegboekkorting en betaal je 85 euro voor de hele dag, in plaats van 100 euro.
Er zijn ook nog plaatsen beschikbaar als je de Algemene Ledendag wilt verlengen tot een weekend Rotterdam.
Er zijn ook gewestdagen waar je je nog voor kunt inschrijven (en waarover al eerder in PrincEzine bericht is):
De gewestdag Oost- en Zeeuws-Vlaanderen over polarisatie, verdraagzaamheid en vrouwen, op 9 mei.
De gewestdag West-Vlaanderen over taal en universiteit, op 13 juni.
Het belang van archeologie
Freek Lugt (1946) is bedrijfseconoom en fiscalist. Hij is zich na zijn pensionering gaan verdiepen in archeologie en in de geschiedenis van Leiden, Oegstgeest (waar hij woont) en omstreken, dit alles naar aanleiding van opgravingen in die streken.
Bij de afdeling Twente-Achterhoek gaat Freek op maandag 11 mei haarfijn uitleggen waarom archeologie belangrijk is. Hij put hierbij uit de vele prachtige opgravingen die zijn gedaan bij Oegstgeest en Rijnsburg.
Freek Lugt schreef, onder andere, de boeken Het ontstaan van Leiden. Over de burggraaf, de ontginning, de opwas, het stadsrecht en Rijnland in de donkere eeuwen. Van de komst van de Kelten tot het ontstaan van het graafschap.
Bijeenkomsten van andere afdelingen kunnen door alle leden van de Orde bijgewoond worden…
Landgoed Hotel-Restaurant Carelshaven in Delden
Maandag 11 mei 2026 - 18.00 uur
Het thema van de Poëzieweek 2026, 'metamorfose', krijgt deze maand verrassend gestalte in een gedicht van Ludo Verougstraete, voorzitter van de afdeling Limburg I. Hij zegt van zichzelf: "Een dichter ben ik niet, maar de muze bezoekt mij af en toe, wanneer ik haar niet verwacht."
Bij zijn uitwerking van het thema gaf hij nog mee dat je nergens dichter bij een metamorfose bent dan tijdens een 'trépasser', de overgang van leven naar dood. Het leverde een animistisch gedicht op. Over een eik.
Bovenstaande foto heb ik zelf genomen in november 2025 in de heilige bossen rond Fujiyama. Deze bossen zijn bij de Japanners bekend als de zelfmoordbossen. Kompassen werken er niet, omdat de bodem zo ijzerhoudend is. Mensen lopen er hopeloos verloren. Bossen waar de geesten ronddolen dus.
In het shintoïsme kunnen bomen, planten, schilderijen en kunstwerken symbolen worden van overledenen. Na de dood krijgt men in Japan een nieuwe naam toebedeeld, een naam bedacht door de nabestaanden, in overeenstemming met hoe de overledene geleefd heeft. Het gekozen beeldje op de foto is daar een voorbeeld van. De nieuwe naam van de overleden monnik is van zijn gebeeldhouwde gezicht af te lezen. Het beeld is zo'n duizend jaar oud.
Japanse monniken wilden de status van verlichting, de boeddha, bereiken. De monnik op de foto was duidelijk al niet meer van deze wereld. Je mag hem al een kleine boeddha noemen. Als dat geen metamorfose is!
Op het eerste gezicht hebben wij deze culturele inzichten niet. Maar bij nader inzien hebben we die altijd wel gehad, zitten die in onze genen, vanuit onze Keltische en Germaanse voorvaders. De heropleving van het respect voor de natuur, Moeder Natuur, is hier een duidelijk teken van. Het shintoïsme is een animistische godsdienst en mijn gedicht 'De eik' is te omschrijven als een animistisch gedicht.
De eik
Welke melodie ruist door je blaren
Welke taal bezingt je trots
Als de zon diamanten tovert op je twijgen
En rivieren van goud laat vloeien
over je verweerde bast
Je spraak hoor ik niet
Je leeft
Wordt gevoed door dezelfde aarde
Zuigt haar sappen op
schenkt haar zuurstof
je schaduw.
Diep anker je in haar schoot
Buigt voor haar razernij
Haar grillen en grollen
En eens
Ja eens
Zal ik je lied verstaan
Wanneer we een zijn
Jij, de aarde en ik.
Ludo Verougstraete
Voorzitter van de afdeling Limburg I
Voor het aprilnummer is genomineerd: Herma de Beer, van de afdeling Zwolle.
Sinds februari is Meritha Paul-van Voorden lid van de afdeling Londen. Ze is literair vertaalster en docent Nederlands. Het hoeft dus geen betoog: ze is geïnteresseerd in de Nederlandse taal! Een gesprek over haar dochters, Britse sluipschutters, haar twee verhuizingen naar Londen, commerciële teksten en een onderzoek naar lezen door Nederlandse tieners.
Meritha Paul-van Voorden woont en werkt al geruime tijd in Londen. "Mijn man, mijn twee dochters en ikzelf zijn in 2001 verhuisd van Rotterdam naar het Verenigd Koninkrijk. Oorspronkelijk was het plan om daar drie à vier jaar te blijven, maar de carrièremogelijkheden voor mijn man waren er erg gunstig, waardoor we langer bleven. In 2013 merkten we dat onze dochters een beetje 'te Engels' werden. Het Verenigd Koninkrijk was naar ons aanvoelen te veel in zichzelf gekeerd. We besloten om te verhuizen naar Zwitserland. Daar hebben we zes jaar gewoond. In 2019 keerden we terug naar Groot-Brittannië. Sindsdien wonen mijn man en ik in Londen."
Vertaalster
Meritha is vertaalster en docente Nederlands. "Ik had aan de Erasmus Universiteit Rotterdam kunst en cultuur gestudeerd. Daarna haalde ik nog een master in vertaalwetenschappen aan het University College London. Oorspronkelijk gaf ik Nederlandse les aan de London Metropolitan University. Dat bleef ik doen aan de universiteit in Bazel, toen we in Zwitserland woonden. Maar ik hou ook van verandering. Ik nam er vertalen bij. Dat waren dikwijls commerciële teksten. Toen ik schrijfster Aletta Stevens leerde kennen, begon ik ook literatuur te vertalen. Aletta had een historische roman geschreven over haar Nederlandse roots: Looking for Uncle Joop. Ik vond dat het boek ook in het Nederlands beschikbaar moest zijn en heb me aan het vertalen gezet. Daarna volgde de vertaling van een non-fictieboek, Feminisme is voor iedereen van Bell Hooks. Daar ben ik bijzonder trots op, het boek wordt sindsdien gebruikt in vertaalcolleges."
Lesgeven
Naast haar werk als vertaalster geeft Meritha nog steeds les, onder andere aan het Ministry of Defence. "Ik werk daar aan het taleninstituut. Naast studenten uit het bedrijfsleven heb ik ook diplomaten en soldaten in mijn klas zitten. Die soldaten, dat zit zo. In het VK zijn er zeventien kazernes, die dikwijls deelnemen aan NAVO-oefeningen. Zo gaan ze ook regelmatig op buitenlandse missie. En dan geldt de regel dat een soldaat die naar het buitenland gestuurd wordt, de taal van het land machtig moet zijn. Vandaar dat ik hen dus ook Nederlands moet leren. Dat gaat via een rollenspel: hoe ga je om met je collega-soldaten, hoe gedraag je je buiten de kazerne? Ik speel daarbij in op de actuele toestand en probeer hen vooral nuttige dingen aan te leren. Lesgeven aan soldaten heeft trouwens ook voor mij wat extra studiewerk gevraagd. Ik gaf bijvoorbeeld les aan sluipschutters en aan de bemanning van een duikboot. Hun jargon was wel heel apart!"
Nederlands in Londen
Maar ook in Londen zelf is er belangstelling voor het Nederlands. "Londen is een internationale omgeving, met veel buitenlandse werknemers. Iedereen spreekt Engels op kantoor, maar later, buiten de deur, wil men de internationale kring weleens aanspreken in de eigen taal. En omgekeerd, wanneer die Britse werknemers in Nederland terechtkomen, willen ze zich ook wel eens na hun werkuren in het sociale leven mengen." Vertalen is op deze manier ook leren omgaan met anderen. Lesgeven en vertalen vullen elkaar wonderwel aan.
Nieuw project
Alsof de agenda van Meritha nog niet vol genoeg zit, werkt ze inmiddels aan een nieuw project. "In september begin ik aan een leesonderzoek, in samenwerking met de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ik zal mij verdiepen in het spanningsveld tussen lezen als hobby en het verplicht lezen op school. Tieners profileren zich tegenwoordig op digitale mediaplatformen zoals BookTok en vereenzelvigen zich dan met dat profiel. Ik ga op zoek naar hoe ze hun identiteit bepalen door te lezen en hoe dat zich verhoudt tot het verplichte lezen op school."
Hobby's
Daarnaast heeft Meritha ook nog tijd voor hobby’s. "Ik lees bijzonder graag en veel. Sinds kort zijn daar luisterboeken bij gekomen. Op die manier kan ik nog meer lezen! Ik lees ook Vlaamse literatuur, vooral om bij te blijven met mijn Belgische studenten. Verder wandel ik graag. Samen met mijn man wil ik nog de Camino lopen. In het Verenigd Koninkrijk willen we daarnaast een tocht van coast tot coast maken. Ik organiseer ook jaarlijks een bijeenkomst met mijn oud-studenten, in het Nederlands uiteraard. Ik ga dan op zoek naar een Nederlandse pub, of een Nederlands restaurant om in de sfeer te blijven."
Prince
Met een dergelijk uitgebreid netwerk van Nederlandse taal en vertalingen is het niet vreemd dat Meritha in contact kwam met de Prince. "Ik kende al diverse leden van de Orde van den Prince, mensen die allemaal iets met de Nederlandse taal of cultuur te maken hadden. De Nederlandse gemeenschap in Londen is klein. Ik wist dus al van het bestaan van de Prince af en kende hun doelstellingen. Toen Susanne Lap me vroeg of ik lid wilde worden, was ik meteen enthousiast."
De brede blik op de Nederlandse taal en cultuur van Meritha Paul-van Voorden past op deze manier helemaal in de filosofie van de Orde van den Prince.
Chris Vermuyten
Redactielid PrincEzine
Inmiddels woont Maarten Stroes zo'n vijftien jaar in Frankrijk. Hij verhuisde eind augustus 2025 van Saint-Honoré-les-Bains, een klein plaatsje in de Bourgogne, naar Lille. Hij bezoekt sinds kort de bijeenkomsten van de afdeling Rijsel/Lille. Een gesprek over authenticiteit, stroperigheid, acceptatie, het werven van artsen voor Franse ziekenhuizen en het Nederlands in Noord-Frankrijk.
Maarten Stroes is geboren in Rotterdam. Hij studeerde Franse taal- en letterkunde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en in Montpellier, en is beëdigd tolk-vertaler. "Van huis uit ben ik docent Frans. In Frankrijk begon ik met het geven van cursussen medisch Frans. Enkele jaren later werden deze werkzaamheden uitgebreid met het werven van artsen uit heel Europa voor Franse ziekenhuizen en gemeenten. In Frankrijk is een groot tekort aan medici. Groter nog dan in Nederland." Door vorig jaar aan de slag te gaan bij Ondernemen Frankrijk is daar immigratieadvies en -ondersteuning bij gekomen. "Ik Vertrek-verhalen willen we voorkomen."
Geïnteresseerd
Van jongs af aan is Maarten geïnteresseerd in Frankrijk. "Na mijn eindexamen deed ik een jaar vrijwilligerswerk in Duinkerke. Weliswaar nét over de grens met Vlaanderen, maar voor mij een totaal andere wereld. Iemand nam mij toen mee naar een Vlaamssprekende boerenfamilie in de buurt, met het idee dat het leuk voor mij zou zijn om Nederlands met hen te praten. Nou, van dat West-Vlaams verstond ik helemaal niets."
Authenticiteit
De authenticiteit van de mensen is wat Maarten erg bevalt in Frankrijk. "Waar de Nederlander over het algemeen graag authentiek wil zijn, ís de Fransman dat. Nederlanders doen uiteindelijk vaak hetzelfde wat anderen ook doen. Men steekt liever niet boven het maaiveld uit. In Frankrijk, met name in mijn tijd als gemeenteraadslid, zag ik veel geduld met en acceptatie van andere meningen en persoonlijkheden. Waar ik me wel af en toe aan stoor, is de stroperigheid hier. Maar heb je eenmaal de goede ingang gevonden, dan kom je een heel eind."
Verfransing
Met de Franse verovering in 1667 en na de Vrede van Utrecht (1713) werd Lille definitief Frans grondgebied en startte de verfransing. Mede door de geografische ligging is het Vlaams/Nederlands echter nooit helemaal uit de grensstreek ten westen van Lille verdwenen. "Dat maakt deze streek bijzonder. Om mij heen merk ik ook animo om Nederlands te leren. Jonge ouders willen graag dat hun kinderen met hun grootouders ook in het Nederlands kunnen communiceren."
Geïntroduceerd
Via zijn collega Nicole van Maastricht werd Maarten geïntroduceerd bij de afdeling Rijsel/Lille. "Het is een prettige groep, half Vlaming, half Frans. Ook de sprekers uit de Vlaamse Westhoek zijn boeiend en helpen mij mijn nieuwe omgeving beter te begrijpen. Je taal is ook je cultuur en daarover met elkaar van gedachten wisselen, maakt de Orde van den Prince voor mij extra interessant."
Carola Fox
Redactielid PrincEzine
Denderland
Marc J.D. Van As, verzekeringsexpert Auto bij Baloise
Dordrecht
Sjoerd de Meer, historicus en kunsthistoricus
Erik Deprez, gepensioneerd psychiater
Stella den Otter, gepensioneerd docent Nederlands en decaan
Leo Pronk, journalist
Marlies Soethoudt, gepensioneerd fysiotherapeut
Marie-Renée van den Boogaard, klinisch psycholoog-psychotherapeut NP
Heerlijkheid Beveren
Peter W.A. D'Hondt, bedrijfsrevisor
Guido D'Hondt, gepensioneerd
Londen
Meritha H. Paul-van Voorden, literair vertaler en docent Nederlandse taal en cultuur
Luxemburg
André Ruysschaert, EU-ambtenaar
De Meierij
Lucas Hagemans
Cees Reijner, historicus
Trudy van Lierop-du Maine, vwo Cultuurwetenschappen MA
Rijk van Nijmegen
Jenneke K. Harings, zelfstandig ondernemer culturele sector
Frank A. Tazelaar, directeur Wintertuin
Barbara M. Kruijssen, hoofd collectie museum Het Valkhof
Rijssel/Lille
Jacques C.M. Allemeersch, gepensioneerd
Nettie N. Abbring, leraar Nederlands als vreemde taal
Emmanuel E.C. Chatelain, gepensioneerd marktonderzoeker
Maarten Stroes, consultant
Twente-Achterhoek
Cor N.S. Boom, gepensioneerd bestuurder onderwijs
Waregem
Lieven Baert, bestuurder
Met de verschijning van Max Wildiers zonder meer, geschreven door historicus Johan Christiaens, krijgt een van de grote Vlaamse intellectuelen van de twintigste eeuw eindelijk de biografie die hij verdient.
Max Wildiers was een cultuurfilosoof die wetenschap, techniek, kapitalisme, religie en Vlaamse identiteit met elkaar verbond. Hij werd geboren in Antwerpen in 1904, trad in 1923 in bij de kapucijnenorde en ontwikkelde zich tot een veelzijdig denker die nooit ophield te zoeken. Hij was lid van de Orde van den Prince, in de afdeling Voorkempen. Wildiers overleed in 1996.
Max Wildiers was een zeer bedrijvig man en gevierd spreker, ook bij de OvdP. Zijn levenscredo - Spiritus quiescit numquam, de geest rust nooit - was dan ook niet zomaar een leuze, maar een levenshouding.
Internationaal verwierf Wildiers bekendheid als promotor van het werk van de Franse jezuïet Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955), wiens integrale oeuvre hij in dertien delen uitgaf. Dichter bij huis leverde hij onder het pseudoniem 'Scrutator' zeventien jaar lang honderden columns aan De Standaard, over Vlaanderen, België, Europa en de wereld. Als docent aan de universiteit van San Francisco en de KU Leuven leidde hij een hele generatie theologen en filosofen op.
Ook tijdens lezingen voor de OvdP deelde hij zijn inzichten. Op 7 mei 1988 luisterde de Algemene Raad naar een referaat van de toen 84-jarige Wildiers. Het onderwerp was: 'Vrijzinnigheid en gelovigheid: tegenstelling of aanvulling?'. De toenmalige president van de OvdP, Jan Bosselaers, schreef dat de inhoud van de voordracht volgens het Presidium zo goed was dat de tekst aan alle leden moest worden aangeboden in een extra nummer van de nieuwsbrief. We publiceren hem hier opnieuw in PrincEzine.
Voor zijn biografie onderzocht historicus Johan Christiaens nauwgezet het archief van Wildiers, dat in KADOC bewaard wordt. Hij volgde zelfs een opleiding theologie en religiewetenschappen om zijn werk beter te begrijpen. In totaal werkte hij bijna tien jaar aan de biografie.
Het resultaat is een toegankelijke introductie tot het denken van een man die geloof, wetenschap en maatschappelijk engagement nooit als tegengestelden beschouwde - een figuur die ook vandaag nog relevant blijft.
Ruud Hendrickx
Portefeuillehouder Communicatie
Max Wildiers zonder meer
Johan Christiaens
Sterck & De Vreese
Hardcover, 416 pagina's
ISBN 978908347429
39,90 euro
Het boek kan rechtstreeks bij de uitgever besteld worden, zonder verzendkosten.
WIl je ook een lid van je afdeling in de kijker zetten? Geef ons dan een seintje.
Lesia Chaika en Nataliia Lehka studeerden voor de Russische inval in Oekraïne Nederlands aan de Kyiv National Linguistic University. Ze zijn samen met vijf andere studenten Neerlandistiek gevlucht. De afdeling Nederlands van de Károli Gáspár Universiteit in Boedapest heeft het mogelijk gemaakt dat ze in de zomer van 2022 hun bachelor Neerlandistiek voltooiden.
Lesia Chaika en Nataliia Lehka wilden ook graag hun master in Boedapest doen, maar daar was financiële steun voor nodig. De Nederlandse Taalunie en de OvdP schoten te hulp. Leden, afdelingen, gewesten en het Bestuur droegen allemaal een steentje bij. Ondanks alle moeilijkheden thuis zijn Lesia en Nataliia er in januari 2026 in geslaagd hun master te behalen. Lesia Chaika wil ons graag iets meer vertellen. Een interview.
Lesia, allereerst hartelijke gelukwensen met het behalen van je masterdiploma. Heel knap dat je dat ondanks de uitzonderlijk moeilijke omstandigheden is gelukt. Wat was het onderwerp van je masterscriptie?
Hartelijk bedankt! Het was inderdaad niet makkelijk, maar het is uiteindelijk gelukt. Ik ben daar heel blij mee en ook dankbaar aan iedereen die dat mogelijk heeft gemaakt. Het is al een tijd geleden, maar ik kan soms nog steeds niet geloven dat mijn studie nu klaar is. Het onderwerp van mijn scriptie was 'Het laatste rokat van zijn gebed: codeswitching in de Nederlandstalige literatuur'. Het gaat over het taalkundige verschijnsel codeswitching, waarbij mensen meerdere talen in één gesprek gebruiken, of zelfs binnen één zin. Het wordt meestal in gesproken taal bestudeerd, maar het leek me interessant om te onderzoeken of het ook in de literatuur bestaat en in welke vorm.
Ik heb mijn aandacht vooral gericht op hoe er wordt geswitcht, dus op de structuur en de grammaticale aspecten van codeswitching. Bijvoorbeeld de manier waarop elementen uit de ene taal in de structuur van een andere taal worden geïntegreerd. Wordt er tussen twee zinnen of binnen één zin van taal gewisseld? Hoe wordt de naamwoorden uit een taal zonder grammaticaal geslacht een geslacht toegewezen in een taal met een geslachtssysteem? In mijn masterscriptie heb ik de types codeswitching en toewijzing van grammaticaal geslacht aan gecodeswichte nomina in Max Havelaar van Multatuli vergeleken met romans van de moderne meertalige schrijvers Frank Martinus Arion en Kader Abdolah.
Waarom koos je juist dat thema? Wat intrigeerde je?
Dit onderzoek naar codeswitching in literatuur begon eigenlijk als een studieproject voor het vak 'Twee- en meertaligheid' aan de Károli Universiteit. Samen met mijn docent Ivo Boers, die in codeswitching geïnteresseerd is, en mijn studiegenoten Nataliia Lehka en Marci Szegő, begonnen we ons in dit onderwerp te verdiepen. Op een gegeven moment ontdekten we dat het fenomeen van codeswitching ook in geschreven teksten voorkomt. Ik denk dat toen mijn interesse voor dit verschijnsel ontstond, omdat ik van literatuur houd. Ik vond het fascinerend dat codeswitching eigenlijk iets alledaags is, maar dat wij als tweetalige sprekers daar zelden bewust over nadenken en dat we niet beseffen dat het bepaalde regels volgt. Ik wilde meer weten over hoe dit fenomeen werkt en vond het jammer dat codeswitching in geschreven teksten en literatuur minder wordt bestudeerd dan in gesproken taal. Daarom dacht ik dat het interessant is dit te onderzoeken. Het studieproject is uitgegroeid tot een volwaardige studie over meertaligheid in Max Havelaar, die we met Ivo hebben geschreven en die in het tijdschrift Internationale Neerlandistiek werd gepubliceerd (Chaika & Boers 2024). Later heb ik besloten om in mijn scriptie met het onderwerp verder te gaan.
Kon je goed aan het nodige materiaal komen voor je onderzoek?
Het was geen probleem om het materiaal voor het onderzoek te vinden dat ik nodig had. De studie van codeswitching ontwikkelt zich actief, er wordt veel onderzoek naar gedaan en er worden publicaties over geschreven. Er waren boeken beschikbaar bij de Bód Péterbibliotheek van de Károli Universiteit, waaronder een editie van het originele manuscript van Max Havelaar. Bovendien heeft mijn docent Ivo Boers me een groot aantal studies en materialen aangeraden die ik heb gebruikt.
Het is natuurlijk heel moeilijk om je op je masterstudie te concentreren terwijl je je zorgen maakt over je familie die in een land in oorlog is. Lukte het je om contact te houden met je familie thuis? Kon je bellen als je dat wilde? Ging je vaak op en neer naar Kyiv?
Tijdens de twee jaar van de masterstudie ging ik regelmatig naar huis zodra we vakantie op de universiteit hadden. Ook in de zomer reisde ik veel naar Kyiv. Het was moeilijk om in Boedapest in complete veiligheid te zitten, terwijl ik wist dat al mijn dierbaren elke dag onder de bommen zijn. Ik belde vaak met mijn ouders en vrienden, meestal was er geen probleem mee.
In het laatste jaar werd het lastig. De zware Russische bombardementen vernietigden gedeeltelijk de elektriciteitscentrales. Daardoor was er nauwelijks elektriciteit in huizen en appartementen. In de afgelopen jaren gebeurde dat ook, maar de stroomuitvallen duurden toen wat korter. Dit jaar zaten Oekraïners soms zestien uur per dag zonder stroom. Sommigen hadden na heel zware raket- en drone-aanvallen dagenlang helemaal geen elektriciteit. Iedereen had schema's wanneer er wel en geen stroom beschikbaar zou zijn, maar er was zo’n gebrek aan stroom dat die schema's vaak niet werkten.
Vanwege deze stroomstoringen kon ik mijn ouders deze winter vaak niet bereiken, want ze zaten zoals iedereen zes, acht of meer uren zonder licht. Alle batterijen raakten na zo'n lange tijd leeg en telefoons en andere gadgets werkten niet meer. De Russische raketaanvallen waren toen vaker dan ooit. Ik maakte me elke keer zorgen als ik niet met hen kon spreken. Ik wist dat ze geen stroom hadden, maar ik dacht ook: wat als ze niet antwoorden omdat er iets gruwelijks is gebeurd? Constante zenuwen maken je op een bepaald moment gewoon gek.
De gevolgen van deze stroomuitvallen op je mentale toestand zijn zwaar, het is moeilijk voortdurend in deze situatie te leven. Je plant je leven volgens een 'stroomschema', je doet de was 's nachts, zoekt een andere werkplek als je vanuit huis werkt en 's nachts slaap je vaak niet, want dan is er luchtalarm vanwege drones en raketten en moet je naar de schuilkelder. Dat is ontzettend uitputtend, vooral in de winter, wanneer er tijdens de dag weinig zon is. Om vier uur in de middag wordt het al donker en dan zit je de rest van de dag in de duisternis zonder stroom. Na een tijd word je depressief en het is problematisch om van die toestand af te komen.
Er was een situatie een paar jaar geleden toen ik in de zomer naar huis kwam. Dat was augustus en opeens moest ik snel documenten voor iets in Boedapest regelen. Natuurlijk was dit alles online en toen hadden we ook die stroomuitvallen. Dat was een uitdaging. Volgens het schema waren er uren zonder stroom in ons appartement. Mijn computer was leeg, dus ik moest naar het café in het winkelcentrum gaan om dat papierwerk te kunnen afronden. Maar op het moment dat ik naar het café kwam, ging het luchtalarm af. Iedereen moest weg of naar de schuilplaats (tijdens een luchtalarm wordt alles tijdelijk gesloten). Er was daar een winkel die altijd open is, want die zit eigenlijk in een kelder. En ik zat dus daar op de vloer naast het stopcontact met mijn computer op schoot om de documenten te regelen. Als ik daar nu aan denk, vind ik het een grappig avontuur, maar eigenlijk is het gek en helemaal niet normaal. Toen had ik veel zenuwen door deze situatie gekregen.
Hoewel het heftig is, is het gebrek aan stroom geen tragedie. Het is maar een ongemak, vergeleken met de strijd om te overleven en het besef dat ze jou als mens, en de Oekraïners als natie, willen uitroeien.
Je woont nu weer in Kyiv, begrijp ik. Wat zijn je plannen nu je bent afgestudeerd?
Ja, ik ben terug naar Kyiv verhuisd. Ik voelde me eerst eerlijk gezegd een beetje gefrustreerd. Het is zo ongewoon om te denken dat ik al afgestudeerd ben. Ik zei al eerder dat ik soms nog niet kan geloven dat ik dat gedaan heb. Toen ik terugkwam, had ik tijd nodig om een beetje bij te komen, alles in mijn hoofd te ordenen en te besluiten wat ik ga doen.
Ik wil me verder met het Nederlands en de Nederlandse en Vlaamse cultuur bezighouden en die hier onder Oekraïners bekender maken. Vooral denk ik door literatuur te vertalen, lezingen over Nederland en Vlaanderen te organiseren, alsook ontmoetingen met Nederlandstalige auteurs, journalisten en vertalers en dergelijke. Ik zou ook Nederlandse en Vlaamse theaterproducties naar Oekraïne willen brengen, maar dat zijn grote dromen voor de toekomst, die nu, gezien de oorlog en de algemene situatie in de wereld, moeilijk uit te voeren zijn. Beginnen met het vertalen van bijvoorbeeld boeken of films lijkt me op dit moment de makkelijkste manier te zijn. Het is best wel lastig met alleen vertalen en cultuur genoeg te verdienen om te leven, dus ik ben van plan daarnaast een baan te hebben, wat projecten waarschijnlijk zal vertragen.
Mijn idee is om op een dag een organisatie op te richten die met al dit soort activiteiten bezig zal zijn, een soort centrum voor Nederlandse en Vlaamse cultuur in Oekraïne. Dat is een lang en niet makkelijk proces en ik moet nog veel leren en veel ervaring opdoen, maar ik denk dat het door klein te beginnen stap voor stap zou kunnen lukken.
Is er nog iets anders dat je wilt vertellen of vragen?
Een van mijn voormalige studiegenoten uit Kyiv, met wie ik vier jaar Nederlands in dezelfde groep studeerde, ging naar het leger en zat aan de frontlinie. Hij was een tijd onbereikbaar en toen kwam er een bericht waarin werd vermeld dat hij vermist in de strijd is. We zijn er allemaal kapot van en hopen heel erg dat hij leeft. Er is op dit moment bijna niets bekend over wat er is gebeurd en er is geen nieuwe informatie. We doen alles wat we kunnen om hem te vinden.
Heel veel dank, Lesia! Ik - en met mij vast alle OvdP-leden - wens je heel veel succes.
Mieke Langenberg-Tissot
Bestuurslid NT&C
Het nieuwste nummer van Noord & Zuid kan haast niet toepasselijker zijn voor deze tijd van het jaar: het is volledig gewijd aan 'de seizoenen' en aan 'hun invloed op weer en klimaat, taal en cultuur, kunst en mode en op ons gemoed', zoals de ondertitel luidt. In tien artikelen wordt dit onderwerp van verschillende, soms verrassende kanten belicht.
Als je bijvoorbeeld wilt weten hoe de mode met de seizoenen rommelt, of waarom voor Pieter Brueghel de Oude het jaar geen vier, maar zes seizoenen telde, of hoe het komt dat de seizoenen lijken op te schuiven, dan bieden de artikelen van respectievelijk Veerle Windels, Jeroen de Baaij en weerman Frank Deboosere hierop een antwoord.
Verder wordt in een artikel van Colette Demil aandacht besteed aan vier monumentale hoekhuizen in de Antwerpse wijk Zurenborg, genoemd naar de vier seizoenen, bekijkt Filip Noël de seizoenen vanuit een Bijbels perspectief en zijn er bijdragen van Martine de Clercq over Jaargetijden van Bernard Dewulf, van Klara-presentatrice Katelijne Boon over de seizoenen in de muziek (natuurlijk over Vivaldi maar ook over andere componisten), van Kirsten Catthoor over de invloed van de wisseling van de seizoenen op ons levensritme en geestelijk welzijn en van Marleen Willebrands over gezond voedsel in elk seizoen. Zelf sluit ik af met negen afzonderlijke beschouwingen over 'seizoen', aantekeningen in de marge van het woord, vooral vanuit het oogpunt van taal en literatuur.
Tot slot en niet te vergeten: naast vier 'seizoensgedichten' (van respectievelijk Gerhardt, Campert, Tellegen en De Coninck) illustreerde Anne Van Herreweghen dit nummer met vier uitermate toepasselijke tekeningen.
Alvast namens de redactie veel lees-, kijk- en denkplezier en voor wie het wil: een reactie op dit nummer naar ondergetekende toe wordt steeds in dank aangenomen.
Willy Martin
Hoofdredacteur Noord & Zuid
Als je het papieren nummer nog niet gekregen hebt, kun je het alvast digitaal lezen op ovdp.net.
Zoals in de pers werd getiteld: 'Tienen verliest een monument'. Niet alleen in de lokale Tiense en de landelijke politiek, maar vooral in onze afdeling, waar Vital Valkeniers in 1967 een van de stichters was. Iemand met bijna zestig jaar trouwe toewijding kun je nooit vervangen.
Erenotaris Vital Valkeniers was een moedig Vlaams politicus met een missionaire inzet van verbondenheid. Hij landde vanuit het Pajottenland in het Hagelandse Tienen, waar de notabelen Frans spraken. Hij werd er al snel oprichter en boegbeeld van de Volksunie.
Als beginnend notaris was dat een gewaagde onderneming. Het vergde dagelijks moed om Vlaams te spreken in de woelige jaren zestig met de bekende taalstrijd (Leuven Vlaams), die voor Vital ook een sociale strijd betekende.
In de jaren tachtig bekleedde hij twaalf jaar het ambt van schepen van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening en zetelde hij ook in de Kamer voor zijn partij. In 2001 kreeg hij bevoegdheden als economie en handel toegewezen.
Vital was een verstandig man die als een echte democraat naar de beste oplossing zocht voor zijn stad: begripvol en verzoenend, over de partijgrenzen heen.
Vital werd 89 jaar. Hij was de nestor van de afdeling. Iedereen kende hem als medestichter, maar vooral als een trouw Princelid. Vaak zei hij al lachend: "Ik ben een trouwe soldaat, met mijn laarzen in de modder."
Van bij de stichting ijverde hij voor het Nederlands in het bestuur van de stad en de verenigingen waarop hij als schepen enige invloed kon uitoefenen. Amicitia stond hoog in zijn vaandel. Geregeld ontving hij de kern, soms zelfs de hele afdeling, bij hem thuis. Als telg van een brouwersfamilie hield hij van een stevig glas. Humor ontbrak daarbij nooit.
Een van zijn markantste passies was houtbewerking. In zijn atelier sneed hij minutieus, zelfs uit de minste houtsoort, al het positieve van het leven. Zijn miniaturen zijn bekend, maar ook voor grotere creaties ging hij niet achteruit. Hoeveel mensen hebben geen kerststal van hem gekregen? Geen enkele moeite was hem te veel. Toen ik hem vroeg om mijn kerststal te herstellen, kreeg ik al snel een 'verkoopexemplaar' terug, mét een stalannex.
Zoals je op de plank op bovenstaande foto kunt lezen: "Mijn vader is brouwer. Zijn zoon dat ben ik. Brouwen doet vader. Drinken doe ik." Nooit was humor veraf.
Gebeurtenissen en tafereeltjes uit het dagelijkse leven zette hij graag om in poëzie op rijm. Zo schreef hij een coronacyclus onder de titel: 'Van het coronavirus, bevrijd ons Heer.' De eerste zes verzen wil ik hieronder vermelden. Ze staan in een 'geschreven lettertype' om enigszins het benijdenswaardig mooie handschrift van hem te benaderen.
In een land van misbruikte faciliteiten,
waar politiek alleen dient om elkaar te verwijten,
probeer dan maar van corona te genezen,
die we stoemelings binnenkregen van de Chinezen.
Ging het ginder lopen uit een openstaande ijskast?
Of was hij op de dinsdagmarkt een ongenode gast?
In innige dankbaarheid
blijven we dicht bij elkaar
voor alles dat Vital zovele jaren
voor ons heeft betekend
Patrick Nijs
Secretaris NT&C van de afdeling Tienen
Begin deze maand overleed onze oud-voorzitter en oud-gewestpresident Johan Draulans, lid van de afdeling Den Haag sinds 1995. Tot zijn pensionering in 1996 was hij cardioloog in diverse ziekenhuizen. Johan was een geëngageerd lid. Zoals van Princeleden verwacht wordt, zei hij 'ja' toen op hem een beroep gedaan werd. Zo werd hij voorzitter van de afdeling Den Haag en organiseerde hij een succesvolle gewestdag in Delft in 2007.
Johan was president van het gewest Holland van 2009 tot 2013, als opvolger van Jacob Santema. Hij werd opgevolgd door Cees de Wit. Het gewest Holland kwam onder zijn voorzitterschap tot stand door opdeling van het toen bestaande langgerekte gewest in de gewesten Holland en Noord-Nederland. Als pro-gewestpresident leidde hij de oprichting van afdeling Delft in goede banen.
Johan was een eigenzinnig type en had als voorzitter de touwtjes stevig in handen. Tegen zijn argumenten was meestal niets in te brengen, omdat ze ter zake kundig waren en welbespraakt en onderbouwd werden verwoord. Hij ordende het archief van de afdeling en schafte een beamer aan, toen een novum.
Johan Draulans was bovendien een aimabel mens. Wij hebben van zijn kwaliteiten dankbaar gebruikgemaakt.
Namens de afdeling Den Haag
Ino Mulders
Hans werd in oktober 2001 lid van de Prince-afdeling Twente-Achterhoek en was van 2011 tot 2017 penningmeester. In zijn werkzame leven was hij directeur van een aannemingsbedrijf. Opvallend was dat hij samen met zijn echtgenote, Margriet, zelden een bijeenkomst miste.
In de laatste nieuwjaarsbijeenkomst, die hij vanwege zijn ziekte niet meer kon meemaken, liet hij nog een poëtische mijmering getiteld De Zon voorlezen. Hierin gaf hij blijk van een poëtische inslag die bij de meesten van onze leden volslagen onbekend was. Een strofe uit het gedicht - tevens de aanhef op zijn overlijdensbericht - gaat hierbij:
De zon schenkt leven op aarde,
Elke morgen trouw opnieuw.
Soms bedekt, …regen...sneeuw…
Maar altijd terug met helder zonlicht
Meermaals hebben we van de gastvrijheid van de familie Schipper kunnen genieten bij onze nieuwjaarsbijeenkomsten en konden we luisteren naar het enthousiaste pianospel van Hans in de speciaal daarvoor gebouwde muziekkamer.
Onze afdeling verloor met Hans een bijzondere, warme man. Wij zijn hem dankbaar voor zijn inzet en loyaliteit en zullen hem in vriendschap en met respect blijven gedenken. Wij wensen Margriet, de kinderen en de kleinkinderen veel sterkte.
Leo van der Stappen
Lid van de afdeling Twente-Achterhoek
De karavaan van de islam volgt al eeuwenlang een verdiept pad tussen religieuze orthodoxie en modernisering. Traditionele geloofsprincipes, eeuwenlang verwoord en verankerd door een rijke schare van islamitische geleerden in de sharia, botsen op nieuwe maatschappelijke en wetenschappelijke inzichten. In de karavaan die door de woestijn trekt, is niet de mens de belangrijkste actor, maar de eerste dromedaris. Dit dier kent de weg naar de oase met de waterputten.
Voor een talrijk publiek schetste de arabist professor Dirk Debeaussaert (OvdP-afdeling Kortrijk) medio maart in Hulst een ragfijn beeld van de reisroute door de kleurrijke delta van uiteenlopende islamitische stromingen die rijkelijk hebben geput uit de Romeins-Grieks/Byzantijnse filosofie en het bijbehorende klassiek juridische gedachtegoed. Een reisroute die ook een bijzonder complex spanningsveld blootlegt tussen orthodoxie en modernisme.
Lied van de Karavaan
Kom kom, wie je ook bent.
Schande is hier onbekend.
Al zwoer je duizend eden.
Die je keer op keer weer brak.
Kom, blijf komen, kom.
Dolende, ootmoedige,
Onthechte vreemdeling,
kom.
Dolende, ootmoedige,
Onthechte vreemdeling, kom.
Mevlana Djelal al-din Rumi (1207-1273)
Uit: Gedichten (ingeleid en vertaald door Wim van der Zwan), 10de druk - AnkhHermes
Oelama's
In dit 'karavaanproces' spelen de oelama's, de islamitische geleerden en juristen die de religieuze tradities bestuderen en de islamitische wet (sharia) interpreteren, een cruciale rol. Als bewakers van de sharia bemiddelen zij tussen het traditionele gezag en de eisen van de moderne samenleving. In sommige naties werken ze samen met een overheid, bijvoorbeeld door islamitische wetgeving te legitimeren. In andere gevallen botsen ze met een seculiere staatsmacht, als ze zich beroepen op de goddelijke autoriteit van de sharia. Tegen deze achtergrond vindt een voortdurend gevecht plaats om 'de harten van de gelovigen'. Geleerden, politieke leiders en maatschappelijke bewegingen strijden in islamitische samenlevingen, soms op het scherp van de snede, om legitimiteit en moreel gezag.
Karavaancultuur
Het begin van de islam wortelt in de wereld van de karavaancultuur en hechte stamverbanden. Loyaliteit werd primair bepaald door bloedverwantschap en economische netwerken. Met de opmars van de islam voltrok zich een fundamentele transformatie: de dominantie van de stamcultuur verdween en maakte plaats voor een alomvattende religieuze gemeenschap (oemma). Iedereen - in de islamitische visie - is een gelovige, alleen beseft niet iedereen dit.
Eigen interpretatie
Ben je een beetje thuis in onder andere de islamitische commentaren op de Koran, dan staat het je in principe vrij om als moslim een eigen interpretatie te geven. Professor Debeaussaert wees op een cruciaal verschil met bijvoorbeeld het katholicisme: de rol van autoriteit. Terwijl binnen de rooms-katholieke kerk een hiërarchische structuur en een clerus het leergezag bewaakt, kent de islam geen universeel religieus gezagsinstituut. Interpretatie en legitimiteit ontstaan diffuus via de oelama's, gemeenschappen en sociaal-maatschappelijke kaders. Deze eigensoortige 'religieuze vrijheid' bevordert diversiteit, maar versterkt ook de interne strijd om invloed: de reeds genoemde strijd om de harten.
Publiek domein
In het publieke domein wedijveren (te) vaak, als het gaat om de toekomst van de islam, de harde (soms bloedige) tegenstellingen tussen traditie en moderniteit voor een plaats op de voorpagina. Dirk Debeaussaert houdt een warm pleidooi om ook meer oog te hebben voor de modernistische stemmen binnen de islam. Zij pleiten voor een 'geactualiseerde' herinterpretatie van de islamitische geloofsleer en zoeken aansluiting bij hedendaagse normen en waarden. Het bijna systematisch negeren van deze belangrijke stemmen beperkt een vruchtbare discussie over integratie, identiteit en religie in moderne samenlevingen. Volgens islamdeskundige Dirk Debeaussaert ligt de toekomst van de islam niet in de overwinning van traditie of modernisme, maar in een gestage dialoog tussen beide.
Spanning
De spanning tussen behoud en vernieuwing, tussen stam en oemma, tussen wet en interpretatie, en tussen collectieve identiteit en individuele autonomie is niet het brandende probleem dat moet worden opgelost, aldus professor Debeaussaert. Het fungeert juist als een fijn afgestemde motor van intellectuele en maatschappelijke ontwikkeling. Juist deze niet-aflatende poging om de harten te winnen van gelovigen en de herinterpretatie van de sharia herbergt een dynamiek die de islam ook in de moderne wereld relevant houdt.
Frank Lafort
Webmaster van de afdeling Hulst
Voor de jaarlijkse clustervergadering van de afdelingen Aarschot, Diest en Tienen had de organiserende afdeling Tienen voormalig VRT-correspondent in Amerika Björn Soenens uitgenodigd. Welke gevolgen heeft het 'America first'-beleid van Trump? Hoe is Amerika veranderd de afgelopen decennia? Hoe zou Europa moeten reageren? Wat is de rol van China? Wat heeft dit alles met democratie en onderwijs in Vlaanderen te maken?
De spreker, VRT-correspondent in de VS van 2017 tot 2025, begon met de stelling dat er sinds Trump iets veranderd is in het leiderschap dat we van een partner verwachten: Trump pleegt 'partnergeweld' op Europa en heeft ook in eigen land de spelregels danig veranderd. Het 'America first'-discours heeft ook al mondiale gevolgen gehad. De brutale manier waarop dit gebeurt, deed in de Verenigde Staten de conversatie stilvallen: mensen durven of willen uit angst niet meer spreken. Er is nochtans nood aan praten met elkaar, aan vriendschap en tolerantie.
Voorbeelden
Björn Soenens overliep een aantal voorbeelden van deze gewijzigde politiek. In tegenstelling tot de hulp die de VS na de Tweede Wereldoorlog aan Europa hebben gegeven (het Marshallplan), worden nu invoertaksen geheven. Al een derde van de middelen voor ontwikkelingshulp (USAID) werd gestopt. Dit heeft al heel veel mensenlevens gekost. Diplomatie en overleg werden vervangen door afdreiging en bruut geweld, zoals in Venezuela en Iran. In eigen land is Trump bezig met het uithollen van de democratie, die is gestoeld op scheiding van de drie machten. Hij eigent zich bevoegdheden toe die hij niet heeft (zoals het opleggen van importtarieven) en beschimpt rechters en gerechtshoven, als ze het niet met hem eens zijn. We stellen een onthutsend verlies aan waarden en fatsoen vast. De vraag is: hoe heeft het zo ver kunnen komen?
Succes
Een aantal feiten en evoluties in de VS hebben het succes van iemand zoals Trump in de hand gewerkt. Kwalitatieve gezondheidszorg is voor veel Amerikanen niet betaalbaar, hoewel dat land per capita hieraan veel meer spendeert dan Europa. De voorbije jaren werden gekenmerkt door een aantal crisissen: een financiële, een vastgoedcrisis en een economische crisis. De Amerikanen hebben vastgesteld dat de verantwoordelijken niet werden gestraft. Door de globalisering verdween veel industrie en is er verpaupering opgetreden. Er is een kloof gekomen tussen stad en platteland, waarbij we ook kleinere steden die in verval zijn geraakt moeten rekenen. De middenstand is kapotgeconcurreerd door Walmart, waar Chinees materiaal wordt verkocht dat vroeger in de VS werd gemaakt. De 'deplorables' moeten daar hun inkopen doen. Aldus werd een voedingsbodem van frustratie- en wraakgevoelens gecreëerd en Donald Trump vertolkt wat veel mensen denken. Al hun wraakgevoelens worden door hem vertaald. Trump verzint daarbij zijn eigen waarheden. Het huidige probleem is dat velen niet meer weten wat waar of onwaar is.
Geopolitiek
Ook op geopolitiek vlak maakte Soenens een aantal bedenkingen. De VS zijn bijvoorbeeld medeverantwoordelijk voor het ontstaan van de theocratische dictatuur in Iran. In 1953 pleegde Amerika samen met de Britten een staatsgreep tegen de liberaal-democratische regering van premier Mossadeq. Die werd vervangen door het Amerika-vriendelijke regime van sjah Mohammad Reza Pahlavi, wat op zijn beurt leidde tot de islamitische revolutie van 1979.
China
Wat China betreft: het Westen heeft dit land te lang onderschat, stelde Björn Soenens. Bij het uitbreken van de covidpandemie realiseerden we ons plots dat alle mondmaskers daar gemaakt werden en dat we economisch heel afhankelijk van hen geworden waren. Intussen heeft China veel westerse landen technologisch ingehaald of voorbijgestoken. China is - meer dan Amerika - met economie bezig en tracht langs die weg meer invloed te krijgen. In die zin is het heffen van importtarieven door de VS een reactie van bangeriken en zijn het de stuiptrekkingen van een wereldmacht op haar retour. Ook het immigratiebeleid van de VS zal uiteindelijk negatieve gevolgen hebben, omdat immigratie nodig is om de nodige economische groei te kunnen realiseren.
Europa
Wat kan Europa doen om het hoofd te bieden aan de veranderende geopolitieke constellatie en met name die in de VS? Europa moet uit zijn winterslaap komen, zeker op militair gebied, stelde Soenens. In 1984 spendeerde België 4,4% van het bnp aan defensie, in 2024 was dat nog 1,1%. Er is daarnaast veel te veel bureaucratie in Europa. Het oude continent moet krachtdadiger worden. We moeten meer het heft in eigen handen nemen en ook economisch zien wat we het best zelf kunnen of moeten doen.
Democratie
Björn Soenens eindigde met een pleidooi voor democratie. Besluitvorming in een democratie gaat niet zo snel, want er is tijd nodig voor communicatie. In die zin is ze minder krachtdadig dan een dictatuur, waar beslissingen heel snel door de strot van veel mensen kunnen worden geduwd. Een voorwaarde voor een goed functionerende democratie is dat de bevolking goed opgeleid is en ook haar geschiedenis kent. Er is meer dan ooit aandacht nodig voor onderwijs, besloot de spreker de avond. Alle aanwezigen konden hiermee instemmen en hadden genoten van de uiteenzetting van een bevlogen spreker die wellicht nog langer had kunnen doorgaan met grasduinen in de boeiende wereld van de geopolitiek, die vandaag de dag meer dan ooit in evolutie (revolutie?) is.
Stefaan Van Lierde
Secretaris van de afdeling Tienen
Tussen 1933 en 1945 hebben de nazi's in heel Europa op grote schaal schilderijen, tekeningen, etsen, kunstwerken, antiek, juwelen en andere cultuurgoederen geroofd van Joodse particulieren, handelaren en anderen. Kort na de oorlog werd de waarde van de alleen al in Nederland geroofde cultuurgoederen geschat op ongeveer 200 miljoen gulden, wat thans gelijkstaat aan een bedrag van ruim 1 miljard euro. Hoe moet en kan dat teruggegeven worden?
Toon van Mierlo, emeritus professor burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht (Erasmus Universiteit Rotterdam en Rijksuniversiteit Groningen) en sinds augustus 2023 voorzitter van de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog, vertelde erover bij de afdeling Noorderkempen.
De nazi's gingen tijdens de Tweede Wereldoorlog over tot regelrechte ontvreemding van kunst. Ze eigenden zich kunst toe, 'ontruimden' panden, maakten 'oorlogsbuit' en gebruikten de roofbank Lippman-Rosenthal om kunst gedwongen te laten inleveren. Ook dwongen zij Joodse kunsthandelaars en Joodse kunstbezitters tot verkoop of quasiverkoop, al dan niet met valse beloften over de veiligheid van de eigenaren. De geroofde kunst was onder andere bestemd voor de privécollecties van Hitler en Göring.
Capitulatie
Na de onvoorwaardelijke capitulatie van de nazi's hebben de geallieerden een groot deel van de geroofde goederen teruggevonden en teruggebracht - gerecupereerd - naar het land van herkomst. Dit ging gepaard met de instructie aan de nationale regeringen om de gerecupereerde goederen te beheren en ervoor te zorgen dat die werden terug- of afgegeven - gerestitueerd - aan de rechtmatige eigenaren of hun rechtsopvolgers krachtens erfrecht.
In kaart
Na de oorlog werd de Stichting Nederlands Kunstbezit opgericht met als primair doel de sinds mei 1940 uit Nederland verdwenen kunstschatten in kaart te brengen. Er werd een systeem opgezet waarbij men verplicht werd aangifte te doen volgens welbepaalde formaliteiten. Zo moest men een duidelijke omschrijving geven van het ontvreemde kunstvoorwerp en van de manier waarop het verloren ging (diefstal, confiscatie, gedwongen verkoop). Het bleek een goed systeem te zijn. Tachtig procent van de verdwenen kunstschatten kon op die manier in kaart gebracht worden. Wat overigens echter niet betekende dat ze ook werden teruggevonden.
Claimtentoonstelling
In 1950 werd er in het Rijksmuseum een grote claimtentoonstelling georganiseerd van schilderijen, tekeningen en tapijten. Het was moeilijk om te bewijzen dat je eigenaar was, zodat de staat zelf de beoordeling maakte. Wat van museale waarde was, bleef behouden. De rest werd verkocht, wat bedenkelijk is, omdat de staat op die manier zaken verkocht waarvan zij geen eigenaar was.
Restitutiecommissie
Met de oprichting van de Restitutiecommissie in 2001 wilde men het anders aanpakken. De commissie beoordeelt binnen een beoordelingskader de ingediende verzoeken tot restitutie betreffende de Rijkscollectie en overige collecties.
Drie relevante kenmerken:
De procedure is laagdrempelig gehouden. Er is geen advocaat nodig.
Er wordt een onafhankelijk onderzoek gevoerd door het Expertise Centrum Restitutie (ECR, onderdeel van NIOD).
De verzoekers worden zo veel mogelijk persoonlijk betrokken bij het onderzoek.
Het onderzoeksrapport wordt besproken met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de verzoekers. Vervolgens wordt het rapport overgemaakt aan de Restitutiecommissie, die een hoorzitting organiseert, een 'ronde tafel' in een laagdrempelige sfeer.
Bij objecten uit de Rijkscollectie brengt de Restitutiecommissie een niet-bindend advies uit aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Bij objecten uit andere collecties, zoals privéverzamelingen of kunst in handen van lagere overheden, brengt de commissie een bindend advies uit.
Moeilijkheid
Een moeilijkheid daarbij is het gegeven dat oorlogsslachtoffers de oorlog vaak doodzwijgen, waardoor hun kinderen maar weinig weten over de juiste toedracht. Via de hoorzittingen van de commissie komen deze kinderen vaak meer te weten over hun familiegeschiedenis. Dit gebeurt in een sfeer die ruimte laat voor de emoties van de betrokkenen. Wat niet betekent dat er zomaar overgegaan wordt tot restitutie. Dat kan enkel aan de rechtmatige verzoeker. De Duitsers hielden er een nauwgezette registratie op na, die tot op vandaag een waardevolle leidraad is voor de restitutie.
Actueel
Restitutie van geroofde kunst is tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog nog altijd actueel. Veelzeggend in dit verband is de recente vondst in Argentinië van een tweetal schilderijen die toebehoorden aan de Joods-Nederlandse kunsthandelaar en -verzamelaar Jacques Goudstikker. Ze werden ontdekt in het huis van de dochter van een naaste medewerker van Hermann Göring.
Voor de juristen - of anderszins daarin geïnteresseerden - onder de OvdP-leden: professor Toon van Mierlo gaat in onderstaand artikel voor het Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie uitgebreid in op de juridische kant van de restitutie van nazi-roofkunst.
Nederlands is inderdaad een moeilijke taal. Maar als je in Nederland verblijft en als je mee wilt doen, is het belangrijk dat je die taal (enigszins) onder de knie krijgt. Hoe doe je dat? Om daarvan een idee te krijgen, bezochten leden van de afdeling Maastricht eind maart het Novo College aldaar, een school voor nieuwkomers van ongeveer twaalf tot ongeveer achttien jaar.
De jongeren op het Novo College zijn over het algemeen nog maar net in Nederland. Vaak zijn ze met hun ouders gevlucht vanwege een oorlogssituatie in hun geboorteland. In twee jaar leren ze Nederlands. Daarna stromen ze uit naar voor hen geschikt vervolgonderwijs of naar al dan niet begeleid werk. Het gaat in deze opleiding vooral om de vaardigheden spreken, schrijven, gesprekken voeren, lezen en luisteren.
Bevlogen
Om te beginnen heb je op een opleiding bevlogen meesters en juffen nodig. Dat die er zijn op het Novo College, werd de aanwezige leden van de afdeling al direct duidelijk. Goed voorbereid vertelt juf Mieke, begeleider van leerlingen in fase 2, de periode waarin de leerlingen al wat vordering hebben gemaakt. De aanpak: kilometers maken, leeskilometers wel te verstaan. En dat doe je door leerlingen lekker te laten lezen in boeken die veelal uit de bibliotheek van het Novo College komen. De opzet en verdere uitbreiding van deze bibliotheek is een project van de afdeling Maastricht. Dankzij deze activiteit leren de leerlingen tal van nieuwe woorden. Heel belangrijk als je een nieuwe taal gaat leren.
Woordenschat
Ook op iets schoolsere wijze wordt de woordenschat van de leerlingen uitgebreid. Via een toets wordt bekeken in hoeverre de leerling op dit gebied stappen heeft gezet. Om een en ander te ervaren, krijgen de leden van de afdeling een laptop waarop ze een toets voor niveau A1 kunnen maken. A1 is het laagste taalniveau, maar het veronderstelt wel een woordkennis van 2.000 woorden. Ga er maar aan staan!
Grenzen
Het spreekt vanzelf dat de leerlingen ook op het Novo College proberen de grenzen wat op te rekken. Het maken van huiswerk schiet er weleens bij in, maar leven in een onzekere situatie - wel of geen recht op een vluchtelingenstatus, bijvoorbeeld - vergt ook de nodige energie. Natuurlijk is hiervoor alle begrip. Het Novo College wil de leerlingen een veilige landingsplaats bieden. Desondanks blijven de begeleiders een constructieve houding vragen van de leerlingen, want in de toekomst zal die ook van hen verwacht worden.
Routes
Er zijn drie routes die leiden naar het vervolgtraject voor de leerlingen, (begeleid) werk en inburgering, praktijkonderwijs aan het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en havo/vwo.
Het bezoek aan het Novo College werd afgesloten met een ontvangst in de bibliotheek. Keurig geordend staan daar boeken voor beginnende lezers, boeken voor gevorderde lezers en informatieve boeken. Op deze manier aangegeven, en niet met een kleurtje, want laat één ding duidelijk zijn: taalbevordering is waar het hier om gaat en dat doe je vooral met teksten.
Henny Janssen
Coördinator NT&C van de afdeling Maastricht
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op vrijdag 15 mei 2026. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief moeten artikelen uiterlijk maandag 11 mei (liefst eerder) binnen zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Portefeuillehouder Communicatie Ruud Hendrickx geeft tips voor het schrijven van teksten die op een scherm gelezen moeten worden, in een video van de Prince-Academie.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel, Chris Vermuyten en Carola Fox.