Het voorbije werkjaar was een periode van engagement en vooruitgang binnen onze vereniging. Als OvdP hebben we ons gefocust op drie strategische doelstellingen die elkaar versterken: inzetten op interne communicatie die informeert, verbindt en verdiept, de kracht van het verenigingsleven over afdelingen heen zichtbaar maken, en onze verbondenheid ook naar de buitenwereld uitstralen. Elk van deze ambities kreeg concreet gestalte, met resultaten die nu al zichtbaar zijn.
1. Heldere communicatie over gemeenschappelijke belangen
Om de leden nog beter te betrekken bij het reilen en zeilen van de vereniging, hebben we ingezet op een transparantere en frequentere communicatie via bestaande en nieuwe kanalen. De maandelijkse nieuwsbrief PrincEzine kreeg een opknapbeurt, met meer aandacht voor nieuws van en over leden. Naast twee edities van Noord & Zuid (Waar is thuis? en Water) werd er een peiling bij de leden gehouden. Daaruit blijkt een grote waardering voor vorm en inhoud, maar het leverde ook waardevolle suggesties op om het blad nog jonger en meer verbindend te maken, kortom een uithangbord van ons genootschap.
In het voorjaar werd een nieuw informatieblad gelanceerd, PrincActief, een beknopt A4'tje met nieuws en interessante weetjes, dat de leden bereikt via de afdelingsbesturen. En we zijn gestart met gepersonaliseerde folders, een manier om ons genootschap te promoten bij kennissen en vrienden en een gelegenheid om onze uitstraling te verbeteren. Tegelijk is het een kans om de afdelingspagina op de website op te frissen en te actualiseren.
2. Het verenigingsleven overstijgt de afdeling
De OvdP is méér dan de som van haar afdelingen. Dat werd het voorbije jaar tastbaar gemaakt via diverse initiatieven die leden uit verschillende regio’s samenbrachten. Denken we maar aan de vele succesvolle gewestdagen of aan de goedgevolgde lezingen en debatsalons bij de Prince-Academie, waar leden uit allerlei afdelingen samenkomen in thematische ontmoetingen rond taal, cultuur en samenleving. Wist je dat op de OvdP-boekenpagina al 74 auteurs-Princeleden zijn verzameld? En tot slot zijn recent de OvdP-reizen gelanceerd die openstaan voor alle leden. Wacht niet om in te schrijven, het zijn unieke kansen om elkaar te ontmoeten en nieuwe plekken te ontdekken.
3. Verbondenheid uitstralen naar buiten toe
Onze identiteit als vereniging krijgt pas echt kracht wanneer ze ook buiten de muren van onze bijeenkomsten zichtbaar wordt. Het afgelopen jaar werden verschillende stappen gezet naar een duidelijke en herkenbare publiekscommunicatie. Denk aan de eigen LinkedIn-pagina met ondertussen meer dan 850 volgers, het opstarten van Vrienden van de OvdP, een abonnementsformule op de OvdP-media, een connectie met bevriende verenigingen zoals de Lage Landen en het ANV, een grotere aanwezigheid van ons genootschap bij activiteiten van partnerorganisaties. Kortom, we willen als OvdP-leden steeds vaker via taal en cultuur ambassadeurs worden van onze waarden amicitia en tolerantia.
Jan Van Daele
President
Naast de drie grote strategische pijlers - interne communicatie, de vereniging als geheel en de buitenwereld - werd achter de schermen hard gewerkt aan het versterken van de bestuurskracht, het gezond maken van onze financiële huishouding en het verbeteren van de efficiëntie van het secretariaat. Automatisatie en digitalisering zijn daarbij sleutelwoorden.
Digitale werkomgeving
De eerste stappen van de omslag zijn gezet. Met 'Infopunten' wordt nu informatie uitgewisseld met de leden van het Presidium en van de Algemene Raad. Via online formulieren en digitale werkruimtes maken afdelingen en leden kennis met deze nieuwe hulpmiddelen.
Boekhouding
Ondertussen heeft zich een kandidaat-Algemeen Penningmeester aangemeld: Jan Dheedene, afdeling Kempen (en momenteel daar voorzitter). Hij zal de huidige Algemeen Penningmeester, Katharina Putzeys, die wegens ziekte haar taak niet meer kan uitvoeren, vervangen voor de resterende duur van deze bestuursperiode. Met de komst van de nieuwe Algemeen Penningmeester kunnen we nu starten met de hoognodige modernisering van de boekhouding.
OvdP-archief
Ook de overdracht van het OvdP-archief naar het ADVN schiet op. Nu komt een fase waar ook de gewest- en afdelingsarchieven verzameld zullen worden. Het ADVN - een erkende Vlaamse culturele erfgoedorganisatie - is een archief- en expertisecentrum dat zich richt op het erfgoed van de Vlaamse beweging en andere nationale bewegingen in Europa. Ze verzamelt, bewaart en beheert deze erfgoedcollecties en maakt ze toegankelijk voor onderzoek en publiek.
Het Bestuur
Welke pabo-student kan het meest inspirerende filmpje maken over een kinderboek? Dat was de vraag die centraal stond bij de wedstrijd die de afdeling Breda had opgezet in nauwe samenwerking met de opleiding tot basisschooldocent in haar stad. "Eigenlijk was iedereen een winnaar."
De Kinderboekentuin aan de Speelhuislaan in Breda was 12 juni het sfeervolle decor voor de prijsuitreiking van het leesproject, een samenwerking tussen de afdeling Breda en de pabo van de Avans Hogeschool. Naast studenten, docenten en leden van afdeling Breda waren ook Eliane Boileau (vicepresident) en Hubert Sturtewagen (gewestcoördinator NT&C van Schelde-Mark) aanwezig.
Contact
In het najaar 2024 zochten wij (Gerritdien Burink en schrijver dezes) contact met de Avans-Pabo. Wij vonden dat een inspirerend voorlezende leerkracht zijn of haar leerlingen stimuleert zelf ook plezier in lezen te krijgen. We hadden het geluk dat de docenten net zo enthousiast waren als wij. Het leesproject werd in het curriculum van de eerstejaars opgenomen. Zo kwam het dat de studenten tijdens de 'bibliotheekdag' in de Nieuwe Veste aan de slag gingen met hun favoriete kinderboek.
Filmpje
De opdracht was: maak een filmpje van maximaal vier minuten, waarin je het door jou uitgezochte kinderboek voorstelt, je keuze voor dit specifieke boek motiveert en waarin je tot slot een fragment voorleest. Het resultaat was een zodanige berg aan inzendingen dat we besloten een studentenjury van ouderejaars in te stellen. Deze jury maakte een eerste schifting en stuurde ons achttien filmpjes ter beoordeling. Wát een aanstekelijke en inspirerende filmpjes waren het! Eigenlijk was iedereen een winnaar. Na een digitale stemming door de leden van de afdeling Breda zijn een top drie én een aanmoedigingsprijs uit de bus gekomen. De eerste prijs ging uiteindelijk naar Maartje Ligtvoet, die gekozen had voor het boek Botje, van Janneke Schotveld met illustraties van Annet Schaap.
Gedicht
Ook gewestelijk NT&C-coördinator Hubert Sturtewagen benadrukte in zijn speech het belang van en het plezier in lezen. Hij droeg daarnaast een gedicht van eigen hand voor.
Wat is een boek?
Een boek is een boot op een zee van papier
ik stap erin zachtjes, en vaar weg van hier
Naar bergen van letters, naar kastelen van klank,
langs zinnen vol dromen en regels zo rank
Ik vlieg met een draak, ik zwem met een vis,
Ik klim in een wolk waar de maan wakker is.
Een prinses leert me dansen, een beer leest me voor
En ik blijf maar lezen - ik wil steeds maar door
De bladzijden fluisteren: kom, ga maar mee
Er ligt een verhaal aan het eind van de zee.
Dus geef me een boek en wat tijd om te gaan,
Dan zie je me later met sterren in 't raam.
Hubert Sturtewagen
Carola Fox
Secretaris NT&C van de afdeling Breda
Foto hieronder: de groep eerstejaarsstudenten van de Avans Pabo in Breda.
Enige tijd geleden gaf mededirecteur Leo van de Wetering een lezing over de Rotterdamse boekhandel Donner, waar hij al tientallen jaren werkt. Zo kwam het initiatief tot stand om met Donner en de afdelingen Rotterdam en Den Haag een literaire avond met schrijver Otto de Kat te organiseren. Eind mei was het zover op Sociëteit De Maas, de thuisbasis van de afdeling Rotterdam.
Donner is een van de grootste boekhandels van Nederland en heeft een bijzondere geschiedenis in Rotterdam. Ten tijde van een dreigend faillissement in 2014 is de zaak gered door vijf werknemers, waaronder Leo van de Wetering, die een crowdfunding op poten zetten. De boekhandel trekt op dit moment een miljoen bezoekers per jaar, bijna net zoveel als Diergaarde Blijdorp. In haar theater heeft ze inmiddels honderden Nederlandse en Vlaamse auteurs ontvangen.
Otto de Kat
Dankzij bemiddeling van Donner was schrijver Otto de Kat, pseudoniem van Jan Geurt Gaarlandt, te gast op de literaire avond. Hij schreef het veelgeprezen boek Autobiografie van een flat over een flatgebouw in een zijstraat van de Kralingse Plas in Rotterdam. Daar werd de schrijver in 1946 geboren en in dat appartement schreef hij het boek. Gaarlandt is ook directeur-uitgever van Uitgeverij Balans. Hij studeerde theologie en Nederlands aan de universiteit van Leiden. Na zijn studie werd hij literair criticus van de Volkskrant en Vrij Nederland. In 1986 richtte hij Uitgeverij Balans op. Hij schreef eerder de romans Man in de verte (1998), De inscheper (2004), Julia (2008), Bericht uit Berlijn (2012), De langste nacht (2015), samengevoegd en aangevuld tot vijfluik onder de titel De eeuw van Dudok (2016), en Freetown (2018). Ze werden meermaals genomineerd voor literaire prijzen. De romans zijn vertaald in het Duits, Engels, Frans, Italiaans en Zweeds.
Interview
Aan de hand van een interview door Caspar van der Woude, voorzitter van de afdeling Rotterdam, verhaalde Gaarlandt over zijn roman Autobiografie van een flat. Genodigden waren leden van het gewest Holland en relaties van Donner. De boekhandel heeft via de evenementenpagina van zijn website lezers uitgenodigd. Het bleken de ingrediënten voor een mooie Rotterdamse literaire avond. Ruim zeventig geïnteresseerden waren van de partij, waarvan zo’n dertig leden van de Orde van den Prince, inclusief enkele gasten. Ook gewestpresident Willem Gijsels was aanwezig, net als Mieke Langenberg, secretaris NT&C. De overige veertig aanwezigen kwamen via Boekhandel Donner.
Het was een goede manier voor deze aanwezigen, potentiële leden dus, om kennis te maken met de Orde als geheel en met leden van diverse afdelingen van het gewest Holland. Er werd een flyer uitgereikt met informatie over de Orde van den Prince en de afdeling Rotterdam, die hopelijk tot een grotere naamsbekendheid en ledenaanwas leidt.
Na het interview was er gelegenheid tot het stellen van vragen. De avond werd besloten met een signeersessie. Aansluitend was er nog een heerlijk aspergediner met de aanwezige leden van de Orde van den Prince en hun gasten. We kijken terug op een geslaagde literaire bijeenkomst, met dank aan Donner, de afdeling Den Haag en het Bestuur van de Orde, dat deze avond financieel mogelijk maakte.
Enthousiast
Zowel Boekhandel Donner als de afdelingen Rotterdam en Den Haag waren enthousiast over de samenwerking. De Orde van den Prince was breed zichtbaar voor de buitenwereld. We ontvingen veertig mensen die geïnteresseerd zijn in taal en cultuur. Bovendien konden we de flyer breed uitdelen. Wij gaan in gesprek met Donner om deze samenwerking voort te zetten, om zo de uitstraling en ledenwerving meer elan te geven.
Maud Eyck
Penningmeester van de afdeling Rotterdam
Schrijfster Herma de Beer, lid van de afdeling Zwolle, sluit de reeks gedichten af rond het thema 'lijfelijkheid' van Gedichtendag 2025. Haar voorgangers schreven in de laatste drie PrincEzines over dit thema gedichten met een erotische inslag of schetsten de laatste levensfase van de mens, meer specifiek de fysieke achteruitgang. Hilde daarentegen vatte 'lijfelijkheid' op in de manier waarop het lijf, het lichaam zichzelf presenteert.
In haar eigen woorden: "We spreken met woorden, maar misschien nog meer met onze lichaamstaal. Ik ben dus meer met het fysieke dan met het sensuele aan de slag gegaan."
lichaamstaal
potlood zoekt papier
om een gezicht te tekenen
ogen, mond, neus
de suggestie van huid
arm zoekt houding
gehuld in ruime mouw
achter rug, langs zij
niet weten hoe wel
voet zoekt evenwicht
tussen kiezels en keien
om stapsgewijs een spoor
te trekken in zacht zand
lijf zoekt lijst, een spiegel
om te zijn, te blijven
de frons of lach te zien
die de ander ziet
herma de beer
Herma de Beer is schrijver en amateurkunstenaar. Daarnaast geeft ze cursussen creatief schrijven, redigeert ze teksten en schrijft ze in opdracht levensverhalen. Als taalcoach helpt Herma de Beer anderstalige mensen bij het leren van de Nederlandse taal. Op haar website kun je onder Schilderijen en Gedichten een indruk krijgen van haar werk. Je vindt er verder ook informatie over haar schrijfcursussen.
Voor het septembernummer is genomineerd: [een lid van] onze jongste afdeling, Scheldeland.
Sinds mei 2025 is Ann Michels lid van de afdeling Limburg I. Bij deze docente woordkunst staat taal centraal, niet alleen op professioneel vlak. "Taal is voor jongeren een instrument waarmee ze op een podium kunnen staan."
Ann Michels studeerde aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium te Antwerpen, waar ze een master in drama en woordkunst behaalde. Zij doceerde aan verschillende academies en was vast verbonden aan de Stedelijke Academie voor Kunsten in Maaseik. Daar sloot ze haar loopbaan af als docente Algemene Verbale Vorming, Drama en Woordkunst.
Geboeid
"Taal heeft me altijd al geboeid", steekt Ann Michels van wal. "Als kind volgde ik reeds voordrachtlessen en drama. Ook professioneel ben ik er mijn hele leven mee bezig geweest. Zo was ik stemacteur, zorgde ik bij de toenmalige BRT voor voice-overs en werkte ik mee aan uitzendingen van Radio-Limburg. Ik sprak ook reclameboodschappen in en presenteerde bedrijfsevenementen. Samen met klassiek gitarist Roland Broux, die gitaar doceerde aan het Conservatorium te Antwerpen en het Lemmensinstituut te Leuven, gaf ik huisconcerten in onze contreien. Roland zorgde voor de muziek en ik droeg poëzie voor."
Contact
Het was via deze huisconcerten dat Ann Michels voor het eerst in contact kwam met de Orde van den Prince. "We gaven voorstellingen voor verscheidene afdelingen. Zo zorgden we onder andere voor de omkadering van het feest ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de afdeling Aarschot. Daar is trouwens mijn jongste zus inmiddels lid geworden. Ook in de afdelingen van Genk en Leuven traden we op. De Orde is voor mij dus geen onbekende, temeer daar ook mijn oudste zus en mijn broer lid zijn van de afdeling in Genk. Je kan ons dus zonder problemen een Princefamilie noemen!"
Warme sfeer
De Orde van den Prince was dus geen onbekend terrein voor Ann Michels. "Ik kende de warme, vriendelijke sfeer van de Prince al via onze optredens. Ik was meteen enthousiast toen ik gevraagd werd lid te worden door mijn twee peters Luc Savelkoul en Hugo Leroi. Lidmaatschap van de Orde met hun nadruk op taal, kunst en vriendschap, ligt helemaal in dezelfde lijn met wat mij altijd al bezielde. De verschillende onderwerpen die er tijdens de bijeenkomsten aangesneden worden, gekoppeld aan de hartelijke sfeer, vormen voor mij een echte meerwaarde."
Jongeren
Door haar werk aan de verschillende academies heeft Ann Michels ook een bevoorrechte kijk op hoe jongeren tegenwoordig omgaan met taal. En die kijk is bepaald positief. "Ik merk dat er nog steeds een grote groep jonge mensen bestaat die geboeid is door taal. Taal is voor hen een instrument waarmee ze op een podium kunnen staan. Ik ben verheugd dat voldoende jongeren nog een groot taalgevoel hebben. Wat mij trouwens ook opvalt is een verschuiving in de perceptie van onze Nederlandse taal. Toen ik begon te studeren aan de academie in Genk, werd ons ingeprent dat we 'Hollands' moesten praten. Geen 'zachte g' dus! Dat is nu wel anders!" Een duidelijke evolutie van rigide taalgebruik, naar een soepelere en meer persoonlijke vorm.
Vrije tijd
Het zal weinigen verbazen dat de vrije tijd van Ann Michels ook in het teken van taal staat. "Minstens eenmaal per maand ga ik naar het theater. Verder lees ik graag - Oroppa van Safae el Khannoussi ligt klaar. Ik loop ook graag binnen in musea en tentoonstellingen. En met mijn 96-jarige moeder heb ik nog altijd gepassioneerde gesprekken over kunst en literatuur." Taal is bij Ann Michels duidelijk een familieaangelegenheid!
Chris Vermuyten
Lid van de redactie van PrincEzine
Christiaan van der Harst
Miet M.J.A. de Bosschere, jurist
Pieter H. Schim-van der Loeff, voormalig advocaat
Petra Franssens, jurist
Johan Stals
Bea M.C. Serraes, juridisch adviseur
Isabel Devriendt, adjunct-directeur dep. Cultuur, Jeugd en Media
Ann Gaeremynck, gewoon hoogleraar Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen KU Leuven
Hilde Laga, juriste, bestuurster van vennootschappen
Julie Macours-Persoons, gepensioneerd
Micheline Vandeputte, gepensioneerd
Yves L.D. Breysem, algemeen directeur Jessa Ziekenhuis
Hendrik M.J.M.W. Claessens, handelsingenieur
Ann Michels, gepensioneerde leerkracht drama en woordkunst
Hans Wilmots, bestuurder van vennootschappen
Arend E. Dikkers, directeur Praetium Analytics
Koen Kessels, dirigent, muzikaal leider
Frank t'Sas, zelfstandig adviseur, vicevoorzitter De Regenboogschool
Elvire M.E.W. van Geel, jurist
Jürgen Vanhoutte, diensthoofd Erfgoed en erfgoedcoördinator Tienen
Marianne Dobbels, humanresourcesexpert
Karl J.A. Ruts, private banker
Patrick J.P. Sclep, network development manager
De beste graadmeter voor de vitaliteit van onze vereniging is nog altijd de instroom van nieuwe leden. En die was het afgelopen werkjaar opvallend positief. Over het hele werkjaar 2024-2025 noteren we 155 nieuwe leden. Bij het bijstellen van de ledenlijsten aan het begin van het werkjaar, in september 2024, bleek er een terugval van 153 leden, waaronder 22 overlijdens.
Dat betekent dat we ‘status quo’ gebleven zijn. De terugval van het ledenaantal sinds 2020 lijkt gestopt en we durven opnieuw te hopen op groei. De richtlijn van twee nieuwe leden per afdeling per jaar blijft daarbij een belangrijke leidraad. Al wie zich kan herkennen in het profiel van de OvdP is welkom. Mensen met een liefde voor taal en cultuur, en met vriendschap en verdraagzaamheid als persoonlijke waarden. Mensen die met trots hun lidmaatschap uitdragen.
Benieuwd wie al die nieuwe leden zijn? Klik dan hier.
Dijt onze woordenschat alsmaar uit? Over opbouw en geschiedenis van de Nederlandse woordenschat. Dat is de titel van het nieuwste boek van taalkundige en onderzoeker bij het Instituut voor Nederlandse Taal (INT) Nicoline van der Sijs, lid van de afdeling Utrecht. "Ik ben al sinds mijn twintigste gefascineerd door de vele facetten van woorden."
We denken over het algemeen nauwelijks na over woorden: ze zijn zo alledaags. Hoeveel woorden komen er dagelijks niet over onze lippen? Maar als we er even wél over nadenken, blijken woorden toch ook iets wonderlijks te hebben. Hoe ontstaan ze? Hoe werken ze? Hoe gebruiken we ze? Wat verstaan we eigenlijk onder een woord? Wat weten we al over woorden? Wat (nog) niet?
Woordenschat
Dijt onze woordenschat inderdaad steeds verder uit? Je zou denken van wel: als we voor alle 'nieuwigheden' steeds nieuwe woorden bedenken, dan wordt de woordenschat toch steeds groter? Groeit de Nederlandse woordenschat dus eindeloos, of is er een grens aan het aantal woorden dat we kunnen maken? Verdwijnen sommige woorden uit ons collectieve geheugen? Hoeveel woorden kent een gemiddelde spreker van het Nederlands eigenlijk? En hoe verhoudt zich dat aantal tot de totale woordenschat van de taal?
Vragen
Boeiende vragen die professor Nicoline van der Sijs al lang fascineren. We kennen haar natuurlijk vooral van boeken over taal en taalverandering. Maar blijkbaar waren woorden haar eerste wetenschappelijke liefde. Zelf zegt ze daarover: "Toen ik twintig was, begon ik als redacteur van een Nederlands-Russisch woordenboek. Sindsdien ben ik altijd gefascineerd gebleven door de vele facetten van woorden." Ze hoopt dat dit boekje iets van die liefde en fascinatie doorgeeft aan een volgende generatie, en verwondering oproept over de rijkdom van onze woordenschat, die we dagelijks zo achteloos gebruiken.
Geschiedenis
Nicoline van der Sijs neemt je in Dijt onze woordenschat alsmaar uit? mee op een reis door de geschiedenis en de opbouw van de Nederlandse woordenschat. Ze onderzoekt hoe woorden ontstaan, veranderen en verdwijnen. Ze benadert de woordenschat op verschillende manieren:
Hoeveel woorden staan er in een woordenboek? Over het algemeen verandert de omvang van de woordenschat niet erg - er komen slechts in beperkte mate woorden bij. Maar er verdwijnen ook woorden die in onbruik raken. Hoeveel woorden er in een woordenboek terechtkomen, hangt af van de uitgever. Verder maakt het ook uit of het een historisch woordenboek is of niet.
Hoeveel woorden vind je in een verzameling van grote corpora? Heel veel woorden natuurlijk, maar vaak zijn dat ook geen 'blijvertjes'. Het aantal woorden in corpora is in principe oneindig omdat we nieuwe woorden maken en ontlenen aan andere talen.
Hoeveel woorden slaat de taalgebruiker op in zijn geheugen (het mentale lexicon)? Het mentale lexicon van een ontwikkelde volwassen taalgebruiker zou gemiddeld niet meer dan 42.500 woorden omvatten. De capaciteit van ons geheugen is beperkt…
Nieuwe reeks over Nederlands
Dit boekje is het eerste deel van de nieuwe publieksreeks Nederlands in het klein, opgezet door de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar Nicoline van der Sijs hoogleraar Historische Nederlandse taalkunde in de digitale wereld was. "Het doel van de reeks is om lezers op een vernieuwende, aansprekende manier kennis te laten maken met recent neerlandistisch onderzoek." Zeg maar: toegankelijke boeken over actuele ontwikkelingen in de neerlandistiek. De reeks is ook geschikt voor gebruik in het voortgezet onderwijs. Voor elk deel komt aanvullend lesmateriaal beschikbaar via de website van de Werkgroep Onderzoek en Didactiek Nederlands (WODN).
Marianne van Scherpenzeel
Lid van de redactie van PrincEzine
Dijt onze woordenschat alsmaar uit? Over opbouw en geschiedenis van de Nederlandse woordenschat is uitgegeven door Radboud University Press. Je kunt via de website van de Radboud University Press een papieren exemplaar kopen (paperback, 25 euro), [ISBN 9789465151007, DOI 10.54195/SFIA5632].
Gratis te downloaden
Maar, heel speciaal: het boekje is sinds 23 mei 2025 ook toegankelijk via Diamond Open Access, gepubliceerd onder een CC BY-NC-ND 4.0-licentie. Dat wil zeggen dat je het boekje gratis kunt downloaden.
Marleen Willebrands, neerlandica, hobbykok en lid van de afdeling Heerlen, heeft eerder deze maand de Joop Witteveenprijs 2025 in ontvangst genomen. Zij won met haar boek De Verstandige Kock. Proef de smaak van de 17de eeuw.
In het gelauwerde boek reconstrueert Marleen Willebrands het enige gedrukte Nederlandstalige kookboek in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden van de 17de eeuw. Het was bijna honderd jaar lang dé culinaire bestseller van Nederlandse bodem.
Marleen heeft de 194 recepten in modern-Nederlands hertaald en met achtergrondinformatie en beeldmateriaal verrijkt. Ze liet zich adviseren door Alexandra van Dongen, kunsthistorica en conservator van Museum Boijmans Van Beuningen, om keuken- en tafelgerei uit De Verstandige Kock te illustreren aan de hand van schilderijen en voorwerpen uit diezelfde periode. Met ondersteuning van Manon Henzen, culinair historica en eigenaar van historisch kookatelier Eet!verleden, heeft ze twintig tongstrelende recepten voor de moderne keuken bewerkt, waardoor iedereen de smaak van de 17e eeuw kan ontdekken.
Jury
De jury waardeerde het boek "vanwege veel nieuw onderzoek over de eetgewoonten en over de keuken in de zeventiende-eeuwse kunst. Het wetenschappelijke karakter wordt gewaarborgd door een uitvoerige annotatie, een uitgebreide bibliografie en zaak- en persoonsregisters. Door verbanden met literatuur, kunst en historische personen wordt het culinaire verleden prachtig tot leven gebracht, zonder te vervallen in fictie. Er worden veel pareltjes in de receptuur gegeven met verhelderende commentaren. Voor 'het grote publiek' zal de verankering van dit kookboek in de zeventiende-eeuwse cultuur een extra dimensie toevoegen. Een boek met een heldere opzet, waarbij dankzij de samenwerking met de co-auteurs een rijkgevarieerde inhoud is ontstaan."
Prijs
De Joop Witteveenprijs wordt sinds 2012 toegekend aan het beste historische onderzoek op het gebied van eetcultuur in Nederland en Vlaanderen. De prijs werd jaarlijks uitgereikt tijdens het Gala van het Kookboek, gelijktijdig met de internationale Johannes van Damprijs. Joop Witteveen (1928–2016), culinair historicus en oprichter van de Gastronomische Bibliotheek (SGB), was tot zijn overlijden zelf jurylid. Vanaf 2017 vindt de uitreiking tweejaarlijks plaats, als onderdeel van het Amsterdam Symposium on the History of Food. De prijs is ingesteld door de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 2025 wordt de organisatie en uitreiking van de prijs verzorgd door de Stichting Historische Eetcultuur.
Nog niet zo lang geleden, op 3 februari 2025, was Marleen Willebrands te gast in het debatsalon van de Prince-Academie, om te spreken over haar boek en hoe het tot stand kwam. Dit is uiteraard terug te kijken. Drie jaar geleden stond in PrincEzine een artikel over het nu gelauwerde boek.
Onze taal lijkt vitaler dan ooit, met miljoenen sprekers in Vlaanderen, Nederland en daarbuiten. Tegelijk botst ze op nieuwe uitdagingen: de invloed van het Engels, de rol van jongeren en sociale media, de taal van nieuwkomers en de groeiende afstand tussen spreektaal en standaardtaal. In een tijd waarin identiteit, inclusie en communicatie centraal staan, is het Nederlands niet slechts een communicatiemiddel, maar ook een cultureel bindmiddel. Maar wat betekent dat vandaag? En morgen? Kortom een thema dat ons allen zeer ter harte gaat.
Hoe pakken we dit aan?
Het is de bedoeling dat het komende werkjaar 2025-2026 in elke afdeling een avond over 'Het Nederlands anno 2025' wordt georganiseerd. Natuurlijk komt het thema ook aan de orde in de Prince-Academie en er zijn plannen voor een colloquium. Zo geven we op een mooie manier vorm aan de verbinding en de verdieping die we nastreven.
Wat is het uitgangspunt?
Inhoudelijk baseren we ons op enkele wetenschappelijke studies waar we een samenvatting van hebben gemaakt. Deze samenvatting wordt momenteel bekeken en zo nodig aangepast door een werkgroep van deskundigen. In de tekst worden een aantal vragen en discussiepunten opgenomen. De werkgroep werkt aan een handleiding om deze discussiepunten in de afdelingen aan de orde te stellen. In augustus ontvangen de afdelingsbesturen hierover meer informatie. Het is de bedoeling dat iedere afdeling een verslagje van het debat maakt, wat dan weer de basis vormt van het standpunt dat we als vereniging over het Nederlands anno 2025 aan de buitenwereld kenbaar willen maken.
Doe allemaal mee!
Het belooft een mooi project te worden waar de leden zich op alle niveaus voor kunnen inzetten. Afdelingsbesturen, houd hier alvast rekening mee bij de planning van het jaarprogramma!
Werkgroep Het Nederlands anno 2025
Theo Kralt (voorzitter)
Wim Hüsken
Jan Van Daele
Mieke Langenberg-Tissot
Maar liefst 26 afdelingen hebben het afgelopen jaar hard gewerkt om op het gebied van taal en cultuur waar nodig in Nederland, Vlaanderen en Europa de helpende hand te bieden. Zij zetten een zogeheten NT&C-doelgroepproject op, zochten financiering, vroegen een NT&C-subsidie aan en gingen met veel enthousiasme en creativiteit aan het werk.
Er waren bijvoorbeeld projecten om jongeren of nieuwkomers te helpen met het leren van Nederlands, vaak in samenwerking met professionele organisaties zoals OKAN-scholen. Onze leden organiseerden excursies voor de leerlingen, zetten toneelopvoeringen op, waren leesbuddy’s of doneerden boeken.
Zo organiseerde Meise excursies naar de markt in Vilvoorde en naar Technopolis in Mechelen, als aanvulling op de OKAN-lessen voor middelbare scholieren. Heerlen ondersteunde een Taaldorp waarbij de OvdP-leden bepaalde rollen speelden en de jongere NT2-leerders op een speelse manier werden aangemoedigd over allerlei thema's gesprekken te voeren. Pajottenland ondersteunde in samenwerking met TADA gedurende het hele schooljaar een weekendschool in Molenbeek voor anderstalige leerlingen van het vijfde leerjaar tot en met het eerste jaar secundair onderwijs. Er werden met steun van Tienen en Heerlijkheid Beveren toneelstukken opgevoerd. Land van Waas en Dendermonde 2 en Heerlijkheid Beveren ondersteunden de OKAN-scholen voor twaalf- tot achttienjarige allochtone leerlingen. Voorkempen stimuleerde het aanleren van Nederlands met Nederlandse liedjes (project Zing-zang-zong). Limburg 1 ondersteunde een vakantieproject, een Nederlands taalbad, voor allochtone jongeren (project Het Berenhuis) en Diest ondersteunde de OKAN bij de organisatie van een Taalkamp. Verschillende afdelingen (Zaventem, Breda, Leuven en Nijmegen) hielpen met leesprogramma's of zorgden voor een aanvulling van de bibliotheek voor allochtone jongeren.
Wedstrijden
Sommige afdelingen organiseerden wedstrijden. Dergelijke projecten hebben vaak ook een uitstralingseffect, want ouders, docenten en andere betrokkenen worden dan uitgenodigd voor de feestelijke uitreiking!
Prijzen
De student Nederlands die de beste scriptie schreef werd door Groningen beloond met de Betsy Nort-prijs. Apeldoorn organiseerde een debatwedstrijd voor middelbare scholieren. De afdeling Tilburg loofde een schrijfprijs uit voor NT2-leerders. Heerlen beloonde in samenwerking met de Fontys Hogeschool een student voor het beste onderzoek op het gebied van de Nederlandse Taal. Breda organiseerde samen met de Avans Hogeschool en de Kinderboekentuin een wedstrijd voor Pabo-studenten die filmpjes maakten van hun favoriete kinderboek. Het gewest Limburg en de Hogeschool PXL bekroonden de beste bachelorproef over basisonderwijs.
Cursussen en workshops
De afdelingen Halle en St Genesius-Rode-Beersel ondersteunden afgelopen jaar cursussen van het Herman Teirlinckhuis (in een Franstalige omgeving) over Nederlandse literatuur voor Franstalige en Nederlandstalige middelbare scholieren en studenten. De plannen van 't Sticht voor een schrijfworkshop voor VMBO-leerlingen moesten helaas door buitengewone omstandigheden tot volgend jaar worden uitgesteld. Dordrecht richtte zich op de Taalgerelateerde Ontwikkelingsstoornissen (T.O.S.).
Neerlandistiek extra muros
Een tiental afdelingen onderhoudt een peterschapsrelatie met een opleiding Nederlands aan een buitenlandse universiteit. Er zijn vele malen meer academische studenten Neerlandistiek buiten het Nederlandse taalgebied dan in Vlaanderen en Nederland zelf. Juist die opleidingen kunnen heel goed een steuntje in de rug gebruiken. Tervuren hielp Hongaarse studenten Nederlands bij de organisatie van een studiereis naar Vlaanderen. Arnhem ondersteunde een door de studie Nederlands in Boedapest georganiseerd colloquium. Den Haag hielp de faculteit in Ljubljana bij de aanschaf van een nieuwe onderwijsmethodiek en Heerlen maakte voor enkele Georgische studenten deelname aan de door de Taalunie georganiseerde zomercursus in Gent mogelijk en nodigde hen daarna uit om in Heerlen nog een weekend bij de afdeling door te brengen (logies bij de leden en een mooi cultureel programma). Keerbergen begeleidde en ondersteunde twee Erasmusstudenten en drie docenten uit Universiteit Bratislava tijdens hun studieverblijf in Vlaanderen. Mechelen werkte samen met de studie Nederlands in Zagreb en organiseerde onder andere Zoomgesprekken tussen de studenten en de eigen leden. Schelde-Leie en Gent Princehof hebben een peterschap met respectievelijk de opleidingen in Olomouc en Lublin, Land van Waas en Dendermonde 1 met Belgrado en Leuven met Triëst.
Laat je inspireren!
Kortom, het bruist in onze afdelingen van leven. Chapeau voor alle leden die aan deze mooie projecten hebben meegewerkt! Zij willen niet alleen discussiëren over de verengelsing van onze taal, de achteruitgang van de resultaten van onze scholieren, de opleiding van neerlandici en de integratie van nieuwkomers en allochtonen in onze maatschappij, maar ze steken zelf de handen uit de mouwen en gaan aan de slag. Laat je inspireren door deze mooie voorbeelden! Als je een goed NT&C-projectvoorstel indient, kan het bestuur het bedrag dat je als afdeling hierin steekt, verdubbelen tot een maximum van 750 euro.
Mieke Langenberg
Portefeuillehouder NT&C in het Bestuur
Foto hieronder: het Taaldorp van de afdeling Heerlen waarbij leerlingen in nagespeelde alledaagse situaties hun Nederlands kunnen oefenen met OvdP-leden.
De gewestpresidenten en afdelingsvoorzitters of hun afgevaardigden waren op 23 mei te gast in het FOMU (Fotomuseum) in Antwerpen. Daar vond de tweede Algemene Raad van dit werkjaar plaats. Zoals bij de editie in november 2024 in het Van Abbemuseum te Eindhoven verkiest het Bestuur om voortaan een vergaderplek met culturele allure uit te kiezen, afwisselend in Vlaanderen en Nederland.
Het werd opnieuw een dagprogramma voor de deelnemers: 's morgens de Algemene Raad in de grote cinemazaal en na de broodjeslunch eerst een lezing van Ann Mares, directielid bij het ADVN, en daarna een begeleid bezoek aan de tentoonstelling Lee Miller in print. Drie goede redenen dus om tot in Antwerpen te komen. Deze formule blijkt geapprecieerd te worden door de deelnemers terwijl de kas er ook wel bij vaart, omdat het in de praktijk een stuk goedkoper is dan een zaaltje in een hotel of een vergaderlocatie met een bijbehorende relatief dure lunch.
65 deelnemers
De president verwelkomde iets meer dan 65 deelnemers in de cinemazaal van het FOMU en 14 deelnemers via Zoom. De aanwezigheid is merkbaar hoger dan bij de vorige Algemene Raad. 61 afdelingen waren vertegenwoordigd door hun voorzitter, opvolger of vervanger.
De president huldigde de drie gewestpresidenten die dit werkjaar zullen 'afzwaaien': Walter Baeten (Zuid-Oost-Vlaanderen), Joris Witkam (Maas-Samber-Schelde) en Willem Gijsels (Holland). Hij heette hun opvolgers welkom, respectievelijk Hans Scherlippens, Ivan De Muynck en Jan Hoekema.
Financiën
Er is goed nieuws op het gebied van de financiën. Na enkele jaren met negatieve resultaten kon het Bestuur 2023-2024 onder leiding van president Ruud Hagenouw het werkjaar 2023-2024 afsluiten met een operationele opbrengst van 34.000 euro. Dit positieve resultaat is te danken aan de verhoging van de contributie, de vermindering van de dotatie aan de gewestpresidenten, de vermindering van de kosten van het Bestuur en de lagere personeelslasten na de pensionering van secretariaatsmedewerkster Sonja in april 2024. De kascontrolecommissie, die bestaat uit Joost Smeets (afdeling Heerlen) en Ward Callens (afdeling Leuven-Arenberg) adviseerde om decharge te verlenen aan de penningmeester en aan het Bestuur voor de uitoefening van hun mandaat over het boekjaar 2023-2024. De Algemene Raad beaamde dit met een welgemeend applaus.
Begroting 2024-2025
Daarna stelde de president een bijgewerkte versie voor van de begroting van het werkjaar 2024-2025. Ook voor dit werkjaar wordt er een winst verwacht, dankzij de verdere daling van de personeelskosten en een strikte controle van de uitgaven van het Bestuur, het Presidium en de Algemene Raad, en dit ondanks de voorziene uitgaven voor de Prijs van den Prince en de subsidie voor de Algemene Ledendag. De contributie blijft voor volgend werkjaar ongewijzigd. Een voorstel van een sluitende begroting 2025-2026 werd voorgesteld. Daarbij valt op dat er fors geïnvesteerd zal worden in de verdere digitalisatie en de modernisering van de boekhouding.
Algemeen Secretaris Johan Berlaen wees opnieuw op het belang van het accuraat bijhouden van de ledenlijsten. De contributie van onze leden is nagenoeg de enige bron van inkomsten. Het Bestuur dankt dan ook de afdelingen die wijzigingen in hun ledenlijst stipt doorgeven en de verschuldigde bijdrage op tijd betalen.
Jaarthema 2025-2026, 'Het Nederlands anno 2025'
Theo Kralt, gewestpresident Oost-Nederland, verduidelijkte zijn nota over het themajaar Het Nederlands anno 2025, een initiatief waarbij alle afdelingen dit jaar aandacht schenken aan een kerndoelstelling van de OvdP en het thema 'Staat van het Nederlands' opnemen in hun jaarprogramma voor het werkjaar 2025-2026. Er is een werkgroep en een commissie van experts samengesteld om discussiemateriaal voor te bereiden dat door de afdelingen kan worden gebruikt om een debatavond in te richten.
NT&C-beleid
Mieke Langenberg, lid van het Bestuur met portefeuille NT&C, rapporteerde over de NT&C-projecten van dit werkjaar en verwees naar het Infopunt en de website voor meer details. De herdefiniëring en de splitsing in twee soorten projecten, doelgroepprojecten en uitstralingsprojecten, is goed onthaald door de afdelingen. Het budget voor subsidiëring van NT&C-projecten is zo goed als volledig toegewezen.
Bevriende verenigingen
De president benadrukte de verschillende initiatieven om naar buiten te treden en contacten te leggen met bevriende verenigingen zoals de Lage Landen, het ANV, de Taalunie, het IVN en Genootschap Onze Taal. Die contacten zullen resulteren in wederzijdse promotie en gezamenlijke initiatieven zoals actieve deelname aan het Colloquium Neerlandicum van het IVN, het Taalfeest en de Pacificatielezingen. Ook wisselen we ons aanbod van abonnementen uit.
Uitstraling en ledenwerving
Eliane Boileau, vicepresident en verantwoordelijk voor uitstraling en ledenwerving, lanceerde het initiatief van de 'gepersonaliseerde folder': een folder met op de voorkant algemene informatie over de vereniging en op de achterkant de voorstelling van de afdeling. De folder van de Meierij diende als eerste proef en alle aanwezigen kregen een exemplaar mee naar huis. Eliane gaf verder aan dat alle voorzitters heel binnenkort een e-mail kunnen verwachten met een stappenplan.
De gepersonaliseerde folders zijn bedoeld om de ledenwerving te stimuleren. Leden kunnen deze folder aan potentiële leden geven om hun interesse te wekken. Daarnaast biedt deze oefening ook de kans om op een makkelijke manier de publieke webpagina van de afdelingen op te frissen.
Digitalisering en HR-update
Algemeen Secretaris Johan Berlaen wees op de realisaties van het voorbije jaar op gebied van digitalisering, wat resulteerde in de Infopunten, in een vernieuwde uitvoering van de PrincEzine en in een digitale werkruimte van het Bestuur.
Bij het begin van het nieuwe werkjaar zal de afdelingen opnieuw gevraagd worden om de online ledenlijsten bij te werken en om de ledencontributie per afdeling te betalen. Na een eerste fase in het voorbije jaar komt er na de zomer een verbeterde uitvoering, die nog gemakkelijker wordt voor de afdelingen.
Daarnaast staan er voor de komende maanden twee grote projecten op stapel: de digitalisering van de boekhouding en de digitalisering van de procedure 'nieuwe leden'. Voor deze laatste bleek het noodzakelijk om een aantal aanpassingen aan te brengen aan het Huishoudelijk Reglement, wat ondertussen gebeurd is.
Communicatie en nieuwe media
Ruud Hendrickx, lid van het Bestuur en verantwoordelijk voor communicatie, overliep de diverse realisaties van dit Bestuur. Hij deed een oproep aan de voorzitters om tijdig kopij in te leveren voor komende activiteiten, zodat die als aankondiging in PrincEzine opgenomen kunnen worden. Hij vroeg ook om de volgende keer bij het uitdelen van Noord & Zuid in de afdelingen duiding te geven, zodat de leden aangemoedigd worden om het tijdschrift te lezen. Ook de PrincActief kwam aan bod, met een verzoek aan de afdelingsbesturen om de PrincActief onder de aandacht te brengen van de leden.
Kaderdagen
De aanwezigen in de zaal en via Zoom namen deel aan een live peiling over de 'Kaderdagen'. Wegens zeer beperkte belangstelling werd de Kaderdag van 1 maart 2025 afgelast. Het Bestuur peilde bij de aanwezigen via een online app of de kaderdagen nog gewenst zijn en, indien wel, in welke vorm. Er volgde een levendig debat, waarbij geconcludeerd mag worden dat de kaderdagen geacht worden belangrijk te blijven zowel om (toekomstige) bestuursleden op te leiden als om andere leden te leren kennen.
De voorkeur gaat naar 'algemene' kaderdagen, en minder naar opleidingsmomenten voor specifieke disciplines. Een mix van fysieke en online sessies lijkt aanvaardbaar. Het Bestuur zal zich nu verder buigen over geschikte formules, terwijl de afdelingen hebben toegezegd om te zorgen voor voldoende deelnemers.
En daarmee werd deze Algemene Raad afgesloten.
Jan Van Daele
President
Op een mooie lentedag in april, terwijl Haspengouw schitterde onder de bloesempracht, overleed Haspengouws Princelid Jan Bogaert, nauwelijks 78 jaar oud. In 1982 trad hij toe tot de toenmalige afdeling Tongeren-Sint-Truiden, waarvan zijn schoonvader Paul Knapen stichtend lid was (en president van de Orde tussen 1975 en 1978). Jan, erevoorzitter van de afdeling Haspengouw, was tot op het laatst een trouwe en enthousiaste collega, altijd blij iedereen weer te ontmoeten.
Jan Bogaert was meer dan veertig jaar een zeer gemotiveerd Princelid en miste, samen met zijn evenzeer gemotiveerde echtgenote Gerda, zelden een afdelingsbijeenkomst. Van 1999 tot 2002 hanteerde hij de voorzittershamer. In juni 2000 organiseerde hij een veelgesmaakte gewestdag in Sint-Truiden.
In 1971 studeerde Jan af als landbouwingenieur aan de UGent. Hij was drie jaar assistent Statistiek aan de Economische Hogeschool Limburg (nu UHasselt). Gedurende het grootste deel van zijn professionele loopbaan was hij gedreven leerkracht fysica en chemie aan het Provinciaal Instituut voor Biotechnisch Onderwijs in Tongeren.
Jan was een groot natuurliefhebber en natuurgids in zijn geliefde Haspengouw, waar hij in Sassenbroek bij Borgloon (nu Tongeren-Borgloon) naar eigen zeggen zijn eigen paradijsje creëerde om er samen met zijn gezin vele jaren gelukkig te vertoeven. Hij bleef tot op het einde een boekenwurm.
De afdeling Haspengouw verliest een zeer gewaardeerd en vooral zeer geliefd Princelid. Wij dragen zijn positieve en levensblije instelling mee in ons hart.
De afdeling Haspengouw zal bijdragen aan het project Healthy Heart Fund, dat de familie Bogaert na aan het hart ligt.
Wat heeft de Heiligdomsvaart naar Het Graf van Sint Servaas te maken met een modefestival? In hoeverre komt de situatie van de jaren twintig van de vorige eeuw overeen met de huidige situatie? Is stilte een voorwaarde voor het overwinnen van polarisatie? Zijn er grenzen aan tolerantie? Zijn taal en cultuur bruggenbouwers? De deelnemers aan de gewestdag Limburg kunnen over deze vragen meepraten…
Na een welkomstwoord door Fons Werrij, voorzitter van de afdeling Maastricht, en het plechtig voorlezen van de Keure door Jos Stevens, secretaris van het gewest en de afdeling Maastricht, was het tijd voor de eerste spreker op de gewestdag Limburg die vorige maand plaatsvond. Theo Bovens, voorzitter van de Vereniging Het Graf van Sint Servaas, vertelde over het ontstaan van de Heiligdomsvaart. Na een historisch overzicht over de pelgrimages en de reliekentoning ging hij in op de thematiek van de Heiligdomsvaart 2025: wees een bruggenbouwer. Hij benadrukte dat dit niet alleen een religieuze betekenis heeft - wat bijvoorbeeld tot uiting komt in de titel van de paus, 'Pontifex' - maar ook een politieke, wereldse en culturele. Dit is terug te zien in het scala van activiteiten, die gedurende dit jaar plaatsvinden en hebben plaatsgevonden. Zo is er een modefestival geweest en ook de gewestdag is gekoppeld aan dezelfde thematiek. Tevens is een boek voor de jeugd uitgegeven, waarin allerlei zaken rondom de Heiligdomsvaart worden uitgelegd.
Jaren twintig
Na de inleiding van Theo Bovens gaf technisch voorzitter Henny Janssen het stokje over aan Thor Rydin, recensent en essayist voor de Groene Amsterdammer en tot voor kort docent cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij begon met een vergelijking van de situatie in de jaren twintig van de vorige eeuw en de huidige situatie en stelde dat er veel overeenkomsten waren. Ook toen was er sprake van een grote polarisatie en onzekerheid. Daarnaast waren er mensen die bruggen wilden bouwen. Dat leidde Thor naar een pleidooi voor stilte. Hij stelde dat stilte - in de betekenis van het pauzeren van het geven van een eigen mening – een voorwaarde was voor het overwinnen van polarisatie. Hij leidde ons langs een aantal door hem bewonderde filosofen en kunstenaars: Max Weber, Ludwig Wittgenstein, Helene Schjerfbeck, Käthe Kollwitz, Johan Huizinga en Helene Kröller-Müller, om af te sluiten met de conclusie dat we niet alle stilte hoeven te vullen met te zeggen wat we vinden.
President
Na deze inspirerende woorden, waarvan ook Henny aangaf dat ze er stil van werd, gaf zij het woord aan Jan Van Daele, president van de Orde van den Prince. Hij gaf vooraleerst aan dat de materie voor hem enigszins vreemd was, gezien zijn achtergrond als burgerlijk ingenieur. Vervolgens dook hij in de historie van de Orde van den Prince om te zoeken naar hoe het genootschap zich, als behorend tot het middenveld, moet verhouden tot de toenemende conflicten, polarisatie en intolerantie in deze tijd. Mogen we ook nog neutraal zijn? Zijn er grenzen aan tolerantie? Het gaat daarbij over onverschilligheid, stil verzet, waakzaam blijven, maar toch blijven genieten van wat ons verbindt. Hij kwam uiteindelijk uit bij taal en cultuur als bruggenbouwer.
Het einde van de presentatie van Jan Van Daele was meteen het begin van de pauze. Uit de geanimeerde gesprekken tijdens deze pauze bleek wel wat voor indruk de beide inleidingen gemaakt hadden op de ruim honderd bezoekers.
Discussie
Na de pauze was er drie kwartier ingeruimd voor discussie en dialoog. Aan de hand van een aantal stellingen, waarop de bezoekers konden reageren met hun smartphones, kwam een levendige interactie op gang tussen de bezoekers en de presentatoren. Een van de opmerkingen was: "Als alle Europeanen minimaal twee vreemde talen zouden moeten beheersen, zou iedereen prima met elkaar kunnen communiceren."
Gewestpresident
Vervolgens kreeg gewestpresident Peter Lepez het woord. Allereerst was het tijd om de aanwezige nieuwe leden in het zonnetje te zetten en hen het Gulden Boek te laten tekenen. Vervolgens bedankte hij de afdeling Maastricht voor de vlekkeloze organisatie van deze dag en ging hij verder in op het thema bruggen bouwen. Hij benoemde de kracht van vriendschap en verdraagzaamheid, niet toevallig de pijlers waarop de Orde van den Prince is gebouwd. Vriendschap is de kracht die die bruggen draagt. Verdraagzaamheid is de sleutel tot het behouden van vrede en harmonie in onze samenleving. Wat ons in staat stelt om niet alleen samen te leven, maar ook echt verbinding aan te gaan, zijn twee krachtige krachten: taal en cultuur. Zij vormen de fundamenten voor vriendschap en verdraagzaamheid en zijn daarom dé kern waarrond de Orde van den Prince is gebouwd. Taal opent het gesprek. Cultuur opent het hart. Samen maken ze vriendschap en verdraagzaamheid mogelijk in een samenleving die steeds diverser wordt.
Limburgs volkslied
De Maastrichtse afdelingsvoorzitter Fons Werrij mocht het formele deel van de dag afsluiten met het zingen van het Limburgs volkslied, dat uit volle borst door eenieder werd meegezongen. Daarna nodigde hij iedereen uit voor de afsluitende receptie en degenen die zich daarvoor aangemeld hadden voor het diner. Het was het einde van een zeer geslaagde gewestdag, waarop weer menige brug werd gebouwd tussen mensen die elkaar tevoren niet kenden.
De presentaties van de sprekers zijn terug te lezen op de wegpagina's van het gewest Limburg en de afdeling Maastricht. Daar zijn ook meer foto's van de gewestdag te vinden.
Nico Hermans
Afdeling Maastricht
Ename is een dorp aan de Schelde, inmiddels onderdeel van de gemeente Oudenaarde in de Vlaamse Ardennen. Ruim 1200 jaar geleden was het de grens tussen het Duitse Keizerrijk en Vlaanderen, dat deel uitmaakte van Frankrijk.
Wat is er nog te zien uit die tijd? Hoe kwam een Byzantijnse prinses er terecht? Wat heeft zij voor invloed gehad op bouw- en kledingstijlen in de streek? En hoe verhoudt het thema 'Oost ontmoet West' van de gewestdag Oost- en Zeeuws-Vlaanderen, die vorige maand in Ename werd georganiseerd, zich tot de amicitia en tolerantia van de Orde van den Prince?
De gewestdag Oost- en Zeeuws-Vlaanderen was eigenlijk een vermomd verjaardagsfeest van de afdeling Denderland. De afdeling Zuid-Oost-Vlaanderen, de afdeling van waaruit de afdeling Denderland indertijd werd opgericht, had zich hierbij aangesloten en bestaat ondertussen zelf zestig jaar. Dit dubbele verjaardagsfeest werd uiteindelijk opgetild tot een gewestdag.
120 aanwezigen
Hans Scherlippens, voorzitter van de afdeling Zuid-Oost-Vlaanderen waar de gewestdag doorging, stelde met genoegen vast dat elk van de elf afdelingen van het gewest op de gewestdag vertegenwoordigd was. Kijkt men naar de 120 aanwezige leden, dan komt men op een aanwezigheid van 21% van alle leden van het gewest. Hier ligt een kiem van de verbondenheid tussen de verschillende afdelingen van het gewest.
Oost ontmoet West
Het thema van de dag, 'Oost ontmoet West', brengt ons bij vriendschap en tolerantie, de basiswaarden van de OvdP. Afdelingsvoorzitter Hans Scherlippens riep op om te blijven gaan voor deze waarden, die bovendien relevant zijn met het oog op het behoud van het aantal leden van de Orde. Hij pleitte ervoor dat elke afdeling jaarlijks twee nieuwe leden zou aantrekken, iets wat noodzakelijk is voor de stabiliteit van het aantal leden.
Praat met vreemden
Pieterjan Bonne, afdelingsvoorzitter van het jarige Denderland, pleitte - geheel in de geest van het thema van de dag - voor verbinding. De raad 'Praat niet met vreemden', die dikwijls gegeven wordt omdat dat gevaarlijk zou zijn, keerde hij om. "Praat met vreemden." Want niet praten is ook gevaarlijk. Zijn advies was dus: praat met velen, met het oog op verbinding. Hij deed ook een oproep om in de geest van amicitia en tolerantia ook tijdens de gewestdag zelf met anderen te praten en niet enkel in de eigen afdeling te blijven.
Archeoloog-historicus
Daarna was het de beurt aan de archeoloog-historicus Dirk Callebaut, verbonden aan het Provinciaal Erfgoedcentrum Ename. De muurschilderingen die zijn ontdekt in de kerk van Ename leidde Dirk naar de tiende-eeuwse Byzantijnse prinses Theophanu, een brugfiguur tussen Oost en West. Hij situeerde vooreerst het Provinciaal Erfgoedcentrum Ename en de band met het Vlaamse Agentschap Onroerend Erfgoed. De opdracht van het Erfgoedcentrum is tweeledig: enerzijds archeologisch onderzoek en anderzijds publiekswerking. Hij bracht ook hulde aan de pioniers van het Erfgoedcentrum.
Schelde
De Schelde was de grens tussen het Duitse Keizerrijk en het graafschap Vlaanderen, dat behoorde tot Frankrijk. Om de grens te beschermen, bouwde de Duitse keizer in Ename, aan de rechteroever van de Schelde, een machtscentrum uit. Dit bleef zo tot 1024, het moment waarop het Graafschap Vlaanderen over de Schelde trok en het gebied inpalmde. Hierdoor verschoof de grens van de Schelde naar de Dender.
Romeinse Rijk
Dit narratief gaat terug tot het Romeinse Rijk en de opdeling ervan in twee machtsblokken in 395: het Oost-Romeinse Rijk en het West-Romeinse Rijk. Het West-Romeinse Rijk kreeg te maken met invallen van de Germanen in de vijfde eeuw. Het Oost-Romeinse Rijk werd twee eeuwen later binnengevallen door de Arabieren. Het kerngebied van het Oost-Romeinse Rijk (Griekenland en Turkije) kende evenwel een grote bloei en beschouwde zich als de erfgenaam van het Romeinse Rijk.
Germaanse vorsten
De Germaanse vorsten keken in die tijd op naar het Oost-Romeinse Rijk en begonnen zich te kleden zoals de Byzantijnen. Karel de Grote slaagde erin het Westelijk Rijk te verenigen. Zijn rijk werd 843 in drie koninkrijken verdeeld. Het middenrijk kwam onder leiding van de Lotharingers en voelde zich de opvolger van het Romeinse Rijk. In 962 leidde dit tot een keizerskroning in Rome. Keizer Otto I was de stichter van Ename. Hij hoopte dat zijn zoon kon trouwen met een dochter van de Byzantijnse keizer, maar het werd Theophanu, een nicht van de keizer. Na de dood van haar echtgenoot heerste Theophanu over het rijk als regentes voor haar minderjarige zoon Otto III. Hierdoor was er een enorme Byzantijnse invloed op de cultuur, de kunst en de wetenschap. In de kerk van Ename is deze invloed duidelijk merkbaar, onder andere in de prachtige muurschilderingen.
Dirk besloot zijn uiteenzetting met beelden, in primeur, van een samen met zijn Waalse collega recent ontdekt beeld uit de abdij van Nijvel. Dit beeld is een prachtig voorbeeld van de Byzantijnse invloed op onder andere de kledij.
Muzikaal intermezzo
Daarna was het tijd voor het muzikaal intermezzo van de sopraan Tineke Van Ingelgem, die een internationale carrière uitbouwde in de operawereld, en de pianist Aäron Wajnberg, die wereldwijd concerteerde. Nu is hij te horen op radio Klara in het panel dat toelichting geeft bij de Koningin Elisabethwedstrijd. Tineke Van Ingelgem gaf uitleg over het programma dat zij brachten. Het is een bloemlezing uit hun nieuwe cd Je ne t’aime pas die in september op de markt komt. Deze cd kon na het recital aangeschaft worden. De muziek in de sfeer van de vroeg-twintigste eeuw en het interbellum doet denken aan een rokerige salon en is hartverscheurend. Het is bovendien gebracht vanuit het standpunt van de vrouw. De muziek situeert zich tussen klassiek en jazz, tussen een glimlach en een traan.
Bezoeken
Na dit bijzonder gesmaakte recital wachtten drie gidsen de deelnemers op. Het bezoek waaraan ik deelnam - kerk en park - begon met een wandeling naar de grondvesten van de abdij. Daar werden wij door de volledige geschiedenis van de abdij geloodst, met onder andere de situering van voor de abdij belangrijke abten, de impact van significante gebeurtenissen en ontwikkelingen in de samenleving zoals de beeldenstorm en de contraformatie. Het ging langs perioden van strenge regels die stikt nageleefd werden tot tijden waarin de teugels toch wat werden gevierd. We hoorden over de groei en expansie van de abdij en uiteindelijk de opheffing ervan tijdens de Franse Revolutie. Ook de teloorgang van de gebouwen kwam aan bod: de ganse site werd opgekocht om de bouwmaterialen te recupereren. Zo werden heel wat stenen gebruikt om de vesten van Oudenaarde te verstevigen.
Kerk
In de Sint-Laurentiuskerk van Ename werden wij opgewacht door de hoofdspreker van de voormiddag, Dirk Callebaut. Hij toonde ons hoe datgene wat hij in zijn lezing had aangehaald, hier duidelijk zichtbaar werd in de bouw en aankleding van de kerk. Vooreerst wees hij op het feit dat wij te doen hebben met een dubbelkorige kerk, een typisch kenmerk van de Ottoonse kerken. De vergelijking met Aken werd meteen gemaakt. De muurschilderingen vertonen een zeer grote Byzantijnse invloed. Opmerkelijk bij de muurschilderingen is dat deze een middenweg vonden tussen de voorstelling van de triomferende Christus, de voorstellingswijze die vroeger in trek was, en de voorstellingswijze van de lijdende Christus, die later gangbaar werd. De rol van de afbeelding Maria met het kindje Jezus als verzoenend element tussen beide voorstellingwijzen is opmerkelijk.
Bloemetjes
Na de bezoeken kwamen de deelnemers weer samen in het Erfgoedcentrum Ename voor de afsluitende broodjeslunch. De afdelingsvoorzitters Hans en Pieterjan maakten van de gelegenheid gebruik om de medewerkers aan de gewestdag extra in de bloemetjes te zetten: de mensen die het parkeren vlot lieten verlopen, de mensen van het onthaal, de mensen die zorgden voor de naamkaartjes, de ploeg die achter de schermen alles voorbereidde en in goede banen leidde, … Ten slotte werden de deelnemers huiswaarts gestuurd met een exemplaar van een schitterend boek dat ter gelegenheid van de tentoonstelling De erfenis van Karel De Grote, 814-2014 uitgegeven was. Kilogrammen leesvoer voor verdere verdieping in de materie.
Willy Verdonck
Gewestsecretaris Oost- en Zeeuws-Vlaanderen
Sint-Omaars (Saint-Omer) is gelegen op het kruispunt van historisch Frans-Vlaanderen en Artesië, nu in Frankrijk. Eeuwenlang was de stad een centrum van religie, geleerdheid en handel. Die rijkdom aan geschiedenis en cultuur is op elke straathoek voelbaar. Bovendien hing er twee weken geleden een feestelijke sfeer in de stad: ter gelegenheid van de inauguratie van drie recent heringerichte stadspleinen vonden er verspreid door Sint-Omaars allerlei festiviteiten plaats.
Kortom, Sint-Omaars was de perfecte plaats om de gewestdag West-Vlaanderen te organiseren en emeritus professor Herman Pleij uit te nodigen als hoofdspreker over het thema 'Liever een koe in de wei dan Christus aan het kruis'.
Dat de keuze voor Sint-Omaars gewaardeerd werd, bleek al snel uit het aantal inschrijvingen. Uiteindelijk mochten we bijna 160 deelnemers verwelkomen: leden, partners en genodigden uit heel West-Vlaanderen, maar ook uit onder meer Den Haag, Vlaanderen, Luxemburg en Parijs. We waren vereerd dat zich hieronder ook OvdP-president Jan Van Daele en vicepresident Eliane Boileau bevonden.
Sint-Omaars ontdekken
Na de ontvangst met koffie en koekjes in de hal van het prachtige 19e-eeuwse Moulin à Café, Théâtre à l’Italienne, verspreidden de deelnemers zich over zes zorgvuldig samengestelde keuze-activiteiten. Er was voor elk wat wils: een stadswandeling door het historische centrum en de Jardin Public, een bezoek aan de uitzonderlijke Bibliothèque d’Agglomération, een wandeling langs de Motte Castrale en de oorsprong van de stad, een kunstzinnige ontdekkingstocht in het Musée de l’Hôtel Sandelin, een wandeling langs de Abdij Saint-Bertin en de imposante kathedraal, of een boottocht vanaf het Maison du Marais door het unieke cultuurlandschap van het Marais Audomarois.
Bibiotheek
Bij de bibliotheek werden de deelnemers hartelijk ontvangen door directeur Fabien Laforge. Hij gaf een toegankelijke toelichting op het rijke patrimonium van Sint-Omaars en de bijzondere collecties van de bibliotheek. Tevens liet hij ons een kijkje nemen achter de coulissen door een prachtige incunable (van vóór 1501) te tonen. Hij vertelde over de Gutenberg-bijbel en de first folio van Shakespeare, die ze ook in de collectie hebben.
De rondleiding langs de Abdij Saint-Bertin en de kathedraal was eveneens een schot in de roos. Deze werd deskundig verzorgd door Bernard Delvoye, lid van de afdeling Westhoek. Met passie en kennis bracht hij het religieuze erfgoed van de stad tot leven. Zijn inzet werd zeer gewaardeerd.
Ook de andere keuze-activiteiten vielen bijzonder in de smaak en wekten bij velen de wens op om op een later moment nog eens terug te keren naar Sint-Omaars.
Academische zitting
Omstreeks 16.00 verzamelden de deelnemers zich opnieuw in het theater voor de academische zitting over taal, identiteit en verbeelding. Muzikant Rein De Vos verwelkomde het gezelschap op karakteristieke wijze met accordeonmuziek. Terwijl de zaal langzaam volstroomde, speelde en zong hij onder andere het bekende Willkommen uit de musical Cabaret, waarmee hij op speelse wijze de toon zette voor de rest van de middag.
Welkomstwoord
In zijn welkomstwoord sprak afdelingsvoorzitter Wouter Kok zijn dank uit aan de vele betrokkenen - van het organiserend comité (afdeling Rijsel) en de medewerkers van de toeristische dienst tot de stad Sint-Omaars met burgemeester François Decoster en alle anderen - die gezamenlijk deze gewestdag mogelijk hebben gemaakt. Als blijk van waardering overhandigde hij vervolgens samen met Jan Pekelder een exemplaar van diens boek Verboden Vlaams te spreken aan de burgemeester, vergezeld van een klein aandenken dat later ook aan alle deelnemers werd uitgereikt. Een symbolisch gebaar, met daarbij de hoop dat het boek in de toekomst ook zijn weg vindt naar het Frans - of dat de burgemeester tegen die tijd zijn Nederlands nog verder bijspijkert.
Gewestpresident
Daarna betrad gewestpresident Réginald Pembele het podium. Hij bedankte alle deelnemers voor hun komst en sprak zijn waardering uit voor het organiserend comité. In zijn toespraak verwees hij naar het belang van de Nederlandse taal als verbindende kracht, zowel binnen Europa als binnen de Orde van den Prince. Daarnaast onderstreepte hij de rol van ontmoeting en dialoog als fundament van de Orde. Hij prees Sint-Omaars als een plaats waar die geschiedenis nog steeds tastbaar aanwezig is.
Burgemeester
Vervolgens kreeg burgemeester François Decoster het woord. Naast burgemeester van Sint-Omaars is Decoster ook vicevoorzitter van de Regio Hauts‑de‑France, met Cultuur en Regionale Talen in zijn portefeuille. Hij sprak bevlogen over hoe Sint‑Omaars precies op de historische taalgrens ligt tussen het Picardisch en het Frans‑Vlaams, en dat in sommige buitenwijken nog tot ver in de vorige eeuw Frans‑Vlaams werd gesproken. Hij benadrukte het belang van het onderhouden van deze historische spreektaal én van het leren van de taal van de buurlanden. Daarbij wees hij op een gemis in Noord‑Frankrijk, waar - in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Frans‑Duitse en Frans‑Spaanse grensgebieden - meertaligheid nog te weinig structureel wordt erkend. Iets waar hij zich als bestuurder overigens actief voor inzet. Tot slot onderstreepte hij het belang van onderwijs in het Nederlands en vermeldde hij dat Sint‑Omaars een van de weinige steden in Noord-Frankrijk is waar dit op de middelbare school wordt aangeboden.
Aansluitend bracht Rein De Vos een muzikaal intermezzo, waarmee hij het publiek alvast in de juiste stemming bracht voor het vervolg van de academische zitting.
Herman Pleij
Vervolgens was het tijd voor het hoogtepunt van de middag: de voordracht van emeritus hoogleraar middeleeuwse letterkunde (UvA) en schrijver Herman Pleij. Hij werd op enthousiaste wijze geïntroduceerd door Eliane Boileau, vicepresident van de Orde van den Prince. Zij prees niet alleen zijn bevlogen stijl, maar ook zijn wetenschappelijke werk en zijn bijdrage aan het cultuurhistorisch debat in de Lage Landen.
Met zijn kenmerkende mix van humor, cultuurhistorische kennis en persoonlijke anekdotes sprak Herman Pleij vervolgens over het thema 'Liever een koe in de wei dan Christus aan het kruis'. Het bleek een prikkelende kijk op de uiteenlopende opvattingen over verbeelding in Noord en Zuid. De titel, zoals hij toelichtte, verwijst niet alleen naar religieuze beelden of het ontbreken daarvan, maar ook naar hoe nuchterheid, gelijkheidsdenken en zelfs het Nederlandse straatbeeld hiermee samenhangen - thema’s die ook terugkomen in zijn boek over Nederlandse identiteit en zelfbeeld, Moet nog steeds kunnen (2016).
'Gewoon'
Op luchtige, maar scherpzinnige wijze illustreerde Herman Pleij hoe in Nederland 'gewoon' zijn tot een haast verheven ideaal is geworden. Zo vertelde hij over de Nederlandse trots op de prestaties van hardloopster Sifan Hassan, die vooral wordt geroemd om haar 'doe maar normaal'-houding, terwijl ze zelf subtiel aangeeft wel degelijk bijzondere prestaties neer te zetten. Even herkenbaar was het voorbeeld van een Friese hotelbediende die hem na het ontbijt niet alleen vroeg hoe hij had geslapen, maar er direct aan toevoegde dat zíj ook goed had geslapen – "want wij zijn allemaal even belangrijk", zo legde Pleij glimlachend uit.
De lezing bracht zowel een lach als stof tot nadenken, en werd afgesloten met een levendige vragenronde.
Muzikant
Aansluitend nam muzikant Rein De Vos het woord. Hij bedankte de organisatie voor de carte blanche die hij had gekregen om zijn optreden vrij in te vullen, en vertelde hoe hij zich voor het volgende nummer had laten inspireren door eerdere optredens en lezingen van professor Pleij, waaronder de podcast Geluk door de eeuwen heen. Daarin kwam ook het tragische verhaal aan bod van Maria van Bourgondië, die in de 15e eeuw om het leven kwam na een val van haar paard – niet alleen een kantelpunt in de geschiedenis maar ook in de manier waarop men naar de dood keek. Met die geschiedenis als inspiratie bracht Rein een verhalend, cabaretachtig lied in het West-Vlaams, waarin hij zijn vroegere angst voor de dood bezong en hoe hij die inmiddels heeft overwonnen. Op een lichtvoetig, folkloristisch deuntje met een vleugje calypso bezong hij Magere Hein, of zoals hij hem noemde: Magere Piet. Het publiek luisterde geamuseerd.
Gewestprijs
Tijdens de gewestdag werd voor de tweede maal de Gewestprijs West-Vlaanderen uitgereikt, dit keer door Jan Van Daele, president van de Orde van den Prince, en Réginald Pembele, gewestpresident West-Vlaanderen. De prijs ging dit jaar naar taalwetenschapper Jan Pekelder, voor zijn werk Verboden Vlaams te spreken. Het verhaal van een Nederlandse streektaal in Frankrijk (ISBN 9789088031502 – besproken in de PrincEzine van februari 2025), een toegankelijke en goed gedocumenteerde studie over het Nederlands in Noord-Frankrijk. In zijn boek beschrijft Jan Pekelder hoe het Frans-Vlaams eeuwenlang kon voortbestaan, hoe het uiteindelijk terrein verloor én hoe het Nederlands vandaag in een andere gedaante toch weer een rol van betekenis speelt, bijvoorbeeld in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Jan Pekelder woont al ruim dertig jaar in Frankrijk en is emeritus hoogleraar aan de Sorbonne. Hij nam de prijs zichtbaar geëmotioneerd in ontvangst en onderstreepte in zijn dankwoord het belang van taal als drager van identiteit, zeker in een grensstad als Sint-Omaars.
Afsluiter
Als luchtige afsluiter nodigde Rein De Vos het publiek én professor Herman Pleij uit voor een gezamenlijk optreden van Vous permettez, Monsieur? van Adamo. Pleij werd vriendelijk het podium op gevraagd en kreeg de taak om, gewapend met een houten slagblok, op de juiste momenten het ritme aan te geven. Wat volgde was bijna als een muzikale tango: een spel van aftasten, timing en improvisatie, waarbij het niet altijd duidelijk was wie precies de maat aangaf. Maar juist dat spel van plagerijen en onverwachte wendingen deed het publiek dubbel liggen van het lachen. Uiteindelijk was het Herman Pleij die, op zijn eigen wijze, de toon zette en zo het muzikale slotstuk én het officiële programma van de dag op ludieke en onvergetelijke wijze wist af te sluiten.
Cocktailreceptie
De dag werd in stijl afgesloten met een gezellige cocktailreceptie in de hal van het Moulin à Café. Onder het genot van een hapje en een drankje werden nieuwe contacten gelegd, oude vriendschappen aangehaald en werd er nog lang nagepraat over de inspirerende lezingen, de mooie stad en het uitstekende programma.
Als dank voor hun aanwezigheid en betrokkenheid ontvingen alle deelnemers bij vertrek een klein, lokaal aandenken: een flesje ambachtelijke jenever uit Houlle, vergezeld van een kaartje met een knipoog naar het thema van de dag. "Of u nu liever in de wei staat, of voor het kruis, of waar dan ook daartussen - we danken u voor uw open blik, uw gezelschap en uw betrokkenheid bij een gedeelde cultuur." Een passend symbolisch gebaar, waarmee de deelnemers ook na afloop van de gewestdag nog even konden proeven van de rijke tradities en het grensoverschrijdende karakter van de regio.
Wie nog wat langer bleef, kon nog wat langer genieten van de feestelijke sfeer in Sint-Omaars. De terrassen zaten vol, er was sfeervolle videomapping rond het Moulin à Café en de avond werd bekroond met een spetterend vuurwerk boven de stad.
Wouter Kok
Voorzitter van de afdeling Rijsel/Lille
Eerder deze maand vond in Tongeren de zesde editie van het Carolustreffen plaats, een jaarlijks evenement dat de afdelingen Haspengouw, Keulen, Maastricht en Prinsbisdom samenbrengt en waar ook de leden van Extra-Muros voor worden uitgenodigd. De organisatie lag dit jaar bij de afdeling Haspengouw en de deelnemers hebben Tongeren uitgebreid verkend.
De dag begon onder een stralende lentezon met de verwelkoming van ongeveer zestig leden en partners aan het standbeeld van Ambiorix. De deelnemers konden kiezen tussen een bezoek aan de basilieksite of een wandeling langs de Moerenpoorttoren en het begijnhof. De beklimming van de toren van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek was voor de meesten een openbaring: wat een magnifiek gezicht kregen zij op de stad en het rijke Haspengouw. In het Teseum werden unieke religieuze kunstschatten bewonderd. De archeologische site onder de kerk biedt een boeiende kijk op het vroegste Tongeren. Na de culturele belevenissen was er een terraspauze.
Moerenpoort
De activiteit van de andere groep startte aan de voet van de basiliektoren met een wandeling door de stad richting Moerenpoort. Vervolgens namen de in vol ornaat geklede 'pastoor René' en 'begijn Carla', geroutineerde historische gidsen, die beiden via hun partners verbonden waren aan de afdeling Haspengouw, de deelnemers onder hun hoede voor een ludieke en informatieve rondleiding doorheen de begijnhofsite. Hier lag de nadruk op het geloof en de geschiedenis van de regio. De dag werd afgesloten met een gezellig diner in De Infirmerie op het begijnhof.
In een sfeer van Amicitia en Tolerantia combineerde dit zesde Carolustreffen cultuur en geschiedenis en bood het een rijke inkijk in erfgoed en geschiedenis van Tongeren.
Linda Vanormelingen
Voorzitter van de afdeling Haspengouw
Op de webpagina van de afdeling Haspengouw staat een uitgebreider verslag en een foto-overzicht.
Eind vorige maand vierde de afdeling Noorderkempen haar veertigjarig bestaan in Kalmthout. Noorderkempen is een bijzondere grensafdeling van het gewest Schelde-Mark met een goede mix van zowel Belgische als Nederlandse leden en veelvuldige uitwisselingen op het gebied van Nederlandse en Vlaamse literatuur. Natuurlijk paste bij het lustrum een feestelijke avond, maar eerder in dit werkingsjaar hadden Rien Jonkers (oud-voorzitter) en Toon van Haren (bestuurslid) een idee om ook op een andere wijze vorm te geven aan dit jubileum: de uitgave van een lustrumboek, want verba volant, scripta manent!
Het idee van een boek was eerder ontstaan in de coronaperiode toen de mogelijkheid onderzocht werd om leden van een andere club waarvan ze allebei lid zijn uit hun isolement te halen. Ze vroegen hen toen iedere week een stukje tekst in te leveren over een onderwerp naar keuze, hetgeen vervolgens werd samengevoegd tot wekelijkse nieuwsbrieven. Het geheel is later gebundeld tot een lijvig boekwerk.
Tekstbijdrage
Zo is de afdeling Noorderkempen ertoe gekomen om aan al haar leden een tekstbijdrage te vragen voor dit lustrum. Zij presenteren zich hiermee als een waardig lid van de Orde van den Prince. Omdat iedereen vrij was in de keuze van zijn of haar bijdrage, was het geen verrassing dat de onderwerpen zeer uiteenlopen: van de taal van Adam en Eva tot het talenuniversum, van vulpennen tot vlaggen.
Historisch overzicht
De teksten werden voorafgegaan door een uitstekend historisch overzicht van de hand van historicus Joss Hopstaken. Deze belichtte onder andere dat over de naam van de nieuwe afdeling en het afbakenen van de grenzen in de grensstreek veertig jaar geleden uitvoerig werd gecorrespondeerd met vooraanstaande leden van de Orde van den Prince. Het doel was onder meer zowel Vlamingen als Nederlanders te werven en geleidelijk tot een evenwichtige verhouding te komen in het aantal mannen en vrouwen, inmiddels een veertig jaar lange doelstelling.
Zo ontstond er niet alleen een document voor de leden maar ook van de leden. Het vormt de neerslag van de grote inzet en liefde voor taal, cultuur en dialoog binnen de afdeling.
De afdeling heeft onderstaande bijdrage aan het jubileumboek geselecteerd voor publicatie in PrincEzine. De bijdrage blikt terug op twintig jaar lidmaatschap van de afdeling Noorderkempen.
Tussen gisteren en morgen
In 2002 overleed mijn oom, Jul Van Agtmael, de zogenoemde 'cultuurpaus' van Essen en ook fier lid van de Orde van den Prince, afdeling Noorderkempen. Op verzoek van Herman Suykerbuyk en François Peeters begon ik kort nadien aan mijn 'proefjaar' bij de Orde. Het voelde meteen als thuiskomen.
De voorbije kwarteeuw had ik mij, naast mijn professionele loopbaan in het bankwezen, intensief geëngageerd in de politiek, op diverse niveaus. Zo’n politiek engagement is leerrijk, verslavend zelfs, maar vergt een ongeschreven maar niet minder reële attitude, namelijk dat je steeds enthousiast bent voor de eigen partij en bijzonder kritisch voor de andere. Ook voor het politiek bedrijf geldt wat volgens een hardnekkige overlevering Rinus Michels zei over voetbal, dat het 'oorlog is', weliswaar gelukkig met andere middelen. Ook is het niet zonder reden dat zelfs geslaagde politici een openlijk onderscheid maken tussen hun vrienden en hun politieke vrienden…
Wat een verademing om te mogen deelnemen aan de bijeenkomsten van onze afdeling. De lijfspreuk van de Orde - Amicitia et Tolerantia - krijgt daar een andere invulling. De verdraagzaamheid van de Ordeleden is meer dan het leren leven met andere opvattingen, of zelfs met een volledig verschillende filosofische overtuiging. Ik heb de verdraagzaamheid zoals die gecultiveerd wordt in de Orde, leren ervaren als een positieve levenshouding, waarin niet alleen met respect maar ook met empathie wordt geluisterd naar elkaar. In zo'n milieu heeft ook vriendschap een andere betekenis, niet een tijdelijke verstandhouding tussen mensen die dezelfde belangen nastreven, maar een blijvende belangstelling voor elkaars wel en wee.
Onze afdeling heeft een extra troefkaart in vergelijking met de meeste andere afdelingen, namelijk de aanwezigheid van zowel Nederlanders als Vlamingen, en dit in een evenwichtige verhouding. De bekende Antwerpse bibliothecaris Ludo Simons schreef ooit, met een literaire overdrijving, over 'het ravijn tussen Essen en Roosendaal'. Als Essenaar, geboren en getogen aan de grens, heb ik de verschillen tussen Vlamingen en Nederlanders nooit zo extreem ervaren, maar ik beaam graag dat ook voor mij onze onmiskenbare verschillen een blijvende bron, niet van stille frustratie maar van wederzijdse fascinatie zijn. Voor wie gelooft in de culturele integratie van Noord en Zuid, een stokpaardje van de generatie van mijn genoemde oom zaliger, is de Orde een geduldige leerschool.
Ook de Orde is, in het bijzonder het voorbije decennium, niet ontsnapt aan de slogan dat wij 'meer naar buiten moeten treden met standpunten'. Soms wordt hieraan voorzichtig toegevoegd dat deze grotere openheid ook het elitaire imago van de Orde zal verzwakken. Wat dit laatste betreft, durf ik, ook in het kader van een jubileumboek, beweren dat het zogenaamd elitair imago van de Orde geen probleem maar een meerwaarde is. Elitair staat hier niet voor een misplaatst meerderwaardigheidscomplex maar voor de gedeelde ambitie om in een vertrouwde omgeving een blijvende bijdrage te kunnen leveren voor de bevordering van de Nederlandse taal en cultuur, zoals verwoord in de Keure van de Orde. Moeten wij als vereniging meer extravert worden? Ik durf pleiten voor de voortzetting van een genootschap waarin discretie een van de hoofddeugden is.
Zoals de filosoof Peter Venmans in zijn prikkelend essay Discretie heeft beklemtoond: discretie geeft ons leven een extra waardevolle dimensie. Zeker, onze tijd houdt van duidelijkheid en transparantie. We willen alles naar buiten brengen. Discretie is uit de gratie geraakt. En toch is het soms beter om niet voluit naar buiten te gaan, zodat een ruimte kan ontstaan waarin we ons in alle openheid veilig voelen en waarin wij zonder vrees voor indiscreties elkaar kunnen verrijken. Ik wens de Noorderkempen toe dat zij ook in de toekomst zo'n afdeling mag blijven waarin discretie gekoesterd wordt.
De Orde is geen vereniging waarin voorzitters meerdere decennia aan het roer staan. Zonder het nut van een minimale continuïteit in het bestuur van een vereniging te willen ontkennen, is er toch de vaststelling dat door te lange mandaten de aanbreng van nieuwe ideeën, bewust of onbewust, wordt afgeremd. Ter zake heeft ook onze afdeling een gezonde traditie. Terugblikkend op iets meer dan twee decennia aanwezigheid in onze afdeling heb ook ik mogen ervaren hoe de regelmatige aflossing van de wacht, het aantreden van een nieuw bestuur, en in het bijzonder van een nieuwe voorzitter, telkens zorgde voor nieuwe accenten in de inhoudelijke programmatie van onze bijeenkomsten. Zo verscheiden de samenstelling van ons ledenbestand ook is, zo gevarieerd waren ook de maandelijkse sprekers, zowel eigen leden als externe gastsprekers: politici, juristen, taalkundigen, economen…
De grootste uitdaging voor de nabije toekomst is misschien het aantrekken van nieuwe leden, indien mogelijk ook uit de nog professioneel actieve bevolking. Ook in de afdeling Noorderkempen mag het aantal vrouwelijke leden ietwat meer toenemen dan het aantal nieuwe heren. Ook morgen dient het onze ambitie te blijven om een stijlvol genootschap te blijven, ten bate van taal en cultuur van de Lage Landen.
Marcel van Campen
Op de laatste gewestraad van het werkjaar van eind juni bedankte het gewest Limburg de afscheidnemende bestuursleden, zoals inmiddels traditie is, met een originele getekende karikatuur. De tekeningen zijn van de hand van Bernard Keunen, artdirector en lid van de afdeling Graafschap Loon.
De trotse ontvangers van de tekeningen waren:
Jos van Velsen, lid van de afdeling Heerlen en de voorbije drie jaar de gewestelijke webredacteur. Jos is een echte 'éminence grise' van het gewest Limburg, want voordien was hij ook al gedurende twaalf jaar gewestsecretaris en daarvoor nog eens tien jaar afdelingssecretaris en afdelingsvoorzitter.
Linda Vanormelingen, afscheidnemend voorzitter van de afdeling Haspengouw. Ze verdwijnt niet helemaal van het toneel: zij blijft in de afdeling de webpagina verzorgen en neemt ook de taak van Jos van Velsen over als gewestelijk webredacteur.
De afdeling Parijs organiseert dit jaar de gewestdagen Buitenland. Drie dagen lang, van 26 tot en met 28 september, staat in Nancy de art nouveau centraal.
Vanaf 1 juli is er de mogelijkheid om voor een tiental mensen die geen lid zijn van het gewest Buitenland om hieraan deel te nemen.
Programma en inschrijfformulier zijn vanaf 1 juli op de website van de afdeling Parijs te vinden. Binnen 48 uur krijg je antwoord of er nog plaats is.
Het is een unieke mogelijkheid om de leden van de Orde van den Prince van het gewest Buitenland te ontmoeten en een schitterende stad te bezoeken.
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op 12 september 2025. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief dienen artikelen uiterlijk maandag 8 september (liefst eerder) binnen te zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Portefeuillehouder Communicatie Ruud Hendrickx geeft tips voor het schrijven van teksten die op een scherm gelezen moeten worden, in een video van de Prince-Academie.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel en Chris Vermuyten.