Wat een toeval: 14 februari, Valentijn én de vrijdag waarop het februarinummer van PrincEzine verschijnt… Om het helemaal af te maken, kozen we als Gedicht van de maand een receptgedicht, met als titel Valentijn. Het gedicht is van de hand van Frits Criens. Marleen Willebrands bedacht er een lekker recept bij. Dubbel genieten dus!
Doen de namen Frits Criens en Marleen Willebrands een belletje rinkelen? Inderdaad, ze verzorgden samen het decembergedicht in PrincEzine. Frits Criens is schrijver van toneel, proza en poëzie. Marleen Willebrands, lid van de afdeling Heerlen, ken je natuurlijk van de bespreking van haar historische kookboeken in PrincEzine en van de Prince-Academie-debatsalon eerder deze maand met als titel 'Proef de smaak van de 17e eeuw: De verstandige kock of sorghvuldige huyshoudster'.
Unieke samenwerking
Beiden zijn neerlandicus. Marleen gaf aan de opleiding tot docent Nederlands les aan de zoon van Frits. Daar is het contact tussen hen ontstaan. Frits stelde voor een aantal lichtvoetige gedichten te schrijven met daarin enkele aanwijzingen voor een recept dat Marleen vervolgens zou uitwerken én bereiden. Zo ontstond een unieke samenwerking voor het project Receptgedichten. Gjalt van der Molen, echtgenoot van Marleen, maakte van elk gerecht een foto.
Surprise
Veel toelichting bij het gedicht lijkt ons niet nodig, behalve dan dat Valentijn, net als het receptgedicht van december (Toewijding), een 'Treizijn' is. Die versvorm heeft Frits Criens eind twintigste eeuw ontwikkeld. We laten verder de chocoladeharten voor zichzelf spreken en de woordspeling rond Parfait d'Amour zorgt voor een surprise…
Haar valentijnskaart sprak van… een surprise
Een o la la van exquisiet genot
Dankzij mijn culinaire expertise!
Collega’s hadden haar voor mij bespot
Als femme fatale, maar ik zou met haar pronken
Want ik was op die juffrouw Frans verzot
We hebben eerst een Pérignon gedronken
En aten toen salade bourbonnais
Terwijl ik smoorverliefd naar haar bleef lonken
Als nagerecht nam zij café complet
En ik haar meesterwerk Parfait d’Amour:
Likeurig, tropisch ijsgenot tout court,
Bezegeld met een nacht… amour parfait!
Frits Criens
Chocoladeharten gevuld met roomijs
Recept: Marleen Willebrands
Ingrediënten (2 personen)
Voor de chocoladeharten:
150 g extra bittere chocola (minstens 65% cacao)
siliconen hartvormpjes (of kleine bolvormpjes)
Voor het ijs:
1 ei
50 g witte basterdsuiker (griessuiker)
2 eetlepels Parfait d'Amour-likeur (of 'Volmaakt geluk', te koop bij de slijter)
1 eetlepel citroensap
2 dl slagroom
30 g witte basterdsuiker (griessuiker) (of gebruik kant-en-klaar roomijs, waar u desgewenst wat likeur aan toevoegt)
Voor de garnering:
half bakje verse frambozen
twee takjes verse munt
viooltjes (tuincentrum)
Bereiding
Bereid dit dessert een dag van tevoren. Maak eerst de chocoladeharten. Smelt de chocola au bain-marie. Vul daartoe een pan met wat water en breng aan de kook. Plaats een kom op de pan, zó dat die het water niet raakt. Zet het vuur lager als het water kookt. Breek de chocola in stukjes, doe die in de kom en laat smelten. Regelmatig roeren. Geen water toevoegen, anders wordt de chocola korrelig. Giet de gesmolten chocola dun uit in siliconen hartvormpjes en beweeg de vorm zó, dat de hele binnenwand met een dun laagje chocola wordt bedekt. Daarna in de vriezer laten opstijven. Als het laagje te dun is, dan de vorige bewerking herhalen.
Maak daarna het ijs voor de vulling. Klop met een mixer een heel ei met 50 g suiker langdurig tot het schuimig en lichtgeel van kleur is, en dik vloeibaar. Voeg toe: scheutje Parfait d'Amour (ook wel Parfait Amour genoemd) of andere likeur en wat citroensap. Klop 2 dl slagroom met 30 g suiker lobbig. Spatel de geslagen room met een lepel door het schuimige eimengsel. Dan laten bevriezen, met of zonder ijsmachine.
Met ijsmachine: giet het mengsel in de ijsmachine en draai er ijs van volgens de gebruiksaanwijzing.
Zonder ijsmachine: zet het mengsel in een plastic bak in de vriezer en roer het iedere 15 minuten door of prak het met een vork, zodat er geen kristallen ontstaan.
Afwerking: schep het dik vloeibare ijs in de chocoladeharten en zet ze weer in de vriezer tot het moment van serveren. Druk dan voorzichtig de ijskoude chocoladeharten uit de vormpjes.
Serveren: Schik de gevulde harten op een bordje en garneer met frambozen, viooltjes en wat blaadjes verse munt. Lekker met een glaasje Parfait d'Amour!
Foto: Gjalt van der Molen
Onze oproep vorige maand aan de dichters en de dichteressen onder de Princeleden om een zelfgeschreven gedicht in te sturen, heeft een aardige, 'lijfelijke' oogst opgeleverd. De komende maanden kun je ze lezen in de rubriek 'Gedicht van de maand'.
Met Gedichtendag 2025 wilden we aansluiten bij het thema van de dertiende Poëzieweek, namelijk 'lijfelijkheid'. Als motto gaven we de woorden uit de bundel Kameleon van Charlotte Van den Broeck mee: "in dit plooibare huis dat huid heet". Mij persoonlijk leek het geen gemakkelijke opdracht en ik was dan ook benieuwd hoe dat thema ingevuld zou worden. Zou lijf als fysiek omhulsel opgevat worden, of zou het gezien worden als bron van ervaring en wijsheid. Dat laatste suggereerde de website van Poëzieweek: het idee dat je met de wijsheid van het lichaam ook poëzie zou kunnen lezen.
Fysiek of sensueel
Onze dichtende Princeleden lieten zich allemaal inspireren door het thema, hoe verschillend het resultaat ook was. Ieder gaf er een eigen invulling aan, qua vorm (zoals de Japanse dichtvorm haiku), maar ook qua inhoud. Sommigen mijmerden over het puur fysieke, over het lege omhulsel dat overblijft van de mens bij zijn aftakeling en zijn dood, maar ook over lichaamstaal. Anderen vatten lijfelijkheid op in sensuele zin, als het lichaam 'vieren'.
Van A tot Z
Tot slot een mooie parallel. Poëzieweek 2025 Vlaanderen-Nederland werd georganiseerd van A tot Z: van Aaigem tot Zwijndrecht. We kunnen nu al verklappen dat onze Princedichters en Princedichteressen komen uit afdelingen van A tot Z, namelijk van Antwerpen tot Zwolle. Vanaf volgende maand publiceren we de ingestuurde gedichten in PrincEzine. Wie precies de dichtende leden uit de afdelingen Antwerpen-’t Wit Lavendel, Haspengouw, Land van Waas en Dendermonde I, Leuven-Arenberg, Limburg I en Zwolle zijn, leest u vanaf volgende maand.
Marianne van Scherpenzeel
Lid van de redactie van PrincEzine
Foto boven het artikel: het middeleeuwse dichtboek Beatrijs met de beginzinnen:
Van dichten comt mi cleine bate.
Die liede raden mi dat ict late
Ende minen sin niet en vertare.
In 1995 hertaalde de dichter Willem Wilmink de tekst in modern Nederlands:
Het dichten brengt me weinig voordeel.
De meeste mensen zijn van oordeel
dat ik een ander vak moet leren.
In de kersttijd hebben jullie, de leden van den Prince, de kans gekregen om je mening te geven over 'Noord & Zuid', ons ledenblad, dat twee keer per jaar verschijnt. De resultaten van de enquête moeten nog in detail geanalyseerd worden, maar een paar cijfers kunnen we al geven.
In de kerstvakantie werden 2625 leden van de Prince uitgenodigd om anoniem deel te nemen aan een enquête over het ledenblad van onze vereniging, 'Noord & Zuid'. In totaal hebben 574 leden hun mening over het blad gegeven, bijna een kwart van de leden. Dat is een fraai resultaat voor een enquête.
In een volgend nummer van PrincEzine gaan we dieper in op de resultaten. Die worden momenteel nog in detail geanalyseerd. Maar we kunnen wel al een paar cijfers delen.
Het blad wordt goed gelezen: 92,2% van de leden die gereageerd hebben, lezen het blad soms of altijd. Een kleine minderheid leest het nooit. Weinig leden lezen het blad helemaal, de meeste lezen enkele of de meeste artikelen (75,3%).
Ongeveer driekwart van de leden vindt de inhoud en de vormgeving van het blad goed tot uitstekend. 71,9% vindt de artikelen doorgaans interessant. Een zelfde aantal leden (72,3%) vindt thematische nummers een prima keuze.
Maar er is ook ruimte voor verandering of verbetering. 65,1% van de leden vindt het blad vlot leesbaar, maar 18,6% vindt de artikelen moeilijk leesbaar, en een kleine helft wil graag meer illustraties. Zo goed als alle leden vinden dat ook Princeleden met de juiste expertise artikelen voor het blad moeten kunnen schrijven.
Via de open vragen zijn er letterlijk honderden reacties en suggesties binnengekomen. Die zijn we nu, samen met de redactie, aan het bekijken. Je hoort er nog van.
Ruud Hendrickx
Portefeuillehouder Communicatie
Samen met het gewestbestuur organiseert de afdeling Maastricht de gewestdag Limburg op 17 mei 2025. In juni vindt de 56ste Maastrichtse Heiligdomsvaart plaats met als inspirerend motto: 'Wees een bruggenbouwer'. Het thema van onze gewestdag, 'Bruggen bouwen, opdat en zodat we elkaar verstaan', sluit hierbij - én bij een van de kernwaarden van onze Orde, namelijk 'tolerantia' - nauw aan en is uitermate actueel.
In het huidige socio-politiek-culturele klimaat van dichotomie en fragmentatie lijkt een bezinning op het bouwen van bruggen en het bevorderen van wederzijds begrip van groot belang. Op onze gewestdag willen we de potentiële ruimtes onderzoeken, waarin overbrugging van de woelige wateren van elkaar uitsluitende meningen überhaupt mogelijk is.
Publiciste Natascha van Weezel benadrukt in haar recent verschenen boek Hoe houd je je hart zacht het belang van het 'radicale midden'. Ze doet dit tegen de achtergrond van het Israëlisch-Palestijns conflict. Ze beschrijft de paradox waarin het zoeken naar nuance en het reiken van een hand aan de 'vermeende vijand' tegenwoordig bijna een 'radicale' positie vertegenwoordigt. Het nadenken over zo’n midden en de mogelijkheden het tot stand te brengen, zijn essentiële stappen naar bruggen die we hard nodig hebben.
Lezingen en sprekers
Het thema is in twee lezingen uitgewerkt:
1. Cultuurhistorisch perspectief
Dr. Thor Rydin, cultuurhistoricus aan de Universiteit Utrecht, zal spreken over het belang van het koesteren en creëren van ruimtes voor actieve en creatieve stilte, te midden van het kabaal van polariserende meningen. Zijn lezing biedt een cultuurhistorisch perspectief op het thema en benadrukt de waarde van rust en reflectie in een verdeelde samenleving.
2. Perspectief van de Orde van den Prince
Jan Van Daele, president van de Orde van den Prince, zal het thema benaderen vanuit het perspectief van onze Orde als 'midden-organisatie'. Hij zal ingaan op wat dit midden inhoudt, en hoe tolerantie als leefhouding dient wanneer we de buitenwereld beoordelen en daarnaar handelen. Hierbij zal hij ook de vraag behandelen of er grenzen zijn aan tolerantie.
Na een korte pauze kunnen de aanwezigen met elkaar en met de sprekers hierover in gesprek gaan om er zo een inspirerende en reflectieve dag van te maken. Samen kunnen we werken aan het bouwen van bruggen, die essentieel zijn voor begrip en tolerantie in onze samenleving.
De gewestdag vindt plaats in het Van Der Valk Hotel in Maastricht en begint om 13.30 uur. Na de receptie is er mogelijkheid om deel te nemen aan het Live Cooking Dinerbuffet.
Het definitieve programma met inschrijvingsformulier wordt eind maart gepubliceerd op de webpagina van de afdeling Maastricht | Orde van den Prince.
Laat je meeslepen in de verborgen verhalen van de Byzantijnse prinses en keizerin Theophanu, een mystieke brug tussen Oost- en West-Europa. Geniet van een betoverend recital door operazangeres Tineke Van Ingelgem, recent soliste in de Scala van Milaan, en pianist Aaron Wajnberg. Ervaar de erfgoedsite Ename en de historische Sint-Laurentiuskerk vanuit uniek perspectief.
Wees op 17 mei vooral welkom op deze gewestdag Oost- en Zeeuws-Vlaanderen die inzet op verbinding en cultuur. De afdelingen Denderland en Zuid-Oost-Vlaanderen kijken ernaar uit u te ontvangen en samen met u hun lustrum te vieren.
De gewestdag begint om 9.30 uur en duurt tot en met de lunch. De kosten zijn 40 euro per persoon. Aanmelden kan via www.bit.ly/gewestdag2025.
De Vlaamse publicist en opiniemaker Johan Sanctorum, onder andere bekend als columnist voor Doorbraak Magazine, zal op donderdag 27 februari om 19.30 uur spreken bij de afdeling Halle. In deze lezing neemt hij het publiek mee naar de middeleeuwen en het ontstaan van de Reinaertlegende. Snel zullen de aanwezigen in de verschillende fabelpersonages figuren uit de hedendaagse politiek ontdekken...
De lezing grijpt terug op Johan Sanctorums boeken 'Terug naar Malpertus' (de thuishaven van vos Reinaert) en 'Kakistocratie' (een heerschappij van de minst geschikte mensen). Het wordt een verhaal over macht en rebellie, en de rol die humor en satire daarin spelen. Onder meer James Ensor, het Aalsters Carnaval en John Cleese passeren de revue, maar ook de dodelijke aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in 2015. Wat kun je nog wel zeggen en waar mag je nog wel mee lachen, dat zijn de vragen die centraal zullen staan.
Na afloop van de lezing zijn de beide boeken (desgewenst gesigneerd) aan te schaffen.
Deelname kost 75 euro. Aanmelden kan ten laatste op 23 februari via de secretaris van de afdeling Halle, Bart Meganck.
Het kersverse Princelid Steven Adriaansen is van opleiding sociaalgeograaf en planoloog. "Maar ik heb mij vrijwel altijd beziggehouden met het lokale bestuur. Zo was ik elf jaar wethouder in Roosendaal, de stad waar ik vandaan kom. In 2013 kwam ik naar Woensdrecht. Eind van dit jaar stel ik mij kandidaat voor een derde termijn."
De Nederlandse gemeente Woensdrecht heeft een aparte ligging. "Ik noem het graag een van de meest Belgische Nederlandse gemeenten. We zijn een grensgemeente. We hebben vijf Belgische buurgemeenten en drie Nederlandse. Een heel bijzondere plaats daarin is voorbehouden voor het dorp Putte. Dat maakt deel uit van beide landen, maar ook van drie verschillende gemeenten: Stabroek, Kapellen en Woensdrecht. Verder hebben we nauwe contacten met de Antwerpse haven en het Grenspark Kalmthoutse Heide. In onze streek zijn België en Nederland duidelijk nauw verbonden. En dat wil dan weer zeggen dat ik zowel de Vlaamse als de Nederlandse cultuur en geplogenheden goed ken."
Grenspalen
In een dergelijke grensgemeente gebeuren er natuurlijk dingen die in veel andere gemeenten niet gebeuren. "We hebben hier bijvoorbeeld de traditie van het schouwen van de grenspalen. Dat wil zeggen dat de burgemeesters van alle grensgemeenten de 24 grenspalen op Woensdrechts grondgebied moeten 'schouwen'. Die grenspalen zijn in 1843 geplaatst en alle grensgemeenten - Belgische en Nederlandse - moeten die onderhouden. Een verplichting uit het verleden, maar ook pure folklore. En prima voor een goede verstandhouding met de buren."
Taal
De aandacht voor taal wordt door deze kruisbestuiving tussen beide landen aangescherpt. "We spreken dan wel dezelfde taal, maar niet alle woorden hebben dezelfde connotatie. Dat merkte ik bij de laatste grensoverschrijdende rampoefening. De Nederlanders telden minder slachtoffers dan de Belgen hadden geteld. Want in Nederland is een slachtoffer iemand die overleden is, maar in België ben je al een slachtoffer wanneer je enkele schrammen hebt. Vandaar het verschil! Het is dus duidelijk dat het correcte gebruik van taal belangrijk is en dat we moeten stilstaan bij elkaars nuances."
Een kijkje
Toen de echtgenote van een oud-collega hem attent maakte op het bestaan van de Orde van den Prince - dat zou iets voor jou zijn, vond ze - had ze dat goed ingeschat. “Ik kende de Orde niet, maar sta open voor nieuwe dingen. Dus ging ik op haar aanraden een kijkje nemen bij de afdeling Bergen op Zoom. Dat beviel me meteen. Ik kwam er zelfs mijn oud-leraar Nederlands tegen. Die kan me alvast bijspijkeren op literair gebied. Ik leerde nieuwe mensen kennen uit sectoren waar ik anders nooit contact mee zou hebben, maar die wel op dezelfde golflengte zitten. De verschillende lezingen openen telkens nieuwe perspectieven."
Burgemeester
Steven Adriaansen wil graag nog even het verschil uitleggen tussen een Nederlandse burgemeester en een Belgische. "Een Nederlandse burgemeester wordt benoemd door de Koning. Eerst stelt de gemeenteraad een profielschets op. Aan de hand daarvan komt er een vacature, waar iedereen op kan reageren. De gemeenteraad selecteert de juiste persoon en draagt die voor aan de Koning, waarna deze de benoeming bekrachtigt. De termijn is zes jaar. In België is het ambt van burgervader een politieke benoeming. Het wordt meestal iemand van de partij die bij de gemeenteraadsverkiezingen de meeste stemmen behaalde. In Nederland doet de partij er niet toe. Een Nederlandse burgemeester heeft ook net wat meer bevoegdheden. Hij of zij heeft bijvoorbeeld een leidende rol bij rampen en crisissen. In België neemt de gouverneur van de provincie het dan veelal over."
Steven Adriaansen mag dan wel een nieuw lid van de Orde van den Prince zijn, maar het is duidelijk dat zijn burgemeesterschap in de grensgemeente Woensdrecht hem al inwijdde op het gebied van tolerantia et amicitia.
Chris Vermuyten
Lid van de redactie van PrincEzine
Charlot De Decker, magistraat
Herwig Leirs, rector Universiteit Antwerpen
Katleen Sleeubus, senior legal interim manager
Laurent Winnock, zaakvoerder La Cinciarella NV
Yonca Erkan
Monique Quetin, maatschappelijk assistent
Michel Zegers
Ann Neven
Wim W.A.H. Bisschops, kinder- en jeugdpsychiater (met pensioen)
Maria Dumon, gepensioneerd
Elke Thiebaut, jurist NTT Belgium
Kommer-Jan de Man, kinder- en jeugdpsychiater
Martijn G.F. Groeneveld, projectmanager energietransitie
Jeannette E. Wennink-Staf
Ingrid Moortgat, zelfstandig wetenschappelijk kunstonderzoek, conservatie en restauratie van papier
Laura L.P. van der Westerlaken
Johan Bouciqué
Zijn gewest Brabant-West draait op zich goed, vindt de nieuwe gewestpresident Wim Hüsken. Maar het kan altijd nog een beetje beter. Daarnaast is hij blij dat de Orde de laatste jaren 'naar buiten treedt' door standpunten in te nemen, iets wat heel lang taboe was binnen het genootschap. "De Orde heeft een goed verhaal te vertellen en kent tal van leden die dit uitstekend kunnen verwoorden."
Hoelang ben je al lid en welke functies en/of verantwoordelijkheden heb je binnen de Orde van den Prince sindsdien zoal gehad? Sinds wanneer ben je gewestpresident?
In 2004 maakte ik als conservator van de Stedelijke Musea Mechelen een tentoonstelling over de beeldhouwer Herman De Cuyper uit Blaasveld (een dorp bij Willebroek). In de aanloop ernaartoe maakte ik kennis met Herman Candries (oud-president van de Orde) en Cas Goossens, beiden lid van de afdeling Mechelen, nu 'Heerlickheyt Mechelen', van de Orde. Ze vroegen me of ik geïnteresseerd was om lid te worden van hun afdeling. Ik was een Nederlander die in Mechelen werkzaam was met een uitgebreide internationale werkervaring en ik zou misschien iets voor de Orde kunnen betekenen. Ik kende de Orde vanuit Melbourne, waar ik tussen 1988 en 1992 werkte aan de universiteit. Daar kreeg ik op gezette tijden een literaire knipselkrant doorgestuurd door een afdeling van de Orde - helaas weet ik niet meer welke afdeling dat was.
Al gauw werd ik gevraagd secretaris te worden van onze afdeling, hetgeen ik zes jaar lang heb gedaan. In 2021 vroeg Frank Judo of ik gewestelijk NT&C-coördinator wilde worden en aan het eind van zijn termijn als gewestpresident suggereerde hij dat ik hem wellicht zou kunnen opvolgen. In de Gewestraad van maart 2024 bleek er geen tegenkandidaat te zijn en sinds 1 september van dat jaar ben ik dus 'in functie'.
Waarom ben je toentertijd lid geworden?
In een eerste gesprek met het toenmalig bestuur van de afdeling Mechelen werd me al gauw duidelijk dat de doelstellingen van de Orde in het verlengde lagen van wat ik zelf altijd heb nagestreefd: aandacht voor de Nederlandse taal en cultuur, dit laatste in de breedste zin van het woord. Mijn ervaring in het buitenland had me geleerd dat dit niet altijd evident is, zelfs niet bij autochtone Nederlanders en Vlamingen. Daar kon de Orde wellicht iets aan doen. Maar 'naar buiten treden' was een heikel punt. Ik heb me daarover altijd verwonderd en ben dan ook blij dat hier nu op een andere manier mee wordt omgegaan. De Orde heeft een goed verhaal te vertellen en kent tal van leden die dit uitstekend kunnen verwoorden.
Wat doe of deed je naast de Orde van den Prince?
Eind 2003 kwam ik naar Mechelen vanuit Auckland in Nieuw-Zeeland, waar ik vijf en een half jaar aan de universiteit had gewerkt als 'senior lecturer' en 'Associate Dean of Arts'. Ik was toen vijftig jaar oud. Nederlandse taal en literatuur trok niet voldoende studenten meer en zo was ik te duur geworden voor de universiteit. Gelukkig had ik in Melbourne een kunsthistorica leren kennen die in 2003 juist bezig was met de tentoonstelling 'Dames met klasse' over Margareta van York en Margareta van Oostenrijk. Toen zij hoorde van een vacature als conservator in Mechelen, tipte zij het departementshoofd Cultuur van de stad: "Een specialist op het terrein van de zestiende eeuw is juist teruggekeerd uit Nieuw-Zeeland. Laat hem mee solliciteren." Zo kwam ik, geen kunsthistoricus maar historisch letterkundige, in Mechelen terecht, waar ik tot mijn pensioen, begin 2018, met veel plezier heb gewerkt. Het werk als conservator leerde ik al doende.
Waarom wilde je gewestpresident worden?
Het gewest Brabant-West is een levendig gewest. Dat merkte ik in de vergaderingen van de Gewestraad. Maar misschien konden de afdelingen elkaar wat beter leren kennen en waren er nog andere zaken die het reilen en zeilen van het gewest konden verbeteren? Nadat ik twee leden van de eigen afdeling had gevraagd of ze mij als gewestpresident zouden zien, en die daarop positief reageerden, besloot ik 'ja' te zeggen op de vraag van Frank Judo om hem op te volgen. Ik wil graag het beste naar voren halen in de afdelingen en de afdelingsvoorzitters. Met hulp van de overige leden van het dagelijks bestuur van het gewest, secretaris Joanne Celens en penningmeester annex NT&C-coördinator Michael Ralph, hoop ik dit te kunnen realiseren.
Wat is het belangrijkste dat je nu gaat oppakken?
Verschillende zaken. Uit de eerste Gewestraad, die we enkele maanden geleden hielden, bleek dat er een vraag bij de afdelingsvoorzitters was naar de rol die de gewesten binnen de Orde spelen. Het nut ervan staat buiten kijf, maar hoe krijg je de leden van de afdelingen zo ver dat zij dit ook zien? Met andere woorden: een gewest moet leven ingeblazen worden en de leden ervan moeten gestimuleerd worden om mee te denken over de richting die we uit willen. Een tweede punt is de website van het gewest. Ik heb gezien dat die voor Brabant-West niet echt goed gevuld is en niet goed functioneert. Daar wil ik iets aan doen en ik ben van plan dit zelf aan te pakken.
Hoe denk je dat je na je afscheid herinnerd zal worden?
Als de voorzitters en de leden van de afdelingen mij herinneren als iemand die altijd een oor te luisteren wilde leggen inzake de wensen en de gevoelens die leven binnen de afdelingen en het gewest, dan zal ik een tevreden mens zijn.
Waar doet een afdelingsvoorzitter je tijdens een etentje geen plezier mee?
Die etentjes - ik heb nog geen afzonderlijke etentjes met afdelingsvoorzitters gehad - wil ik zelf betalen om zo te laten merken hoezeer ik hun betrokkenheid bij de Orde en hun werk binnen het gewest waardeer. Ik heb inmiddels al bij verschillende afdelingen nieuwe leden geïnstalleerd en ben ook aanwezig geweest bij het vijftigjarig jubileum van de afdeling Sint-Genesius-Rode-Beersel. Ik heb gemerkt dat het met de amicitia in deze afdelingen wel snor zit. Over de afdelingsvoorzitters kan ik bepaald niet klagen. Ze staan stuk voor stuk paraat om de werking van het gewest en de Orde te verbeteren.
Wat weet (haast) niemand binnen de Orde van den Prince over jou?
Dat ik niet ambitieus ben, al lijkt dat soms zo. Ik ben dat wel als het gaat om mijn academisch specialisme: de literatuur van de rederijkers. Maar als gewestpresident beschouw ik me als 'een Chinese vrijwilliger', zoals ze dat hier in Vlaanderen zeggen. Eentje met de beste bedoelingen.
Foto boven het artikel: Wim Hüsken (rechts) en Jacques Niederer, voorzitter van de afdeling Bergen op Zoom, waar Wim Hüsken vorige week een lezing verzorgde over rederijkers, rederijkerskamers en rederijkerstoneel in de Lage Landen tijdens de late Middeleeuwen en de Renaissance.
De naam van het gewest Brabant-West is na drie jaar gewestpresidentschap van Frank Judo nog steeds niet veranderd in iets beters, al had hij zich dat wel voorgenomen bij zijn aantreden. Frank Judo heeft meer tijd in het Presidiumlidmaatschap moeten steken dan hij vooraf had verwacht. Al was dat ook omdat hij als advocaat en ervaren bestuurder verantwoordelijk was voor het redigeren van de statuten en het huishoudelijk reglement.
Wanneer werd je gewestpresident en sinds wanneer ben je dat niet meer?
1 september 2021 was mijn eerste werkdag als gewestpresident, 31 augustus 2024 mijn laatste.
Heb je je belangrijkste doelstellingen (zie het interview bij het aantreden) kunnen bereiken?
Het heeft eerlijk gezegd even geduurd vooraleer ik de taken van een gewestpresident helder had. In mijn ervaring weegt het lidmaatschap van het Presidium, waar het Bestuur en de gewestpresidenten samenkomen, eigenlijk zwaarder door dan de gewestelijke taken. Dat heb ik aan den lijve moeten ontdekken. De doelstellingen die ik had, zijn dan ook in die zin aangepast.
Waarop kijk je met de meeste voldoening terug en waarom?
Misschien wel op het minst inspirerende aspect van mijn passage in het Presidium, namelijk het redigeren van de statuten en het huishoudelijk reglement. Er is een oude verenigingswijsheid die zegt dat de meest efficiënte manier om een vereniging kapot te maken, erin bestaat haar statuten bij de tijd te brengen. Die oefening was echter onvermijdelijk geworden en ik denk dat we ze naar beste vermogen hebben afgewerkt.
Wat was het meest ontroerende dat je als gewestpresident hebt meegemaakt?
De eerlijkheid waarmee Ruud Hagenouw motiveerde waarom hij het presidentschap neerlegde. Ik denk dat velen iets herkenden en toch wensten dat het niet waar was. Maar dit hoef je niet te plaatsen.
Wat had achteraf beter gekund of anders gemoeten?
Ik heb een enigszins wrang gevoel bij het te slapen leggen van de afdeling Asse. Dat had anders gekund en zelfs gemoeten. Corona heeft er zeker geen goed aan gedaan, maar het lijkt me verstandig sneller en misschien ook actiever in te grijpen om afdelingen te helpen die het moeilijk hebben.
Wat hebben de leden van je bestuur, de afdelingsbesturen en/of de leden van het gewest over je ontdekt de afgelopen jaren?
Dat ik enkel op tijd aankom als ik te laat vertrek. En dat mijn bezwaar tegen de gewestnaam 'Brabant-West' (zie het interview bij zijn aantreden) enkel en alleen het gevolg is van mijn gehechtheid aan de basisbeginselen van de Orde, die enkel kan gedijen in een algemeen Nederlands perspectief.
Wat heb je zelf geleerd tijdens het gewestpresidentschap?
Deze vraag zou ik combineren met de tweede, namelijk het helder krijgen van de taken van de gewestpresident.
Hoe diep is het zwarte gat nu en hoe ga je dat opvullen?
Ik ben er nog volop naar op zoek, naar dat zwarte gat. Sinds 1 september ben ik stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten bij de Balie te Brussel en probeer ik een kleine 4.000 advocaten bij elkaar te houden. Door het onverwachte overlijden van de voorzitter, moet ik ook samen met de andere ondervoorzitter de Vaste Commissie voor Taaltoezicht ad interim leiding geven. En in het Instituut voor de Nederlandse Taal hebben we een nieuwe directeur gezocht en gevonden. Stuk voor stuk leuke opdrachten, maar ik probeer vooral de activiteiten van mijn afdeling bij te wonen.
Is er nog iets dat je het gewest of de Orde als geheel wilt meegeven?
De Orde is geen serviceclub. Punt.
Onze wereld is volop in beweging, niet altijd in een richting die ons geruststelt. De geopolitieke spanningen nemen toe, populisme wint aan invloed en de democratie lijkt vaker te wankelen dan te floreren. Het vertrouwen in de politiek slinkt, net als haar vermogen om daadkrachtig te handelen. Dat baart velen van ons zorgen.
Tegen deze achtergrond stel ik mezelf, en waarschijnlijk ook jullie, de vraag hoe wij ons, als Princeleden, verhouden tot deze ontwikkelingen. Onze vereniging is gebouwd op de kernwaarden amicitia en tolerantia. Zijn deze waarden vandaag voldoende weerbaar in een maatschappij waar polarisatie steeds luider klinkt? En wat kunnen wij als vereniging en als individuen doen om deze waarden te verstevigen en uit te dragen?
Een deel van het antwoord ligt, denk ik, in hoe wij onze kernwaarden niet alleen denken, maar ook doen. De wereld heeft meer dan ooit nood aan verbinding over grenzen heen – geografisch, cultureel, en taalkundig. Hier kunnen wij als vereniging het verschil maken.
Daarom wil ik jullie vandaag warm maken voor een mooi initiatief binnen onze vereniging: het Taalcafé. Via Zoom verbinden we moedertaalsprekers, onze leden, met studenten Nederlands aan universiteiten in Midden-Europa. Voor deze studenten is dit een unieke kans om hun Nederlands te oefenen, maar het gaat verder dan taal alleen. Het zijn momenten van dialoog, van wederzijdse nieuwsgierigheid en van culturele uitwisseling – precies wat amicitia en tolerantia in de praktijk betekenen.
De reacties van zowel studenten als leden die eerder deelnamen, zijn ronduit positief. Het is een kleine tijdsinvestering met een grote impact. En toch merken we dat het niet vanzelfsprekend is voor leden om deel te nemen. Misschien schrikt Zoom af of denken sommigen dat ze geen ervaring hebben als lesgevers of hebben ze onvoldoende tijd. Maar ik wil jullie toch uitnodigen om het eens te proberen.
In tijden waarin het lijkt alsof de democratie ziek is, kunnen wij ons eigen kleine deel doen om haar te genezen. Niet met grote politieke gebaren, maar met simpele, menselijke verbinding. Het Taalcafé is daar een voorbeeld van. Laten we onze kernwaarden tot leven brengen en bouwen aan een wereld die iets vriendelijker, verdraagzamer en sterker is. Doe mee. Maak verbinding. En ontdek hoe verrijkend het kan zijn – voor de studenten én voor jezelf. Inschrijven kan hier. Je moet je wel eenmalig registreren bij de Prince-Academie en dat doe je hier.
Tot slot wil ik eerlijk bekennen dat ChatGPT mij een zetje gaf bij het opstellen van dit artikel. Dat brengt me meteen bij een ander actueel thema: artificiële intelligentie. Binnenkort organiseert de Prince-Academie boeiende voorjaarslezingen over AI. Ik hoop velen van jullie daar te zien, want ook dit onderwerp vraagt om nieuwsgierigheid, verdraagzaamheid, en een open blik.
Verbinding en verdieping, dat is waarvoor we gaan en staan.
Met de beste Princegroeten,
Jan Van Daele
President
Artificiële Intelligentie (AI) gaat ons leven beïnvloeden. AI is niet langer een idee uit de sciencefiction maar dringt in hoog tempo door in onze maatschappij. Daar willen we meer van weten. Daarom heeft de Prince-Academie AI als thema voor de reeks lezingen voor dit voorjaar gekozen.
5 maart: professor Bart De Moor
Bart De Moor, hoogleraar aan het Departement Elektrotechniek (ESAT) van de KU Leuven, komt als eerste aan het woord. Hij zal op woensdagavond 5 maart (20.00 uur) vooral ingaan op AI als 'hidden technology', neurale netwerken en 'deep learning'. Hij zal uitleggen welke talloze toepassingen er al zijn in data-intensieve omgevingen, in industrie en administratie, en niet het minst in de medische wereld. Hoe worden AI-modellen getraind? Hoe betrouwbaar zijn ze? En wat zijn de juridische, ethische en democratische deficits die erdoor ontstaan? Meer weten of inschrijven? Klik hier.
25 maart: professor Frieda Steurs
Frieda Steurs, professor emeritus aan de KU Leuven, faculteit Letteren, doet onderzoek op het vlak van computerondersteund vertalen, terminologiebeheer en meertalig documentbeheer. Ze is lid van de afdeling Antwerpen-Middelheim. Zij zal op dinsdag 25 maart (20.00 uur) een aantal uitdagingen belichten in verband met taal, taaltechnologie en onderwijs in het nieuwe tijdperk van AI. Meer weten of inschrijven? Klik hier.
28 april: professor Paul Timmers
Paul Timmers is gasthoogleraar aan de KU Leuven en onderzoeksmedewerker aan de universiteit van Oxford. Zijn aandachtsgebied is geopolitiek en technologie. Hij was als directeur bij de Europese Commissie verantwoordelijk voor wetgeving over onder meer cybersecurity, eID en Europese financiering van de toepassing van digitale technologie in gezondheidszorg, steden, energie, transport, en overheid. Hij is ook voorzitter van de afdeling Sint-Genesius-Rode-Beersel. Zijn lezing plaatst AI in geopolitiek perspectief. Het is ook een uitnodiging tot discussie over de rol van Europa in deze nieuwe werkelijkheid van geopolitiek en technologie. Meer weten en inschrijven? Klik hier.
12 mei: Katleen Gabriels
Moraalfilosofe Katleen Gabriels, hoofddocent aan de Universiteit Maastricht, is gespecialiseerd in ethische en filosofische aspecten van computertechnologie. Meer weten en inschrijven? Klik hier.
Studenten Nederlands in het buitenland willen met je spreken!
Natuurlijk geeft de Prince-Academie studenten Nederlands in het buitenland komend voorjaar weer de gelegenheid om in taalcafés met Princeleden te spreken en zo hun spreekvaardigheid te oefenen en hun zelfvertrouwen op te bouwen. Er zijn zes sessies gepland met de Hongaarse studenten (ELTE Boedapest) en wel op 10 en11 maart, 23 en 29 april en op 5 en 6 mei, telkens om 20.00 uur. Studenten Neerlandistiek uit andere buitenlandse universiteiten willen ook graag meedoen. Hun data volgen binnenkort. Schrijf je gauw in.
Stadsgids Tanguy Ottomer over De Boerentoren
Hoe goed ken je Antwerpen? Waar moet je als toerist op letten? Maar ook als je Antwerpen goed kent, heeft Tanguy vast nog wel heel wat interessante wetenswaardigheden te melden.
Antwerpenaar Tanguy Ottomer, Princelid in afdeling Scheldeland, is de bekendste stadsgids en meest enthousiaste ambassadeur van 't Stad. Zijn originele stadswandelingen en unieke, spontane aanpak leverden hem veel lof op in binnen- en buitenland. Hij heeft inmiddels negentien boeken over Antwerpen en over België gepubliceerd. Zijn meest recente werk is De Boerentoren, verhaal van een icoon. Hij zal daarover vertellen in de volgende debatsalon voor auteurs uit eigen rangen op 24 maart (20.00 uur). Meer weten en inschrijven? Klik hier.
In de PrincEzine van december 2024 konden we, met trots, nog heuglijk nieuws melden over ons medelid William Van de Velde. Op 7 augustus 2024 vierde William immers zijn honderdste verjaardag. Door omstandigheden was het pas enkele maanden later dat we hem een bezoek konden brengen, om de felicitaties van de afdeling Gent Willem I, waar William lid van is, in levenden lijve over te maken. Niets liet toen vermoeden dat we amper twee maanden later met heel wat minder goed nieuws zouden terugkomen. Op 14 januari 2025 overleed William.
William heeft het grootste deel van zijn leven gewijd aan de uitbouw van het familiebedrijf Van de Velde. In 1919 richtten zijn ouders, Margaretha en Achiel Van de Velde, een korsettenatelier op in Schellebelle. William studeerde tijdens de oorlogsperiode in Leuven en behaalde er het diploma van doctor in de rechten. In Leuven ontmoette hij ook een aantal personen, zoals Frans Baert, met wie hij later overigens ook lid zou worden van de Orde van den Prince.
Na zijn studies ging William, samen met zijn echtgenote Livine Van der Wee, zijn zus en schoonbroer, werken in het ouderlijke bedrijf.
William zal er het familiaal bedrijf mee helpen uitbouwen tot een wereldwijd modebedrijf met internationale expansie en aanzicht. Vanaf de jaren tachtig zal de derde generatie de operationele leiding van het bedrijf overnemen. William neemt dan het voorzitterschap op zich. In die periode wordt de lingerie van Van de Velde verrijkt met sterke merken als Marie Jo en Prima Donna. Het bedrijf investeert internationaal in productiefaciliteiten en zal uiteindelijk net voor de eeuwwisseling geïntroduceerd worden op de beurs.
Volgens William volgde de lingerie de emancipatie van de vrouw. Daarbij moest creatief ingespeeld worden op trends, door modieuze lingerie te ontwerpen. Op die manier werd het familiale bedrijf van weleer een internationale trendsetter, waar inmiddels de vierde generatie al geruime tijd haar intrede heeft gedaan. William zal zich overigens altijd nauw betrokken voelen bij de gang van zaken van het bedrijf, met een, voor hem, zeer kenmerkend engagement. In 2011 zal hij nog een boek over de familiegeschiedenis publiceren: Een eeuw lingerie.
Ook wij zullen ons William herinneren als een zeer geëngageerd en trouw lid van ons genootschap. William werd lid van de Orde van den Prince in 1966. Dat gebeurde destijds overigens onder peterschap van Frans Van Parys. Voor dat lange lidmaatschap kreeg hij vorig jaar, zeer terecht, de gouden oorkonde, die wordt uitgereikt aan leden die vijftig jaar of meer lid zijn.
Het feit dat hij tot een tweetal jaar geleden vrijwel op alle afdelingsbijeenkomsten aanwezig was, getuigt van zijn grote verbondenheid met de waarden van de Orde van den Prince. Tekenend voor hem was onder meer dat hij in de moeilijke en soms chaotische periode van de coronapandemie, ook aanwezig was op de beperkte en strikt georganiseerde vergaderingen.
Met William in gesprek gaan, was altijd zeer verrijkend en leerzaam. Met warme stem dwong hij veel luisterbereidheid af. Hij had echter zelf ook veel aandacht voor diegene met wie hij in gesprek was en formuleerde zijn gedachten en bedenkingen met veel respect en weloverwogen.
Wij sluiten ons dan ook graag aan bij de woorden van Marguerite Yourcenar, die op het overlijdensbericht zijn weergegeven:
"Il ne faut pas pleurer pour ce qui n'est plus, mais être heureux pour ce qui a été."
Wij zijn veel dankbaarheid verschuldigd aan William, voor alle vriendschap en voor alle fijne en zeer gesmaakte ontmoetingen. Wij herinneren hem met zeer veel amicitia.
Dirk Portier
Voorzitter van de afdeling Gent Willem I
Georges Zandstra was een van de eerste leden van onze afdeling en is ruim 36 jaar lid van de Orde geweest. Hij overleed eind vorige maand. Georges was een markant lid met een droge humor en opvallende meningen. In de gesprekken met hem duurde het even voor je doorhad dat achter zijn humor een warme belangstelling voor de ander en de wereld in het algemeen zat.
Georges' zorgen om de toekomst was een terugkerend onderwerp in de gesprekken. Zijn vrijwilligerswerk voor Artsen zonder grenzen bracht Georges naar Irak, Somalië en Haïti. Zijn lezing in 2013 over zijn ervaringen hierover is velen van ons bijgebleven. Alsook het 'homemade oriëntaals buffet' dat Georges grotendeels zelf bereidde tijdens de afsluitende bijeenkomst in 2023 op de boerderij van Natuurmonumenten in Vorden, waar Georges en Carla na zijn pensionering woonden.
Tijdens de warme herdenkingsbijeenkomst ging zijn echtgenote Carla in op het leven van Georges en memoreerde zij ook zijn eigenzinnigheid. Wat Georges in zijn hoofd had, of het nu om werk of hobby’s ging, zou en moest vroeg of laat altijd gebeuren. Dat geldt ook voor zijn besluit om uit het leven te stappen voordat de ziekte van Alzheimer zijn vernietigende tol zou eisen.
Wij denken aan hem in vriendschap en met respect.
Georges werd op 30 augustus 1942 in Magelang (Indonesië) geboren en overleed in Vorden op 21 januari 2025. Op maandag 27 januari is in kleine kring afscheid van Georges genomen in de aula van het crematorium Hart van Berkelland. Aansluitend waren het bestuur en een aantal bevriende leden van onze afdeling, tezamen met de familie en vrienden van Georges, aanwezig bij de herinneringsbijeenkomst in Lochem, geheel in het teken van Georges' stijl 'Vier het leven'.
Leo van der Stappen
Penningmeester en webredacteur van de afdeling Twente-Achterhoek
Op 25 januari overleed op 84-jarige leeftijd Ordelid Jan den Doelder. Jan was sedert 1985 lid van de afdeling Hulst en was binnen onze Orde van den Prince een zeer actief, zeer aanwezig, bevlogen, verbindend en betrokken lid. Niet alleen gaf hij jarenlang een kwalitatief sterke invulling aan het secretariaat, maar hij speelde als ondernemer ook een belangrijke rol om binnen zijn uitgebreide netwerk en kennissenkring boeiende sprekers te vinden voor de bijeenkomsten van de afdeling.
Wegens gezondheidsproblemen lukte het Jan de laatste jaren helaas niet meer om de bijeenkomsten van de Orde bij te wonen. Hij bleef echter met interesse en betrokkenheid de ontwikkelingen binnen de afdeling Hulst volgen.
In het afscheidswoord werd benadrukt dat amicitia bij Jan 'in hart en nieren zat' en dat hij zijn gevoel voor tolerantia niet alleen toonde naar zijn omgeving toe, maar ook in het omgaan met zijn langdurige ziekte. De leden van de afdeling Hulst zullen Jan missen, maar behouden fijne en mooie herinneringen aan hem.
Op 15 januari 2025 is onze vriend Patrick De Backer, lid van de afdeling Land van Waas en Dendermonde II, overleden. Patrick was een aangenaam en aanwezig lid in de Orde van den Prince. De dood van Patrick heeft ons verrast. Hoewel hij ziek was, kwam hij soms nog naar de vergadering. Hij zou ons in de zomervergadering van augustus 2024 over zijn kunstverzameling vertellen, maar toen had de zieke hem al overmand.
Wij, leden van de Prince, willen Patrick danken en eren. Wij herinneren ons Patrick als een aangename vriend, een gedreven wetenschapper en een uitzonderlijke kunstliefhebber. Een man die erkenning verdient.
Met medeleven en vol eerbied delen wij het verdriet. Als vriend van weleer zal Patrick blijven leven. Als lid van de Orde van den Prince is Patrick met ons verweven. De indruk die hij liet, vergeten we niet.
Patrick ging heen, maar blijft bij ons allemaal, door de herinneringen, door zijn verhaal.
Mede in naam van alle leden van de afdeling,
Luc Callewaert
Voorzitter van de afdeling Land van Waas en Dendermonde II
Op 16 januari is Mic Vyvermans op 86-jarige leeftijd overleden. Mic was architect en een van de stichtende leden van de afdeling Asse, die inmiddels niet meer bestaat. Tot zijn laatste bewuste dagen was hij bijzonder gehecht aan de Orde van den Prince. Hij bleef ook altijd ijveren voor en hopen op verjonging en op de heropstart van de afdeling. Die strijd kon hij helaas niet winnen, evenmin als die tegen de uitgezaaide kwaadaardige kankercellen.
Herman Van Hemeldonck was een van de stichtende leden van onze afdeling Kempen. Sinds de oprichting bijna zestig jaar geleden was hij een trouwe aanwezige op de vergaderingen. Als zoon van schrijver Emiel Van Hemeldonck kreeg Herman de taal en cultuur van de Nederlanden in de genen mee. Naast zijn bloeiende notariaat was Herman thuis in de geschiedenis van de Kempen en lid van meerdere heemkundige kringen.
Herman was zeer actief als lid en is in de beginjaren van onze afdeling voorzitter, penningmeester en secretaris in opeenvolgende besturen geweest.
We koesteren de mooie herinneringen aan hem.
Jan Dheedene
Voorzitter van de afdeling Kempen
Ruim dertig jaar geleden werd Dries geïnstalleerd als lid van de Orde van den Prince, afdeling 't Sticht. Hij woonde destijds in Utrecht en beoefende van daaruit zijn beroep van waarnemend dierenarts. Dat deed hij grotendeels bij een vast aantal praktijken van collega’s, die wegens ziekte of anderszins voor korte of langere tijd hun beroep niet konden uitoefenen. In de afdeling stond hij bekend als een wandelende encyclopedie.
Zo verbleef Dries vaak op Ameland, in Twente, de Achterhoek, in Brabantse, Limburgse en zelfs Duitse gemeenten. Onlangs was hij nog druk met de vaccinatie van ontelbare schapen vanwege de uitbraak van blauwtong. Zijn belevenissen leverden op onze bijeenkomsten vaak spannende verhalen op, maar het bleef nooit bij koetjes en kalfjes.
Want de veeartsenij was niet het enige terrein waarin hij gespecialiseerd was. Dat was oneindig veel breder. De praatgrage Dries bleek van vele markten thuis. Hij bezat een vrijwel onbeperkte wetenschappelijke kennis op velerlei gebied. Begon hij zijn verhaal over een onlangs gelezen boek of een bezoek aan Engeland, dan ging dat moeiteloos over in een verslag over zijn geslaagde poging een bijzonder historisch appelras in zijn boomgaard te kweken. Via een verhaal over Egyptische piramiden, Perzische gedichten of een Duitse sterrenkundige ontdekking, kwam hij uit bij een verhandeling over de sociale misstanden in Engeland, waarover de psychiater Theodore Dalrymple zo'n uitzonderlijk goed boek had geschreven.
Op onze bijeenkomsten manifesteerde hij zich als een wandelende encyclopedie. Er was nauwelijks een onderwerp waarover hij niet zijn diepgaande kennis kon spuien: het klimaat, milieu, land- en tuinbouw, maar ook historische onderwerpen en sociale kwesties ging hij niet uit de weg. Ik denk dat wij allemaal veel wetenswaardigs van hem hebben opgestoken.
Zijn onuitputtelijke boekenkennis kwam naar voren tijdens de lezing die hij in het afgelopen seizoen voor ons hield. Hij had zoveel meer te vertellen dan de beschikbare tijd toeliet, dat een deel van de meegebrachte en bijzondere uitgaven, niet eens ter sprake was gekomen.
Jarenlang kwam Dries naar de jaarvergaderingen met voor elk van ons een potje honing, zelf gemaakt van honing uit de bijenkorven in eigen tuin. Totdat de bijenstand dramatisch afnam. De hierna volgende jaarvergaderingen werden toen afgesloten met het uitdelen van potjes kweeperenjam. Heerlijk.
Gedenkwaardig zijn ook de jaarlijkse aspergefeesten ten huize van oud-voorzitter Joost Kits Nieuwenkamp. Dries, inmiddels verhuisd naar het voormalige ouderlijk huis in Nuenen, bracht voor zowel het voorgerecht, het hoofdgerecht als het nagerecht de vers gestoken Brabantse asperges mee, en vervaardigde met de zoon van Joost de heerlijkste gerechten.
Op den duur werd de afstand tussen Nuenen en Amersfoort toch bezwaarlijk, zeker toen er gezondheidsproblemen ontstonden. Hij trok zich voor enkele jaren terug, maar vond bij het nieuwe elan dat de afdeling na de herstart in 2020 uitstraalde, toch weer voldoende energie om de reis weer te ondernemen. En hij genoot opnieuw van de bijeenkomsten. In 2023 meldde hij zich zelfs aan om zitting te nemen in de kascommissie!
Voor onze jaarlijkse buitendag in juni ter afsluiting van het verenigingsjaar 2023/2024 besloten wij per autobus af te reizen naar Nuenen om daar een heerlijke dag door te brengen met ontvangst in huize Potjer, een bezoek aan het Van Goghmuseum en afsluitend een verrukkelijke aspergemaaltijd, vervaardigd met vereende krachten in eigen keuken en eetkamer. Een onvergetelijk succes.
Dries had toen al gezondheidsproblemen. Het leek even beter te gaan, maar zijn toestand verslechterde daarna ongehoord snel. Hij was niet meer in staat naar de bijeenkomsten te komen. We hielden contact, stuurden bemoedigende en beterschap wensende kaarten, maar waren toch geschokt bij het bericht van zijn overlijden.
Bedroefd, maar met zeer warme herinneringen namen wij afscheid van 'onze Dries' in een bijzondere ambiance, in de grote ontvangsthal van wat een klein museum leek te zijn, maar het bleek een oude gerestaureerde boerderij, waar het echtpaar Peter en Stans Geboers hun particuliere verzameling tentoon had gesteld. Die bestaat uit een overzicht van het leven op onze aarde van de vroegste tijden tot nu met allerlei geologische en natuurhistorische objecten als opgezette vogels en andere dieren. Te midden daarvan was Dries opgebaard in een mand vol bloemen. Een passender plek bestaat niet.
Op indrukwekkende wijze werd Dries gememoreerd door familieleden, vrienden en collega’s. In warme, dankbare, verdrietige maar ook humoristische bewoordingen werd daar de Dries gepresenteerd zoals wij die zo goed hebben leren kennen en waarderen.
Met een variant op de woorden waarmee Dries zelf afscheid nam van het leven:
How lucky I am to have so much that makes saying goodbye so hard.
zeggen wij:
How lucky we are to had you as a friend, that makes saying goodbye so hard.
Lieve Dries, dank voor wat je voor ons betekende.
We zullen je missen.
Gerdy Seegers
Afdeling 't Sticht
Op de avond van de inauguratie van Donald Trump luisterden de leden van de afdeling Arnhem en ruim vijfentwintig introducés naar een lezing van oud-diplomaat Justus de Visser over de toestand van de wereld, de plaats van Europa, de geschiedenis van Rusland en Oekraïne en de positie van Rusland tussen andere grootmachten.
Over deze thema's publiceerde Justus de Visser anderhalf jaar geleden zijn meest recente boek Redeloos, Radeloos, Reddeloos – Opnieuw een rampjaar?
Geruststellend was het niet, maar leiders worden ooit opgevolgd door andere leiders, stelde Justus de Visser. Dit zorgt dan soms eerst voor chaos, maar kan (daarna) ook nieuwe kansen opleveren. Over positieve effecten bij de opvolging van Poetin was onze spreker echter niet echt hoopvol. Hij schetste een beeld van Rusland dat gewend is aan tsaren die machtig zijn. Na twee intern zwak bevonden leiders, Jeltsin en Gorbatsjov, stond er in de persoon van Poetin weer een leider op die past in dat oude beeld van een leider die een groot, sterk rijk bijeen moet houden. Oekraïne wordt door Poetin beschouwd als een deel van Rusland. De spreker gaf ook voorbeelden van historici in andere landen, ook Europese, die de geschiedenis zo schrijven dat nationalistische gevoelens sterk worden bevorderd.
Netwerk
Toen de afdeling Arnhem Justus de Visser als spreker uitnodigde, kregen we al snel het gevoel dat we meer mensen dan alleen onze eigen leden de gelegenheid moesten geven dit betoog te beluisteren. Om die reden nodigden we ook een aantal leden uit van andere afdelingen binnen ons gewest. Bovendien vroegen we de leden van de afdeling Arnhem om in hun netwerk uit te kijken naar mensen die we een plezier konden doen met een uitnodiging voor deze specifieke avond en die ook wel iets meer van de Orde zouden willen weten. Voor hen hield de voorzitter een korte informatieve inleiding over de Orde en waarom het de moeite waard zou kunnen zijn de organisatie en haar doelstellingen wat beter te leren kennen. Het zorgde voor een nadere kennismaking en een goed gesprek.
Vijftig mensen
Aldus kwamen we op deze avond met ruim vijftig mensen bij elkaar, die aandachtig luisterden naar de spreker en naar elkaar. Indrukwekkend waren de uitgebreide antwoorden op vragen die door de aanwezigen werden gesteld. Al met al was het een bijzondere avond die geen oplossing, maar via een helikopterview wel inzicht gaf in de grote politieke stromingen in de afgelopen eeuwen in en rond het Russische rijk en de Sovjet-Unie, de weerzin van de Russen om Oekraïne en andere staten rond Rusland los te laten, de toestand van grootmachten op dit moment en de spannende tijden waarin wij verkeren.
Lous van Son en Clasien Lever-de Vries
De afdeling Apeldoorn organiseerde eind vorig jaar het Apeldoorns Scholieren Debat. Dit jaarlijks terugkerend evenement is het visitekaartje van de afdeling aan de Apeldoornse gemeenschap. Het gaat om een debatwedstrijd tussen vwo-scholen en de Jongerenraad van Apeldoorn, een adviesorgaan van de gemeenteraad bestaande uit jongeren tussen 14 en 22 jaar.
De debatwedstrijd wordt gefaciliteerd door het gemeentebestuur. We mogen gebruik maken van zowel de raadzaal als vergaderruimten voor debatvoorbereiding en de jury. Er wordt ook personele ondersteuning in het gemeentehuis ter beschikking gesteld. De afdeling bedenkt discussiethema's, regisseert, jureert de debatten en onderhoudt daartoe contacten met de deelnemende scholen. De scholen worden vroeg in het jaar gevraagd om debatgroepen samen te stellen van leerlingen tussen 15 en 18 jaar. De debatavond wordt geopend door de burgemeester of diens loco. Het event krijgt doorgaans aandacht in de lokale media.
Doel
Het Apeldoorns Scholieren Debat heeft als doel scholieren enthousiast te maken voor maatschappelijke en politieke vraagstukken en hen te leren op een respectvolle en constructieve manier te debatteren. Door dit evenement worden jongeren gestimuleerd om hun mening te vormen, argumenten op te bouwen en hun standpunt overtuigend te presenteren.
Debatonderwerpen
De deelnemende scholen worden ruim van tevoren geïnformeerd over de debatonderwerpen, zodat de leerlingen genoeg tijd hebben om zich voor te bereiden. De afdeling zorgt ervoor dat de thema's actueel en relevant zijn, zodat de debatten aansluiten bij de belevingswereld van de jongeren. Voorbeelden van thema's zijn milieuvervuiling, digitalisering en sociale ongelijkheid.
Voorbereiden
De debatgroepen moeten zich voorbereiden op zowel voor- als tegenargumenten en bij loting wordt beslist welke groep de voorstanders en welke de tegenstanders levert. Samen met een ambtenaar van de gemeente wordt een strak draaiboek opgesteld en gehanteerd door de regisseur van het debat. Dit jaar was dat onze voorzitter Fred de Graaf. In een raadszaal vol gasten, ouders en belangstellenden opent de (loco)burgemeester de bijeenkomst en benadrukt hij het debat als voorbereiding op een publieke rol in de samenleving.
Wolven
Met de eerste stelling: 'De wolvenpopulatie moet worden ingedamd' (een relevant thema in de hoofdstad van de Veluwe) steeg de spanning onder de jongeren. Er werd gestreden om de trofee voor de beste school en om een oorkonde voor de beste spreker. Behalve een trofee krijgen winnaars het stripboek over de Gelderse geschiedenis Ridders van Gelre, ons verloren Hertogdom van René Arendsen.
Pauze
Tijdens de pauze, die de jury in staat stelt zich een oordeel te vormen, vertelde ons lid Herman van de Vijver over de Orde. Daarbij wees hij op een folder over de afdeling Apeldoorn, door ons vervaardigd. Het leverde in elk geval al één belangstellende voor het lidmaatschap op.
Beste team
De trofee voor het beste team werd deze keer overhandigd aan het Apeldoorns Gymnasium. De beste spreker is een lid van de Jongerenraad: een knaap van 17 die van het begin tot het einde present staat, die kan luisteren, aansluit bij tegenargumenten en die in mimiek, uitstraling en humor blijk geeft van meesterschap, kortom een jonge politicus of diplomaat in wording. Van het debat zijn live-opnamen gemaakt door RTV Apeldoorn.
NT&C-subsidie
De debatwedstrijd wordt mede mogelijk gemaakt met hulp van een NT&C-subsidie van het Bestuur. Niet onvermeld mag blijven dat de afdeling Apeldoorn mede betrokken is bij het Groot Apeldoorns Dictee, een van de andere NT&C-projecten, dat zich mag verheugen op een brede belangstelling.
Jos Poelmann
Webredacteur van de afdeling Apeldoorn
Taalwetenschapper emeritus professor Jan Pekelder presenteerde eind vorige maand bij de afdeling Rijsel/Lille, gelegen in het historische Frans-Vlaanderen, zijn twee dagen eerder verschenen boek Verboden Vlaams te spreken. Het verhaal van een Nederlandse streektaal in Frankrijk. "Eigenlijk sprak in het historische Frankrijk maar vijf procent van de bevolking Frans."
Jan Pekelder ging in op de algemene geschiedenis van de Nederlandse taal, met een overzicht van historische talen, streektalen en dialecten in en rond de historische Nederlanden. Van Ingveoonse talen (Noordzeegermaans), via het Saksisch en Frankisch tot het Rijnlands, Ripuarisch en Hollands. Er werden verschillende voorbeelden getoond van ontwikkeling van woorden in het Romaans en proto-Nederlands. We kwamen erachter dat het Hollands samen met het Zeeuws eigenlijk dichter bij het Franse West-Vlaams ligt dan het Utrechts, aangezien deze beide gebieden (Holland en Zeeland) aan de kust liggen en gerekend worden tot de Ingveoonse variant van het Westnederfrankisch.
Taalgrens
Een landsgrens is wetenschappelijk géén taalgrens, stelde de spreker. Maar vaak is dit politiek en institutioneel wel zo gegroeid. In Nederland spreekt men Nederlands, in Duitsland Duits en in Frankrijk Frans. Maar in Frankrijk, Vlaanderen en Duitsland sprak en spreekt men ook Nederlands. Hij toonde kaarten met verschillende historische taalgrenzen. In Frans-Vlaanderen werd nog lang een vorm van Nederlands gesproken, tot aan Boulogne-sur-Mer en Saint-Omer. Deze grenzen veranderden natuurlijk door de jaren heen.
Franse taalwetten
Ook Franse taalwetten uit het verleden kwamen langs. In de Verordening van Villers- Cotterêts (1539) van Frans I (1494-1547) stonden passages over verordeningen voor de rechtelijke taal in de Languedoc, waarin men het heeft over langue maternelle ou franceoise (moedertaal of Franse taal). Door Lodewijk XII (1462-1515) werd bevestigd dat de juridische taal in Zuid-Frankrijk moest plaatsvinden en vulgaire et langage du pais (in de volkstaal en de streektaal). "Dit was destijds ook logisch", stelde de spreker. "Er werd in grote delen van het land géén Frans gesproken, behalve door de bovenlaag. Eigenlijk sprak in het historische Frankrijk maar vijf procent van de bevolking Frans."
Anders geïnterpreteerd
In latere perioden van de Franse geschiedenis werden deze eerder genoemde historische stukken op een totaal andere manier geïnterpreteerd en juist gebruikt om het Standaardfrans te propageren ten koste van regionale streektalen. Streektalen in het algemeen kwamen steeds meer in de verdrukking en werden gemarginaliseerd tot idiome of patois, het woord langue werd zo veel mogelijk vermeden. Politiek en wetenschap werden zo steeds meer verstrengeld.
'Regionale talen'
In Frankrijk wordt systematisch ontkend dat streektalen 'cultuurtalen' zijn. Ze worden weggezet als 'regionale talen'. Voorbeelden hiervan zijn Elzassisch (Elsässisch) in plaats van Duits, Corsicaans in plaats van Italiaans en het Franse West-Vlaams in plaats van Nederlands. Hiermee wordt de streektaal tot een soort folklore geminimaliseerd. Jan Pekelder gaf als leestip het werk van François Reynaert, journalist van de Nouvel Obs, die de mythe van de Franse taal en historie zelf ontkleedt (Nos ancêtres les Gaulois et autres fadaises, Éditions Fayard, 2010).
Nederlands
Ter sprake kwam ook hoe, in het kader van deze gepolitiseerde taalvisie, het Nederlands en zijn varianten eigenlijk gekwalificeerd worden. Ze worden vaak foutief ingedeeld als voortkomend uit de Frankische dialecten en dus eigenlijk Nederduits of Duits. In de algemene en populairwetenschappelijke Franse visie wordt dit nog steeds zo gezien. Verwarrend hierbij zijn ook benamingen van de taal, zoals Dutch en Diets. Hiermee wordt het Nederlands als het ware gemarginaliseerd en niet als eigen taal gezien. De serieuze Franse wetenschap (h)erkent de Nederlandse taal wel en op de website van het CNRS (Centre national de la recherche scientifique) wordt alles een stuk preciezer uitgelegd. Jammer genoeg weten niet veel mensen hier van af.
Beleidsmakers
Langzaamaan liep de voordracht van Jan Pekelder ten einde en was er ruimte voor vragen en discussies. Er werd onder andere gevraagd hoe men Franse beleidsmakers het best kon benaderen om onwaarheden recht te zetten en om het Franse West-Vlaams te promoten als Nederlandse cultuurtaal. Er werd ook besproken hoe men kan ingaan tegen de misverstanden die over het Franse West-Vlaams bestaan.
Folkloristische verenigingen
In de discussie werd ook ingegaan op de rol van lokale folkloristische verenigingen, zoals onder andere de Akademie Voor Nuuze Vlaemsche Taele. Hierbij wordt het Vlemsch, het Franse West-Vlaams, gepromoot als een aparte taal met enkele bedachte regels. Deze folkloristische verenigingen zijn niet op een wetenschappelijke manier met taal bezig, maar weten wel een grote groep politici te bereiken. Wat helaas als resultaat heeft dat de aandacht voor de Nederlandse taal in het regionale onderwijs wordt ondergesneeuwd.
Wetenschapper
Jan Pekelder gaf aan dat hij in deze discussie voor zichzelf geen taak ziet, omdat hij een wetenschapper is die op een neutrale en op wetenschappelijke basis gestoelde informatie naar buiten wil brengen. Eveneens daarom ziet hij zich niet geroepen om bijvoorbeeld op een niet-wetenschappelijke manier in discussie te gaan met bepaalde mensen die hij niet serieus kan nemen. De conclusie was dat het om een heikel punt gaat. En dat het belangrijk is om ons werk te doen en de mensen te leren wat de feiten zijn.
Achtergrond Jan Pekelder
Jan Pekelder studeerde Algemene Taalwetenschap in Parijs, Nederlandse en Franse Taal- en Letterkunde in Leiden en Algemene Taalwetenschap en Franse Taalkunde in Straatsburg. In 1992 promoveerde hij aan de UCLouvain (België). In 1999 habiliteerde hij aan de Sorbonne, waar hij van 2000 tot 2022 het ambt van gewoon hoogleraar in de synchrone taalkunde uitoefende.
Tussen 2008 en 2020 was hij tevens hoogleraar taalkunde aan de Karelsuniversiteit te Praag. Sinds 2023 bekleedt hij aldaar de functie van gasthoogleraar. Eerder vervulde hij gasthoogleraarschappen aan diverse universiteiten in Europa en in Indonesië. Hij publiceerde verscheidene boeken en artikelen op het gebied van de syntaxis en de vreemdetalendidactiek. In 2020 deed hij zijn eerste populairwetenschappelijke boek het licht zien. Het werd genomineerd voor de Taalboekenprijs 2021. Pekelder was van 2003 tot 2006 respectievelijk vicevoorzitter en voorzitter van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN).
Wouter Kok
Afdeling Rijsel
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op 14 maart 2025. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief dienen artikelen uiterlijk maandag 10 maart (liefst eerder) binnen te zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel en Chris Vermuyten.