Sommige bijeenkomsten van de OvdP hebben nét dat beetje extra. De Algemene Ledendag is er zo een. Om de twee jaar krijgen we de kans om leden uit alle hoeken van onze vereniging te ontmoeten, nieuwe vriendschappen te sluiten en samen iets te beleven dat nog lang blijft nazinderen.
Om die reden trekken we op zaterdag 17 oktober naar Katendrecht, in Rotterdam, voor een dag rond het thema landverhuizersverhalen. Een beter decor voor dat onderwerp is nauwelijks denkbaar. Vanuit deze havenstad vertrokken ooit honderdduizenden mensen naar een nieuw leven overzee. Tegelijk kwamen hier ook mensen aan die hun toekomst in onze streken wilden opbouwen.
We verzamelen aan boord van de SS Rotterdam, het iconische schip dat decennialang wereldzeeën doorkruiste. Na enkele lezingen over migratie volgt een lunch aan boord van het schip, waarna we in kleinere groepen Katendrecht verkennen.
Maar misschien nog belangrijker dan het programma zijn de ontmoetingen. De Algemene Ledendag is een van die zeldzame momenten waarop we als OvdP echt samenkomen. Gesprekken, nieuwe contacten, het weerzien van bekenden uit andere afdelingen - precies daar groeit en bloeit het verenigingsleven.
Het thema van de dag sluit ook mooi aan bij de waarden die ons verbinden. Wanneer het vandaag over migratie gaat, klinkt het debat vaak defensief: hoe beschermen we onze cultuur en onze taal? Maar het loont de moeite om ook naar de andere kant van het verhaal te kijken. Mensen migreren zelden zomaar. Ze doen het uit hoop op een beter leven voor zichzelf en hun kinderen.
En laten we eerlijk zijn: ook onze geschiedenis is er een van landverhuizers. Zo vonden vele Vlamingen een nieuw thuis in Nederland tijdens de godsdienstoorlogen of kwamen ze als vluchtelingen schuilen in Nederland aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Mensen uit onze streken trokken ooit naar Amerika voor een betere toekomst, of ze moesten vluchten voor oorlog. En ook vandaag nog organiseren wij zelf arbeidsmigratie, wanneer onze economie handen tekortkomt.
Juist daarom lijkt het mij waardevol om samen stil te staan bij die verhalen - op een plek waar ze zo tastbaar aanwezig zijn. Het helpt ons herinneren waar onze waarden vriendschap en verdraagzaamheid werkelijk voor staan.
Ik besef het wel, de deelnameprijs is niet gering. Maar daar staat een uniek en zorgvuldig samengesteld programma tegenover, exclusief voor onze leden. Een dag waarop je niet alleen iets nieuws ontdekt, maar ook ervaringen meeneemt die je later met plezier zult navertellen: "We hebben toch iets bijzonders beleefd."
Ik hoop dan ook van harte dat velen van jullie de weg naar Katendrecht zullen vinden.
Meer details over het programma en hoe je kunt deelnemen zijn te vinden verderop in deze PrincEzine.
Jan Van Daele
President
Op zaterdag 17 oktober is er een heel bijzondere Algemene Ledendag in Rotterdam. Een dag vol verhalen over vertrek en aankomst, over hoop en heimwee, over taal, cultuur en identiteit. Laat je meeslepen door de landverhuizersverhalen.
Als je inschrijft vóór 1 mei, krijg je een vroegboekkorting en betaal je 85 euro voor de hele dag, in plaats van 100 euro.
De havenstad Rotterdam is al eeuwenlang een plek van komen en gaan. Natuurlijk ken je de Holland-Amerika Lijn, waar vanaf 1873 honderdduizenden Europeanen inscheepten op weg naar een nieuw leven. Wat ooit vertrekpunt was van dromen en onzekerheid, is nu een majestueuze SS Rotterdam als tastbare herinnering.
Maar Rotterdam is meer dan dat ene verhaal. Al eeuwen trekt de stad mensen aan uit alle windstreken: Zeelanders, Kaapverdianen, Chinezen, Surinamers. Vandaag leven er maar liefst 178 nationaliteiten samen. Dat heeft de stad gevormd — in haar winkels en keukens, in taal en cultuur, met alle charme én spanningen die daarbij horen. Rotterdam is een smeltkroes in beweging.
Al deze verhalen komen samen op Katendrecht, de Kaap. Ooit een beruchte volks- en prostitutiewijk, later het grootste Chinatown van Europa, nu een bruisend cultureel hart met internationale allure. Hier vind je de SS Rotterdam, het nieuwe Landverhuizersmuseum, het Fotomuseum en Theater Walhalla.
De Algemene Ledendag neemt je mee in deze gelaagde geschiedenis. 's Ochtends luisteren we in het theater van de SS Rotterdam naar inspirerende lezingen over migratie — en over het besef dat migratie van alle tijden is.
Na de lunch volgt een middagprogramma in kleinere groepen. Je bezoekt het nieuwe Fenix- of Landverhuizersmuseum, wandelt met gidsen langs verhalen van toen Katendrecht het Chinatown van Europa was. Je bezoekt het bijzondere verhalenhuis Belvédère of wij bieden je in het mooiste theatertje van Rotterdam een voorstelling over landverhuizers aan. Ook voor leden die minder mobiel zijn, is er een passend en volwaardig programma. Het wordt een onvergetelijke dag.
De eigen bijdrage voor deze dag is 100 euro. Er geldt een vroegboekkorting: als je boekt vóór 1 mei, betaal je 85 euro per deelnemer. Inschrijven kan hier.
Word je binnenkort bestuurslid van je afdeling en wil je de werking van de OvdP beter leren kennen? Misschien ben je wel op zoek naar inspiratie voor een betere afdelingswerking? Dan is deze Kaderdag een uitgelezen moment.
De leden van het Bestuur zijn deze dag aanwezig om inzicht te geven in de werking van de vereniging en ze gaan graag in dialoog over hoe jij aankijkt tegen de organisatie van ons genootschap. Ook is het een gelegenheid om andere toekomstige bestuursleden te ontmoeten en ervaringen uit te wisselen. Wat je mag verwachten? Een verslag van de recentste Kaderdagen kun je lezen in de PrincEzine van december.
Er staan twee Kaderdagen op de agenda: op zaterdag 27 juni in Antwerpen en op zaterdag 29 augustus in Den Bosch of Utrecht (nog te bepalen). Op beide dagen is er plaats voor 25 deelnemers. Je kiest zelf welke dag je het beste uitkomt.
Inschrijven voor de Kaderdag kan via dit formulier.
Het gewest Oost- en Zeeuws-Vlaanderen organiseert op zaterdag 9 mei in Gent zijn gewestdag. Het thema van deze dag is enerzijds 'polarisatie versus verdraagzaamheid' en anderzijds 'de vrouw'. Hiermee benadrukt het gewest een van de kernwaarden van de OvdP, verdraagzaamheid, en zetten we de OvdP neer als een vrouwvriendelijke organisatie. Er zal ook aandacht zijn voor de vijftigste verjaardag van de afdeling Gent Princehof.
Het is nadrukkelijk de bedoeling dat leden hun partner, vrienden en kennissen uitnodigen. Een van de doelstellingen van de gewestdag is om de OvdP bekender te maken in de buitenwereld.
Het programma in een notendop:
Deel 1 start om 15.00 uur
Verwelkoming met een debat over 'Van tegenstelling tot begrip' en de subvraag: 'Kunnen vrouwen de polarisatie doorbreken?'. Deelnemers aan het debat: Petra De Sutter, rector van de UGent, Mariam Harutyunyan, voorzitter van de Vrouwenraad en Herman Brusselmans, schrijver. Moderator is John Caron, secretaris NT&C van de afdeling Gent Willem I.
Deel 2 start om 18.00 uur
Nocturne in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) te Gent en een exclusief bezoek aan de tentoonstelling 'Onvergetelijk' met werken van zeventiende- en achttiende-eeuwse vrouwelijke kunstenaars.
Deel 3 start om 19.00 uur
Receptie in het MSK en een verrassend optreden van het vrouwenkoor Furiosa, onder leiding van Steve De Veirman.
Deel 4 start om 20.45 uur
Afsluitend diner in het MSK, met huldiging van de stichtende leden van de afdeling Princehof.
Einde om 22.30 uur
Met een verrassing voor de leden van de OvdP: de jubileum-editie Liber Princehof.
Praktisch
Er kan enkel ingeschreven worden door middel van de QR-code op de banner (zie boven de inleiding) of deze weblink. Beide leiden je naar de speciaal ontworpen webpagina met een link naar het inschrijvingsformulier.
Er kan apart ingeschreven worden voor het debat (geen kosten).
Er kan apart ingeschreven worden voor deel 2 en 3 (nocturne en receptie met kooroptreden) voor 50 euro per persoon.
Of er kan voor het hele programma ingeschreven worden voor 125 euro per persoon.
Op eenzelfde inschrijvingsformulier kan één lid van de OvdP en zijn of haar partner inschrijven. Eén of meerdere kennissen of vrienden van een lid kunnen zich (laten) inschrijven met een nieuw in te vullen inschrijvingsformulier (maximaal twee personen per inschrijvingsformulier).
Betalen kan enkel op het speciale rekeningnummer van de Gewestdag: BE72 0689 5804 8516
De gewestdag wordt georganiseerd door het gewest Oost- en Zeeuws-Vlaanderen in samenwerking met de Gentse afdelingen Princehof, Schelde-Leie en Willem I.
Er zijn nog genoeg plaatsen beschikbaar voor de gewestdag Oost-Nederland van 18 april over de adellijke, dwarse én bewonderde schrijfster en componiste Belle van Zuylen (1740-1805) en 'haar' slot Zuylen bij Utrecht. Het gewest verwelkomt ook graag bezoekers uit andere gewesten.
Belle schreef - in het Frans, want dat was de lingua franca in die tijd - romans, (zelf)portretten, fabels, poëzie, novelles, pamfletten, toneelstukken, opera's (libretti en muziek) en componeerde verder liederen, menuetten en klaviersonates. Er zijn ook meer dan 2600 brieven van haar bewaard gebleven.
De gewestdag begint vanaf 10.00 met koffie in de bistro naast het slot. De lezing over Belle van Zuylen wordt verzorgd door Suzan van Dijk van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en Cultuur, onderdeel van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.
Na een kleine lunch kunnen de deelnemers kiezen tussen een rondleiding in het slot, de Vroeger en nu-wandeling Oud-Zuilen of een terras/wandeling in parkbos Slot Zuylen.
De gewestdag wordt afgesloten met een borrel in de bistro, waar we om circa 18.00 uur afscheid van elkaar nemen. Er bestaat de mogelijkheid om na de gewestdag in restaurant Belle te dineren (op eigen kosten).
De kosten voor deze gewestdag zullen 65 euro per persoon bedragen.
Je kunt je opgeven bij de secretaris van de afdeling Utrecht, Marieke de Waard.
Het definitieve programma, parkeermogelijkheden, het aanmeldingsformulier met keuzemogelijkheden voor het middagprogramma en andere benodigde informatie voor de betaling worden je toegezonden.
Albert Patijn
Voorzitter van de afdeling Utrecht
Foto: een portret van Belle van Zuylen uit 1777 van de hand van de Deense schilder Jens Juel (© Wikipedia)
Andere gewestdagen
Er zijn ook nog andere gewestdagen waarvoor je je kunt inschrijven (en waarover al eerder in PrincEzine is bericht):
De gewestlezing Noord-Nederland over amateur-astronoom Eise Eisinga en zijn Planetarium op 11 april.
De gewestdag Limburg over kinderen en lezen op 18 april.
De gewestdag West-Vlaanderen over taal en universiteit op 13 juni.
Het leven van de de modernistische Vlaamse dichter en prozaschrijver Paul van Ostaijen (1896-1928, bijnaam: 'zot polleken') zal op vrijdag 3 april centraal staan bij de afdeling Bergen op Zoom.
De lezing wordt verzorgd door de in België werkzame, Nederlandse auteur, literair recensent, docent en musicus Matthijs de Ridder (1979). Hij schreef drie jaar geleden de omvangrijke biografie Paul van Ostaijen. De dichter die de wereld wilde veranderen.
Naar eigen zeggen is het voor Matthijs de Ridder de eerste keer dat hij voor een Nederlandse afdeling van de OvdP een voordracht over Van Ostaijen houdt. Wij zijn daar trots op.
Dat hij juist naar Bergen op Zoom komt, hoeft geen verwondering te wekken, omdat de familie Van Ostaijen haar wortels heeft in het West-Brabantse gebied: in Steenbergen, een kilometer of tien noordelijker.
Wie zien uit naar de komst van Matthijs de Ridder. Hij zal er ongetwijfeld in slagen om onze kennis van en waardering voor het werk van Paul van Ostaijen te vergroten.
De lezing vindt plaats in Residentie Meilust, Bloemendaal 61, Bergen op Zoom.
Start lezing: vrijdag 3 april, 20.00 uur.
Wij verwelkomen ook graag leden van andere afdelingen. Wil je de lezing bijwonen, stuur dan vóór 31 maart 2026 een berichtje aan onze secretaris. Het aantal beschikbare plaatsen is beperkt.
De toestand van het Nederlands. Daarover discussieerden leden van de OvdP en het ANV, genodigden en vijf gerenommeerde experts begin maart in Antwerpen.
Waarom was de keuze voor 'de man' in plaats van 'den man' voor sommigen in het Vlaanderen van het midden van de negentiende eeuw 'puur ketterzaad'? Wat kun je leren van egodocumenten? Wie bepaalt wat de taal is, de elite of 'de knaap'? Hoe ontstond het Genks in de mijnen van Genk en waarom is het inmiddels een trotse marker van de lokale stedelijke identiteit? Heeft een jonge Vlaming of Nederlander die thuis (ook) Tamazight (Berbers) spreekt een taalachterstand of een voordeel? Moeten we bang zijn voor een parallelle, volledig Engelstalige deelsamenleving?
En ja, je krijgt een lange tekst als je op Lees het uitgebreide verslag klikt. Maar het is de enige manier om het antwoord op de vraag in de titel beantwoord te krijgen…
Het gedicht van de maand is dit keer een tweeluik: foto en gedicht horen bij elkaar. En door de toelichting begrijpen we nog beter hoe 'een beeld van de werkelijkheid' omgevormd wordt naar 'een verwoording van een verbeelde werkelijkheid'. Willy Martin (afdeling Waals-Brabant) toont ons met zijn gedicht hoe kijken met andere, nieuwe ogen een metamorfose van de werkelijkheid oplevert.
landschap met bank in de winter
vreemd dat je dit niet eerder zag
niet wist dat wit iets zwart kon maken
zwarter dan het vóór de winter was
een bank niet langer bank
maar almaar meer een soort van teken
uit een of ander Oosters schrift
alleen veel strakker
en zonder tierelantijntjes
het zal helaas niet baten
nog snel Chinees te leren of Japans
om te weten wat er staat
de winter kun je slechts begrijpen
door lang genoeg te blijven kijken
Willy Martin
Metamorfose
Sinds de zomer van 2016 schrijf ik ieder jaar voor de webstek van de Kulturele Kring Ambrozijn vier gedichten: één voor elk seizoen. Al tien jaar doe ik dit in samenwerking met de kunstfotografe Marie-Thérèse Declercq onder de rubriek Taal & Teken. Ieder jaar en ieder seizoen is het een hele uitdaging te variëren op hetzelfde thema. En toch telkens weer verrast te worden en verwonderd te zijn.
Ieder seizoen voltrekt zich dus door het jaar heen een metamorfose, niet alleen in de natuur, maar ook in wat zowel de fotograaf als de dichter in dit natuurgebeuren zien. Telkens weer kijken zij met de ogen van een kind, zien ze voor het eerst, kijken ze met andere, nieuwe ogen.
Bij het schrijven van het gedicht ontstaat er dan ook een soort van metamorfose in de derde graad: een metamorfose van 'een werkelijkheid’ via 'een beeld van een werkelijkheid' naar 'een verwoording van een verbeelde werkelijkheid'. Het kijken en het zien gaan aan het schrijven vooraf.
Je zou kunst als een metamorfose kunnen definiëren, als het resultaat van een manier van kijken, van een andere manier van kijken. Poëzie kan de wereld niet veranderen, maar wel onze kijk erop.
Willy Martin
Secretaris NT&C van de afdeling Waals-Brabant
Voor het aprilnummer is genomineerd: Ludo Verougstraete van de afdeling Limburg I
Foto: Marie-Thérèse Declercq, kunstfotografe
Hana Sofie Rinasová, een studente Nederlands aan de universiteit van Olomouc (Tsjechië), vraagt onze hulp. Voor haar onderzoek naar bewegingswerkwoorden is ze nog specifiek op zoek naar Vlaamse moedertaalsprekers, maar elke Nederlandstalige kan meedoen.
Hana is een studente van professor Wilken Engelbrecht (afdeling Extra-Muros). Ze studeert Nederlands aan de universiteit van Olomouc, in Tsjechië. Voor haar bachelorscriptie doet ze onderzoek naar bewegingswerkwoorden in het Nederlands. In gewonemensentaal: ze wil graag weten in welke situaties Nederlandstalige moedertaalsprekers de werkwoorden 'gaan', 'lopen', 'rennen' en 'wandelen' gebruiken en hoe ze die interpreteren.
Daarvoor heeft ze een zeer korte vragenlijst opgesteld, waarin je moet aangeven welk werkwoord je zou gebruiken in de situatie die op een foto te zien is. De vragenlijst invullen kost drie tot vijf minuten.
Hana heeft inmiddels al veel respondenten verzameld, maar ze is nog specifiek op zoek naar Vlaamse moedertaalsprekers, omdat die groep ondervertegenwoordigd is in haar data. Dat wil uiteraard niet zeggen dat Nederlanders niet mee mogen doen. De vragenlijst is volledig anoniem en er zijn geen goede en foute antwoorden. Het gaat puur om de taalintuïties van Nederlandstaligen.
Help Hana bij haar onderzoek en vul haar enquête in!
De afdeling Friesland verwelkomde onlangs Maartje Roos als nieuw lid. Deze Friese kunstenares is gepassioneerd door fotografie. Met haar camera doet ze meer dan puur registreren: ze vertelt er een verhaal mee. Maartje Roos maakt geen foto’s, ze creëert beelden.
Binnenkort betrekt Maartje Roos haar nieuwe thuis in Lippenhuizen, midden in de natuur. "Mijn partner en ik zitten nu midden in een verhuizing. We hebben onze handen vol met klussen, verbouwen en inpakken. Maar wat me echt bezighoudt, is fotografie, natuur en mooie landschappen. Daarnaast ben ik ook erg sportief, ik loop triatlons: zwemmen, fietsen en lopen."
Beeldende verhalen
Maar het allerbelangrijkste voor Maartje is de creatie van beeldende verhalen. Tekenen, schetsen, foto's maken, het hele proces is belangrijk. "Alles begon met de interesse voor 'foto's maken'. Toen ik kind was, ging ik samen met mijn vader op pad. Hij leerde mij hoe ik een nieuw filmpje in de camera moest stoppen. Maar hij leerde mij vooral hoe ik moest kijken. Want de camera kijkt anders dan een mens, de camera heeft maar één oog terwijl wij er twee hebben. Dat maakt wel degelijk verschil. Toen al leerde ik spelen met het diafragma, met de belichting. En ik was geboeid door schilderen en tekenen."
Gecombineerd
Beide interesses heeft ze gecombineerd. Zo werd haar passie haar beroep. Want Maartje Roos schildert met haar camera. Eén foto vertelt een heel verhaal. Elke foto is meer dan de captatie van één enkel moment. Elk beeld is een samengesteld beeld. "Ik begon in de 'traditionele' fotografie. Zo liep ik stage bij een noordelijke krant. Het snelle werk, zeg maar. Maar dat beviel me niet echt. Want ik wilde al die beelden aanpassen, naar mijn hand zetten. En dat kun je natuurlijk niet doen als fotografe voor een krant. Dus trok ik naar de kunstacademie."
Passie
En daar kreeg haar passie vorm. Van dan af vertelden haar foto's verhalen. "Elke foto is samengesteld uit verschillende opnames. Ik fotografeer elk deel apart en maak van al die delen een nieuw geheel. Ik heb dus elk torretje en elke vogel eerst apart gefotografeerd. Met al die beelden leg ik dan de puzzel. En die vertelt dan één enkel verhaal." Een kunstwerk.
Serie
Op dit moment werkt Maartje Roos aan een serie die ons een blik geeft op wat komen gaat. Hoe ziet het landschap eruit in de nabije toekomst? "Ik heb altijd al veel interesse gehad voor geschiedenis. Wanneer je foto's met honderd jaar verschil in tijd naast elkaar legt, merk je hoeveel er in die tijdsspanne veranderd is. Ik doe nu hetzelfde, maar dan naar de toekomst toe. We weten allemaal dat de zeespiegel stijgt. En dat het landschap dus zal veranderen. Bij Bonaire bijvoorbeeld zal een vijfde van de oppervlakte onder water komen te staan. Dat probeer ik te vatten in een reeks foto's. Ik had daarvoor verschillende gesprekken met experts. Zo hoorde ik dat eilanden 'wandelen', ze brokkelen af, ze schuiven op, ze verplaatsen zich dus. Daar ga ik dan mee aan de slag."
Orde van den Prince
De Orde van den Prince leerde ze kennen via haar kunst. "Het was Anita van Os, ook lid van de afdeling Friesland, die mij introduceerde. Haar kunstgalerij 'De roos van Tudor' vertegenwoordigt mijn werk. Ik herkende meteen veel van mijn eigen waarden in de waarden van de Orde: interesse in cultuur en betrokkenheid bij de samenleving. De lezingen zijn steeds zeer boeiend, de verhalen van alle andere leden bijzonder interessant. Trouwens, naast fotografie, ben ik ook geboeid door taal. Mijn moedertaal is het Fries. Een taal die ik spreek en schrijf, en waar ik erg van hou. Ook in het Fries zijn veel verschillende en verschillende dialecten en accenten. Ik hoor meteen waar iemand vandaan komt, gewoon aan het accent."
Kunst, cultuur en verbindende taal, het staat zowel in de statuten van de Orde als in het woordenboek van Maartje Roos.
Chris Vermuyten
PrincEzine-redactielid
De werken van Maartje Roos zijn te bezichtigen op verschillende internationale tentoonstellingen, onder andere in Amsterdam 'Pan' en 'KunstRAI'. Haar werk wordt vertegenwoordigd door Anita van Os. In België is Maartje nog op zoek naar een geschikte galerij om haar werken te tonen.
Antwerpen-Middelheim
Paul Louies, gepensioneerd burgerlijk ingenieur
Antwerpen-Plantiniana
Frank Ardouillie, gewezen section head Business Planning Exxon Benelux
Den Haag
John Borking, gepensioneerd
Diest
Rita Van Ginderdeuren, oogarts
Friesland
Hein-Jaap Hilarides, schrijver, docent, Bouckhorst Producties
Maartje K. Roos, zelfstandig ondernemer, kunstenaar
Heerlen
Liesbeth E.L.G. Bijlmakers, cultuurcoördinator
Hans J.L. Petri, huisarts-epidemioloog
Kortrijk
Philippe Dejaegher, geneesheer-cardioloog
St Genesius-Rode-Beersel
Marleen J.C. Homan, gepensioneerd
Tienen
Olivier Beullens, Directie Technische en Wetenschappelijke politie, gedragswetenschappen Federale Gerechtelijke Politie Rechercheur - forensisch polygrafist
Jeroen Darquennes, gewoon hoogleraar (Université de Namur)
Lies Peeters, leerkracht Nederlands-Engels
Koen Vandevenne, leraar
Er zijn weinig historische figuren die zo tot de verbeelding spreken als Jeanne d'Arc. Maar juist door die aantrekkingskracht wordt haar levensverhaal al eeuwenlang overschreven door romantische verbeelding en nationalistische projecties.
Wie was Jeanne d'Arc echt? Met zijn nieuwe boek Jeanne d'Arc, een waargebeurd verhaal gaat historicus en voormalig VRT-programmamaker Edward De Maesschalck (afdeling Leuven-Arenberg) terug naar de bronnen.
Historicus Edward De Maesschalck was op 6 maart te gast in het VRT-programma 'Voorproevers' met zijn vorige maand verschenen boek over Jeanne d'Arc (1412-1431). Daarin probeert hij feiten en mythes van elkaar te scheiden. Dankzij de bewaard gebleven verslagen van haar proces en haar latere rehabilatieproces weten we ongebruikelijk veel over haar leven en karakter. Hij laat haar ook zelf aan het woord.
In tegenstelling tot het populaire beeld was Jeanne geen arm schapenmeisje, maar de intelligente en zeer vrome dochter van een welgestelde herenboer. Toen ze dertien was, begon ze stemmen te horen, die haar opdroegen Frankrijk te bevrijden van de Engelsen. Hoewel mystieke ervaringen in de vroege jaren 1400 niet ongewoon waren, was het wel uniek dat zij daadwerkelijk naar het slagveld trok.
Om haar missie te volbrengen en haar maagdelijkheid - haar rechtstreekse lijn met God - te beschermen, droeg Jeanne mannenkleding en een harnas. Ze bleek een natuurtalent in ballistiek en toonde enorme moed door altijd voorop te gaan in de strijd. Maar vaak had ze een banier in de hand, zodat ze, vroom als ze was, niet kon of hoefde te doden. Haar succes bij het beleg van Orléans vormde een kantelpunt in de Honderdjarige Oorlog, waardoor het Franse moreel omsloeg en de weg naar de overwinning werd ingezet. Heel de tijd stelde ze dat God haar begeleidde in haar opdracht.
Haar militaire carrière duurde maar een jaar. Ze werd gevangengenomen en na een politiek gestuurd proces in Rouen werd ze overgedragen aan de Kerk om haar te laten veroordelen als ketter, onder meer wegens haar mannenkleding. Haar uiteindelijke terechtstelling op de brandstapel in 1413 leidde tot grote angst bij haar rechters. Omdat Jeanne de naam van Jezus bleef roepen op de brandstapel, begonnen die rechters te vrezen dat ze geen ketter maar een heilige gedood hadden. Vijfentwintig jaar later volgde een proces van eerherstel, waarbij Jeanne officieel werd vrijgesproken van ketterij.
Het hele gesprek met geboren verteller Edward De Maesschalck kun je beluisteren in de VRT-podcast Voorproevers.
Jeanne d'Arc, een waargebeurd verhaal
Edward De Maesschalck
Sterck & De Vreese
Hardcover, 272 pagina's
ISBN 978-9464714593
€ 29,90
Een half leven is Louis De Troij (89) al lid van de afdeling Antwerpen-Plantiniana. Hij was daar in totaal, in verschillende periodes, ruim dertig jaar secretaris. En ook nog eens een paar jaar secretaris van zijn gewest Schelde-Mark.
Eind augustus gaat hij 'met pensioen', als secretaris van de afdeling dan toch. Het nieuwe PrincEzine-redactielid Carola Fox, lid van de afdeling Breda, sprak met hem. "Onze website is hét platform voor de leden onderling. Het werkt zowel verbindend als inspirerend."
Louis De Troij heeft het secretariswerk naar eigen zeggen altijd met veel plezier gedaan. "Verslagen schrijven zit mij in het bloed. Als gerechtsdeurwaarder heb ik veel rapporten moeten schrijven. Ik ben meer een man van de pen dan van het woord."
Leden werven
Ook in Antwerpen-Plantiniana is het duidelijk dat het steeds moeilijker wordt om leden te werven. "Daarom hecht ik eraan om, voor degenen die de moeite nemen iedere maand naar de vergadering te komen, verslagen te schrijven die stipt in orde zijn. Daar werk ik soms dagen aan. En ja, ook de uitnodigingen zijn belangrijk. Als de uitnodigen zijn verstuurd, verwacht ik antwoord. Wie niet reageert, bel ik na. Vroeger kwam honderd procent van de leden naar de maandelijkse bijeenkomsten. Nu is ongeveer de helft aanwezig. Dat is jammer, want de vergaderingen zijn nog steeds zeer interessant."
Tijdens zijn jaren als secretaris van de afdeling heeft Louis een heel archief opgebouwd van alle activiteiten die in Antwerpen-Plantiniana zijn georganiseerd. "Een gerechtsdeurwaarder moet tenslotte ook goed georganiseerd zijn. Zo stel ik nu een vademecum op voor mijn opvolger."
Stijl
De stijl van de bijeenkomsten is gedurende zijn bijna halve eeuw lidmaatschap veranderd, constateert Louis. "Vroeger was de Orde prestigieus. Men zou kunnen zeggen dat iedereen die in het maatschappelijk leven iets voorstelde lid werd. Vijftig jaar geleden vergaderden we in smoking. Nu gaat het er informeel aan toe, maar het contact is hetzelfde gebleven. In 1978 was ik het jongste lid van Plantiniana en keek ik met ontzag op tegen de oudere leden. Ik voelde me zeer vereerd dat ik die mensen mocht leren kennen. Nu is het omgekeerd en ben ik de oudste. Maar de vriendschap verandert niet. Bij de Orde heb ik vrienden leren kennen die ik anders nooit ontmoet zou hebben. Enkelen zijn 'zielsvrienden' geworden. We zien elkaar ook buiten de Orde, in goede en in slechte tijden."
Gewestsecretaris
Van zijn jaren als gewestsecretaris heeft Louis ook veel opgestoken. "Bij alle afdelingen heb ik vergaderingen bijgewoond. Interessant om dan te merken hoe verschillend de afdelingen functioneren. Hierdoor heb ik in het grensoverschrijdende gewest Schelde-Mark ook flink wat Nederlandse vrienden leren kennen."
"Tot slot zou ik de afdelingssecretarissen willen oproepen de verslagen van de bijeenkomsten van hun afdelingen op de website te zetten. Onze website is hét platform voor de leden onderling. Het werkt zowel verbindend als inspirerend. Leest u daarnaast tijdens uw bezoek aan de website vooral ook het verslag van de Antwerpen-Pantiniana-poëzievergadering van afgelopen februari… De poëzieavond komt vanuit de leden zelf. Ieder lid neemt een gedicht mee dat hem of haar iets zegt. Men laat zich kennen door middel van andermans woorden."
Louis zag én ziet de Orde nog altijd als een verrijking van zijn leven. "Op een beleefde manier kun je het met elkaar oneens zijn en discussiëren. Deze basisgedachte van stichter Guido van Gheluwe spreekt mij buitengewoon aan."
Carola Fox
PrincEzine-redactielid
WIl je ook een lid van je afdeling in de kijker zetten? Geef ons dan een seintje.
Tijdens een drukbezochte online lezing van de Prince-Academie nam sinoloog en ondernemer Pascal Coppens de deelnemers mee op een reis door het moderne China. Zijn boodschap was even helder als uitdagend: het China van de goedkope kopieën is definitief verleden tijd. We staan aan de vooravond van China's volgende mirakel, een technologische en maatschappelijke transformatie die Europa dwingt tot een pijnlijke zelfreflectie. "Nostalgie is geen strategie", waarschuwde Coppens. "Het is tijd dat we de 'rode pil van bitterheid eten' slikken."
De toon van de avond werd gezet door Jan Dheedene, algemeen penningmeester van de OvdP, die de spreker inleidde met een anekdote uit Shanghai, 25 jaar geleden. In die tijd was China nog afhankelijk van westerse technologie en werden Belgen uitgezonden om kennis over te dragen via joint ventures zoals Shanghai Bell. Jan herinnerde zich hoe Chinese spelers destijds al snel concurreerden met superieure producten tegen lagere prijzen, iets wat we in het Westen destijds gemakzuchtig afdeden als het resultaat van staatssteun en marktmisbruik. Coppens' nieuwste boek, China’s Next Miracle, rekent echter definitief af met die stereotypen.
Persoonlijk verhaal
Pascal Coppens begon zijn relaas niet met economische cijfers, maar met een persoonlijk verhaal over zijn passie voor gevechtskunsten en zijn idool Bruce Lee. Hij citeerde de legendarische uitspraak van Lee: "Ik ben niet bang voor de man die 10.000 verschillende trappen heeft geoefend, maar voor de man die één trap 10.000 keer heeft geoefend." Volgens Coppens schuilt in die uitspraak de essentie van de Chinese kracht: een bijna obsessieve focus op het uitbouwen van expertise door herhaling en discipline.
Bitterheid eten
De spreker illustreerde dit met het Chinese concept chīkǔ, oftewel 'bitterheid eten'. Dat verwijst naar het vermogen om te leren af te zien een beter leven voor jezelf en de gemeenschap op te bouwen. Waar wij in Europa decennialang hebben genoten van de 'blauwe pil' van comfort en een bijna illusionaire wereldorde, hebben de Chinezen de 'rode pil' van de harde realiteit en bittere concurrentiestrijd geaccepteerd.
Drie mirakels
Coppens schetste de razendsnelle evolutie van China aan de hand van drie mirakels in veertig jaar:
De fabriek van de wereld (1990). De opbouw van een ongekende productiecapaciteit, gedreven door coördinatie, pragmatisme en een collectief vertrouwen in de leiding.
De digitale revolutie (2008). Terwijl Silicon Valley geloofde dat software de wereld zou verorberen, zorgden Chinese bedrijven als WeChat en Alipay ervoor dat het digitale de fysieke wereld ging voeden. Hier ontstonden super-apps die het dagelijks leven efficiënter maakten, lang voordat wij in het Westen vergelijkbare functies kenden.
Kwaliteit en innovatie (2015). Met het 'Made in China 2025'-plan zette Peking de koers uit naar absoluut leiderschap in innovatie. Waar we in 2012 nog lachten om het idee dat China ons zou inhalen, is het land vandaag de dag leider in 57 van de 64 meest kritische technologieën ter wereld.
Innovatiestrategie
Een van de meest sprekende voorbeelden die Coppens aanhaalde, was het verschil in innovatiestrategie. Westerse bedrijven zoeken naar een 'blue ocean': ze willen uniek zijn, een 'unicorn' bouwen en de markt beheersen met een beschermd idee. China hanteert het 'hordemodel' in een 'red ocean'. Honderden, soms duizenden, bedrijven springen tegelijk in een moordende markt. Ze starten niet met een uniek idee, maar met de marktbehoefte. Ze lanceren razendsnel een product, experimenteren direct bij de consument en verfijnen het pas in de praktijk. Terwijl wij in het Westen vergaderen over strategie en branding, zijn Chinese ondernemers verwikkeld in een "gladiatorengevecht op leven en dood".
Onderschatten
Dit Chinese hordemodel verklaart waarom wij de kwaliteit van Chinese producten vaak onderschatten: zij voegen kwaliteit en verfijning pas toe aan het einde van het proces, nadat ze de schaal en de snelheid al beheersen. Neem BYD: zij verkopen niet alleen goedkope elektrische wagens, maar produceren inmiddels ook modellen van 250.000 dollar die de technologische standaard zetten.
Fundamenteel verschil
Ook in de AI-race zien we een fundamenteel verschil tussen de VS en China. Volgens Coppens is de Amerikaanse strategie gericht op dichtgetimmerde systemen: gesloten, dure modellen zoals ChatGPT die de markt monopoliseren en via abonnementen hun enorme investeringen moeten terugverdienen. China kiest voor de democratisering van AI via open-sourcemodellen. Het doel van Peking is om AI tegen 2030 volledig te integreren in 90% van de bedrijven en huishoudens. Terwijl wij debatteren over de risico's, heeft China in Peking al een jaar lang een ziekenhuis zonder dokters operationeel, waar een AI-machine wekelijks 20.000 diagnoses stelt. Voor de pragmatische Chinees is dit de oplossing voor het tekort aan artsen. Voor ons klinkt het als sciencefiction.
Menselijk kapitaal
De echte kracht van China zit volgens Coppens niet in de controle vanuit Peking, maar in het menselijk kapitaal. Jaarlijks studeren in China 3,57 miljoen studenten af in de, zoals ze dat in het Vlaamse onderwijs noemen, STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering, Mathematics). China en India leveren samen twee derde van alle ingenieurs wereldwijd af. De Chinese jeugd wordt van kinds af aan getraind in de 'exacte' linkerhersenhelft. In Hangzhou volgen kinderen vanaf zes jaar al AI-lessen. "Tegen 2035 zijn er jaarlijks tien miljoen Chinese jongeren die als AI-experts de arbeidsmarkt opkomen", aldus Coppens. Tegelijkertijd ziet hij bij de jongere generatie ook een groeiende interesse in creativiteit en het uitbouwen van de rechterhersenhelft, wat een krachtige en unieke mix kan opleveren voor toekomstige innovatie.
Chinese staatssteun
Tijdens de vragenronde ontstond een boeiende discussie over het vermeende oneerlijke voordeel van Chinese staatssteun. Lode Vermeersch (afdeling Vilvoorde), die zelf jarenlang in Shanghai woonde, merkte op dat het bouwen van enorme reserves en overcapaciteit alleen mogelijk is door gigantische subsidies. Coppens nuanceerde dat beeld. Hoewel staatssteun zeker bestaat, is het grootste verschil de keuze van de overheid. Waar Europa vaak bedrijven subsidieert die dreigen om te vallen, subsidieert China winnaars om ecosystemen te bouwen. De batterijenfabrikant CATL kreeg per fabriek niet meer subsidie dan sommige Europese tegenhangers, maar wist die steun om te zetten in een wereldwijd marktaandeel van 39%. De rest van de Chinese industrie moet overleven met flinterdunne marges en een extreme focus op operationele efficiëntie.
Waarschuwing
Coppens eindigde zijn betoog met een waarschuwing voor de Europese blinde vlek. We kijken te veel naar de bovenkant van de ijsberg - de geopolitiek en Peking - en zien de enorme creativiteit en ondernemingszin onder de waterspiegel over het hoofd. Zijn advies aan de leden van de Orde van den Prince en bij uitbreiding aan heel Europa: wees als water, zoals Bruce Lee al zei. We moeten ophouden met alleen maar met de vinger te wijzen naar China en in plaats daarvan adaptief, transformationeel en toekomstgericht denken.
Bezorgdheid
De lezing liet de aanwezigen achter met een mengeling van bewondering en bezorgdheid. Frans Vandenbosch merkte op dat de lezing samenviel met het naderende Chinees Nieuwjaar, het Jaar van het Paard en het Vuur. Een symbolische combinatie: het paard staat voor snelheid en onafhankelijkheid, het vuur voor innovatie. Het lijkt erop dat China's volgende mirakel precies die kracht zal uitstralen. De vraag is of Europa bereid is de rode pil te slikken en de werkelijkheid onder ogen te zien, voordat de Chinese matrix de regels van onze wereldeconomie definitief herschrijft.
Over Pascal Coppens
China-expert Pascal Coppens studeerde Oosterse Talen en Culturen aan de UGent en bedrijfskunde aan de Solvay Business School (VUB). In 1996 trok hij naar China om zijn kennis van het Chinees verder te vervolmaken en begon hij er zijn professionele loopbaan, bij Shanghai Bell, een joint venture met Alcatel. Na een tussenperiode in Silicon Valley verhuisde hij opnieuw naar China en richtte er een softwarebedrijf op. In 2017 keerde hij terug naar Vlaanderen. Sindsdien schreef hij verschillende bestsellerboeken. Zijn laatste boek China's Next Miracle. China's innovatiekracht ontrafeld verscheen in november 2025 bij Pelckmans.
Dit artikel is gemaakt met behulp van artificiële intelligentie en verder geredigeerd door Ruud Hendrickx, portefeuillehouder Communicatie in het Bestuur.
Aan het begin van zijn loopbaan kreeg Albert de Vries het advies om naast zijn werk ook iets voor de samenleving te gaan doen. Sindsdien is hij op vele manieren als vrijwilliger aan de slag geweest. Zijn nieuwste project: 'GP zijn', in Oost-Nederland. Maar er moet natuurlijk wel ruimte overblijven om elk jaar mee te zingen met de Matthäus Passion…
Hoelang ben je al lid en welke functies en/of verantwoordelijkheden heb je binnen de OvdP sindsdien zoal gehad? Sinds wanneer ben je gewestpresident?
Ruim tien jaar geleden ben ik lid geworden in de afdeling Arnhem. Sinds eind vorig jaar ben ik acterend gewestpresident. In de afdeling heb ik verschillende activiteiten georganiseerd, waaronder een lustrum en het dagvoorzitterschap van de Algemene Ledendag in Ede - over laaggeletterdheid.
Waarom ben je toentertijd lid geworden?
Ik had behoefte aan een vaste club - naast mijn werk en andere activiteiten. Over onderwerpen die mijn belangstelling hadden en hebben, zoals historie en cultuur. Zij helpen ons om onze gemeenschappelijke herkomst te duiden, een waarde die extra aandacht verdient in een tijd van veranderende grenzen, geografische zowel als morele.
Wat doe of deed je naast de OvdP?
Mijn werkzame leven heb ik doorgebracht in de wereld van de advocatuur (Loeff & Van der Ploeg, Rotterdam) en de ruimtelijke ordening/bouw (Heidemij/Arcadis, Berenschot/AT Osborne en mijn eigen onderneming Pro6adv BV).
Aan het begin van mijn loopbaan kreeg ik het advies van een chef dat een 30+'er die zijn leven op de rit heeft, best iets mag beginnen terug te doen voor de samenleving waar hij het geluk had dat zijn wiegje mocht staan. Sindsdien ben ik in vrijwillige omgevingen actief geweest, in een breed veld: de lokale politiek, het onderwijs, cultuur, ontwikkelingshulp, sport.
Waarom wilde je gewestpresident worden?
Een van de voordelen van de OvdP is dat je over de grens van je afdeling heen kunt kijken. Daar ontmoet je een veelheid van gelijkgestemden, vaak eloquent, met een brede blik en belangstellend. Voeg daar nog eens de gastvrijheid van en de amicitia met de Vlamingen aan toe en je hebt je 'cluppie'.
Als gewestpresident vind ik het belangrijk dat netwerk te promoten en Princegenoten te verleiden over de dijken van hun afdeling te treden. Samen kunnen we onze roots bediscussiëren, onverschilligheid te lijf gaan, al te simplistische verklaringen wantrouwen en een genuanceerde blik behouden. Niet wanhopen in ogenschijnlijk soms wanordelijke tijden, maar het plezier delen van het samen zijn.
De installatie van nieuwe leden geeft mij de kans onze afdelingen te kennen en op een hedendaagse manier bepaalde rituelen te behouden. Ik werk niet graag vanuit hiërarchie. Veeleer vanuit respect en waardering voor wat we doen en waar velen plezier aan beleven en zich voor inzetten.
Het begin was even zoeken naar een rolinvulling. De afdelingen in Oost-Nederland draaien. Daar gaat de meeste aandacht naar het programma en het invullen van een gezellig en nuttig jaar. Het Bestuur is bezig met het verbeteren van de financiën en ontplooien van een veelheid aan nieuwe initiatieven. Wat kan die tussenlaag van gewestpresidenten daaraan toevoegen? Dat is iets dat de scope van de afdelingsvoorzitter te boven gaat.
Wat is het belangrijkste dat je nu gaat oppakken?
Ik ben op een prettige manier voorbereid door mijn voorgangers Theo Kralt en Jeanette van Nigtevegt. Dat gaf mij de tijd om vooruit te kijken. Er kwam een aantal mogelijkheden langs en bij twee daarvan heb ik mijn vinger opgestoken.
Ten eerste de OvdP-reizen. Omdat er in mijn beleving geen beter middel is dat mensen elkaar leren kennen dan door samen op reis te gaan.
Ten tweede: ledenaanwas en verjonging. Biologisch is het een wetmatigheid dat we, als we geen actie ondernemen, over een jaar of twintig niet meer bestaan. Uitgaande van onze relatief hoge gemiddelde leeftijd, die elk jaar ook nog eens flink toeneemt.
Ik ben blij met de steun van twee nieuwe leden in ons gewestelijk bestuur, Charles Teerlink uit Apeldoorn en Nicoline van der Sijs uit Utrecht. Daarmee gaan we hopelijk waarde toevoegen.
Hoe denk je dat je na je afscheid herinnerd zal worden?
Mogelijk heeft men herkend dat ik mijn verantwoordelijkheid neem en anderen enthousiasmeer om de Orde een stapje verder te helpen.
Waar doet een afdelingsvoorzitter je tijdens een etentje geen plezier mee?
Met een advies om mijn ervaringen op Insta te posten. Ik ben terughoudend over sociale media. Vooral om de uitwassen ervan. Dat 'Kijk mij eens'-gedrag, vol zelf-felicitering. Jubelende posts, voor de beeldvorming. Wanneer is genoeg genoeg? Wat is er overgebleven van beheersing en bescheidenheid?
Anderzijds realiseer ik me: als ik wil helpen met verjonging, dan is zichtbaarheid noodzakelijk. De nieuwe generatie lééft online. Ik heb jonge afstudeerders aangenomen die hun hele studietijd geen boek hebben opengeslagen, die volledig online hebben gestudeerd.
We gaan een nieuwe wereld tegemoet. Een generatie die anders leert en leeft dan onze generatie. Daar mogen we nieuwsgierig naar zijn, niet alleen maar sceptisch over echte of vermeende achteruitgang. Dan heb ik dus iemand naast me nodig die wel aardigheid heeft in onze online zichtbaarheid, anders bereiken we de Nextgen helemaal niet meer...
Wat weet (haast) niemand binnen de OvdP over jou?
Van jongs af aan ben ik een groot liefhebber van klassieke muziek. Als amateurcellist en bariton heb ik werken zelf mogen instuderen en uitvoeren. Dat samenspelen is een van de mooie elementen uit mijn actieve muziekhobby.
Zo werd ik lid van het Toonkunstkoor in Arnhem, dat al ruim honderd jaar de Matthäus Passion uitvoert, in Musis Sacrum, Arnhem, samen met het Gelders Orkest, nu Phion. Elke keer weer was ik onder de indruk van de muziek. En de verhalen, de lessen zo je wil, die uit de teksten kunnen worden getrokken. Zoals het middendeel waarin Petrus, de eerste onder de apostelen, Christus driemaal verloochent als het spannend wordt, vervolgens berouw toont ('Erbarme Dich'), vergeving ontvangt en de stichter van de kerkgemeenschap wordt.
Ik ben in de teksten en de muziek gedoken, en heb een facsimile van de originele partituur gekregen. De Matthäus is het enige werk dat Bach zelf opnieuw heeft uitgeschreven - in kleur. Het wordt als de Bijbel bewaard in de Staatsbibliotheek in Berlijn. Van die studie heb ik een lezing gemaakt, vanuit het perspectief 'wat kan iemand die niet gelovig is opgevoed, leren van de Bijbel'. Een verhaal van twee uur, gelardeerd met muziekfragmenten en schilderijen. Ik krijg daar nog steeds complimenten voor en daar ben ik trots op.
Het blijft moeilijk om de juiste woorden te vinden voor wat nog altijd onwerkelijk aanvoelt. Dat ons actief lid, maar vooral onze goede vriend Jan Verkest er sinds begin vorige maand niet meer is. Iemand die deel uitmaakte van onze samenkomsten, onze acties, onze gesprekken, onze vriendschappen. Zijn afwezigheid is moeilijk te vatten.
Wij hebben Jan leren kennen als een rustig, maar sterk geëngageerd iemand. Zeer sociaal, met een open en vrijdenkende geest. Jan had ook een warme belangstelling voor kunst en cultuur en was zich sterk bewust van zijn Vlaamse identiteit en taal.
Jan was geen man van grote woorden. Hij hoefde niet op de voorgrond te staan. Zijn kracht zat in zijn aanwezigheid, in zijn rust, in de zekerheid dat alles wat hij deed met zorg gebeurde.
Jan was van opleiding landbouwkundig ingenieur, met specialisatie in landbouweconomie en landbouwsociologie. Dit werd aangevuld met een aggregaat hoger onderwijs en een postacademische opleiding 'Inleiding tot gerechtelijke expertises'.
Professioneel was Jan directeur van het CCAB (Centrum voor Agrarische Boekhouding en Bedrijfsleiding), een juridisch aparte entiteit binnen de Crelan‑groep die zich specialiseert in boekhouding en bedrijfsadvies voor de landbouwsector.
Tevens was Jan bestuurslid van de VZW AGRO Experten, met diverse expertises binnen de landbouwsector.
Wie met Jan samenwerkte, wist het: hij was altijd voorbereid, altijd correct, altijd met respect voor mensen en organisaties. Jan liet zien wat echte toewijding betekent. Vaak in stilte, zonder applaus, maar met overtuiging. En hij laat wel degelijk diepe sporen na.
En misschien wel het mooiste wat je over iemand kunt zeggen: altijd met het hart op de juiste plaats.
Vandaag voelen we gemis en ongeloof.
Maar ook dankbaarheid. Dankbaar dat we Jan mochten kennen. Dankbaar dat hij deel uitmaakte van onze vereniging.
Dank je wel, Jan. Dank je wel voor wie je was.
We zullen je missen.
Franky De Waele
Lid afdeling Zuid-Oost-Vlaanderen
Annemarijke wás theater, ádemde theater. Ze was er heel trots op gedurende haar hele werkende leven docent Drama te zijn geweest. Na een carrière in het middelbaar onderwijs, waar ze mee een landelijke Leerlijn Drama ontwikkelde, ging zij werken bij Hogeschool Windesheim. Met een groot hart voor de studenten zette zij zich in om hen verder te helpen in hun professionele en persoonlijke ontwikkeling door middel van het vak drama en theater.
In haar gedrevenheid en in haar gepassioneerd vragen van aandacht voor dat wat zij belangrijk vond, was Annemarijke al vroeg de grondlegger voor het vak Drama in de lerarenopleiding in Zwolle. Een stevig fundament: Hogeschool Windesheim is de enige hogeschool in Nederland waarin Drama zo stevig verankerd is in het curriculum van de lerarenopleidingen.
Als geen ander wist Annemarijke hoe theater mensen kan verbinden. In 1994 plaatste ze een oproep in de hogeschoolkrant voor liefhebbers van spel en toneel om een toneelclub voor medewerkers op te richten en mee te doen aan een theaterproductie. En niet zomaar eentje: meteen een avondvullende thriller: 'Dodelijk slaapmutsje'.
Collega's uit de hele hogeschool reageerden. Een jaar lang is er met veel plezier en onder leiding en regie van Annemarijke gespeeld, gerepeteerd en gemaakt. De geboorte van de toneelclub was een feit, met als naam Windkracht: een verwijzing naar Windesheim én naar stevigheid. Het leuke is dat er nu al een aantal jaren een studententoneelclub op Windesheim bestaat met de naam Windkracht, ook een erfenis van Annemarijke.
Annemarijke was messcherp in het lezen en analyseren van toneelteksten, bronnenonderzoek en het analyseren van spel. Ze deed dat ook altijd grondig. Ze vond krantenartikelen, grasduinde in haar eigen omvangrijke bibliotheek en wist ook de actualiteit te vervlechten. Haar kennis deelde ze graag en regelmatig gingen spelers met een hele stapel leesvoer naar huis. Bovendien nam ze altijd haar halve huisraad op de fiets mee naar de hogeschool, want je wist maar nooit of we nog wat konden gebruiken in het decor of als attribuut.
Annemarijke was zelf ook een uitstekend speler, met veel gevoel voor timing. Zij memoreerde onlangs nog aan haar laatste rol op haar zeventigste als Els, in de productie Familie, een toneeltekst van Maria Goos. Ze vond het een eer om als oud-medewerker mee te mogen doen in Windkracht. Als oprichter was ze erelid.
Ook bij de Orde heeft ze zich ingezet voor het levend houden van theater. Bij een van de lustrumvieringen heeft Annemarijke met leden van de Orde een voorstelling geregisseerd over de achttiende-eeuwse politicus Joan Derk van der Capellen, opgevoerd in het koor van de Grote Kerk te Zwolle.
In de theatercommissie heeft zij mooie voorstellingen, met toelichting, uitgezocht als leidraad voor de leden. En laten we niet 'De kersentuin' vergeten, waar we met het grootste deel van de leden naartoe zijn geweest in Kampen. Ook al was ze zeer teleurgesteld in de voorstelling, het bood toch voldoende aanknopingspunten om ook met de Orde de tekst nader te verkennen via speloefeningen tijdens een van de bijeenkomsten.
Annemarijke was met veel plezier en inzet lid van de Orde van den Prince en had in de gesprekken een zeer eigen kleurrijke inbreng.
De laatste jaren begon ze te kwakkelen met haar gezondheid. Na een kleine beroerte traden er ook andere gezondheidsproblemen op, waardoor ze minder makkelijk uit huis kon gaan en ook minder vaak aan de bijeenkomsten van de Orde kon deelnemen. Toen er ook nog een bacterie in de ruggenwervels bij kwam, kon ze niet meer beter worden. Ze verzoende zich snel met haar lot: "Elk leven kent een begin en een einde."
In januari 2026 was ze, na lange tijd afwezigheid, bij de maandelijkse bijeenkomst. Voor veel leden had ze een persoonlijke vraag, of een compliment. Het was een warm weerzien en niemand had kunnen bevroeden dat dit het laatste samenzijn in de Orde met Annemarijke zou zijn.
Liefdevolle herinneringen, prachtige klassieke muziek en heel veel kleurige bloemen hebben haar omringd tijdens het afscheid. We gaan haar aanwezigheid en inbreng bij de Orde missen.
Gea van Soest
Afdeling Zwolle
Jos Tambeur was een echte Hagelander. In 1931 zag hij het levenslicht in het door hem zo geliefde Tielt. Hij zou het dorp en zijn inwoners zijn ganse lange leven innig koesteren. Na zijn studies aan de Rijksuniversiteit Gent werd hij dierenarts in zijn geboortedorp, vervolgens veterinair inspecteur bij de Belgische overheid en uiteindelijk aldaar leidend ambtenaar. Jarenlang was Jos tevens de bezielende voorzitter van de Tieltse O.-L.-V.-kerkfabriek.
In 1988 werd Jos lid van de Prince-afdeling Aarschot. Kenmerkend voor hem was dat hij, samen met echtgenote Els, geen vergadering van de afdeling noch van het gewest miste. Afgelopen december was hij bij ons aanwezig. Jos had een groot hart voor de idealen van de Orde van den Prince en voor zijn vrienden aldaar.
Hij overleed op 6 februari en werd op zaterdag 14 februari 2026 in zijn geliefde Tieltse kerk te midden van zijn grote familie en zo vele mensen ten grave gedragen. Samen met het Sint-Donatus koor zorgde zijn petekind Stijn Kolacny van Scala voor de mooie muziek en zang.
Onze afdeling verloor met Jos haar oudste lid en een warme bijzondere man.
René De Keyzer
Lid van de afdeling Aarschot
Al zeshonderd jaar - nu ja, min of meer - is de universiteit van Leuven een plek waar mensen verbonden worden door kennis, wetenschap, cultuur en vriendschap. Voor de twee Brabantse gewesten was dat een mooie insteek voor hun gezamenlijke gewestdag. Hoe vaak werd de universiteit gesloten? Wat kun je leren van studentennotities uit het verre verleden? Welke taalstrijden zijn er binnen en over de universiteit gevoerd?
De hallen van de Katholieke Universiteit in Leuven was de plaats waar de gewesten Brabant-Oost en Brabant-West op 16 februari hun gezamenlijke gewestdag over 600 jaar KU Leuven hadden georganiseerd. Onder het toeziend oog van de rectoren, die vanuit hun statige portretten in de Promotiezaal welwillend neerkeken op de ruim honderdvijftig aanwezigen, opende gewestpresident Karel Van Liempt (Brabant-Oost) de dag. Hij feliciteerde de organiserende afdelingen, Leuven en Leuven-Arenberg, voor het initiatief.
Kromme rekenkunde
De voorzitter van de afdeling Leuven, Walter Luyten, zelf als emeritus professor verbonden aan de KU Leuven, schetste zes eeuwen geschiedenis, met enige kritisch-ironische verwijzingen naar de kromme rekenkunde die daarbij gehanteerd werd. De universiteit is in die tijd ook even opgedoekt en ze was ook niet altijd katholiek.
Opgericht
De universiteit werd opgericht in december 1425, toen paus Martinus V zijn goedkeuring gaf aan het initiatief van het Leuvense stadsbestuur en hertog Jan IV van Brabant. Wat begon in de lakenhal met drie faculteiten - artes, rechten en geneeskunde - groeide al snel uit tot een bruisend centrum van kennis en vernieuwing. In de zestiende eeuw kende de universiteit een gouden tijd: Erasmus stichtte het Collegium Trilingue, Thomas More liet er zijn Utopia drukken, Vesalius herschreef de medische wetenschap en Mercator tekende zijn beroemde kaarten. Ook in latere eeuwen liet de universiteit haar stempel achter, onder meer dankzij rector Hendrik Rega, die de universiteitshallen uitbreidde en de botanische tuin en het theatrum anatomicum oprichtte.
Tegenslag
Ondanks periodes van tegenslag, zoals de sluiting onder Frans bewind en de door Duitse troepen aangestoken brand van de universiteitsbibliotheek in 1914, bleef de KU Leuven steeds herrijzen. De twintigste eeuw bracht nieuwe mijlpalen: de oprichting van Lovanium in Congo, de toegang van vrouwen tot het hoger onderwijs, de invoering van Nederlandstalige opleidingen en de baanbrekende oerknaltheorie van Georges Lemaître. Sinds de splitsing in 1968 en de groei van de campussen, waaronder Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg, is de KU Leuven uitgegroeid tot een moderne, internationaal gewaardeerde universiteit met een eeuwenoude traditie van vooruitgang en vernieuwing.
[Tekst gaat verder onder de illustratie]Academische verdieping
De rest van de ochtend stond in het teken van academische verdieping, waarbij drie sprekers ons meenamen door de tijd. Professor Violet Soen opende de rij met een verrassende inkijk in historische studentennotities. Ze vertelde hoe deze schriftjes, zoals die van Hendrik Johan van Cantelbeke uit 1669, veel meer zijn dan louter collegedictaten. Zo ontdekten we dat studenten toen ook al wegdroomden in de marge: Hendrik tekende een fonteintje bij zijn fysicanotities en een draakje dat in een slang bijt - een prachtig symbool voor de student die de leerstof 'verorbert' en verwerkt. Dankzij moderne AI-technieken zijn deze persoonlijke beslommeringen van de studenten van toen nu toegankelijk voor iedereen in het project Magister Dixit.
Markante figuren
Vervolgens schetste professor Geert Vanpaemel het portret van vier markante figuren die de universiteit én het Leuvense straatbeeld (via hun standbeelden) vormgaven. Van de stoïcijnse rust van Justus Lipsius tot de explosieve ontdekkingen van Jan Pieter Minckelers, die met zijn steenkolengas niet alleen de eerste luchtballon de lucht in stuurde, maar ook de weg plaveide voor de moderne straatverlichting. We leerden over de internationale ambities van kardinaal Mercier en eindigden in de moderne tijd bij Roger Van Overstraeten, de drijvende kracht achter de onderzoeksinstelling IMEC, die Leuven definitief op de kaart zette als technologische topregio.
Taalstrijden
Als slotstuk van de ochtend nam de voormalige archivaris van het universiteitsarchief, Mark Derez, ons mee door de bewogen taalstrijden die aan de universiteit gewoed hebben. Van het Latijn in de achttiende eeuw naar het 'Ça jamais' van kardinaal Mercier (de universiteit zou nooit ofte nimmer Nederlandstalig mogen worden), tot de uiteindelijke splitsing in 1968. Het was een boeiend relaas over hoe taal in Leuven nooit louter een communicatiemiddel was, maar ook een instrument voor sociale emancipatie.
[Tekst gaat verder onder de illustratie]Cultuur en ontmoeting
Na de lunch kregen de deelnemers de kans om de rijke geschiedenis van Leuven en de universiteit zelf te ontdekken. Een aanzienlijke groep trok naar de universiteitsbibliotheek op het Ladeuzeplein, waar de tentoonstelling Routes naar kennis de bewogen geschiedenis van dit iconische gebouw en zijn collecties tastbaar maakten. Anderen kozen voor de serene verstilling van de Sint-Pieterskerk of een bezoek aan Museum M, met het fascinerende werk van visueel kunstenares Alicja Kwade, terwijl een enthousiaste groep de kou trotseerde met een kunst- en wetenschapswandeling door het stadscentrum.
Artefact-parcours
Voor wie de blik liever op de toekomst en hedendaagse creativiteit richtte, bood het Artefact-parcours in kunstencentrum STUK een prikkelende ervaring op het snijvlak van kunst en wetenschap. De grote verscheidenheid aan activiteiten zorgde ervoor dat elk lid wel een aspect van de universiteitsstad vond dat hem of haar persoonlijk aansprak.
De dag werd afgerond met een receptie in de Jubileumzaal. Terwijl de glazen klonken, vatte gewestpresident Wim Hüsken (Brabant-West) de dag treffend samen: we vierden niet alleen 600 jaar academische traditie in Leuven, maar ook de levendige gemeenschap die de Orde van den Prince vandaag is.
Tekst: Claire Dejaeger (afdeling Leuven) en Ruud Hendrickx (afdeling Leuven-Arenberg)
Foto's: Jan Van Daele (afdeling Keerbergen) en Ruud Hendrickx (nog meer foto's)
Na het versterken van de inwendige mens, zoals ook de vos Reynaert deed voor hij tot zijn schelmenstreken overging, was het eind vorig jaar voor de leden van zowel Limburg I als Haspengouw tijd voor het hoogtepunt van de Middelnederlandse literatuur.
De lezing werd gebracht door neerlandicus en historisch taalkundige professor Frits van Oostrom. Hij is dé kenner van Van den vos Reynaerde / de Reynaert, een epos, een heldendicht, een episch dierdicht, nu 750 jaar jong en nog steeds leesbaar.
Sterker nog, het epos is zelfs actueel als een niet zo fraai spiegelbeeld van de maatschappij: een confrontatie met de hebzucht, vraatzucht en corruptie, die des mensen is.
Het antropomorfisme liet de auteur van Van den vos Reynaerde toe kritiek te geven op machthebbers, geestelijkheid en het volk zonder schrik te moeten hebben voor represailles. Niets wijst erop dat in de toekomst 'de Reynaert', zoals professor Van Oostrom het in zijn boek over de vos noemt, minder actueel zal worden, integendeel. Het is, aldus de spreker, een onverwoestbare en elastische klassieker, met onbeperkt adaptief vermogen. Naar de letter verandert er geen woord aan de oorspronkelijke tekst en toch beweegt het werk met zijn tijd en lezers mee. Of het nu gaat over Tijl Uilenspiegel, Geert Hoste, Philippe Geubels of andere stand-upcomedians: allen dragen in onze Nederlandse cultuur iets van de Reynaert mee, want we zijn ermee opgegroeid. De Reynaert zit in onze genen.
Frits van Oostrom
Professor Frits van Oostrom is een wetenschapper die het grote publiek weet te raken. Hij is emeritus hoogleraar historische letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij was president van de Nederlandse Academie voor Wetenschappen. Als voorzitter van de Commissie Nederlandse Canon presenteerde hij de Canon van Nederland. Hij ontving eredoctoraten van de Katholieke Universiteit Brussel, de Universiteit Antwerpen en de Open Universiteit. Na de boeken Maerlants wereld over de dertiende-eeuwse Vlaamse dichter Jacob van Maerlant, bekroond met de AKO-literatuurprijs, en Nobel streven over de veertiende-eeuwse ridder Jan van Brederode, bekroond met de Libris Geschiedenis Prijs, heeft hij zich gebogen over de beroemdste vrijbuiter van de Nederlandse literatuur.
Liefdesverklaring
Professor Frits van Oostrom heeft in zijn boek de Reynaert - leven met een middeleeuws meesterwerk meer dan duizend publicaties verwerkt. Het is een liefdesverklaring aan de historische letterkunde, schrijft taalwetenschapster Fieke Van Der Gucht in een recensie in Humo. Voor zijn boek de Reynaert - leven met een middeleeuws meesterwerk ontving hij de Gerrit Komrijprijs. Rob Bekker eindigt in Boekenkrant met: "We willen je horen, Reynaert." Professor Frits van Oostrom heeft de lat heel erg hoog gelegd bij het schrijven van zijn magnum opus, en toch is zijn boek heel toegankelijk.
Verhaal
Even snel door het verhaal: op een dag moet Reynaert verschijnen aan het hof van koning Nobel, waar hij berecht zal worden op basis van de vele klachten die alle dieren daar zullen indienen. Iedereen is aanwezig, behalve de vos zelf. De koning concludeert dat de vos zelf aanwezig moet zijn en beveelt Bruun (de beer) Reynaert te dagvaarden, die hieraan ontsnapt met een list. Vervolgens trapt ook Tibeert (de kat) letterlijk in zijn val, nadat hij ten gevolge van Reynaerts list de schuur binnendringt en vast komt te zitten. Tibeert slaat wild om zich heen, ruïneert hierbij het 'klokkenspel' van de pastoor, doch kan zich bevrijden. Onze vos ontkomt weer. Voor koning Nobel is de maat vol, Reynaert moet berecht worden. Grimbeert (Reynaerts neef) trekt er nu op uit om hem te dagvaarden, onder druk van de doodstraf als hij niet opdaagt. Op dit punt komen we in deel twee van het verhaal waarbij Reynaert aan het hof verschijnt, zijn schuldbekentenis voor het hele volk doet, de koning verleidt met een verhaal over een schat en in ruil hiervoor gratie verkrijgt. Uiteraard verdwijnt hij met de noorderzon, dankzij de zoveelste snode listen.
Wetenschappers en kunstenaars
De spreker deelde de mensen die met Reynaert 'geleefd' hebben in twee hoofdgroepen in, de wetenschappers en de kunstenaars. Hij zoomde in op Auguste Defresne, een telg uit een Maastrichtse bourgeoisfamilie, die eigenlijk een beetje het zwarte schaap was. De dekselse jongen, geboren in 1893, wilde artiest worden. Hij speelde in 'De vrome speelman' en verhuisde naar Amsterdam, waar hij als eerste Bertold Brecht op het toneel bracht. Via andere werken kwamen we bij zijn boek: De psychologie van 'Van den vos Reynaerde'. Hierin toonde de schrijver aan dat Reynaert de vos een figuur is die in z'n eentje de macht trotseert en waarmee men zich makkelijk kan identificeren. Hij spreekt van een 'epos van verdrongen haat', waarin hij zijn haat tegen de burgermaatschappij uit, waarmee hij erg de draak steekt. Het verhaal is niet enkel grappig doch ook een verhaal van woede, anarchie en een afkeer van procedures. Een ode aan het vrije individu. Hier legt professor Van Oostrom de link naar het onlangs verschenen boek van Tom Lanoye, ReinAard. De tekst heeft veel betekend voor heel veel mensen, ook wetenschappers hebben de passie en bezieling voor deze figuur.
Belangrijkste boeken
Uit de top twintig belangrijkste boeken over de vos Reynaert zoomen we nu in op het werk van Gerard H. Arendt, Die satirische Struktur des mittelniederländischen Tierepos Van den vos Reynaerde. Er werd al veel geschreven, maar er restten nog belangrijke en toch onbeantwoorde vragen. De schrijver verdiepte zich in de structuur van de list en ontdekte een bepaald 'stratageem': de vos Reynaert verzon elke keer voor zijn tegenstander een op maat gesneden verleiding. Hij spreekt deze verleiding nooit onmiddellijk uit, doch verweeft deze subtiel in zijn bredere verhaal. De tegenstander wordt op zijn zwakste plek geraakt en naderhand zelfs weggehoond. Zo geschiedde ook bij koning Nobel, getroffen door de meest subtiele list uit de middeleeuwen.
Slecht
En ja, de dader krijgt de gelegenheid om uit de doeken te doen waarom hij zo slecht geworden is: moeilijke jeugd en slechte vrienden, waarvan hij de dupe werd. Materialisme is de achilleshiel van de monarchie. De koning is geen haar beter dan zijn onderdanen. En Reynaert is een subversieve geest die tot het uiterste gaat en de koning drijft tot zelfhaat en het bekennen van eerverlies. Dit is niet enkel een epos dat afrekent met gezag, maar je ook doet afvragen wat jezelf zou doen als de verleiding toeslaat: blijf je trouw of pak je de winst? Het verhaal toont de kracht en de zwakte van het individu. Maar laat ons ook lachen met de ellende van de ander.
Tot slot maken we kennis met enkele werken die in de loop der eeuwen het belang van Reynaert belichten: een unieke Latijnse vertaling uit de dertiende eeuw, een allervroegst fragment aantoonbaar uit Limburg en een klassieker uit de Oekraïense jeugdliteratuur, een oeroud verhaal als troost voor kinderen in de schuilkelders.
Verrassende kleinoden
Na een losse babbel bij de koffie volgden niet alleen enkele vragen, maar ook verrassende boekjuweeltjes uit de persoonlijke bibliotheek van leden van de beide afdelingen.
Johan Becker opent met een verhaal dat terug gaat naar de lagere en middelbare school, waar hij kennismaakte met het besproken verhaal Reintje de vos en overhandigt een prachtige versie uit 1865 van Hartman uit zijn persoonlijke bibliotheek aan professor Van Oostrom.
Gert Ghijsebrechts haalt daarop een enig exemplaar uit 1661 boven: onderzoek naar de schalksheid van de vos. Om te koesteren! Uit de vragenronde leren we dat het verhaal door de eeuwen heen aan verscheidene versies van censuur onderhevig was. Zoals de scène waarin Tibeert 'het kruis dat de pastoor het meest benut' aanvalt. Onder druk van Plantijn werd dit voor het onderwijs een versie waarin de neus van de pastoor werd afgebeten.
Hierop aansluitend wordt verwezen naar een werk van de Genkse professor Jan Goossens over deze scène in 'De gecastreerde neus', waarin hij diverse elementen inventariseert en analyseert. De dertiende eeuw was alleszins minder preuts dan de zestiende.
Nog een weetje, gecommuniceerd door oud-gewestpresident Limburg Marc Hertens, die de lezing volgde via Teams vanuit Seattle: tijdens haar periode in Wallrath-Grevenbroich heeft Jeannine (echtgenote van Marc) de Fürstin zu Salm Reiffenscheidt, die in 1992 het fameuze Dyck-handschrift van den Vos Reynaerde heeft verkocht aan de Universiteitsbibliotheek van Munster voor 1,5 miljoen Duitse marken, verschillende keren behandeld. De praktijk grensde namelijk aan het domein Schloß Dyck waar de vorstin verbleef.
Mieke Indesteege
Secretaris en webmaster van de afdeling Limburg I
Foto's en de Powerpoint van de spreker zijn te vinden op de webpagina van de afdeling Limburg I.
Een schilderijachtige afbeelding op de zijkant van een flatgebouw vinden veel mensen mooi. Een lelijke 'tag' of een haatboodschap waarderen maar weinig mensen. Maar wat zit daartussenin? Wie bepaalt de grens? Hoe ga je met beide vormen van graffiti om?
Gepensioneerd Senior Officier van Justitie Elly Heus sprak er vorige maand over bij haar eigen afdeling Zwolle. "Ook in Zwolle is streetart niet meer uit het stadsbeeld weg te denken."
Graffiti. Laten we het eerst taalkundig bekijken. Ligt de klemtoon op de eerste of de tweede lettergreep? Antwoord van Elly Heus: het mag tegenwoordig allebei. "De klemtoon lag oorspronkelijk op de tweede lettergreep omdat het woord 'graffiti' terug valt te voeren op het Italiaanse woord voor gekraste tekening, 'graffito', en dat woord komt uit het Latijn en oorspronkelijk uit het Grieks. In die drie talen ligt de klemtoon op de tweede lettergreep. Nu is de Engelse uitspraak ook ingeburgerd."
Jongetje
Jaren geleden had Elly Heus als Officier van Justitie een jongetje op zitting. "Hij was nog zo klein dat hij maar net boven het verdachtenbankje uit kon kijken. Hij stond terecht voor vernieling: graffiti spuiten op een muur zonder toestemming van de eigenaar van de muur. Trots kwam hij de zittingszaal binnen met in zijn kielzog zijn moeder. Hij droeg een door haar gebreide trui met zijn tag (graffiti-bijnaam) erop. Hij vertelde enthousiast over graffiti spuiten, zijn tag en de door hem gebruikte HEMA-verf. Vooral de matte verf hechtte prima op muren. Op zich leek dit heel vertederend, maar het bleef wel vernieling van een muur. Hij heeft een werkstraf gekregen: graffiti van een stuk muur verwijderen. Dat alles om hem te laten inzien wat het betekent ongewild graffiti op je muur te krijgen en deze te moeten verwijderen."
Schoonmaken
Even een uitstapje: over het schoonmaken door middel van zandstralen of chemisch reinigen van één vierkante meter muur doe je zo'n anderhalf uur, afhankelijk van de ondergrond. Is deze poreus, dan doe je er langer over dan bij een glad oppervlak. Als je een muur professioneel door een bedrijf laat reinigen, kost dat enkele honderden euro's, afhankelijk van de vierkante meters, ondergrond en andere factoren. De meeste gemeentes, en ook Rijkswaterstaat, hebben ambtenaren in dienst die dit reinigingswerk doen. Gemeenteambtenaren mogen alleen gemeenteobjecten schoonmaken en RWS alleen haar eigen eigendommen. Dat werkt belemmerend.
Gitzwarte kant
Deze schoonmakers zien de gitzwarte kant van graffiti. Dat kan de nodige frustraties opleveren. Je hebt bijvoorbeeld net een beklad verkeersbord schoongemaakt, je draait je om en er staat weer graffiti op. Wat erger is: dergelijke schoonmakers worden bedreigd door criminele graffitispuiters. Hoezo verwijder je mijn 'kunst'? Er is een groep criminelen die daar niet voor terugschrikt. Het levert een echt kat-en-muisspel op. Ik hoop dat dat kleine mannetje van indertijd niet zo’n crimineel geworden is en ervan geleerd heeft.
Bolle Jos
Wie er zeker niet van geleerd heeft, is de graffiti-spuiter die kortgeleden in het nieuws was. Hij had op een trein in Brabant 'Bolle' gespoten (naar drugscrimineel Bolle Jos) en in de O van Bolle had hij het gezicht van Bolle Jos gespoten. Door de mond van Bolle Jos betrad je de trein. Deze man heeft al vette straffen voor graffiti gehad, maar laat zich er niet van weerhouden om met zijn spuitbus op pad te gaan. De Spoorwegen heeft de trein snel uit de roulatie gehaald en hem schoongespoten.
[Tekst gaat verder onder de illustratie]Duizenden jaren
Het achterlaten van teksten of afbeeldingen in de openbare ruimte is al duizenden jaren oud. Elly Heus: "De wortels van de graffiti liggen in de drang van mensen om sporen van zichzelf achter te laten: een vorm van communicatie, expressie of herinnering die al duizenden jaren geleden voorkwam. Denk daarbij aan de rotstekeningen in de grotten van Lascaux. Die tekeningen verschillen enorm van de huidige graffiti, maar ze tonen wel de menselijke behoefte om visuele boodschappen achter te laten op muren in openbare ruimten."
"In het Romeinse Rijk (nog altijd heel zichtbaar in Rome en Pompeï) schreven mensen politieke leuzen, namen, poëzie en persoonlijke boodschappen op de muren in openbare ruimtes. De muren werden gebruikt als communicatiemiddel. In de eeuwen daarna bleef de behoefte bestaan om op wachttorens, stadsmuren, kerken aan te geven 'Ik was hier'. De tekening van de zeventiende-eeuwse Zwolse kunstenares Gesina ter Borch waar een vrouw (Gesina zelf) in een boom staat te krassen, is hier een goed voorbeeld van."
[Tekst gaat verder onder de illustratie]Jaren zestig
In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ontstond in Philadelphia en New York de moderne vorm van graffiti met spuitbus (autolak), viltstift en in opvallende stijlen. "Jongeren, vaak afkomstig uit achterstandswijken, begonnen hun pseudoniemen of 'tags' (gestileerde handtekeningen) vliegensvlug (en niet gericht op kunstzinnigheid) op zoveel mogelijk plekken in de stad te spuiten. Op metrostations, treinen en bussen. Dat laatste vooral omdat veel mensen dan je tag konden zien. Hiermee gaven ze aan dat ze daar geweest waren."
Het was het begin van een nieuwe beweging, waarin persoonlijke expressie, competitie en zichtbaarheid centraal stonden. Door zoveel mogelijk je tag te plaatsen kreeg je meer bekendheid in hun gemeenschap en steeg je in de hiërarchie. Dit was het begin van een subcultuur die zich razendsnel heeft verspreid en die uiteindelijk is uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen. Een zeer invloedrijke figuur uit die beginperiode was een tiener van Griekse afkomst: 'Taki 183'. Hij werkte als koerier en reisde dagelijks door de hele stad New York. Hij liet op de stations en treinen zijn tag 'Taki' achter. In 1971 kreeg hij nationale bekendheid door een artikel in de New York Times over de persoon die schuilging achter deze mysterieuze naam.
Geïnspireerd
Andere jongeren raakten geïnspireerd en gingen zelf 'taggen' (markeren/labelen). "Wat begon als een eenvoudig handtekening veranderde al snel in een creatieve competitie. De graffiti-artiesten noemden zich 'schrijvers' en probeerden zich te onderscheiden door hun stijl, frequentie waarmee hun tag verscheen en de moeilijkheid van de plek waar ze hun tag plaatsten (hooggelegen of anderszins gevaarlijke locaties, met soms dodelijke afloop als gevolg zoals de Poolse man die een paar jaar geleden in Zwolle van de Hoge Spoorbrug aan de Oosterlaan naar beneden stortte). De stijl evolueerde in de loop der jaren. De simpele en snel geschreven tags maakten plaats voor anders geschreven versies."
Pieces
Uiteindelijk ontstonden de 'pieces'. "Dat is de afkorting van 'masterpieces'. Dit waren grote werken, vaak gemaakt met meerdere kleuren, schaduwen, driedimensionale effecten en werk eromheen. Deze tags maak je niet snel, daar is meer tijd voor nodig en meer mankracht ook qua bewaking. Het is immers illegaal. Het beste moment om ze te maken is tussen één en vijf uur in de nacht. Ieder ontwikkelde zijn eigen stijl qua letters en kleurgebruik. In deze context werd graffiti nauw verbonden met de hiphopcultuur. Graffiti was de visuele kant van deze cultuur: kleurrijk, rebels en volledig buiten het gevestigde kunstcircuit om. Zij toonden hun werk op muren, metrostellen zonder toestemming."
[Tekst gaat verder onder de illustratie]Bestrijden
In de jaren tachtig begon de stad New York graffiti met name op het metronetwerk en de metrotreinstellen zwaar te bestrijden. "Langs rangeerterreinen kwamen hekken. De straffen op het bespuiten van treinen werden zwaarder. Het contra-effect was dat graffiti-artiesten op zoek gingen naar andere locaties: straatmuren, daken, industrieterreinen. Graffiti bleef zich verder ontwikkelen en verspreidde zich als exponent van de hiphopcultuur over heel de wereld. Elke stad ontwikkelde zo een eigen graffiti-identiteit, beïnvloed door lokale subculturen, politieke context en de fysieke ruimte van de stad. In Berlijn bijvoorbeeld werd na de val van de muur graffiti een symbool van vrijheid en herovering van stedelijke ruimte. Graffiti werd een wereldwijde, informele kunstbeweging."
Kunst
Graffiti werd tot de jaren tachtig geassocieerd met illegale tags op treinen en muren. "In de jaren daarna begon graffiti terrein te winnen in de wereld van kunst en cultuur. Verschillende factoren speelden daarbij een rol. In de jaren tachtig begonnen enkele graffiti-kunstenaars door te breken in de New Yorkse kunstscene, zoals SAMO (een pseudoniem). Hij combineerde tekstsymboliek en graffiti-elementen in zijn schilderijen. Zijn werk trok de aandacht van galeriehouders en verzamelaars. Zijn werk is nu nog terug te vinden in museum MoMa in New York. Hoezo graffiti in de openbare ruimte?"
Keith Haring
Keith Haring begon op dat moment zijn carrière met krijttekeningen in de metrostations in New York. Hij ontwikkelde een herkenbare stijl met dikke lijnen en iconische figuren, vaak met sociale en politieke thema's, waardoor hij werd opgenomen in de gevestigde kunstwereld. Door samen te werken met organisaties rond hiv/aids-bewustzijn kreeg zijn werk een breder draagvlak.
Internationaal
In de jaren negentig en begin 2000 begon graffiti zich internationaal te verspreiden en ontwikkelde het zich tot 'streetart'. Elly Heus: "Deze term werd gebruikt voor visuele kunst in de openbare ruimte die meer gericht was op beeld dan op letters en tags. Grote merken zoals Adidas en Levi's gingen nauw samenwerken met graffiti-artiesten. Hetzelfde verschijnsel deed zich voor in de muziekindustrie (graffiti op albumhoezen). Bij interieurontwerpers en in de architectuur werd graffiti ook een inspiratiebron. Streetart-festivals en tentoonstellingen werden georganiseerd."
Markt
Daarnaast ontwikkelde zich een markt voor legale graffiti/streetart. Kunstenaars kregen opdrachten voor muurschilderingen in steden en bedrijfspanden of bij evenementen. Kortom: wat in de jaren zestig en zeventig begon als een vorm van protest en zelfexpressie in stedelijke omgevingen, groeide in de decennia daarna uit tot een veelzijdige en wereldwijde erkende kunstvorm. De stijl bleef zich ontwikkelen en heeft in de kunstgeschiedenis een vaste plek veroverd.
De kunstvorm graffiti heeft zich sindsdien in allerlei richtingen ontwikkeld. Je vindt nog steeds de klassieke, snel geschreven 'tags', maar daarnaast pieces in driedimensionale letters, karakters, abstracte composities, weergaves van oude schilderijen met huidige kwinkslagen en zelfs fotorealistische muurschilderingen."
[Tekst gaat verder onder de illustratie]Streetart-festivals
Wereldwijd zijn er streetart-festivals ontstaan. Hele wijken worden dan omgetoverd tot openluchtgalerieën, met muurschilderingen van gerenommeerde artiesten van over heel de wereld. Het internet heeft een grote rol gespeeld in de groei en professionalisering van streetart. Werken zijn meteen zichtbaar voor een breed publiek. Stijlen kunnen zich snel verspreiden, elkaar beïnvloeden en mengen. Dat leidt tot een rijkere beeldtaal binnen de scene.
Controversieel
Ondanks deze groei en erkenning blijft graffiti controversieel. "Het spanningsveld tussen kunst en vandalisme is nog steeds aanwezig. Sommigen zien graffiti als vernieling. Anderen zien het als een legitieme vorm van stedelijke expressie, een visuele stem in het publiek domein. Een kleurrijke muurschildering met toestemming wordt echter sneller geaccepteerd dan een ongewenste tag op een trein (zoals 'Bolle Jos')."
Die spanning bestaat ook in de graffiti-gemeenschap zelf. Er zijn puristen die vinden dat graffiti per definitie illegaal moet zijn, omdat het juist een daad van verzet is. Anderen zien het als een medium dat zich net zo goed kan ontwikkelen binnen musea, galeries of commerciële opdrachten. Deze uiteenlopende visies zorgen voor discussies, maar maken de cultuur ook levendig en dynamisch.
Ontwikkelen
Graffiti is overal en blijft zich ontwikkelen. Elly Heus: "Wat graffiti uniek maakt, is dat het altijd verbonden blijft met de plek waar het ontstaat. Elke locatie draagt bij aan de betekenis van het werk. De openbare ruimte is een essentieel onderdeel van de boodschap. Het leuke is dat het atelier van de buitenkunstwerken meteen de expositieruimte is: twee in één. Er moet wel in het binnenatelier veel voorwerk verricht worden. Sjablonen maken, afmetingen van de te bewerken muur inschatten, vlakken afmeten, is de muur geschikt qua hechten verf, overleg met de buurt, toestemming van de eigenaar van de muur of zelfs bij de gemeente een vergunning aanvragen als het kunstwerk erg in het oog springt."
Technieken
Er zijn verschillende technieken. Kunstenaars werken vaak met stencils en sjablonen in verband met het aanbrengen van de vorm en de kleuren. Kleuren uit spuitbussen zijn niet te mengen zoals bij olieverf. Hooguit kun je effect krijgen door met minder kracht te spuiten. Bij grote kunstwerken zie je vele en vele spuitbussen beneden staan om gebruikt te kunnen worden.
Heerlen
Heerlen is in Nederland de bakermat van streetart. De verloederde stad is geheel opgefrist door legale streetart nadat de mijnen gesloten waren. Heerlen staat bovenaan in de top tien van Nederlandse graffiti/streetart-steden. Zwolle hoort daar niet bij. Maar ook in Zwolle is streetart echter niet meer uit het stadsbeeld weg te denken. Of het nu een trafohuisje in de wijk Assendorp is of de 32 meter hoge zijmuur van de Elvis Presleyflat in Holtenbroek waarop spelende kinderen uit diverse culturen zijn afgebeeld.
[Tekst gaat verder onder de illustratie]Streetart-artieste
Lonneke van Zutphen is een bekende streetart-artieste in Zwolle. "Zij werkt al vijftien jaar in binnen- en buitenland. Ze heeft twee ateliers (Lonneke Schildert en Studio Steengoed) in Assendorp. Verder heeft ze 'Trotse Muren' opgericht. In deze setting kunnen jonge streetart-kunstenaars het vak leren en ermee experimenteren. Op de reguliere opleidingen bij bijvoorbeeld de hogeschool voor kunstonderwijs Artez is er geen aparte studierichting Street Art."
"Lonneke woont in Assendorp en iedere dag fiets zij langs haar eigen kunst. Sinds 2021 werkt zij als eerste in Nederland met 'luchtzuiverende verf'. Totaal wat anders dan de autolak die in het begin van de beweging gebruikt werd. Zij wil met haar streetart laten zien dat er nog steeds mooie natuur is. Ze schildert kunstwerken met flora en fauna."
Wandelingen
In 2024 nam Lonneke het initiatief met Armania Smit om drie wandelingen langs streetart-kunst in Zwolle te ontwikkelen. Inspiratie daarvoor deed ze op in Leeuwarden. "En met succes! Eén wandeling is in de wijk Dieze, de andere in de wijk Assendorp en er is een overall wandeling door heel Zwolle. Al wandelend kijk je heel anders naar Zwolle. Er is een app van de wandeling, die je op je telefoon kunt zetten."
Veertig jaar
Hopelijk blijft de verf op de legale kunstwerken net zo goed hechten als de matte HEMA-verf van het jongetje in de rechtbank. "We kunnen dan wel veertig jaar plezier hebben van deze streetart-kunstwerken als nieuwe kunstuiting, maar: bescherming tegen vernieling van de legale kunstwerken is wel een punt. Je raakt zo in een juridische strijd verwikkeld: welk recht gaat voor? Het particuliere eigendomsrecht met betrekking tot de muur of de auteurswet met betrekking tot de kunstschildering? Een student van de universiteit Tilburg heeft over die botsing van rechten een scriptie geschreven. Ik parkeer die vraag."
Op de webpagina van de afdeling Zwolle is onder het artikel over deze lezing een veelheid aan graffiti-foto's te vinden, zowel als fotogalerij als in de bijbehorende presentatie (onder het artikel).
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op 17 april 2026. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief moeten artikelen uiterlijk maandag 13 april (liefst eerder) binnen zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Portefeuillehouder Communicatie Ruud Hendrickx geeft tips voor het schrijven van teksten die op een scherm gelezen moeten worden, in een video van de Prince-Academie.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel, Chris Vermuyten en Carola Fox.