Hij ziet er voortaan een beetje anders uit, je vertrouwde PrincEzine. Na vijf jaar was het tijd voor een opknapbeurt. Onder de motorkap was onze nieuwsbrief verouderd, waardoor hij op sommige toestellen niet goed leesbaar was. In het slechtste geval kreeg je hem helemaal niet open.
Dat zou nu opgelost moeten zijn. We zijn benieuwd wat je van de nieuwe PrincEzine vindt.
In de PrincEzine van april 2021 kon je dit voor het eerst onderaan lezen: "Het kan gebeuren dat de PrincEzine niet goed leesbaar is op uw telefoon, tablet of computer, bijvoorbeeld omdat foto's wegvallen of de lay-out verspringt." Dat had met vele factoren te maken: het apparaat waarmee je de nieuwsbrief las, het besturingsprogramma waarop het apparaat draait, het programma waarin je de mail opende.
Daar komt nu een eind aan. We hebben PrincEzine technisch helemaal herdacht, zodat hij nu altijd goed leesbaar is, op welk apparaat je hem ook openmaakt en bekijkt. Heel wat leden lezen hun PrincEzine op een computer, met een groot scherm. Maar steeds meer leden geven de voorkeur aan hun telefoon of tablet. Dat maakt voortaan niets meer uit. PrincEzine ziet er altijd prima uit.
Het wordt natuurlijk even wennen. De vertrouwde rubrieken zijn er nog steeds, maar het werkt allemaal een klein beetje anders. Blader gerust door de tekst, klik op afbeeldingen, knoppen en pijltjes (om artikelen open te klappen en weer dicht te klappen), en zie wat er gebeurt. Wees gerust, je kunt niets stukmaken.
We horen graag wat je van de nieuwe PrincEzine vindt.
Veel leesplezier!
Ruud Hendrickx
Portefeuillehouder Communicatie
Het is januari en dus gedichtenmaand. Met als ultiem moment de laatste donderdag van de maand, 30 januari: Gedichtendag. Die dag is tevens startpunt voor de Poëzieweek 2025 Vlaanderen-Nederland, met heel wat activiteiten van Aaigem tot Zwijndrecht.
Met een onderbreking van een paar jaar doet PrincEzine dit jaar ook weer een beetje mee. Vandaar onze oproep aan de dichters en de dichteressen onder de Princeleden: stuur een zelfgeschreven gedicht in voor de rubriek Gedicht van de maand.
Nu niet allemaal meteen grijpen naar de gedichten die je in het verleden al geschreven hebt. Want met Gedichtendag sluiten we graag aan bij het thema van de dertiende Poëzieweek en dat is 'lijfelijkheid'. Met als motto deze woorden uit de bundel Kameleon van Charlotte Van den Broeck: "in dit plooibare huis dat huid heet".
Lijfelijkheid
Wie er meer over wil weten, verwijzen we naar de website van Poëzieweek, waar nader wordt ingegaan op wat lijfelijkheid oproept en waar lijfelijkheid over gaat. Zien we lijf als fysiek omhulsel of is het ook een bron van ervaring en wijsheid? En kun je met de wijsheid van het lichaam ook poëzie lezen?
Fysiek en sensueel
Vier het fysieke en het sensuele in de poëzie! Laat je inspireren, raak bewogen en ontdek de kracht van lijfelijkheid in de poëzie. Zo formuleert Poeziëweek het en beter kunnen wij het niet zeggen.
Sluitingsdatum
Stuur je eigen gedicht in - samen met een korte toelichting en een foto van jezelf - naar Marianne van Scherpenzeel. Als sluitingsdatum nemen we het einde van de Poëzieweek: 5 februari 2025. Misschien kunnen we in het februarinummer al iets zeggen over de 'oogst'. Vanaf maart hopen we dan de beste gedichten van onze Princedichters en Princedichteressen te kunnen publiceren in PrincEzine.
Marianne van Scherpenzeel
Lid van de redactie van PrincEzine
Foto: www.straatpoezie.nl
Waaraan denkt u bij het woordje 'kunst'?
Aan schilderijen en beeldhouwwerken?
Of aan literatuur, poëzie, theater, muziek en dans?
Of toch eerder aan fotografie, film, architectuur?
Aan al die zaken en misschien nog meer?
Zoveel vormen van kunst en cultuur, zoveel kunstuitingen!
Maar misschien heeft er toch één uw voorkeur…
Het woordje kunst
Eerst dacht ik bij het woordje kunst alleen aan schilderijen,
die stilletjes gevangen zijn in lijsten aan de wand.
Ik vond dat zielig en ik wou een schilderij bevrij'en,
maar ach, ik mocht het zelfs niet eens beroeren met mijn hand.
Toen dacht ik bij het woordje kunst ook eens aan beeldhouwwerken,
die doodstil staan gevangen op een sokkel in de grond.
Ik heb een beeld gestreeld, maar of een steen een aai kan merken?
Ik weet niet eens of 't standbeeld zélf wel wist dat het bestond!
Nu denk ik bij het woordje kunst aan thuis en aan verhalen,
die opgeslagen liggen in een dichtgeslagen boek.
Ik kan er met mijn vinger en mijn ogen in verdwalen
en vind er soms een streling in als ik een streling zoek.
© Ted van Lieshout
uit: Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen
(Leopold) 1987
Het woordje kunst - Gedichten.nl
Curaçao
De afdeling Curaçao heeft achttien leden en valt onder het gewest Schelde-Dommel. Bij de opening van een Algemene Ledenvergadering van de afdeling droeg ik het gedicht Het woordje kunst voor.
Eiland
De keuze viel op dit gedicht, omdat er drie elementen in zitten waaraan onze afdeling op Curaçao aandacht besteedt. Ons eiland is niet groot en het Nederlands heeft hier een bijzondere positie. Onze afdeling richt zich dan ook niet uitsluitend op de Nederlandse taal- en letterkunde, maar breidt haar missie enigszins uit door daarnaast aandacht te besteden aan andere vormen van kunst en cultuur in Curaçao.
Zo hebben we een tentoonstelling van schilderijen van Marcel van Duijneveldt bezocht. Ook gingen we naar de beeldentuin in Blue Bay. We bezochten Landhuis Morgenster, waar Giovanni Abath zijn beeldende kunst exposeert. En we waren bij Maghalie van der Bunt-George, die beeldend werk maakt maar ook als schrijfster actief is. Lees vooral haar verhalenbundel Oro is goud. Uiteraard besteden we aandacht aan lokale auteurs, bijvoorbeeld Elodie Heloïse met haar boek Blauwe Tomaten, dat op de longlist van de Libris Literatuurprijs stond. Al deze kunstuitingen zijn zeker aanraders.
Toekomst
Het gedicht van Ted van Lieshout paste goed bij een bijeenkomst waarin we over de toekomst van onze afdeling nadenken en waarin we stilstaan bij onze missie, juist omdat meerdere kunstvormen erin ter sprake komen. In mijn hart ben ik het, als rechtgeaard neerlandica, eens met de strekking van het gedicht. In de kern heb ik zelf toch ook een voorliefde voor de taal en literatuur. Een schilderij en een beeld vertellen op hun manier een verhaal, en dat is mooi.
Maar de eindeloos veel verhalen, die we in boeken vinden, schilderen moeiteloos situaties in ons hoofd en zorgen ervoor dat we zelf beelden construeren en voor ons zien, ieder op onze eigen wijze. Dat is een geschenk dat elke lezer ervaart en waardeert.
Met dank aan Ted van Lieshout voor dit mooie gedicht, wens ik alle leden dan ook graag een rijk en vreugdevol nieuw leesjaar toe.
Marion Thomasia-Keiren
Secretaris van de afdeling Curaçao
Voor het februarigedicht is genomineerd: Marleen Willebrands van de afdeling Heerlen, in samenwerking met Frits Criens. Het wordt een receptgedicht ter gelegenheid van Valentijnsdag.
We kunnen er niet meer omheen: artificiële intelligentie (AI) gaat ons leven veranderen. Maar hoe? Die vraag staat centraal op de gewestdag die het gewest Noord-Nederland op 17 mei 2025 organiseert in Groningen. Maar er is ook aandacht voor beweging, kunst en flamenco.
De gewestdag begint met een bezoek aan de tentoonstelling 'Behind the scenes' in het Groninger Museum: hoe is het museum ontstaan? Na de lunch zal spreker Jack Esselink ingaan op het thema: 'AI en wij, hoe taal transformeert'. Jack Esselink was consultant voor diverse bedrijven met name rondom managementinformatie en studeerde later theologie. Hij geeft nu via zijn eigen bedrijf lezingen en trainingen over kunstmatige intelligentie (AI) en met name de invloed ervan op onze maatschappij.
In de middag is er eerst tijd voor wat beweging. De keuze is een stadswandeling of rondleidingen in de synagoge, de Martinikerk/Stadsgalerij of de Universiteitsbibliotheek.
Daarna zal op landgoed Nienoord schilderes Annemarie de Groot een toelichting geven over de expositie 'Beek in beeld'. Het diner op landgoed Nienoord zal worden opgeluisterd door een flamencogitarist. Tevens is er een tangodemonstratie.
De kosten bedragen 50 euro voor het dagprogramma en 55 euro voor het diner. Nadere informatie volgt na inschrijving.
Inschrijven kan vanaf 1 februari via d.s.postma@gmail.com.
De afdeling Dordrecht organiseert op dinsdagavond 18 februari een minisymposium over taalontwikkelingsstoornissen. Het is een vervolg op het symposium 'Andere oorzaken van laaggeletterdheid' dat de afdeling vijf jaar geleden organiseerde.
Sprekers op het symposium zijn:
Professor orthopedagogiek van onderwijsproblemen en (speciaal) onderwijs Elise de Bree (Universiteit van Amsterdam).
Dr. Rob Zwitserlood, logopedist en taalwetenschapper, op dit moment senior onderzoeker logopedie (Hogeschool Utrecht), docent aan de bacheloropleiding (Hogeschool Utrecht) en aan de masteropleiding logopediewetenschap (Universiteit Utrecht).
Michel Pellen, ervaringsdeskundige en ouder van een kind met een taalontwikkelingsstoornis.
- Het mini-symposium vindt plaats in het Dordrechts Museum, Museumstraat 40, 3311 XP Dordrecht.
- Het programma begint op 18 februari om 18.00 met broodjes en een warme snack.
- De eigen bijdrage is 15 euro.
- Aanmelden kan via symposium.ovdp@gmail.com.
De afdeling Westhoek organiseert op donderdag 30 januari om 20 uur een voor iedereen toegankelijk nieuwjaarsconcert in hotel-restaurant De Normandie in Koksijde. Dit evenement brengt de getalenteerde violiste Ludwine Beuckels van het Beethovenorkest Le Concert Olympique en de internationaal bekende organist Jan Vermeire samen. Laat je meevoeren door een romantisch programma met werken van onder anderen Vivaldi, Dvořák, Elgar, Scott Joplin en zelfs filmmuziek.
Vanaf 19.30 uur word je verwelkomd met een glaasje en na het concert volgt een royale receptie om in een gezellige sfeer te netwerken.
Tickets kosten 50 euro en zijn definitief na betaling op rekeningnummer BE75 0016 5107 1251 (vermeld: nieuwjaarsconcert 2025).
Plaats: De Normandie, Koninklijke Baan 1, 8670 Koksijde.
Tijd: donderdag 30 januari 19.30 uur.
Tim Hoogenbosch, oud-docent Nederlands, is sinds kort lid geworden van de Orde van den Prince in Arnhem. Van een oud-docent Nederlands verwacht je natuurlijk betrokkenheid met taal. Maar hij heeft wel meer artistieke pijlen op zijn boog.
Tim Hoogenbosch studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde en stond daarna 42 jaar in het onderwijs. "De eerste tien jaar gaf ik bedrijfseconomie aan de modeacademie in Amsterdam. Daarna doceerde ik 32 jaar Nederlands in Ede, aan het Pallas Athene College. Die bedrijfseconomie kwam zo: ik was dan wel afgestudeerd als neerlandicus, maar op dat ogenblik was er een overschot aan neerlandici in het onderwijs. Ik bleek ook goed te kunnen rekenen en dus volgde ik een extra opleiding economie. Zo kon ik aan de slag als bedrijfseconoom op de Amsterdamse mode-academie. Maar mijn hart lag toch bij taal. Na tien jaar kon ik overstappen naar Ede, als docent Nederlands."
Kunstcoördinator
Tim Hoogenbosch was op zijn school ook kunstcoördinator. "In Nederland bestaat er grote concurrentie tussen de verschillende scholen. Je moet je leerlingen 'verdienen'. Ik had veel contacten in de culturele sector en heb die ingezet om het culturele profiel van de school te vergroten. En zo haar concurrentieprofiel op te krikken. Dat is geslaagd. Ik had bijvoorbeeld contacten bij het North Sea Festival en wist een paar optredens naar de school te brengen. Ik ben trouwens zelf beginnend trompettist en drummer."
Bronsgieten
Maar Tim beperkt zich niet tot één discipline. Theater, Japans slagwerk, architectuur, bronsgieten, schilderen, dans, het behoort allemaal tot zijn vaardigheden. "Ja, ik hou van zowat alle disciplines. Alle muzen zijn me lief." Daar hoort ook keramiek bij, Tim Hoogenbosch maakte zelf een kunstwerk in keramiek, dat hij op het graf van zijn moeder plaatste.
Bedankbrieven
Eén competentie vraagt wat meer aandacht: bedankbrieven schrijven aan de nabestaanden van donoren van orgaantransplantaties. "Mijn vrouw heeft zelf een harttransplantatie ondergaan. Ik hielp haar om haar gevoelens op te schrijven in een brief aan de nabestaanden. Omdat niet iedereen even taalvaardig is, help ik graag anderen om die gevoelens onder woorden te brengen. Ik ben tenslotte deels een ervaringsdeskundige, ik begrijp de emoties. Ik steek dus graag een helpende hand toe bij het schrijven van een bedankbrief."
Pensioen
En zo zijn we opnieuw bij taal aanbeland. Sinds Tim Hoogenbosch met pensioen is, wil hij "wel wat om handen hebben", al lijkt ons dat met een dergelijk palmares geen probleem te zijn! "Ik kwam via vrienden in contact met de Orde, ging eens kijken en vond daar een warm klimaat en bijzonder interessante lezingen. Op 16 december heb ik me aangesloten." Alweer: amicitia en tolerantia.
Chris Vermuyten
Lid van de redactie van PrincEzine
Umberto Arts, zaakvoerder
Herman Deben, emeritus hoogleraar
Walter Lebeau, gepensioneerd leraar
Kristin Verhaegen, advocaat
Filip Verstreken, Retailer Operations Manager bij Jaguar Land Rover Belux
Tim M.J.J. Hoogenbosch, docent Nederlandse taal en kunstcoördinator
Willy Smeets, directeur universitaire instelling
Annic A.C. Sijs
Jan F.E. De Coster, gepensioneerd huisarts
De Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) heeft sinds begin januari als nieuwe voorzitter Godelieve Laureys. Van september 2016 tot september 2023 was zij president van de Orde. De redactie vond het tijd om eens met haar te bellen. Gaat ze bij de KVAB hetzelfde doen als ze bij de Orde heeft gedaan en wat zijn de verschillen tussen beide organisaties?
Allereerst, hoe gaat het met je?
"Goed. Ik ga het nu weer druk krijgen, maar het afgelopen anderhalf jaar zag ik eigenlijk als een soort 'sabbatical in mijn emeritaat' (als hoogleraar Scandinavistiek). In de zomer van 2023 werd ik nog wel regelmatig gebeld door mijn opvolger Ruud Hagenouw en waren er nog wat lopende zaken af te handelen. Het bestuur 'na mij' heeft het pro-presidentschap afgeschaft, wat betekende dat ik niet nog drie jaar formeel deel uitmaakte van het Presidium. Dus bestuurlijk werk voor de Orde viel eigenlijk in één keer weg. De zomer van 2024 hield ik dus vakantie alsof er niets anders bestond. Behalve de vier kleinkinderen dan, waarvan er twee geboren zijn na mijn aftreden als president. Ze wonen in Brussel en Berlijn."
Maar nu toch weer een grote klus…?
"Ja. Ik ben lid van de Academie sinds 2008. Dat is een hele eer. Je moet voorgedragen worden en daarbij wordt gekeken naar je wetenschappelijke verdiensten. Elk jaar wordt er gekeken hoeveel plaatsen er vacant zijn en dan wordt er gezocht naar kandidaten. Die dossiers worden echt goed gewikt en gewogen. In de 'klasse' van de Menswetenschappen, zoals dat bij de Academie heet, zitten wetenschappers als historici, filosofen, taalkundigen, psychologen en rechtswetenschappers. Je wilt voorkomen dat de hele klasse ineens bestaat uit juristen. Of dat er geen historicus in zit. In totaal heeft de Academie 340 leden en daarnaast ook een aantal buitenlandse leden. Je wordt overigens voorgedragen door twee peters, net als bij de Orde."
En die 340 leden krijgen nu dus een nieuwe voorzitter…
"Ik was wat afgedwaald inderdaad. In 2014 ben ik 'onderbestuurder' geworden bij de klasse van Menswetenschappen en tussen 2016 en 2018 was ik bestuurder. Dan zit je automatisch in de Raad van Bestuur van de Academie zelf. Daar ben ik acht jaar lid van geweest. Vorig jaar ben ik door een paar mensen gepolst of ik voorzitter of vicevoorzitter wilde worden. Ik heb eerst getwijfeld. Daarna heb ik gezegd dat ik het wilde, maar alleen als voorzitter. En één termijn van twee jaar, that will be it. Er is natuurlijk een zekere beurtrol tussen de vier klassen (natuurwetenschappen, menswetenschappen, kunsten en technische wetenschappen) en tussen de verschillende universiteiten. Menswetenschappen waren wel een beetje 'aan de beurt'. Dus ben ik verkozen. Ik ben als voorzitter niet de eerste vrouw, maar wel de derde."
Wat gaat de nieuwe voorzitter doen?
"Daar kom ik zo op. Eerst iets over de Academie zelf. De KVAB is niet alleen een ledenorganisatie, maar ook een instelling van openbaar nut voor de Vlaamse Gemeenschap. We worden betoelaagd en hebben een staf, een gebouw, ict-ondersteuning, noem maar op. Er ligt ook in prestatie-indicatoren vast wat we daarvoor moeten doen. De vier klassen moeten elke maand minimaal één bijeenkomst organiseren. We moeten elk jaar een aantal KVAB-Standpunten uitbrengen. Ik was zelf bijvoorbeeld hoofdauteur van het Standpunt Language Matters. Taalbeleid en Taalgebruik aan de Vlaamse universiteiten, dat begin 2023 verscheen. Ik ga daar volgende week trouwens over spreken bij de afdeling Pajottenland van de Orde, maar dat terzijde.
Daarnaast hebben we de Denkersprogramma's. We nodigen dan twee buitenlandse geleerden uit om het Vlaamse beleid op beleidsterreinen als bijvoorbeeld migratiepolitiek of waterbeheer te bekijken. Die gaan alle universiteiten af om te discussiëren over wetenschappelijk onderzoek op dat vlak. Uiteraard spreken ze 'in het veld' met allerlei stakeholders. En dan schrijven ze een rapport met daarin hun visie. Dat is heel erg gericht op de Vlaamse regering en het Vlaams parlement. Tot slot organiseert de KVAB ook nog lezingen voor een breder publiek, zoals de lentecyclus in mei of het zomerse 'Wetenschap aan zee' in Oostende."
Eh…
"Ja, daar kom ik nu op. Wat wil ik bereiken? De KVAB heeft uiteraard internationale contacten. Met de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW), de Royal Society in Schotland, met Zweedse, Duitse, Franse en andere partnerorganisaties. De samenwerking met hen is vaak ad hoc, bijvoorbeeld gekoppeld aan jubilea. Ik wil dat we meer gaan werken met 'windows of opportunity', gestructureerder dus. Maar niet ingekapseld in grote raamovereenkomsten. De academies verschillen te veel van elkaar. Daar lopen te gestructureerde samenwerkingsverbanden in de praktijk op stuk. We hebben daarnaast sinds elf jaar de Jonge Academie. Die is heel actief, zowel op het gebied van wetenschappen als in de kunsten. De eeuwige vraag is hoe ingebed ze is in de Academie en hoe zelfstandig. Dat vergt de nodige aandacht van het bestuur en van de voorzitter. "
En dan de hamvraag: hoe wordt er over twee jaar teruggekeken op voorzitter Godelieve Laureys?
"Bij mijn afscheid bij de Orde heb ik in mijn laatste Woordje in PrincEzine en op mijn laatste werkbezoek aan een afdeling zelf teruggeblikt. Ik denk dat de kernwoorden 'grote betrokkenheid' en 'hard werken' zijn. Dat was bij de Orde zo en dat gaat bij de KVAB ook zo zijn. Je moet er zijn bij evenementen. Je moet open vragen stellen en goed luisteren. Je moet weten waar je heen wilt met de organisatie. Bij de Orde is het inmiddels een soort canon geworden dat er gezegd wordt dat de tanker gekeerd moet worden of toch van koers moet veranderen. Dat was ook zo en dat is nog steeds zo, al is er inmiddels zeker het nodige bereikt.
De KVAB is een stabiele en goed functionerende organisatie. Maar de betrokkenheid van de leden kan beter. En dan bedoel ik niet alleen dat ze meer aanwezig moeten zijn op activiteiten van de Academie, óók die van de andere klassen dan hun eigen. Het gaat om een breder engagement. Alleen dan kunnen we het multidisciplinaire karakter van de KVAB goed uitspelen en komt er meer klassenoverstijgende samenwerking. Ik zal dus zelf veel aanwezig zijn en processen mee ondersteunen. Daarmee zal ik hopelijk uitstralen: we mogen trots zijn op onze organisatie, die een duidelijke rol vervult in het Vlaamse kennislandschap."
Elwin Lammers
Eindredacteur PrincEzine
Historicus en voormalig VRT-programmamaker Edward De Maesschalck, lid van de afdeling Leuven-Arenberg, publiceerde eind vorig jaar zijn meest recente boek: De hertogen van Brabant 640-1430. Hij schreef de afgelopen decennia al zo'n 25 historische werken, zoals Moed en tegenspoed. Edelvrouwen in de Bourgondische tijd uit 2002. Tevens is hij co-auteur van het in 2005 verschenen boek Vlaanderen ontmoet Nederland. Geschiedenis van de Orde van den Prince.
Het is het jaar 1000. Uit het niets scheppen de nazaten van de Karolingische vorsten tussen Maas en Schelde een land: het hertogdom Brabant. Vanuit het kleine Leuven en met de machtige abdij van Nijvel als eerste steunpunt haalden ze met grote hardnekkigheid gebieden binnen: steden als Brussel, Tienen, Gembloers, Antwerpen en Breda vallen onder hun bevoegdheid.
's-Hertogenbosch
Rond 1200 worden 's-Hertogenbosch (wat het bos van de hertog als betekenis heeft) en tal van andere steden gesticht, zoals Turnhout, Helmond en Eindhoven. De trots van de Brabanders was bijzonder groot en hun drang naar onafhankelijkheid legendarisch, maar door een speling van het lot kwamen ze toch terecht in de greep van de Vlaams-Bourgondische dynastie, wat uiteindelijk een zegen bleek te zijn.
Puzzel
De vorming en opgang van Brabant is een ingewikkelde puzzel van talloze gebeurtenissen: veldslagen, huwelijken, tragische overlijdens en bittere strijd om de macht. Voor het eerst krijgt de lezer het hele verhaal in chronologische volgorde en in begrijpelijke taal, met bovendien meer dan honderd vertaalde citaten uit charters en verhalen van auteurs die het vanaf de eerste rij hebben meegemaakt.
Bekijk ook de boekenpagina van Edward De Maesschalck op de website van de Prince-Academie.
Vijf jaar na de val van de Muur zette Vlaanderen een diplomatieke vertegenwoordiging op in Wenen, met al snel bijkantoren in Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Slovenië. Eind vorig jaar werd het dertigjarig jubileum gevierd. In dat kader blikte Benjamin Bossaert, lector aan de Comenius Universiteit in Bratislava en lid van de afdeling Keerbergen, in een kort filmpje terug op wat hij 'academische diplomatie' noemt.
Meer filmpjes en meer informatie over de Vlaamse diplomatieke vertegenwoordiging in Centraal-Europa zijn te vinden op de website van het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken van de Vlaamse regering.
Marleen Willebrands, lid van de afdeling Heerlen, weet alles van de zeventiende-eeuwse keuken. Zij komt op maandagavond 3 februari om 20.00 uur bij de Prince-Academie vertellen over haar nieuwste boek De Verstandige Kock – proef de smaak van de 17de eeuw.
Haar boek is gebaseerd op De verstandige kock of sorghvuldige huyshoudster, een bestseller uit 1669 en het eerste complete Nederlandstalige kookboek voor de gegoede burgerij.
Willebrands is zowel diëtiste als neerlandica en is dus bij uitstek gekwalificeerd om de zeventiende-eeuwse keuken te duiden. Het boek bevat ook bijdragen van Alexandra van Dongen, conservator historische vormgeving van Museum Boymans Van Beuningen, en van Manon Henzen, culinair historica. Vorig jaar stond er in PrincEzine een artikel over het toen net verschenen boek.
Interessante inleidingen
De heruitgave van De Verstandige Kock is voorzien van een vijftal interessante inleidingen:
De geschiedenis van het boek zelf.
De historische achtergrond om zo de behoeften en gewoonten van de doelgroep van het kookboek - de gegoede burgerij - goed te kunnen plaatsen.
De eetcultuur van verschillende sociale bevolkingslagen, zoals het feestmaal dat Constantijn Huygens gaf bij het huwelijk van zijn dochter Susanna, maar ook de pot van arme mensen.
De zeventiende-eeuwse ideeën over gezondheid en voedsel.
De weergave van de keuken in de zeventiende-eeuwse kunst. Het boek is rijkelijk geïllustreerd met afbeeldingen van schilderijen en tekeningen.
Inspiratie voor vandaag
Willebrands heeft het kookboek naar hedendaags Nederlands omgezet en de recepten zelf uitgeprobeerd. Haar commentaar is heel uitnodigend om ook met de recepten aan de slag te gaan!
Wil je meer weten?
Meld je op de website van de Prince-Academie aan voor de debatsalon 'Auteurs uit eigen rangen' met Marleen Willebrands op maandag 3 februari en laat je inspireren door haar verhalen. Nog niet geregistreerd bij de Prince-Academie? Klik dan eerst hier.
Mieke Langenberg
Werkgroeplid Prince-Academie
Op 29 december 2024 overleed, toch nog onverwacht, Hugo de Schepper, emeritus hoogleraar in de Algemene en Nederlandse Geschiedenis van de Nieuwe Tijd aan de Radboud Universiteit (Aalst 1934). In november was hij zijn 91e levensjaar ingegaan, met een levenswil en levensmoed die allen die hem kenden al jaren bewonderden.
Ondanks een reeks steeds terugkerende ziektes, die een telkens zwaarder tol eisten, was hij een nog steeds intellectueel en emotioneel volop betrokken mens. In 2023 voltooide hij zelfs zijn meer dan 1.100 pagina's tellende wetenschappelijk magnum opus: 'A latere principis u de su theniente general’. De regeringsraden naast landsheren en landvoogden in de Habsburgse Nederlanden. Leden, instellingen en algemene politiek, 1577/1580-1609.
De kwaliteiten die ik zojuist noemde, karakteriseerden Hugo. Ik kende ze sedert hij in 1984 werd benoemd tot hoogleraar in de Algemene en Nederlandse Geschiedenis van de Nieuwe Tijd en daarmee mijn collega werd. Hij volgde Jan Poelhekke op. Dat was niet makkelijk: hoewel een groot geleerde, was Poelhekke afkerig van enigerlei bestuurlijke beslommering. Hugo daarentegen wist dat, met de verandering der tijden, een hoogleraar zich die houding niet meer kon veroorloven.
Hoewel zijn aanpak enkele oud-gedienden niet altijd zinde - Hugo kwam uit een andere, meer hiërarchische academische cultuur - heeft hij zich van de bestuurstaken zoals hij die aantrof nauwgezet gekweten. Dat kwam de toen zo genoemde leerstoelgroep 'Nieuwe Geschiedenis' alsmede de toen nog zogeheten 'Sectie Geschiedenis' ten goede. Daartoe droeg ook zijn persoon bij: hij was een beminnelijk mens. Daarnaast was hij, en dat was belangrijk voor wie met hem werkte, een betrouwbaar collega, hetgeen geen vanzelfsprekendheid was in de toen steeds competitievere universitaire wereld.
Maar in hart en nieren was Hugo docent en wetenschapper. Doceren deed hij gewetensvol in de grote hoorcolleges, maar het liefst in kleinere groepen die hij, als het even kon, liet kennismaken met hetgeen zijns inziens aan de basis stond van het historisch ambacht: het archiefmateriaal. Dat uitgangspunt ging ver terug in zijn loopbaan die, denk ik, vooral gekenmerkt werd door een passie voor onderzoek.
Hugo was, na enkele jaren gewerkt te hebben als leraar geschiedenis op een middelbare school, zijn wetenschappelijke carrière begonnen met een, later door de Vlaamse Academie van Wetenschappen en Kunsten bekroond, Leuvens doctoraat (1972) in de geschiedwetenschap. Hij werkte ook als medewerker in het goeddeels Franstalige Algemeen Rijksarchief in Brussel. Zijn 'Vlaamse opstelling' aldaar beviel zijn superieuren niet altijd, maar het tekende hem. Vanuit een historisch perspectief zag hij de zeventien Nederlanden, zoals die in de Bourgondisch-Habsburgse periode bijeenkwamen, als een cultureel geheel. Taal had daarin minstens ten dele een rol gespeeld, al was Hugo's belangrijkste stelling dat met name een steeds meer centraal-georganiseerde rechtsspraak eenheid-bevorderend had gewerkt.
Vanuit Brussel eerst beroepen naar Amsterdam, om daar de geschiedenis van de rechtsinstellingen te doceren (1979-1983), kwam Hugo vervolgens naar Nijmegen. Hij bracht een groot netwerk mee, dat hij vervolgens nauwgezet uitbreidde. Niet alleen door de Spaans-Nederlandse (cultuur-)historische congressen die hij periodiek organiseerde, maar ook doordat hij optrad als een van de redacteuren van de delen V tot en met IX van de (nieuwe) Algemene Geschiedenis der Nederlanden.
Hoe dan ook was Hugo een onvermoeibaar werker: zeker meer dan honderd wetenschappelijke artikelen en bovendien een aantal monografieën lieten lezers in heel Europa weten wat zijn vrijwel altijd op (nieuw) bronnenonderzoek gebaseerde inzichten waren. Omdat hij Nederlands, Frans en Spaans las en sprak, en zelfs schreef, maar daarnaast Duits, Engels en Italiaans beheerste, kon hij niet alleen putten uit archiefmateriaal en literatuur in al die talen, maar zijn onderzoeksresultaten metterdaad delen met lezers in al die talen.
Vanuit Hugo’s overtuiging dat de zeventien Nederlanden - waartoe hij later als achttiende de Franche-Comté rekende - ondanks hun grote verschillen toch historisch verbonden waren, kwamen diverse, deels populair-wetenschappelijke studies voort. Met Arie van Deursen schreef hij een mooi boek over Willem de Zwijger - al kenden de beide auteurs de Prins mijns inziens meer 'groot-Nederlands' bewustzijn toe dan de man werkelijk koesterde.
Zelf hechtte Hugo, terecht, zeer aan twee andere, verwante studies die zijn visies in duidelijke samenhang uiteenzetten: Belgium Nostrum 1500-1650. Over integratie en desintegratie van het Nederland (Antwerpen 1987), en meer nog: ‘Belgium dat is Nederlandt’. Over identiteiten en identiteitenbesef in de Lage Landen, 1200-1800 (Breda 2014).
Reeds voor zijn emeritaat - waarbij, om tal van redenen die met hem niets van doen hadden, de aloude leerstoel Algemene en Vaderlandse/Nederlandse Geschiedenis werd opgeheven - besloot hij terug te keren naar zijn 'eerste liefde': de instellingengeschiedenis van de Bourgondisch-Habsburgse landen. Hij herzag, op basis van hernieuwde arbeid in zowel Belgische als Spaanse archieven, zijn nooit gedrukte dissertatie, en publiceerde die in 2023 in monumentale vorm, onder de bovengenoemde titel.
Dezelfde geest die zijn onderwijs en onderzoek kenmerkte, bezielde hem tevens in wat hij als een centrale taak van een universiteit zag, in casu van de (Letterenfaculteit van de) Radboud Universiteit: de noodzaak studenten bewust te maken van het feit dat zij behoorden tot de Europese cultuurkring. Zo was hij jarenlang de inspirerende, hoewel niet altijd goed-begrepen, kracht achter de facultaire invulling van het Erasmusprogramma. Zijn wetenschappelijke contacten met vooral Italië en Spanje kwamen hem daarbij goed van pas. Zijn inzet was voorbeeldig: wanneer studenten persoonlijke problemen ervoeren, gaf hij hen aandacht en zorg.
In meer dan vier decennia van collegiaal contact en, later, van vriendschap bespraken wij met regelmaat tal van thema’s, persoonlijk, wetenschappelijk en politiek. Veelal bij een glas wijn. Ik liet mij graag door Hugo’s keuze verrassen: die was altijd een plezier.
Een voor mij belangrijk gesprek herinner ik mij in het bijzonder. In de zomer van 2024 discussieerden we - niet voor de eerste keer - over de toekomst van Europa. We kwamen tot de conclusie dat de zo noodzakelijke eenheid nog ver weg is. Maar we stelden tevens vast dat het misschien meest fundamentele element in dat proces toch het deels onzichtbare bouwwerk van het Europese recht is, met alle instellingen die daarin met hun regelgeving een rol spelen - zoals dat in de Bourgondisch-Habsburgse tijd eveneens het geval geweest was.
Ook op dat moment wist ik, wat ik nu zonder aarzelen opschrijf: Hugo was niet alleen de laatste, maar in een aantal opzichten eveneens de meest invloedrijke hoogleraar die sinds de stichting van onze universiteit invulling gaf aan de combinatie van 'Nederlandse' en 'algemene' geschiedenis, van een historisch bewustzijn dat de vaderlanden van Europa, waaronder de Nederlanden, verbond en verbindt met de rest van het continent. Aan de kennis van de complexiteit van die erfenis - in deze tijd essentiëler dan ooit - heeft Hugo de Schepper bijzonder bijgedragen.
Peter Rietbergen
Afdeling Nijmegen
Voor de jaarlijkse vergadering die de afdeling Tienen openstelt voor niet-leden werd vorige maand Christophe Busch uitgenodigd, voormalig directeur van het museum Dossinkazerne in Mechelen en nu directeur van het Hannah Arendt Instituut.
Vanuit zijn expertise als criminoloog heeft hij heel wat studiewerk verricht naar daderschap, meer bepaald bij daders van extreem geweld, met name genocide. Hij heeft er ook het boek De duivel in elk van ons over geschreven.
Tot 1945 dacht men dat daders van extreem kwaad intrinsiek slecht zijn. Er werd vanuit gegaan dat deze daders karakterkenmerken vertonen die wellicht aangeboren waren en die dan kunnen leiden tot (mede)daderschap van extreem geweld. In de jaren nadien is middels onderzoek meer en meer duidelijk geworden dat daders van dergelijk kwaad voor de grote meerderheid gewone mensen zijn als u en ik. Door een complex netwerk van gebeurtenissen, toeval, sociale en politieke context, ambitie en persoonlijke ervaringen ondergaan ze een beïnvloeding van hun denkkaders. Daardoor transformeren ze geleidelijk naar (mede)pleger van extreem geweld. Het is ook het radicaliseringsproces dat men bij bijvoorbeeld moslimextremisten ziet.
Parallel universum
Door dit transformatieproces leven daders van extreem geweld in een parallel universum, waar men volledig blind wordt voor het leed van de slachtoffers. Denk bijvoorbeeld aan de idyllische tuinen van de woning van de kampcommandant van Auschwitz-Birkenau. Zie ook verschillende fotoalbums van nazi's, waarin het leven dat ze leidden en hun denkkaders geïllustreerd worden. Christophe Busch besprak enkele casussen die het transformatieproces zoals hierboven beschreven mooi illustreren. Bijvoorbeeld de levens van de wrede concentratiekampbewaaksters Irma Grese en Marcella Gombeir tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het opzoeken van spanning en avontuur was zeker een van de elementen in het transformatieproces dat zich bij deze vrouwen afspeelde.
Dehumaniseren
Er zijn nog twee andere voorwaarden voor het plegen van extreem geweld die ook steeds aanwezig zijn. Ten eerste dehumaniseren de daders hun slachtoffers en zien ze hen niet meer als mensen. Daardoor raakt hun leed hen ook niet meer. Ten tweede zijn de daders gekenmerkt door een verregaande vorm van gedachteloosheid. Ze denken niet meer na, zien het bredere plaatje niet (meer) en beschouwen zichzelf eerder als (willoze) uitvoerder van een plan waarvoor ze zelf geen enkele verantwoordelijkheid dragen.
Herkennen
De kennis die de laatste decennia over daderschap is verworven, stelt ons tot op zekere hoogte in staat om evoluties, situaties en ontwikkelingen te herkennen, waarin de voorwaarden aanwezig zijn waardoor tot extreem geweld overgegaan kan worden. Een exacte voorspelling over wat er uiteindelijk zal gebeuren, blijft uiteraard problematisch, maar deze inzichten kunnen ons wel alert houden. Met het juiste inzicht kunnen ook positieve krachten geactiveerd worden en kunnen eventuele nefaste evoluties gecounterd worden, of althans gemilderd. Laten wij hopen dat de mensheid lessen kan trekken uit het verleden en daaruit inzichten en kennis kan verwerven. Als we de wereld anno 2024 bekijken, moeten we helaas vaststellen dat deze hoop niet erg gegrond is.
Stefaan Van Lierde
Afdeling Tienen
Vorige maand gaf Christophe Busch ook een digitale lezing voor de Prince-Academie over hetzelfde thema. Deze is terug te kijken op de website van de Prince-Academie.
De afdeling Curaçao ging vorige maand op bezoek bij Carmabi, in 1955 opgericht als wetenschappelijk onderzoeksinstituut. De organisatie doet inmiddels niet meer alleen onderzoek, maar beheert ook vijf nationale parken, geeft voorlichting aan kinderen en volwassenen en heeft een afdeling voor consultancy en advies.
De boodschap tijdens de lezing was duidelijk: het zeewater stijgt en de koraalriffen verdwijnen. Er moet dringend actie worden ondernomen.
Directeur Manfred van Veghel van Carmabi heette de leden van de afdeling Curaçao welkom in zijn instituut. Carmabi is 69 jaar geleden opgericht in een door de Shell beschikbaar gesteld gebouw, maar is inmiddels flink gegroeid. Manfred benadrukte dat Curaçao vorig jaar maar liefst dertig procent van zijn koraalriffen is kwijtgeraakt! Dit alarmerende feit is het gevolg van diverse omstandigheden, allemaal het gevolg van handelen van de mens. Niet alleen het verlies van soorten, maar het verlies van het hele ecosysteem staat op het spel.
Wetgeving
Manfred gaf aan dat er bepaalde wetgeving ter bescherming van ons eiland ontbreekt en dat daarop dan ook niet kan worden gehandhaafd. Ook de overheid houdt zich niet aan wat er aan wetgeving niet is, maar wel zou moeten zijn. Toch zijn er ook lichtpuntjes, zoals het ontvangen van geld van de Postcodeloterij voor maatregelen en hoe bijvoorbeeld de natuur bij landhuis Savonet is hersteld. We moeten ons vasthouden aan deze lichtpuntjes.
Bioloog
Mariene bioloog Erik Houtepen werkt al ruim zes jaar voor Carmabi op Curaçao en is op dit moment hoofd van het Advisory & Consultancy Department. Hij houdt zich bezig met het landschap op Curaçao. Hij kijkt naar historische patronen en naar veranderingen in het landschap en de vegetatie. Momenteel zijn er volgens Erik 570 wilde planten op Curaçao.
Carmabi
Carmabi, Caribbean Research and Management of Biodiversity, is een ngo, maar krijgt wel wat subsidie van de overheid. Veel van zijn inkomsten verdient het instituut echter zelf. Carmabi is in 1955 opgericht als Caraïbisch Marien Biologisch Instituut. Na wat uitbreidingen nam het in 1999 Stinapa (Stiching Nationale Parken Nederlandse Antillen) over, een organisatie die overigens geheel losstaat van Stinapa op Bonaire. Carmabi mag zich regelmatig verheugen in koninklijke belangstelling (zie de foto's in de Powerpoint-presentatie). Onderzoekers hebben er alle faciliteiten voor onderzoek en verblijf tot hun beschikking. Carmabi heeft veel contact met universiteiten. Zo'n 220 onderzoekers komen er per jaar: studenten, maar ook postdocs en professoren.
Onderzoek
Onderzoek van Carnabi richt zich onder andere op het herstellen van koraalriffen, 'vegetation mapping', het endemische witstaarthert en schildpaddennesten. De voorlichting van Carmabi bereikt elk jaar zo'n 15.000 kinderen en gaat onder andere over de flora en fauna van Curaçao en over plastic afval. Consultancy en advies gebeurt op lokaal, regionaal en internationaal niveau. Onderzoeksresultaten, management/beleid en educatie worden hierin bij elkaar gebracht. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het voorstellen van corridors en buffergebieden voor water op het eiland.
Politiek
Wat kan Carmabi richting overheid en politiek doen? Het instituut kan volgens Erik Houtepen vooraf adviseren en rapporten maken. Verder wil Carmabi voornamelijk aan de achterkant actief zijn en met de overheid in gesprek blijven. Dat levert meer op dan de krant en andere media opzoeken. Over de al eerder genoemde ontbrekende regelgeving: het EOP (Eilandelijk Ontwikkelingsplan) bevat regelgeving, maar die geldt alleen in de beschermde natuurgebieden. In de stad geldt deze regelgeving niet en kan men dus doen wat men wil.
Kwetsbaar
De Curaçao Tourist Board weet het eiland mooi te verkopen als paradijs boven en onder water. Maar zowel het land, de stad als de onderwaterwereld staan onder druk. In diverse dia's zien we hoe dicht er aan het water gebouwd is en wordt, direct aan de zee. Dat maakt kwetsbaar! Want het zeeniveau is niet stabiel. Het stijgt en het stijgt steeds sneller. De verwachting is dat de zeespiegel over zestig jaar met minstens zestig centimeter of zelfs met anderhalve meter zal zijn gestegen.
Het is niet moeilijk in te zien dat daarmee delen van Curaçao onder water komen te staan. De overstroming van het Waaigat enkele maanden geleden is een symptoom van de stijging. Het omhoogkomen van de wegputjes ook. Mensen zijn het meest bang voor terroristische aanslagen of een vliegtuigramp, maar de echte gevaren zijn valincidenten en klimaatverandering…
Directe gevolgen
De klimaatverandering heeft voor Curaçao gevolgen die er niet om liegen. Directe gevolgen zijn de zeespiegelstijging, een temperatuurstijging (in de zee en op het land), een toenemend zoutgehalte van het zeewater, meer en sterkere orkanen, langere droge seizoenen, kortere regenseizoenen en veranderingen in oceaanstromingen. De indirecte gevolgen hiervan zijn het verlies van ecosystemen, verzilting van grondwater, aantasting van de bodem, zeewater zonder zuurstof (waardoor alles dood gaat), het verdwijnen van stranden, een toename van microben en schimmeluitbraken en veranderingen in gedrag en van migratiepatronen bij organismen.
Gezond koraallandschap
We kregen foto's te zien van een gezond koraallandschap (hoe het was) en een aangetast rif (van nu). Een foto van de zee, die niet meer blauw is, maar groen door algen en schimmels. Je kunt de waterkwaliteit zien afnemen. Spreker Erik Houtepen liet een foto zien van 'reef diseases', zoals het been van een zwemmer die een vleesetende bacterie had opgepikt in de zee bij Miami. Verder zagen we vissen die ziek zijn, vissen die de weg kwijtraken en massaal sterven, koralen die verbleken en schildpadden met het herpesvirus.
Verbleking van het koraal komt door temperatuurstijging. Normaliter werken algen en koraaldiertjes samen, maar bij een te hoge temperatuur gooien de diertjes de algen eruit en daarmee wordt het koraal bleek. Een verbleekt koraal kan wel herstellen als de temperatuurstijging niet te lang duurt. Tot slot kregen we te zien hoe de zee nu al de bebouwing bij de kust op Bandabou overspoelt bij stormachtig weer. Het land kalft dan verder af.
Rapport
Er ligt inmiddels een rapport over de kwetsbaarheid van Curaçao. Veel van onze infrastructuur ligt dicht bij de zee en is dus kwetsbaar. Denk aan het vliegveld, de weg naar Westpunt en het Curaçao Medical Center. Een kaartje liet zien waar de kans op een overstroming door de zee groot is als er een storm komt met één en met vier meter hoge zeegolven. Dat geeft te denken. We zagen daarnaast kaartjes van de beschermende koraalriffen aan de zuidkust van Curaçao uit 1982 en 2023. De achteruitgang is duidelijk! Alleen de mangrove groeit aan.
Land
Op het land is er beter nieuws. Daar zien we de gevolgen van klimaatverandering nog niet. We kregen plaatjes te zien uit 1985 en 2020 van het Christoffelpark in het noorden van Curaçao. Het aantal inheemse bomen neemt toe, zoals de olibaboom (Palu Pretu). Het gaat van een open landschap naar een meer dichte bosschage. In het Christoffelpark zijn er nu twee keer zoveel bomen als in 1985. Zowel op land als in de zee zijn er naast inheemse ook invasieve soorten. Deze zijn gevaarlijk. De woekerende plant palu di leche en de lion fish/koraalduivel, die veel eten, zich snel voortplanten en nauwelijks natuurlijke vijanden hebben in de Caribische Zee, zijn voorbeelden.
Oproep tot actie
We moeten in verband met de klimaatverandering voor Curaçao gerichte en serieuze actie ondernemen met het oog op de toekomst en dat moet nú. In elk geval is slimme en duurzame kustontwikkeling nodig, net als bescherming van belangrijke ('key') soorten en hun habitat, en behandeling en beheer van ons afvalwater (het vieze water zomaar lozen heeft een schadelijke invloed op het mariene leven). Een visie is nodig en we zullen scherpe keuzes moeten maken.
Is er hoop? Ja, er is hoop, maar het water staat ons wel aan de lippen. We hebben maar één Curaçao!
De presentatie van de spreker met alle foto's die getoond werden tijdens de lezing is op de webpagina van de afdeling Curaçao geplaatst.
Wat zijn de verschillen tussen octrooirecht en kwekersrecht? Waarom leidt een octrooi niet alleen tot een tijdelijk monopolie, maar ook tot bredere maatschappelijke doelen?
En wat gebeurt er als octrooirecht en kwekersrecht met elkaar in conflict komen, bijvoorbeeld bij genetisch gemodificeerde planten? In de afdeling Den Haag verzorgden twee van haar eigen leden over dit alles vorige maand een lezing.
Stefaan Pille, werkzaam bij het Europees Octrooibureau in Rijswijk, begon de voordracht met een uitleg over octrooirecht. Hij gaf aan dat alle vormen van intellectueel eigendom toezien op 'voortbrengselen van de menselijke geest'. Octrooien hebben als doel uitvindingen die technische problemen oplossen te beschermen. Veel producten zijn door verschillende vormen van intellectueel eigendom beschermd. Naast octrooien is er vaak sprake van copyright, merkbescherming en een geregistreerd model.
Tijdelijk monopolie
Octrooien geven de uitvinder een tijdelijk monopolie, meestal voor twintig jaar. De octrooihouder heeft dan het recht anderen te verhinderen om de uitvinding uit te baten. Het is dus een vorm van 'negatief recht'. Stefaan legde uit dat een octrooi kan worden aangevraagd met een wereldwijde werking, met een regionale werking (bijvoorbeeld een Europees octrooi) of met een nationale werking (bijvoorbeeld een Nederlands of Belgisch octrooi). In ruil voor een mogelijk octrooi moet de inhoud van de aanvraag na anderhalf jaar openbaar gemaakt worden.
Openbaarmaking
Een octrooi schept dus weliswaar een monopolie maar dient, door de openbaarmaking, ook een aantal bredere maatschappelijke doelen: technologische vernieuwing, het stimuleren van ondernemerschap, informatieverstrekking aan het publiek en overdracht van technologische kennis naar andere branches.
Kwekersrecht
Mia Buma, zelfstandig juridisch specialist en gespecialiseerd in kwekersrecht, vervolgde de voordracht met een uiteenzetting over haar specialiteit. Het kwekersrecht ziet, net als het octrooirecht, toe op een voortbrengsel van de geest. Het beschermt een nieuw gekweekt of nieuw ontdekt plantenras, maar niet de plant zelf. Het recht kan door een kwekersrechtbureau worden toegekend op globaal, regionaal of nationaal niveau. In de praktijk betekent dit dat de houder van het kwekersrecht royalty's mag vragen over de verkoop van een gewas door boeren en tuinders. Er bestaat daarvoor een maximum van dertig jaar. De afspraken over de royalty's worden meestal in een licentieovereenkomst vastgelegd.
Kwekersrecht
Net als het octrooirecht heeft ook het kwekersrecht een bredere maatschappelijk doelstelling. Het biedt een beloning aan de kweker of veredelaar van een plant of gewas, maar staat ook ten dienste van de vooruitgang van de mensheid. Betere gewassen zijn resistenter tegen ziektes zonder bovenmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen. Ook kunnen ze meer voedsel opbrengen op een kleiner areaal en zijn ze weerbaarder tegen verzilting en verdroging, die weer het gevolg zijn van klimaatveranderingen.
Verschil
Mia wees ons op een belangrijk verschil tussen het kwekersrecht en de werking van het octrooirecht op plantensoorten. Het kwekersrecht kent de kwekersvrijstelling: alle rassen, beschermd en onbeschermd, mogen als ouderplant gebruikt worden om mee verder te kruisen. De eigenaar van een beschermd 'ouderras' kan hier niet tegen optreden. Het octrooirecht kent zo'n vrijstelling echter niet: de octrooihouder kan optreden tegen een inbreukmaker.
Conflict
Dit leidde tot een conflict tussen beide vormen van bescherming: het was mogelijk om een octrooi te vragen voor de toepassing van technologie, bijvoorbeeld genetische modificatie, in een beschermd plantenras. Daardoor was het ras niet meer voor iedereen beschikbaar om verder mee te kruisen: dit werd verhinderd door het octrooirecht. De houder van een kwekersrecht kon hier niet tegen optreden en stond met lege handen.
Impasse
Deze impasse werd in 2020, na tientallen jaren van discussies en protesten, in Europa doorbroken: het Europees Octrooibureau oordeelde in 2020 dat 'planten- of dierenrassen of werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren' niet octrooieerbaar zijn. Doordat alle mogelijke veredelingsmethoden niet langer octrooieerbaar zijn, is het kwekersrecht, althans in Europa, dus weer gewaarborgd.
Nederland
Nederland, zo gaven beide sprekers aan, is een land waar veel intellectueel eigendom wordt geschapen. Per hoofd van de bevolking worden er veel octrooien aangevraagd. Gedurende lange tijd was Nederland het land met de meeste aanvragen voor kwekersrechten, een positie die ondertussen is ingenomen door China.
Ronald Hes
Afdeling Den Haag
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op 14 februari 2025. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief dienen artikelen uiterlijk maandag 10 februari (liefst eerder) binnen te zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel en Chris Vermuyten.