In het kader van ledenwerving en uitstraling is de opzet van de folder veranderd. De nieuwe folder zal bestaan uit een algemene tekst over de OvdP als Vlaams-Nederlands genootschap voor taal en cultuur aan de buitenkant en de presentatie van een afdeling aan de binnenkant. De tekst van de afdeling concretiseert zo de algemene tekst.
Dus iedere afdeling krijgt een 'gepersonaliseerde' folder om in het kader van ledenwerving en uitstraling uit te delen bij haar activiteiten.
Afkorting OvdP
De tekst van de algemene folder is aangepast aan de wereld van 2025. De naam 'Orde van den Prince' blijft gehandhaafd in de afkorting OvdP. Zo voorkomen we de associatie met carnaval en de mogelijk negatieve connotatie met het begrip 'orde'. In het logo blijft het onderschrift 'Orde van den Prince' behouden. Veel culturele organisaties met langere namen gebruiken al de afkorting in hun communicatie.
Amicitia en tolerantia, OvdP wereldwijd
In de algemene tekst blijft de nadruk liggen op onze waarden 'Amicitia en tolerantia'. Daarnaast gaan we in op de verbinding en samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland in de organisatie van ons genootschap, zoals op afdelingsniveau bij grensoverstijgende gewesten, maar ook in de Algemene Raad en het Presidium. In deze turbulente tijd van polarisering en verdeling zijn deze waarden extra belangrijk. Word je lid, dan krijg je er wereldwijd 2650 vrienden met dezelfde interesse bij!
Aan de slag
De nieuwe folder is op A4-formaat, in drieluik gevouwen. Alle afdelingen krijgen binnenkort een format aangeleverd voor hun teksten en foto’s. Natuurlijk sturen wij een handleiding en tips voor de invulling mee. Het secretariaat in Antwerpen verzorgt zoals altijd het drukwerk. Wij ondersteunen iedereen met plezier om een en ander te realiseren.
Eliane Boileau, portefeuillehouder ledenwerving en uitstraling
Ruud Hendrickx, portefeuillehouder communicatie
In het februarinummer hielden we tamelijk vaag wat de 'oogst' aan door leden geschreven gedichten over het thema 'lijfelijkheid' van Gedichtendag 2025 was. We gaven wel aan hoe verschillend de dichters het thema behandeld hebben.
In dit nummer brengen we bijdragen van drie Princedichters die het thema in sensuele zin hebben opgevat.
Anders gezegd: werd er in februari een tipje van de sluier opgelicht, in deze maart-PrincEzine gaat het veeleer om een slipje van de sluier. (Ik ontleen dit malapropisme aan de titel van een in 2003 verschenen boekje met taalkronkels, verzameld door het Genootschap Onze Taal.) Maar óf er wat met dat slipje gebeurt, is de vraag. Suggereren is soms sterker dan iets expliciet zeggen… Oordeel zelf!
Mark Naessens van de afdeling Leuven-Arenberg kennen we van het gedicht Genesis I in het juninummer 2024 van PrincEzine. Nu leren we Mark van een andere kant kennen. Hij was de eerste die gedichten instuurde voor Gedichtendag 2025 en daarom laten we hem de reeks openen. Zijn eigen commentaar beperkte zich tot de mededeling dat in zijn twee gedichten de vrouwelijke persoon dezelfde is - en dat dat ook geldt voor de ik-persoon …
Wat overblijft
Later ruikt nog het laken naar haar.
Alleen geur. Na een jaar, een middag
met niets dan tastbare zaken als,
om maar iets te noemen, het strikje
van zijde op de laatste langzaam
genomen hindernis. En zij dan:
een languit liggende aandoening
van warmte, zo aaibaar als boomwol.
Wat overblijft van het weinige,
wat daarna niet dag zegt en weggaat,
wat zeker verdwijnt maar veel trager,
wat haar nu even nog vasthoudt: geur.
Mark Naessens
Diner
Iedereen mocht het zien. Dat je zo was en zo vol
ogen naar mij. Het grote niet mogen. Voor nu, voor
één keer kon het. Eén aanraking en ik wist weer
wat je eronder aan had, hoe het voelde en daarna
en veel lagen later wat ik ermee zou aanrichten. Zo
zichtbaar was het dat we elkaar mochten en toch niet.
Stiekem zocht je mijn hand maar dat was buiten de
waard gerekend die kwam vragen of het smaakte.
Dat beaamde ik volmondig en nadien was die van jou
heel de middag van mij. Van het een kwamen we op
het ander waar we ook geen vergunning voor hadden.
Hoe dun is de lucht tussen het nu en het onmogelijke.
Mark Naessens
-o-o-o-o-
Van Marc Hertens (afdeling Limburg I) mochten we in coronatijd al eerder haiku's lezen in PrincEzine. Als liefhebber - "zeg maar adept", zei hij zelf - van deze Japanse dichtvorm schreef hij een aantal haiku's met een knipoog naar 'Behoud de begeerte', het poëziefestival dat telkens rond Valentijn georganiseerd wordt. Dat de haiku's een erotische en zinnenprikkelende ondertoon hebben, zal dus niet verbazen.
Haiku's voor Gedichtendag 2025
De begeerte zweeft
Vanuit mijn lichaam vandaan
Op zoek naar liefde…
Naakt huid tegen huid
Jouw handen die mij strelen
Zinnelijk genot…
Ik schrijf een boodschap
Op jouw verrukkelijk lijf
Streling voor het oog…
Aanraken, strelen
Onuitgesproken geluk
Samen genieten…
Met warme handen
Hart, ziel en huid bespelend
In maanlicht gevat…
Marc Hertens
-o-o-o-o-
Ook Pomerio is voor ons geen onbekende. Onder deze naam stuurde Dirk van Bogaert (afdeling Antwerpen-'t Wit Lavendel) al eerder gedichten in voor vorige Gedichtendagen. Bij zijn gedicht Tederheid gaf hij mee: "Niet nieuw geschreven, maar toch een beetje tijdeloos."
Mijn reactie erop was dat het niet uitmaakt of het dateert van 2025 of van - ik zeg maar wat – 1995. Er staat niet echt een datum op 'tederheid'. Het gedicht past in ieder geval prima bij het thema.
Daarop kreeg ik als antwoord nog een nadere 'specificatie' van Dirk: hij dacht dat dit gedicht nog dateert uit zijn 'romantische' periode…
Tederheid
Heb je al gezien hoe mooi je bent
Onder het zachte, gave licht?
Hoe je verwijlend en gewijd
Met teder aangezicht
Mij weerloos maakt in een gedicht?
Ik behoef dit tedere, deze taal
Van je lichaam en haar lijnen
Waar je wezen zich aanraakbaar
En geduldig steeds vertoont
En zich er niet mee vergenoegt
Alleen maar huid te zijn:
Waar binnen zich tot buiten heeft ontplooid
En uiterlijk tot innerlijk ontdooit.
Je bent een tijdloos water
Dat mij beschroomd wordt aangereikt
Waarin het wachten zich vertaalt
Tot tederheid en later.
Pomerio
Marianne van Scherpenzeel
Lid van de redactie van PrincEzine
Voor het aprilnummer staat de inzending van Hilde De Rore van de afdeling Land van Waas en Dendermonde I klaar.
In het Vrijheidsmuseum in Groesbeek bij Nijmegen, voorheen het Bevrijdingsmuseum, zal op zaterdag 12 april de gewestdag Oost-Nederland plaatsvinden. De voormalig directeur van het museum zal uitleggen wat er achter de naamswijziging van 'zijn' instituut zit.
Uiteraard kan het museum bezocht worden, maar er kan 's middags ook gekozen worden voor een geleide wandeling naar de Canadese militaire begraafplaats.
Het begrip 'tolerantie' zal ten slotte in kleine groepen worden besproken onder de deskundige leiding van Qader Shafiq, adviseur interculturele communicatie, dichter en schrijver.
Zaterdag 12 april 2025 van 10.00 uur tot 17.00 uur
Plaats: Vrijheidsmuseum, Wijlerbaan 4, 6561 KR Groesbeek
Er is voldoende parkeergelegenheid.
Kosten per persoon 49 euro en 17 euro entree tot het museum voor wie geen museumkaart heeft.
Uiterste datum aanmelding: 24 maart 2025.
Aanmelden per e-mail (marian.janssen3@ru.nl) onder vermelding van Gewestdag 2025, je afdeling, voor- en achternaam en eventueel die van je partner. Na aanmelding ontvang je een betalingsverzoek van de Nijmeegse penningmeester Jos Leijten.
In september 2024 werd Johan Van Stee lid van de afdeling Graafschap Loon (Belgisch-Limburg). Deze huisarts op rust stelt sinds enkele jaren zijn kennis graag ten dienste van Fedasil, het Federaal Agentschap voor de opvang van Asielzoekers.
Daarnaast ontpopte hij zich als fervent tuinier. In die hoedanigheid neemt hij graag de tuinen van het Kasteel van Heers onder handen.
"Tot twee jaar geleden was ik huisarts in Hasselt. Toen ik mijn praktijk stopte, hebben mijn vrouw en ik bewust 'ontkoppeld'. We verhuisden van de stad naar het rustiger platteland, zo'n dertig kilometer verderop, waar we een kleinere woning kochten in een groene omgeving. Dat idee was stilaan gegroeid."
"Drie jaar voor ik met pensioen ging, besloten we minder grote reizen te maken. We trokken meer in eigen land rond, of bleven toch dichter bij huis. We doorkruisten het land, van De Panne tot in het Nederlandse Maastricht. We zochten een vakantiewoning, eventueel een nieuwe thuis. Die nieuwe thuis vonden we uiteindelijk in Heers, op de taalgrens, zowat tussen Luik en Sint-Truiden."
Nieuwe contacten
In die nieuwe omgeving ging het echtpaar op zoek naar nieuwe contacten. "Vrienden maakten mij attent op de Orde van den Prince. Het hele opzet van de Orde stond me meteen aan en vermits we toch een nieuwe vriendenkring moesten uitbouwen, hapten we toe. Ik was aangenaam verrast. De lezingen, de muziekuitvoeringen en de rondleidingen leerden mij nieuwe dingen kennen. Het bestuur van de afdeling Graafschap Loon levert bijzonder veel inspanningen om een cultureel hoogstaand aanbod te brengen. De afdeling trekt daarom trouwens veel jonge leden aan."
Kasteel van Heers
Maar het bleef niet bij het lidmaatschap van de OvdP voor Johan Van Stee. Naast de kaartclub en de tafeltennisclub, engageerde hij zich ook als vrijwilliger bij het Kasteel Van Heers. "Dat kasteel is volkomen vervallen. Maar ik zorg mee voor het onderhoud van de tuinen. Daar proberen we nieuwe bospaden aan te leggen. Daarvoor heb ik zelfs een cursus kettingzagen gevolgd. Kwestie van veilig bezig te blijven."
Migranten
Naast deze groene invulling van de vrije tijd, zet Johan Van Stee zich ook in voor migranten. “Ik heb nog altijd een extra job bij Fedasil. Ik engageer me daar als huisarts, om asielzoekers de juiste medische zorg te geven. Het is een heel ander pathologisch aspect dan wat ik vroeger als huisarts onder ogen kreeg. Ziekten waar we hier zelden mee te maken hebben, zijn daar schering en inslag. Schurft, gonorroe…, voor een Belgische huisarts zijn het zeldzaamheden, maar hier passeert het regelmatig."
Lezen
Dat lijkt al een behoorlijk druk schema, maar toch is er tijd voor nog meer. "Sinds ik nu extra vrije tijd heb, ben ik weer aan het lezen geslagen. Wat ik lees, ligt dikwijls in het verlengde van mijn werk voor Fedasil. Ik las onlangs Mazzel tov van Margot Vanderstraeten over het jodendom en werken van Kader Abdolah over migratie. De frustraties van de migranten die ik dagelijks ontmoet, wil ik graag kaderen."
Het is duidelijk: het motto 'Vriendschap en verdraagzaamheid' van de OvdP zijn Johan Van Stee niet vreemd.
Chris Vermuyten
Lid van de redactie van PrincEzine
Gies M.L. Proesmans, consultant
Tine Verding, leerkracht Nederlands en Spaans
Johan Van Stee, gepensioneerd huisarts
Paul Bulens, gepensioneerd specialist radiotherapie-oncologie
Nathalie 't Jampens, advocaat
Antoon Declercq, ere-hoofdgriffier rechtbank van eerste aanleg
Thera de Jong
Hadewijch was een mystica die leefde rond 1250. Ze schreef gedichten, ook wel gezien als liederen, en ze beschreef haar visioenen. Gingen die over God, de liefde of misschien zelfs seks?
Neerlandica en theologe Annette Oud-van Dijk, lid van de afdeling Twente-Achterhoek, schreef een boek over hoe Hadewijch latere dichters heeft beïnvloed en geïnspireerd.
Over het leven van Hadewijch is niets bekend. Was ze een oversekste of juist zeer vrome non? Een edelvrouw? Een al dan niet vervolgde ketter? Een hysterisch iemand? Er is door de tijden heen van alles gesuggereerd, maar de consensus is volgens Annette van Dijk nu toch wel dat het een zeer religieuze vrouw uit een rijke familie was, zo stelde ze vorige maand in een podcast met de journalist Joop van der Elst.
Annette van Dijk had al veel van het werk van Hadewijch gelezen tijdens haar studie Nederlands, al werd dat door de docenten niet bepaald aangemoedigd. "Dat vonden ze veel te moeilijk." In haar eerdere boek Welk een ketter is die vrouw geweest! De plaats van Albert Verwey in de Hadewijchreceptie uit 2009 beschreef Annette van Dijk hoe Albert Verwey (1865-1937) zich als dichter, vertaler, criticus en hoogleraar met het werk van Hadewijch heeft beziggehouden.
Archief
Tijdens haar onderzoek naar Hadewijch in het werk van Albert Verwey vond ze ook gedichten over Hadewijch van andere auteurs. Dat was de basis van haar nieuwe boek In het spoor van Hadewijch. Ze heeft veel van deze gedichten opgenomen en geduid in haar boek. Het laat zien hoe kunstenaars zich door Hadewijch hebben laten inspireren en hoe zij, ook buiten de kring van mensen met belangstelling voor middeleeuwse geestelijke letterkunde, lezers wist te boeien met geschriften die passen in een lange, in onze tijd nog steeds voortlevende traditie. De vele dichters schetsen steeds een ander beeld en gebruiken andere literaire vormen, maar doen dat allemaal met eerbied voor Hadewijch.
1830
De Middelnederlandse liederen en gedichten van Hadewijch zijn pas rond 1830 gevonden en toen hadden ze geen idee wat voor soort teksten het waren. Ze vonden zelfs drie bijna identieke exemplaren, wat volgens Annette van Dijk betekent dat het in de middeleeuwen een populaire tekst geweest moet zijn. Dat terwijl vrouwen in de middeleeuwen de Bijbel niet mochten lezen en geen Latijn mochten leren, iets wat Hadewijch duidelijk allebei wel heeft gedaan.
Vragen
In de podcast roept Annette van Dijk veel vragen op. Wat is de mystiek? Hoe ervaar je het? Kun je bij de kern van de teksten van Hadwijch komen (spoiler alert: nee)? Hoe hebben Vlaamse nationalisten in het interbellum en de Tweede Wereldoorlog geprobeerd Hadewijch voor hun karretje te spannen door haar weg te zetten als een strijdbare Germaanse vrouw? Is het begrip 'minne', dat Hadewijch veel gebruikt, God zelf, liefde voor God, de liefde, een levenshouding?
In het spoor van Hadewijch, Annette van Dijk, Uitgeverij Verloren, 35 euro.
Princelid en neerlandicus Wim Wijnands heeft het boek gelezen
Een van mijn vroegere docenten Nederlands kenmerkte de dertiende-eeuwse dichteres Hadewijch als een nogal geëxalteerde juffrouw van wier werk wij noodzakelijkerwijs kennis moesten nemen, ondanks het feit dat we er volstrekt niets van zouden begrijpen. Dat was een enigszins ruwe samenvatting van wat literatuurhistorici over haar schreven.
“Een waarachtig harmonisch mensch komt ons uit haar werken niet tegemoet, eer een zeer talentrijke onevenwichtige”, vindt J.L. Walch, en J. Prinsen constateert: “Een geheimzinnig waas omgeeft deze dichteres, en bijna al wat over haar en haar omgeving geschreven wordt, eischt een vraagteeken”. Desondanks vindt Gerard Knuvelder dat zij “de hoogste top in het bergland van onze middeleeuwse letteren” is, ofschoon N. de Paepe verzucht dat “over Hadewijch, voor zover tot nog toe blijkt, niemand ons iets weet te vertellen”.
Gelukkig was N. de Paepe daarmee te voorbarig, want onlangs verscheen bij uitgeverij Verloren In het spoor van Hadewijch van Annette van Dijk, lid van de afdeling Twente-Achterhoek, waarin zij beschrijft hoezeer Hadewijchs gedichten en visioenen inspiratie vormden voor literatoren, musici en beeldende kunstenaars.
Het is geen biografie van Hadewijch – dat kan het ook niet zijn, want er is praktisch niets over haar leven bekend. Zij “is een van de geheimzinnigste personen uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis” meldt de eerste zin van het boek. Dat heeft een bonte rij literatuurhistorici, musici en beeldende kunstenaars uitgedaagd haar aan de hand van haar werk gestalte te geven. Met elkaar hebben zij het spoor van Hadewijch uitgezet.
Annette van Dijk heeft hun expedities nauwlettend geregistreerd en kritisch gewogen. In het spoor van Hadewijch is daardoor een boek geworden dat bij ieder die geïnteresseerd is in de continuïteit van de Nederlandse literatuur in de boekenkast hoort te staan en duidelijke sporen van gebruik moet tonen.
Tijdens een surpriseparty op het oude stadhuis heeft de Bergen op Zoomse kunstschilder Joop Mijsbergen op zijn negentigste verjaardag het ereburgerschap van de stad gekregen.
Joop Mijsbergen is geboren en getogen in Bergen op Zoom en heeft er sinds 1979 een teken- en schilderschool. Drie jaar daarvoor was hij lid geworden van de Orde van den Prince. Nu is hij het oudste lid van de afdeling.
Voordat de voorzitter de afdelingsvergaderingen afsluit, krijgt Joop altijd nog even het woord voor een goede mop of witz.
Joop Mijsbergen is een bekend en begenadigd kunstschilder, die zich met name toe heeft gelegd op het aquarelleren. Hij heeft in de loop der jaren zijn oeuvre op diverse exposities in binnen- en buitenland aan een breed publiek kunnen laten zien. Overigens, ook het ledenboek van de afdeling draagt 'sporen' van Joop, omdat na iedere installatie de nieuwe leden tekenen bij hun naam - gekalligrafeerd door Joop - en datum van toetreding.
Opgeleid
Joop is opgeleid aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Hij heeft veel betekend voor andere, al dan niet beginnende, kunstenaars. Zo was hij (mede)oprichter van kunststichtingen in Bergen op Zoom. Voor deze activiteiten is hij in 2023 onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Feestelijke middag
Ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag is hem door vrienden een feestelijke middag aangeboden in het oude stadhuis van Bergen op Zoom. Naast diverse sprekers uit de kunstwereld was er ook een bijzonder moment voor het bestuur van de stad ingericht. Uit handen van burgemeester mevrouw Margo Mulder kreeg hij vanwege zijn vele verdiensten de benoemingsoorkonde die hoort bij het ereburgerschap van de stad. Wethouder mevrouw Letty Demmers zegde daarnaast toe dat hij een expositie van zijn werk krijgt in het prestigieuze stadspaleis Het Markiezenhof. De planning is dat vanaf 9 mei gedurende enige maanden werk van Joop tentoon zal worden gesteld.
Het ereburgerschap van Joop Mijsbergen haalde ook de online lokale krant Bergen op Zoom in Beeld.
De Prince-Academie brengt dit voorjaar een serie over AI, een nieuwe technologie die een grote impact zal hebben op ons leven. De ontwikkelingen gaan heel snel. Deze technologische vooruitgang brengt ook aanzienlijke uitdagingen met zich mee.
Hoe kunnen we AI veilig en ethisch inzetten? Hoe zorgen we ervoor dat AI beslissingen neemt die betrouwbaar en controleerbaar zijn? Hoe gaan we juridisch om met de bronnen die gebruikt worden om de modellen te trainen? En hoe waarborgen we de privacy en veiligheid van gegevens in een wereld waar AI steeds meer controle krijgt?
Bart De Moor: AI als nieuwe systeemtechnologie
De verhelderende eerste inleidende lezing uit de cyclus van hoogleraar aan het Departement Elektrotechniek (ESAT) van de KU Leuven Bart De Moor 'AI als nieuwe systeemtechnologie' is nu terug te zien bij de Prince-Academie. Systeemtechnologieën zoals netwerken van water, elektriciteits- en andere energievoorzieningen, mobiliteits-, informatie- en communicatienetwerken hebben de samenleving helemaal veranderd. Alles laat vermoeden dat het met AI dezelfde weg opgaat. Artificiële intelligentie zal doordringen in alle dimensies van de samenleving. Hoe gaan we daarmee om?
Frieda Steurs, Taal in transformatie, 25 maart
De titel van de lezing van Frieda Steurs, professor emeritus aan de KU Leuven, faculteit Letteren, is 'Taal in transformatie. Technologie, economie en de kracht van generatieve AI'. Met de razendsnelle opkomst van AI en taalmodellen zoals ChatGPT, staat taal meer dan ooit in de schijnwerpers. Maar hoe beïnvloeden deze technologische ontwikkelingen onze communicatie, economie en de toekomst van het Nederlands? Schrijf nu in.
Paul Timmers, AI en geopolitiek: 28 april
Gasthoogleraar aan de KU Leuven en onderzoeksmedewerker aan de universiteit van Oxford Paul Timmers zal spreken over 'AI en geopolitiek, conflict en samenspel'. Door de toenemende afhankelijkheid van digitale informatiesystemen en het toenemend gebruik van AI als handels- en oorlogswapen wordt cybersecurity cruciaal om onze samenleving, economie, democratie en fundamentele vrijheden veilig te stellen. Hier kun je inschrijven.
Kathleen Gabriëls, Invloed AI op denken, taal en moraliteit: 12 mei
Kathleen Gabriëls, hoofddocent aan de Universiteit Maastricht, is als moraalfilosofe gespecialiseerd in computerethiek. Ze komt op maandagavond 12 mei aan het woord over de 'Invloed van (Gen)AI op denken, taal en moraliteit. We moeten opnieuw kritisch leren denken'. Wat is artificiële intelligentie? Hoe zal het ons toekomstige leven veranderen? Hoe moeten we met deze technologie omgaan? Cruciale vragen! Hier inschrijven.
Meer informatie over deze lezingen in de voorjaarscyclus over AI is te vinden op de website van de Prince-Academie.
Debatsalon met de bekendste stadsgids van Antwerpen: Tanguy Ottomer
In de serie auteurs uit eigen rangen komt op maandagavond 24 maart Tanguy Ottomer, lid van de afdeling Scheldeland, aan het woord. De originaliteit van zijn stadswandelingen en zijn unieke spontane aanpak worden in binnen- en buitenland geroemd. Zo riep CNN hem uit tot "one of the seven savviest tour guides in the world" en werd hij door Toerisme Vlaanderen gekozen tot de beste toeristische ambassadeur van Vlaanderen. Hij heeft meer dan twintig boeken geschreven.
Zijn meest recente boek De Boerentoren, het verhaal van een icoon is gebaseerd op historisch onderzoek en is prachtig geïllustreerd. Wil je meer weten over deze eerste wolkenkrabber van Europa? Schrijf je dan snel in.
Studenten Neerlandistiek aan buitenlandse universiteiten zoeken taalmaatjes
De Prince-Academie organiseert ook dit semester weer taalcafés. Er zijn meer aanmeldingen van buitenlandse studenten die willen meedoen dan ooit. We zoeken dus extra gesprekspartners binnen onze vereniging. Deelnemen aan een taalcafé vergt geen speciale pedagogische vaardigheden of ervaring, maar het levert je wel interessante gesprekken op. Help de studenten hun spreekvaardigheid te oefenen en meer zelfvertrouwen op te bouwen.
Kun je een of meer van de volgende avonden (26 maart, 31 maart, 23 april, 24 april, 29 april, 5 mei of 6 mei), schrijf je dan in. De studenten hebben je nodig!
Mieke Langenberg
Lid werkgroep Prince-Academie
In de avond van 6 februari werden de leden van de afdeling Bergen op Zoom opgeschrikt door het bericht dat ons lid Hermann van Hoof onwel was geworden op de roeivereniging en ter plekke is overleden. Tot zijn pensionering werkte hij als financieel directeur en consultant.
Voor iedereen die hem kende was het een schok. Hermann was een zeer sportieve, erudiete, goedlachse man van 76. Een roeier, fietser en wandelaar die dagelijks zijn rondjes trok en altijd vol plannen zat. Met een bourgondische inslag. Dat zeker.
Hermann werd lid in november 2003. Zijn drukke agenda noopte hem om zijn lidmaatschap op te zeggen. Maar niet voor lang. Enkele jaren geleden - aangestoken door de enthousiaste verhalen van leden - stapte hij opnieuw in. En met veel plezier. Wederzijds!
We gaan Hermann missen.
Afdeling Bergen op Zoom
Professor Freek Van de Velde is hoogleraar Nederlandse taalkunde en historische taalkunde aan de KU Leuven. Bij de afdeling Diest sprak hij vorige maand over de vraag waar het Nederlands nu eigenlijk vandaan komt. Hij moest er bijna 10.000 jaar voor terug in de tijd.
Het onderzoek van professor Freek Van de Velde richt zich op taalvariatie, taalverandering, kwantitatieve taalkunde en culturele evolutie van taal. Tevens is hij een veelgevraagd spreker en auteur van onder andere het vorig jaar verschenen boek Wat taal verraadt. Een kleine geschiedenis van brein tot beschaving.
Met zijn 46 jaar is hij toch wel een 'jonge prof'. Op zijn enthousiaste, energieke wijze wist deze bevlogen verhalenverteller de 33 aanwezigen, waaronder drie gasten, te begeesteren.
Taalcontact
De motor achter taalverandering is taalcontact, stelde professor Van de Velde. Hierin spelen vooral migratie (volwassen tweedetaalverwervers) en prestige (bijvoorbeeld het Frans in de middeleeuwen) een grote rol.
Dit is de tijdslijn van de evolutie van de Indo-Europese talen:
Proto-Indo-Europees: 3.000 v. Chr.
Proto-Germaans: 2.000 v.Chr.-500 na Chr.
Oudnederlands: 700-1200
Middelnederlands: 1200-1500
Nieuwnederlands: 1500 tot nu
Stroomversnelling
Vanaf de 18e eeuw kwam de historische taalkunde in een stroomversnelling. Wetenschappers als William Jones, Lambert ten Kate, Jacob Grimm, Rasmus Rask en Franz Bopp zochten verder dan de oude, bekende Griekse en Latijnse teksten, en ontdekten, zowel in woordenschat als in grammatica, nieuwe verbanden met het Sanskriet. Het Indo-Europees was een wonderlijke, complexe taal. William Jones en anderen konden een stamboom van onze taal opstellen die duizenden jaren verder terugliep dan tot dan toe bekend was. Dat lukte voor bijna alle Europese talen, behalve voor het Baskisch, Fins, Hongaars en Turks.
Pletwals
Hoe kan het dat het Indo-Europees zich als een pletwals verspreidde over Europa? Hierover bestaan twee hypothesen:
De Koergan-hypothese: woeste krijgers te paard kwamen uit de Oekraïense, Pontische steppen zo’n 5.000-6.000 jaar geleden. Maar zij schreven nog niet. Dat was een snel proces.
De Anatolische hypothese: boeren uit Anatolië kwamen westwaarts zo’n 8.000-9.500 jaar geleden. Dat verliep traag.
Comparatieve methode
De taalwetenschappers gebruikten archeologie, genetica en, binnen de linguïstiek, de comparatieve methode en woordreconstructies. Het woord 'water' bijvoorbeeld werd gereconstrueerd in vele talen: Gotisch, Umbrisch, Latijn, Grieks, Sanskriet, Litouws, Armeens, Albanees, Hettitisch, Tochaars, Oudiers en Oudkerkslavisch.
Ze probeerden erfwoorden te onderscheiden van ontleningen en daarbij anachronismen te vermijden. De Anatoliërs gebruikten de woorden 'wiel', 'metaal', 'wol'. Maar ze hadden nog geen paarden. Omdat de Koerganstrijders later kwamen, kenden zij reeds de landbouwtermen. Op die manier kon men een correcte tijdslijn tekenen.
Fabel
De Duitse taalkundige August Schleicher kon in de 19e eeuw een volledige fabel reconstrueren in het Proto-Indo-Europees. De titel is 'De schapen en de paarden'. Werkelijk een verbluffend werk!
Bij de verdere evolutie naar het Germaans nestelden zich veel onzuiverheden (dialect) in het Indo-Europees. Zowel nieuwe lokale woorden als veranderingen in de grammatica beïnvloedden onze taal. De sprekersgemeenschap groeide in aantal en er kwamen ook meer volwassen tweedetaalverwervers. Daardoor werd de grammatica minder complex. Men gebruikte meer hulpwerkwoorden, meer voornaamwoorden en een andere woordvolgorde.
Het geheel van deze verschijnselen wordt deflexie genoemd. Als voorbeeld haalde de spreker aan hoe in het Dalabon, een Aboriginal-taal uit Noord-Australië, één woord hetzelfde kan uitdrukken als een hele paragraaf in het Nederlands. Vandaag bestaan in het Yagua, gesproken in het noordoosten van Peru, nog vijf verschillende verleden tijden.
Oudnederlands
Door vermengingen vanaf het westen (het Noordzeegermaans, ook wel het Ingvaeoons genoemd) en het oosten (het Frankisch) evolueerden we naar het Oudnederlands. Dit situeert zich tussen het Engels en het Duits. Zo ontstond onder andere de grens tussen de meervoudsvormen op -s en op -en. In de periode 1100-1300 trok de grote rijkdom van Londen en Parijs veel arbeidsmigranten aan, wat zorgde voor taalverandering. Het prestige van de Franse taal had ook een grote invloed op onze taalevolutie. Zo werd de verleden tijd anders gevormd en viel de 'h' weg in veel dialecten. Nog steeds zijn er verschillen tussen het westen en oosten van het land. Die verschillen schuiven geleidelijk op naar het oosten en zijn meer uitgesproken in de stedelijke gebieden.
Na de voordracht kwamen er nog heel wat vragen los. De enthousiaste professor had de aanwezigen duidelijk weten te boeien.
De laatste jaren is het aantal parochiekerken en bijkerken in het bisdom Hasselt met bijna een derde afgenomen. Wat gebeurt er met de kerken die worden 'herbestemd'? Hoe gaat dat proces? Hoe behouden we waardevol erfgoed? Wie beslist daarover? Wie betaalt wat?
Christos Knieper, diensthoofd kerkfabrieken van het bisdom Hasselt, kwam het de afdeling Haspengouw vorige maand uitleggen.
In 2011 verscheen onder verantwoordelijkheid van minister van Binnenlands Bestuur en Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois de conceptnota 'Een toekomst voor de Vlaamse Parochiekerk'. In deze nota werden voor de kerken monitoring, advies en begeleiding voor kerkenbeleidsplannen, trajecten en neven- en herbestemmingen vormgegeven. Dit werd gekoppeld aan roerend en immaterieel erfgoed (2012-heden: PARCUM – expertisecentrum voor religieuze kunst en cultuur). In 2013 verscheen het 'Decreet houdende toekenning subsidies voor gebouwen van de eredienst' met daarin opgenomen subsidies voor niet-beschermde parochiekerken.
Kerkenbeleidsplan
Vanuit het Onroerenderfgoeddecreet (2013) werd in 2015 het 'Kerkenbeleidsplan' vastgelegd, met voorwaarden en premies voor beschermde parochiekerken. In 2016-2021 werd het 'Projectbureau Herbestemming Kerken' opgericht. Er verschenen 142 haalbaarheidsstudies en in 2017 werd de 'Inspiratienota Kerkenbeleidsplannen' gepubliceerd, met daarin aandacht voor onroerend erfgoed en vormelijke voorwaarden voor een kerkenbeleidsplan.
Visienota Vlaamse regering (2021)
Oprichting 'Platform Toekomst Parochiekerken': één aanspreekpunt voor neven- en herbestemming (zie: www.toekomstparochiekerken.be).
In het Eredienstendecreet wordt de verplichting opgenomen om vanaf januari 2025 te zorgen voor een actueel en goedgekeurd kerkenbeleidsplan, gekoppeld aan de meerjarenplannen van de kerkfabrieken.
Uitbreiding van financiële steunverlening.
Privé-initiatief als zinvolle optie.
(Her)bestemmingsprofiel van parochiekerken.
Visie van de bisschoppen
In 2012 verschenen richtlijnen van de Vlaamse bisschoppen voor het gebruik van de parochiekerken. Gemeenten financieren de tekorten van de kerkfabrieken en de bisschoppen denken mee in wat wel en niet kan in een parochiekerk. De eredienst blijft in een parochiekerk het hoofdgegeven. Daarnaast kan er toestemming gegeven worden voor medegebruik, mits dat niet storend is voor de eredienst. Nevenbestemming en hergebruik is ook mogelijk. Men vertrekt concreet vanuit de pastorale organisatie in de parochie, men kijkt dus niet enkel naar het gebouw.
Het kerkgebouw, betekenis en toekomst (2020)
Een pastorale eenheid is de nieuwe parochiestructuur, omdat in een pastorale eenheid de afzonderlijke parochies nog blijven bestaan. Het omvat meerdere kerkdorpen. De eucharistie is de kern van de pastorale eenheid en wordt gevierd in de zondagskerk. Is er geen priester, dan is er geen eucharistie, maar kan er wel een gebedsviering zijn. De pastorale eenheid dient niet louter functioneel benaderd te worden, maar is wel gestoeld op realisme en voorzichtigheid. Er is ook ruimte voor 'Open kerken': een pastoraal project dat openstaat voor iedereen die erfgoed, kunst, stilte, ontmoetingen, rust of meditatie waardeert.
Samenwerking
De toekomst van de parochies berust op samenwerking tussen de parochiale eenheid, de gemeente en de bisschop. In 2025 is actualisatie van het kerkenbeleidsplan verplicht. Dit meerjarenplan mag een half jaar oud zijn. Het dient vanuit lokale krachten tot stand te komen, moet passen binnen de ruimtelijke ordening, benoemt de actuele functie, geeft een visie op het gebruik en heeft een plan van aanpak met een tijdlijn. Het benoemt hoofd- en nevenbestemmingen, dan wel herbestemming voor 'niet-onwaardig gebruik' of afbraak.
De pastorale eenheid
De opdracht van de pastorale eenheid is 'alles voor allen' zijn. Dit betekent dat er een eengemaakt beleid en programma is rondom liturgie en gebed, catechese en verkondiging, diaconie en solidariteit. Dat alles met een gezamenlijke materiële onderbouwing en dienstverlening van de leiding. Gezamenlijke materiële onderbouw houdt in dat er een centraal secretariaat is, er een eengemaakt financieel beleid wordt gevoerd, het patrimonium in een nieuw perspectief gesteld wordt en de kerkbesturen in onderling overleg treden via het Centraal Kerk Bestuur. Dit CKB onderhoudt ook de contacten met de gemeente.
Kerkenbeleidsplannen
Vanaf 1 januari 2025 moet elke gemeente werk maken van een actueel en goedgekeurd kerkenbeleidsplan (KBP), een schriftelijk document dat een lokaal gedragen langetermijnvisie bevat voor alle parochiekerken op het grondgebied van de gemeente. Het plan mag niet ouder zijn dan zes maanden bij indiening. Wanneer een KBP voor die datum niet haalbaar is, worden de investeringskredieten opgeschort voor die kerken waarover geen overeenstemming is, tot de goedkeuring van het KBP (artikel 33/2 van het eredienstendecreet van 7 mei 2004). Die goedkeuring betekent dat de bisschop het document ondertekend moet hebben en dat de gemeenteraad het heeft goedgekeurd. De gemeente beschikt ten laatste op 1 juni 2025 over het plan, als nieuwe fusiegemeente op 1 juli 2025.
Inhoud van een kerkenbeleidsplan
Een kerkenbeleidsplan bevat een beschrijving van alle kerken die tot de pastorale eenheid behoren: hun cultuurhistorische waarde, hun beschermingsstatuut en bouwfysische toestand, de eigendomstoestand, de situering in de ruimtelijke omgeving (ligging, faciliteiten…), een beschrijving van het actuele gebruik en de actuele functie, een onderbouwde visie op het toekomstige gebruik en de toekomstige functie, plus een plan voor realisatie van de toekomstige invulling (eredienst, valorisatie, medegebruik, neven- en herbestemming).
Tijdlijn
Fase 1: Indienen pastoraal plan.
Fase 2: Overleg kerkelijke en burgerlijke kant, stuurgroep raadplegen, achterban horen, participatie parochianen.
Fase 3: Opmaak inventarissen en gezamenlijk standpunt bepalen en op punt zetten van vormelijke aspecten van het kerkenbeleidsplan.
Fase 4: Goedkeuring door bisschop en gemeenteraad.
Fase 5: Achterban informeren over de inhoud van het kerkenbeleidsplan.
Daarna: implementatie opvolgen via structureel overleg (conform Uitvoeringsbesluit oktober 2023).
Aanduidingen
Op dit moment worden in het bisdom Hasselt de meeste kerkgebouwen behouden voor de eredienst (43%), bijna een kwart kent een nevenbestemming (23%) en iets meer dan een derde komt in aanmerking voor herbestemming (34%).
Statuut kerken
Van 307 Limburgse parochiekerken en bijkerken in 282 parochies is men gegaan naar 220 parochiekerken en bijkerken. Een aantal parochies moet men nog bekijken.
- Er zijn 60 zondagskerken aangeduid voor de provincie Limburg.
- 97 kerken staan open voor valorisatie (behouden of verbeteren, mede aangemoedigd door de overheid).
- 86 kerken staan open voor nevenbestemming.
- 87 kerken kunnen herbestemd worden (ontwijding).
- 37 kerken zijn al herbestemd.
Middelen
Waar haalt men de middelen om te investeren in nevenbestemmingen? Wanneer de nevenbestemming nauw aansluit bij de opdracht van de kerk, is het dan ook de kerkfabriek die opnieuw moet meebetalen? Te merken is dat de kassen worden leeggemaakt. Op niet al te lange termijn is het niet zeker hoe lang de situatie houdbaar is als de overheid anders gaat financieren. Hoe kan daar een evenwichtige lijn worden getrokken?
Beheer kerkgebouwen
Een kerkfabriek bestaat uit 5+1 personen. Een beperkte groep krijgt toezicht over het wel en wee van, bij samenvoegingen, meerdere kerken. De nieuwe kerkfabriek krijgt een grote opdracht en verantwoordelijkheid, terwijl het vrijwilligerswerk is. De dossiers zijn soms complex en vragen veel aandacht en expertise. De leeftijd van de mensen in de kerkfabriek is vaak hoog. De wetgeving vraagt dat de leden rooms-katholiek zijn, maar dat zegt nog niets over hun daadwerkelijke kerkbetrokkenheid. Het is niet gemakkelijk om nieuwe mensen te werven. Penningmeesters zijn knelpuntfuncties. Een vacante plaats wordt altijd openbaar gemaakt, maar vaker is het een kwestie van mensen aanspreken, aangezien het anders moeilijk wordt om het ambt in te vullen.
Respectvolle invulling
Hoe kan worden gewaarborgd dat er met respect wordt omgegaan met de gebouwen, zowel qua invulling als qua geschiedenis of verbouwing? De Commissie voor Kerkelijk Patrimonium houdt hier toezicht op, ook al is dat niet gemakkelijk.
Financiering
Wat zal de financiering van de overheid in de toekomst brengen? Wat zullen gevolgen voor het beheer van gebouwen zijn? Nu passen de gemeentes de tekorten bij. In een voortdurende respectvolle en open dialoog met alle betrokken partijen - parochianen, de pastorale eenheid, het CKB, de kerkfabrieken, de gemeente en de bisschop - zal men de kerkenbeleidsplannen doelgericht, adequaat en toekomstgericht kunnen realiseren, desgewenst bijsturen en zo de nieuwe koers vormgeven.
Anne van den Berg
Secretaris van de afdeling Haspengouw
Decennialang beleid inzake onderwijsvoorrang en gelijke onderwijskansen slaagden er niet in de onderwijsongelijkheid in Vlaanderen te verminderen. Hopelijk zal het kleine zaadje van de Talenten Academie Limburg (TALim) er wel in slagen en tot een grote boom uitgroeien. De afdeling Genk doet mee en levert gastdocenten, begeleiders en logistieke steun.
Op de website van de Talenten Academie Limburg lezen we over hun ambities en aanpak:
TALim pakt de vroegtijdige schooluitval in Limburg aan!
Het doel van TALim is glashelder: het aantal vroegtijdige schoolverlaters in Limburg verminderen. De cijfers spreken voor zich: in 2014 lag het percentage vroegtijdige schoolverlaters in onze provincie nog onder de 10%, maar in 2022 was dit al gestegen tot 13,5%. Meer dan 1 op de 8 jongeren verlaat in Limburg de school zonder een diploma secundair onderwijs, en in sommige gemeenten loopt dat op tot maar liefst 1 op de 5. Jaarlijks gaat het om meer dan 1000 jongeren die zonder diploma afhaken.
TALim – Talenten Academie Limburg – wil dit hoge aantal drastisch terugdringen.
Daarom biedt TALim een zaterdagschool aan voor tieners tussen 10 en 14 jaar, en een alumniwerking voor jongeren die het driejarige programma hebben afgerond. Via de zaterdagschool brengen we jongeren in contact met de wereld van bedrijven, beroepen en organisaties waarin ze later terecht kunnen komen. Zo ontdekken ze wat er allemaal mogelijk is in de toekomst. Met behulp van gedreven gastdocenten, die inspirerend vertellen over hun beroepen, helpen we hen hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Daarnaast werken we aan hun zelfvertrouwen en hun kennis van het Nederlands.
Ons programma biedt een driejarige ontdekkingsreis, waarin tieners gedurende het schooljaar een gevarieerd aanbod aan workshops volgen. Elke zaterdag staan drie experts klaar om in interactieve sessies beroepen en de bijbehorende talenten te presenteren. Deze workshops worden begeleid door een groot team van vrijwilligers die onze jongeren ondersteunen en inspireren. Tijdens deze drie jaar zien we hen groeien: ze worden zelfverzekerder, mondiger, ontdekken hun eigen talenten en leren ook wat minder bij hen past.
Na drie jaar stromen de jongeren door naar de alumniwerking van TALim. Hier blijven we hen inspireren en uitdagen om hun best te doen op school en om studierichtingen te kiezen die aansluiten bij hun talenten, totdat ze hun diploma secundair onderwijs behalen. TALim richt zich vooral op die tieners voor wie het project de grootste impact kan hebben.
Bij TALim geloven we in het oneindige potentieel van onze jongeren. Samen met hen ontdekken en ontwikkelen we hun talenten, en matchen we die aan de beroepen die ze elke zaterdag leren kennen. Zo bereiden we hen voor op een succesvolle toekomst waarin hun grootste potentieel wordt bereikt en waarin een diploma voor iedereen haalbaar wordt.
Programma
Het driejarig programma startte in 2021-2022 in Genk, in 2022-2023 in Beringen en in 2024-2025 in Maasmechelen. De alumniwerking startte in Genk in 2024-2025. Einde van dit schooljaar volgden ongeveer 250 tieners de academie. Het uitgewerkte curriculum, draaiboek en leidraden uit de pilotfase zijn overdraagbaar naar andere gemeenten.
TALim gaat uit van een uniek onderwijsconcept dat niet alleen het onderwijs maar ook de brede omgeving betrekt. Vanuit de gedachte 'It takes a whole village to raise a child' ontwikkelt TALim een breed gedragen onderwijsflankerend concept, waarbij een netwerk van ouders, burgers, organisaties, bedrijven, overheden, universiteit en hogescholen uitgenodigd wordt hun schouders eronder te zetten.
De Limburgse universiteit Uhasselt en de hogescholen UCLL en PXL ondersteunen dit initiatief. Uhasselt staat in voor flankerend wetenschappelijk onderzoek. De Leerstoel 'Luc De Schepper' is een onderzoekstraject om de impact van TALim te evalueren.
Afdeling Genk
De afdeling Genk van de Orde van den Prince engageerde zich via het project 'Intergeneratieve uitwisseling tussen de Orde van den Prince en de Talenten Academie Limburg TALim'. Zowel in 2022 als in 2024 stond TALim op het programma van afdeling Genk.
Meerdere Genkse Princeleden engageerden zich als lid van de stuurgroep TALim, als gastdocent of als begeleider. Anderen verleenden logistieke hulp bij het vinden van locaties, bedrijfsbezoeken, onthaal van ouders, enzovoorts. De betrokkenheid van de OvdP bij TALim bevordert de open debatcultuur over maatschappelijk relevante onderwerpen ter bevordering van tolerantia en amicitia. De afdeling heeft tastbaar gemaakt waarvoor de OvdP ook staat!
Gegevens
Recente gegevens over vroegtijdige schoolverlaters in het secundair onderwijs zijn te vinden op de website van de Vlaamse overheid. Voor meer info over TALim verwijs ik graag naar de website van UHasselt. Onder de rubrieken 'Wie zijn wij?', 'Wat doen we?', 'Alumni', 'Verhalen' en 'Partners' vind je meer gegevens over dit ambitieuze project tegen vroegtijdige schooluitval. Vooral het artikel 'Uhasselt gaat impact van project tegen schooluitval wetenschappelijk onderzoeken' is verhelderend. Ook de flyer voor potentiële sponsors is warm aanbevolen.
En wie graag het jaarevent op het einde van het schooljaar meemaakt noteert alvast 2 juni 2025 in de agenda!
Els Palmaers, afdelingscoördinator NT&C van de afdeling Genk
Medeoprichter en lid van de stuurgroep TALim
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op 18 april 2025. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief dienen artikelen uiterlijk maandag 14 april (liefst eerder) binnen te zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Portefeuillehouder Communicatie Ruud Hendrickx geeft tips voor het schrijven van teksten die op een scherm gelezen moeten worden, in een video van de Prince-Academie.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel en Chris Vermuyten.