Zeventig jaar geleden werd de Orde van den Prince opgericht als genootschap voor taal en cultuur van de Lage Landen. Vandaag willen we dat oorspronkelijke engagement vernieuwen: aanwezig zijn, herkenbaar, midden in het socioculturele veld. Een gemeenschap die taal en cultuur beleeft met open vizier - binnen én buiten de afdelingen. De kracht van de OvdP ligt in ontmoeting, taal, cultuur en vriendschap. Maar pas als we naar buiten treden, zullen anderen zien wat ons bijzonder maakt.
In september sprak ik over de drie pijlers van ons beleidsplan: verbondenheid binnen de afdelingen via het jaarthema, ontmoetingen over de afdelingen heen en zichtbaarheid naar buiten toe. Over dat laatste wil ik het nu hebben: onze uitstraling.
De Orde van den Prince werd zeventig jaar geleden opgericht als een besloten genootschap voor taal en cultuur, maar met een duidelijk engagement: naar buiten treden. Niet met standpunten of manifesten, wel door "voornaam optreden van haar leden in bewuste verbondenheid met de gemeenschap". Die gedachte blijft vandaag verrassend actueel.
In een tijd waarin besloten verenigingen snel als wereldvreemd of elitair worden gezien, is zichtbaarheid essentieel. Niet om luid te roepen, maar om discreet aanwezig te zijn in het socioculturele middenveld - als een baken van vriendschap, tolerantie, taalplezier en cultuurbeleving. Dat beeld willen we versterken, want uitstraling brengt niet alleen herkenning, maar ook nieuwe energie en jongere leden.
Daarom zoeken we actief samenwerking met partners zoals de Taalunie, het ANV, Onze Taal, de Lage Landen, de IVN. We waren dit jaar aanwezig op de viering van zeventig jaar zomercursus in Gent, op het Colloquium Neerlandicum in Brussel en op het Taalfeest in Utrecht, waar duizend deelnemers de naam Orde van den Prince leerden kennen als bondgenoot van de Nederlandse taal en cultuur. Binnenkort volgen de Pacificatielezing in Gent en een gezamenlijk colloquium met het ANV in Antwerpen.
Ook de Prince-Academie blijft ons venster op de wereld. Ze brengt actuele thema's binnen via online lezingen en debatsalons, en ze toont tegelijk naar buiten toe wie wij zijn: een gemeenschap die taal en cultuur beleeft met open vizier.
Tot slot een persoonlijke oproep. Vzw Ons Erfdeel, uitgever van de lage landen, The Low Countries, Les Plats Pays/Septentrion, dreigt zwaar te worden getroffen door besparingen zowel vanuit Nederland als Vlaanderen. Als je dit unieke samenwerkingsproject tussen Vlaanderen en Nederland een warm hart toedraagt, kun je helpen door je te abonneren op het blad via onze website - met 25% korting voor OvdP-leden.
Samen maken we zichtbaar waar de OvdP voor staat: taal, cultuur en vriendschap die verbinden - binnen én buiten de muren van onze afdelingen.
Jan Van Daele
President
Ruim duizend taalliefhebbers uit Nederland en Vlaanderen kwamen afgelopen zaterdag bij elkaar in Utrecht voor het Taalfeest. De OvdP was prominent aanwezig met een kraampje om onze missie onder de aandacht te brengen. Het Taalfeest bood zo een uitgelezen kans om ons te presenteren aan een breed publiek.
Op 27 oktober is VRT-journaliste Veerle De Vos te gast bij de Prince-Academie. Ze duikt in het verleden van China om het heden te begrijpen en beter voorbereid te zijn op de toekomst.
Veerle De Vos woonde en werkte in de jaren negentig twee jaar in China. Ze gaf er Engelse les en raakte gepassioneerd door het land. Haar ervaringen schreef ze neer in het boek In elke rivier schijnt een maan (2012). Sindsdien volgt ze het land voor VRT NWS.
In haar lezing spreekt zij over het huidige en over het historische China. Ze gaat na op welke manier de ervaringen van de Leuvense jezuïet Ferdinand Verbiest, die in de zeventiende eeuw naar China trok, relevant zijn in onze huidige tijd. Een tijd waarin China steeds assertiever zijn plaats opeist in de wereld.
Inschrijven voor de lezing van Veerle De Vos kan op de website van de Prince-Academie.
Op 8 november wordt in Gent de 41e Pacificatielezing gehouden door de Duitse journalist Philipp Blom. De titel van zijn lezing is De pacificatie van Europa - Inventarisatie en uitdaging.
De OvdP steunt de Pacificatielezing en is met tientallen leden aanwezig.
Philipp Blom (Hamburg, 1970) is een Duitse historicus, filosoof, romanschrijver en journalist. Hij is bekend om zijn scherpe analyses van actuele vraagstukken en zijn vermogen om grote historische ontwikkelingen te verbinden met het heden.
Hij studeerde in Wenen en Oxford, werkte in Londen als vertaler, schrijver, editor en journalist, en woonde in Parijs voordat hij zich in 2007 in Wenen vestigde met zijn vrouw, schrijfster Veronica Buckley.
Met een Duitse vader en Nederlandse moeder spreekt hij vloeiend Nederlands, wat zijn bekendheid in het Nederlandse taalgebied vergroot. Bloms werk kenmerkt zich door kritisch denken, verbeeldingskracht en een pleidooi voor maatschappelijke betrokkenheid in tijden van verandering.
Lezing
In de lezing onderzoekt Blom hoe een pacificatie van Europa er vandaag uit kan zien. Het vroegere Europese model - gebaseerd op Amerikaanse leiding en sociale samenwerking - werkt niet meer. Europa staat nu voor agressie uit het oosten, verzwakkende democratieën en de uitdagingen van klimaat, demografie en migratie. Kan het continent deze crisissen overwinnen en sterker worden, of dreigt het zelf gekoloniseerd te raken? Wat is essentieel voor duurzame vrede in Europa?
OvdP is er ook
De OvdP steunt de Pacificatielezingen. De dertig deelnemers aan de OvdP-reis naar Gent zullen de lezing bijwonen. Voor die reis zijn er nog enkele plaatsen beschikbaar. Ook voor het diner kun je je nog altijd aanmelden. Meer informatie.
Praktisch
Inschrijven voor de Pacificatielezing kan tot 31 oktober via de website van de vzw Pacificatielezingen.
Plaats: Stadhuis Gent
Tijd: 8 november, 15.00 uur
De afdeling Tienen krijgt een bijzondere vrouw op bezoek. Op dinsdag 9 december spreekt zuster Jeanne Devos over haar levenswerk in India. Alle leden van de OvdP zijn uitgenodigd.
Midden jaren tachtig stichtte zuster Jeanne Devos de National Domestic Workers Movement, een belangenvereniging voor de armsten in India die opkomt voor de rechten van misbruikt huispersoneel. Vaak gaat het over schrijnende toestanden die grenzen aan slavernij, met zoals zo vaak de kwetsbaarsten in de maatschappij als slachtoffer. Daarnaast komt zij op voor slachtoffers van het kastesysteem en misbruikte kinderen.
Zuster Jeanne Devos heeft haar hele leven gewijd aan deze missie. Nu, op negentigjarige leeftijd, is zij op rust in Leuven, maar vol gloed blijft zij de mensen wakker schudden en het onrecht bestrijden. Het leverde haar in 2005 een nominatie op voor de Nobelprijs voor de Vrede.
Voor haar voordracht wordt zij begeleid door haar nicht, Julie Hendrickx-Devos, zelf geboren in India, opgegroeid in België, en intussen voorzitter van Beweging.net.
De bijeenkomst in Tienen is een unieke gelegenheid om deze vrouw uit de streek, die een levende legende geworden is, persoonlijk te kunnen ontmoeten en naar haar verhaal te luisteren.
Voor de lezing wordt je een glas aangeboden. Na de lezing heb je de kans om vragen te stellen en is er een uitgebreide receptie.
Guido Vermeulen
Voorzitter van de afdeling Tienen
Plaats: de Serre van Hotel Kronacker in Tienen
Tijd: 9 december, 19.30 uur
Prijs: 50 euro per persoon
Je kunt je inschrijven voor deze bijeenkomst door het verschuldigde bedrag te storten op het rekeningnummer van de afdeling Tienen (BE79434611840133) voor 30 november. Vermeld de naam van wie deelneemt.
Voor jonge nieuwkomers in Vlaanderen kan de zomervakantie ein-de-loos duren en dan niet in de goede betekenis van het woord. Centrum voor Taalactivatie en Kunsteducatie Het Berenhuis in het Belgisch-Limburgse Heusden-Zolder organiseerde daarom voor hen vier zomerkampjes van een week. Daar konden de kinderen hun Nederlands blijven oefenen en leerden ze de Nederlandstalige cultuur beter kennen.
De afdeling Limburg I ondersteunt de zomerkampen al zes jaar als NT&C-project, afgelopen zomer met 2000 euro. Dat geld is de opbrengst van een benefietavond, aangevuld met een NT&C-subsidie van het Bestuur.
Eindeloos. Weet je nog hoe je je - toen je nog op school zat - voelde op 1 juli? De verlaten speelplaats. De vergeten boekentas. De vakantie, die zich eindeloos voor je uitstrekte. Zoveel plannen die je had. De zandbak, de speeltuin, de zee, de vrienden die allemaal op je wachtten. Eén grote schatkist vol avonturen die je zomaar - na die allerlaatste schooldag - kon openmaken om erin te duiken. Het klinkt lyrisch. Zo moet het ook zijn. (Voor de Nederlandse lezers: in Vlaanderen duurt de zomervakantie van scholen altijd van 1 juli tot 1 september, de redactie.)
Aftelsom
Toch is voor heel wat kinderen die zomervakantie alleen maar een aftelsom van de dagen tot 1 september. Omdat ze hele dagen alleen thuis zijn en geen vrienden zien. Omdat ze zo geen kansen hebben om hun Nederlands te oefenen. Omdat ze in een klein appartement wonen. Of hun juf en meester missen, tegen wie ze alles kunnen vertellen. Omdat ze weten dat klasgenoten op het Spaanse strand spelen. Of omdat de speelgoedkast leeg is. Of ze (nog) niet wennen in een jeugdbeweging of speelpleinwerking.
Zorgeloze zomer
Vijftig kinderen kwamen dankzij steun van de afdeling Limburg I van de Orde van den Prince telkens een week op kamp in Het Berenhuis. Omdat ze het recht hebben op een zorgeloze zomer. "Hoe doen jullie dat?", vroeg een deelneemster. "Wat?", vraag ik benieuwd. "Knippen in de uren", zegt ze. En ook nog: "Waarom doen jullie dat toch?" Als ik verbaasd kijk, vertelt ze: "Ik merk het toch. De dagen duren hier veel korter dan wanneer ik thuis zit. Kan je deze uren terugplakken en die uren thuis komen knippen?"
Onwennig
Als er een nieuw kampje start op maandag, voelt iedereen zich een beetje onwennig. Ze zitten in andere scholen of wonen in andere hoeken van onze gemeente. Ze spreken een andere thuistaal. Maar dan stuitert de eerste bal of valt die eerste blokkentoren oorverdovend op de grond. Kijk, ze lachen al. Ze worden - nog een beetje verlegen - al snel vrienden. Onze jongste vijfjarigen worden al geknuffeld door de wijze twaalfjarigen. We vormen een groep. Een groep van vrolijke, speelse, ondeugende kinderen. "Geen kinderen!", zegt een jongen verontwaardigd. "Wij zijn de beren. Vergeet dat niet!"
Groep
Deel uitmaken van een groep is belangrijk. Je hoort ergens thuis. We wachten op je. We horen samen en zorgen voor elkaar. Je mag zijn wie je bent, want hier ben je onmisbaar. Het maakt het afscheid op het einde van zo’n intense week moeilijk. Nu nog altijd krijg ik - op vaste uren - een "Goedemorgen"- en "Slaap lekker"-berichtje van een tiener die aan het eerste kampje in juli deelnam. "Er is thuis niemand om goedemorgen tegen te zeggen", zegt ze wanneer ik haar op straat tegenkom.
Cultuur
Elke dag verkennen we de buurt, om zo de omgeving en onze cultuur te ontdekken. We snuisteren in de bieb. "Mag ik mama dit laten zien?", vraagt Ali uit Syrië. We leren hoe je een lidkaart kan vragen. We kiezen de mooiste boeken en lezen elkaar voor. Voor we naar het terras gaan, hebben we flink geoefend. Hoe vraag je een menukaart? Hoe zeg je wat je graag wil drinken? Waarom is 'alsjeblieft' en 'dank je wel' zeggen heel belangrijk? Als we vertrekken, zegt de dame: "Wat een beleefde kinderen." We zijn allemaal trots op onszelf.
Oefenkansen
Elke wandeling zit boordevol oefenkansen Nederlands. We spelen: 'Je mag geen ja of nee zeggen'. Wat zijn alternatieven? Het spelletje is zo’n succes dat ze vragen om - voor we aan de speeltuin zijn - nog even een extra rondje te wandelen. Op warme dagen wandelen we naar het bos om tussen de bomen koelte te zoeken. Onderweg springt het meisje in de donkere vlekken die de huizen op straat tekenen naar de zonnevlakken. "Eén-twee, één-twee", zingt ze. Ze is nog niet zo lang in België, maar kan al tot tien tellen. "Kijk, dit heet schaduw", zegt haar nieuwe vriendin. "En dit heet zon." "Schaduw-zon, schaduw-zon", zingen ze huppelend. Er liggen overal taalkansen.
Rolstoel
Er zijn zoveel mooie momenten tijdens zo’n zomer. Maar samen spelen met de zorggebruikers van het Dagactiviteitencentrum en de middag in de dorpstuintjes zijn telkens weer hoogtepunten. De jongen die moeite heeft met regels en zijn grenzen niet altijd begrijpt, gaat naast de dame in de rolstoel zitten. Hij neemt haar hand en streelt die zachtjes. "Wil je met mij spelen?", vraagt hij. De hele middag zitten ze samen. "Kijk, ze lacht naar mij", zegt hij trots. "Ik denk dat ze me lief vindt." En dat is ook zo.
Dorpstuintjes
In de dorpstuintjes neemt een tuinder ons mee naar zijn veldje. Hij leert ons hoe bonen groeien en laat ons snoeptomaten plukken. "Dit is het paradijs. De juf leerde ons laatst wat vrijheid betekent. Ik denk dat het dit is", zegt een meisje. "Het lijkt wel of alle grote mensen deze zomer lief zijn", zegt ze nog.
Fotopagina
Op de allerlaatste dag krijgen ze allemaal een fotopagina met herinneringen aan de avonturen die we beleefden. We benoemen alles wat we zien. Weet je nog? De speeltuin. Het bos. Waterspelen. Pannenkoeken eten. Juwelen maken. Enes Hamza, die nog maar pas Nederlands leert, somt vlot mee alles op. Mogen we nog één keer 'ja of nee' spelen?", vragen ze. "Waarschijnlijk", zegt iemand. "Ik vind dat leuk", zegt iemand anders. "Ik wil meedoen." En: "Ik ga dit spelletje thuis spelen." En: "Misschien wel." Als ik: "Ja, laten we dat nog eens spelen" zeg, juichen ze. "Oh juf, je hebt het j-woord gezegd."
Kinderen
Deze zomer. Deze kinderen. Onze toekomstige grote mensen. De snelheid waarmee ze onze taal oppikken, is ongelooflijk. Hun gezonde nieuwsgierigheid en hun veerkracht zijn inspirerend. Van harte dank voor deze mooie, zorgeloze en leerzame zomer in naam van alle kinderen en begeleiders van Het Berenhuis.
Gerlinde Gillissen
Het Berenhuis
Hoe hadden we het 'Gedicht van de maand' deze PrincEzine beter kunnen invullen dan met een gedicht getiteld Oktober? Het is gekozen door Frans Thijssen van de afdeling Parijs uit de bundel – hoe toepasselijk in dit jaargetijde - De stem van de herfst van Paul Gellings. De thema's 'vergankelijkheid', 'herinnering', 'droom', 'stad' en 'mythe' staan erin centraal. De weemoedige toon en een grote toegankelijkheid vallen op, ook in onderstaand gedicht.
Oktober
Het is herfst en de zon legt haar hand
in mijn nek. Niet minder zacht valt
de avond in de tuin en op het terras
waar wij opgaan in schaduw,
onze stemmen verbrokkelen
tot woorden en onze adem
verandert in nevel en dauw.
Spinnenwebben vroeg in de morgen,
rossig en stil de bomen waar het
licht zijn messen doorheen steekt,
roodkoper en goud en scherp,
alle punten gedrenkt in verlangen,
venijn dat geurt naar vanille.
We hebben geluk, zeggen wij iedere
avond, dat het niet regent, dat de tijd
even sloom is geworden als wespen
in halfslaap en verzadigde muggen.
We vergeten dat pastel de tint is
van wat uitdooft en sterft.
Het is herfst en de zon legt haar hand
in mijn nek. Ik zwerf door de stad
en als ik maar lang genoeg dwaal
komt zij mij ineens tegemoet,
verstopt zich achter een boom,
komt weer tevoorschijn, knipoogt,
spreidt haar armen, tilt mij op.
Paul Gellings
Uit: De stem van de herfst (2004)
Paul Gellings (1953) schrijft romans, gedichten en novellen. Hij is gepromoveerd op het werk van de Franse schrijver Patrick Modiano. Paul schrijft in het Nederlands en in het Frans. Hij vertaalde ook gedichten van Rutger Kopland in het Frans. De bundel La Chimie de l’âme kwam onlangs uit bij uitgeverij Gallimard. Tevens schrijft Paul essays en literatuurrecensies en is hij docent Frans. Zijn laatste roman Terug naar de Stichtstraat heeft een Librisnominatie gekregen. Paul Gellings woont en werkt in Zwolle.
Frans Thijssen, afdeling Parijs
Voor het novembernummer is genomineerd: Gust Vanhove van de afdeling Brussel.
Het OvdP-jaarthema van dit werkingsjaar - Het Nederlands anno 2025-2026. Levend erfgoed of langzaam verlies? - kende een spetterende aftrap met de digitale lezing van taalvariatiespecialist Stef Grondelaers. Hij sprak over het ontstaan en het belang van standaardtalen, hoe taalgemeenschappen worstelen met het ideaal en de praktijk van een uniforme standaardtaal (maar duidelijk verschillend voor Vlaanderen en Nederland) en hoe streng we moeten zijn in het hanteren van de normen. Uiteraard is de lezing integraal terug te kijken op de website van de Prince-Academie.
In de zestiende eeuw ontstond in alle Europese landen het verlangen naar perfect homogene standaardtalen. In geen enkel land leverde dat verlangen een normtaal op die volledig aansloot bij die utopie, stelde Stef Grondelaers, senior onderzoeker sociolinguïstiek bij het Meertens Instituut in Amsterdam. Europese standaardtalen zijn daardoor in mindere of meerdere mate variabel. De (ogenschijnlijke) toename van die variatie leidt tot frustratie bij taalbewakers en tot ongerustheid bij taalgebruikers. In Nederland lijkt de afstand tussen droom en werkelijkheid op het gebied van standaardtaal veel kleiner dan in Vlaanderen. Nederlanders liggen ook minder wakker van 'taalverloedering' zoals 'hun hebben', terwijl Vlamingen zich storen aan tussentaal en streekklanken.
Heimwee
De spreker vroeg zich af of het zinvol is om heimwee te hebben naar de illusie van een perfecte standaardtaal en of het verstandiger is om 'hun hebben' of tussentaal als taalverloedering te stigmatiseren. Waarmee hij geenszins linguïstische vrijbuiterij verkondigt, wel integendeel. Standaardtaal onderwijzen en gebruiken blijft noodzakelijk en elke taalgemeenschap heeft behoefte aan normen. Maar we zouden misschien beter de vraag stellen in welke contexten en genres er meer plaats is voor de linguïstische profilering van de eigen identiteit, dan te discussiëren over hoe streng die normen moeten zijn.
110
Voor deze lezing bij de Prince-Academie waren 110 personen ingeschreven. Uiteindelijk telden we 92 deelnemende schermen waarvan er nog 89 ingelogd waren toen we na de lezing bij de vragen aankwamen. Geen beter bewijs dus dat de spreker de aanwezigen tot op het einde wist te boeien.
Op de website van de Prince-Academie is niet alleen de online lezing terug te kijken, maar ook de discussie en vragen erna. Plus een selectie van online artikelen die de spreker heeft geschreven over het thema taalvariatie.
Linda Lemmens, advocaat
Gerda Knapen, ereadvocaat
Robert A.J. Blockx, notarieel boekhouder
Miek Desmidt, leerkracht en expert toxicologie
Petra M. Meeuwis, officemanager in een advocatenkantoor
Katelijne Van Spaendonck, dierenarts
Kris Opdedrynck, algemeen directeur Davidsfonds
Luc F.H. Boesmans, gepensioneerd
Luc Geuens, gepensioneerd jurist
Johan Van Moll, architect
Jan Vanden Boer, gepensioneerd chirurg
Martijn de Vree, manager
Thomas S. Moors, arts
Serge Franchoo, fysicus
Annelies M. Bosma-Heederik
Jeroen R.J. ter Kuile, gepensioneerd kantonrechter
Cécile M.H. Schröder, musicus
Katrien Decoene, tandarts op rust
Jozef A.R. De Witte
Vera M.A.G. Meulemans, gepensioneerd
Vorige maand heeft Frieda Steurs 'getrapt afscheid' genomen van het Instituut voor de Nederlandse Taal. Zij is daarnaast emeritus professor taalkunde aan de KU Leuven en heeft meerdere 'taalkundige' petten op. In september 2024 werd ze voorzitter van de afdeling Antwerpen-Middelheim. Een portret.
Frieda Steurs was altijd al gefascineerd door taal. "Ik begon in 1976 aan mijn studies Germaanse filologie (Nederlands-Engels), eerst aan de UFSIA, daarna in Leuven. Ik richtte mij specifiek op de taalwetenschap. Ik had het geluk les te krijgen van een visionaire man, professor Leopold Engels. Hij voorspelde dat computers in de toekomst onmisbaar zouden worden. Er waren in die tijd alleen nog maar mainframecomputers, pc's waren nog een verre toekomst. Door zijn vooruitziendheid kwam er een vak Programmeren, waar ik mij zeer enthousiast voor inschreef."
Kinderschoenen
Programmeren stond nog in de kinderschoenen. Denk: manueel gegevens inbrengen via ponskaarten. Op die manier werkte Frieda Steurs mee aan een nieuwe taal, de computertaal. Het was haar eerste initiatie op het gebied van 'vaktaal', wat haar verdere insteek inzake taal zou worden. Na haar studies werd ze assistent Algemene Taalwetenschap aan de KU Leuven, daarna ging ze aan de slag aan de KVH in Antwerpen (daarna Lessius, nu KU Leuven). Aan deze Antwerpse afdeling van de KU Leuven bouwde ze mee de opleiding vertaler-tolk uit. Later werd ze er campusdecaan.
Specialisten
Bij de opleiding vertaler-tolk was Frieda Steurs vooral geboeid door de specifieke vaktaal, de taal van de specialisten. "Elk domein van de wetenschap, zoals de medische wereld en de juridische wereld, heeft een eigen taal met aparte uitdrukkingen en vaktermen. Die correct weergeven in een andere taal is een hele opgave. Ik vind het belangrijk dat een vertaler toegang heeft tot een gedegen lexicon van correcte vertalingen van deze vaktermen."
Taalterminologie
Deze specifieke taalterminologie bleef haar aandacht vasthouden, waardoor ze meewerkte aan verschillende onderzoeksprojecten. In de jaren tachtig begeleidde ze verschillende werkgroepen bij de Taalunie, zoals de groep die instond voor harmonisering van de overheidsterminologie. "De terminologie die Belgische ambtenaren gebruikten, verschilde behoorlijk van de terminologie die Nederlandse ambtenaren gebruikten. Er is een streven naar harmonisering, maar dat is niet eenvoudig. Daar hebben we eenheid in gebracht."
Directeur
In 2016 werd ze directeur van het Instituut voor de Nederlandse Taal in Leiden, een voortzetting van het vroegere Instituut voor Nederlandse Lexicologie. "Het INT had een veel bredere insteek dan het vorige Instituut voor Nederlandse Lexicologie, het omvatte de hele Nederlandse taal, in al haar aspecten. Voor mij kwam hier al mijn ervaring samen, het was de ideale functie. Ik verdeelde mijn tijd tussen het INT en mijn lesopdracht aan de KU Leuven, maar was toch vooral in Leiden aanwezig." Ondertussen legde ze dit voorzitterschap zelf neer eind september 2025. "Het is stilaan tijd voor andere zaken."
Getrapt afscheid
Frieda Steurs legde dan misschien het stokje neer bij het INT, maar ze behoudt er wel een adviserende functie. Ze neemt 'getrapt afscheid', zoals ze het zelf noemt. Ze werkt ook nog mee aan andere wetenschappelijke opdrachten. "Ik ben net terug van Zuid-Afrika, waar ik in Pretoria en in Johannesburg enkele workshops heb begeleid. De onderwerpen waren terminologie, artificiële intelligentie en vaktaal voor ambtenaren. Dat laatste is daar in Zuid-Afrika een hele uitdaging, er zijn welgeteld elf officiële talen en die hebben allemaal hun eigen vakjargon." Daar is dus werk aan de winkel.
Onderscheidingen
Voor haar jarenlange inzet voor de Nederlandse taal kreeg ze meerdere onderscheidingen. In 2022 werd haar de Simon Stevinpenning uitgereikt door NL-Term, de Stichting Nederlandse Terminologie en Vaktaal. Simon Stevin was ruim 400 jaar geleden een welbekende wiskundige, maar ook een pleitbezorger van de Nederlandse taal. Volgens Stevin was het Nederlands de ideale taal voor wiskundige terminologie. Vandaar dus dat de penning wordt toegekend aan iemand die zich zeer verdienstelijk heeft gemaakt voor de Nederlandse terminologie en vaktaal. Bij haar afscheid van het INT kreeg ze onlangs ook de Erepenning van de Taalunie, een erkenning voor haar verdiensten voor de studie van de Nederlandse terminologie en vaktaal. Daarnaast ontving ze de Matthias De Vries Penning, uitgereikt door het Instituut voor de Nederlandse Taal. Matthias De Vries was de aartsvader van de Nederlandse lexicografie.
Nieuwe projecten
Ondertussen is er tijd voor nieuwe projecten. Het voorzitterschap van de afdeling Antwerpen-Middelheim is er daar één van. Maar er zijn nog meer uitdagingen. "Nu heb ik eindelijk meer tijd om een andere passie van mij uit te werken. Ik teken graag. Ik heb mij ingeschreven bij de tekenacademie." En dan is er nog de liefde voor het koken. "Ja, koken is een passie van mij, ik heb al meerdere kookopleidingen gevolgd. Ik heb zelfs een attest om een restaurant te beginnen. Voor dat koken komt nu dus ook meer tijd vrij." Of ze dan ooit nog een restaurant zal openen, willen we uiteindelijk weten. "Ik denk het niet", sluit ze lachend het gesprek af.
Chris Vermuyten
Lid van de redactie van PrincEzine
Patrick Nijs, lid van de afdeling Tienen, heeft zeer onlangs zijn vijfde dichtbundel gepubliceerd onder de titel Tijdelijk. Eerder publiceerde hij in eigen beheer al de bundels Achter je laten, Tweezaam en Zij. Hij is ook de initiatiefnemer van het Tiense collectief 'Dichters van vandaag', dat vorig jaar zijn eerste bundel HorizonTaal uitbracht. Een gedicht van dit collectief stond vorig jaar in PrincEzine. De redactie las de bundel en was onder de indruk.
Patrick had tijdens zijn schoolopleiding (klassieke humaniora in het seminarie van Sint-Niklaas) Anton van Wilderode als leraar - wat een voorrecht! - en werd later zelf leraar Nederlands en Engels. Geboeid door de kracht van het woord begon hij op latere leeftijd poëzie te schrijven, aangemoedigd door zijn echtgenote en muze, wijlen Lucia Dewolfs.
Het was ook Lucia die hem stimuleerde de opleiding voor poëzie aan de Schrijversacademie in Antwerpen te volgen en vooral ook vol te houden, al was dat tijdens haar ziekte niet evident: een moeilijke combinatie van 'zitten aan haar ziekbed' en 'poëzieopdrachten voltooien'. Drie dagen vóór haar afscheid drukte Lucia Patrick nog op het hart de bundel toch vooral te publiceren, "want", zo zei ze, "ik draag hem in mijn hart".
Afstudeeropdracht
In feite is de bundel begonnen als afstudeeropdracht voor zijn opleiding aan de academie. Begeleidster Charlotte Van den Broeck kwam met het idee ervoor: 52 gedichten met uiteenlopende thema’s die een kalenderjaar overspannen. Patrick gidst de lezer in zijn bundel door een jaar met themadagen en passende, markante citaten. Een jaar ook vol persoonlijke ijkmomenten, dagen gevuld met het gewicht van gemis en het licht van wat overblijft.
Eerste dag
Dat de bundel begint met De eerste dag en als laatste gedicht De laatste dag heeft, hoeft niet te verbazen. Maar tussen de themadagen Nieuwjaarsdag en Oudjaar zijn er veel verrassende dagen waaraan gedichten worden 'opgehangen': neem Knuffeldag, Dag van de Zorg, Klimaatdag, Buitenspeeldag en ook internationale dagen zoals Internationale dag van de transplantatie en Internationale dag van de Vrede.
Er zijn zelfs gedichten gewijd aan tijd die één dag overstijgt, zoals het thema Week van de Eenzaamheid, met de woorden van moeder Teresa als inleidend citaat: "Eenzaamheid en het gevoel ongewenst te zijn | is de ergste armoede." Daarbij het ontroerende gedicht Wens, waarvan de eerste strofe en de laatste strofe luiden:
In de laatnamiddagzon stap ik
met kwakkelpas naar huis
Daar word ik naar gewoonte verwacht
Nu zit er niemand in de zetel
die me met aandrang gebaart
dichterbij te komen en me vraagt
Vertel eens Nijsje hoe is het geweest
(…)
Een leegte viert feest.
Ik krijg ze niet gevuld,
alleen.
Kortom, een bundel met inhoudelijk heel diverse bijdragen. Patrick noemde zelf spontaan als voorbeelden van die diversiteit: "Gedichten gaande van een katergedicht over Trumps narcistisch-destructieve politiek tot een gedicht over constipatieweeën."
Vriendschap
Ik citeer tot slot enkele regels van Dag van de Vriendschap (30 juli), met als citaat: "Door de ogen van | échte vrienden word ik graag | voorgoed kleurenblind." Daarbij het gedicht Koesteren. Gaat het over de vriendschap binnen onze Orde, binnen de eigen (Tiense) afdeling? Het zou zomaar kunnen. Lees mee!
Koesteren
Vrienden
zeldzame voetstappen in het zand
gewist door de vloed niet door de tijd
Ze zijn me altijd tegemoet gekomen
verbonden hun oren aan mijn stem
Sindsdien hoef ik eigenlijk niets
een knik een blik een gepaste hand
(…)
Laatste woord
Het laatste woord bij deze bundel over een intens jaar komt van Patrick: "Laten deze gedichten je bij de hand houden, niet met een klok die tikt, maar met een kompas dat een hoopvolle toekomst aanwijst." Hij ziet de bundel als een aansporing om verwonderd, dankbaar en hoopvol te blijven.
Marianne van Scherpenzeel
Lid van de redactie van PrincEzine
Met veel genoegen ben ik de laatste zeven jaar - tot 1 september jongstleden - president geweest van het gewest Maas-Samber-Schelde (MSS). Het gewest telt slechts vier afdelingen, maar doordat het heel Wallonië omvat is het geografisch een van de grootste gewesten. Daarvoor was ik zeven jaar voorzitter en stichtend lid van de afdeling Waals-Brabant. Ik ben oud-diplomaat.
Samengewerkt
Na veertien jaar dienst heb ik de Orde en zijn presidenten goed leren kennen en met veel plezier samengewerkt met mijn collega's in het Presidium. Er wordt door velen hard gewerkt en eveneens door velen achterover geleund en niets gedaan, maar dat is eigen aan de meeste organisaties. Gezelligheid is dan het voornaamste doel van het lidmaatschap.
Wallonië
In het begin van mijn periode heb ik getracht in de buurt van Kortrijk, maar in Wallonië, een nieuwe afdeling op te zetten. Helaas ontbrak de nodige medewerking en is het dus niet gerealiseerd. Verder zou er richting Luxemburg wellicht nog mogelijkheid zijn. Dat geef ik mee aan mijn opvolger Ivan Demuynck, in wie ik veel vertrouwen heb.
Kameraadschap
Het gewest MSS kenmerkt zich door een goede kameraadschap tussen Graafschap Namen, Prinsbisdom Luik en Waals-Brabant. Ik heb ze regelmatig kunnen bezoeken en geprobeerd bij de les te houden, een van de kerntaken van mijn functie. Waals-Brabant levert de hoofdredacteur en redactiesecretaris van Noord & Zuid, de gewestelijke IT-specialist, de gewestpresident en de NT&C-coördinator, dus een ruime deelname aan de verantwoordelijkheden die men op zich kan nemen.
Profiel
Ik hoop dat de Orde onder president Jan Van Daele erin slaagt een duidelijker profiel in de Vlaamse en Nederlandse samenleving te creëren dan tot nu het geval is.
Joris Witkam
Zijn beste ideeën krijgt hij tijdens het afwassen en kredietverlening is eigenlijk net als de Orde van den Prince: een zaak van vertrouwen, luisteren en verbinden. De nieuwe gewestpresident Maas-Samber-Schelde Ivan Demuynck moest meerdere malen worden gevraagd voor hij die functie wilde oppakken. Hij hoopt meer voor zijn gewest te kunnen betekenen dan op tijd de agenda's versturen. "Zolang de wijn koud staat en de sfeer warm blijft…"
Hoelang ben je al lid en welke functies en/of verantwoordelijkheden heb je binnen de Orde van den Prince sindsdien zoal gehad? Sinds wanneer ben je gewestpresident?
Ik ben lid sinds 2010, binnen de afdeling Waals-Brabant. Daar ben ik begonnen als lid, vervolgens ben ik zes jaar penningmeester geweest en daarna zeven jaar voorzitter. Sinds kort heb ik de fakkel doorgegeven aan een nieuwe bestuursploeg. Ik blijf met veel plezier actief binnen het gewest Maas-Samber-Schelde, waar ik vanaf september 2025 de rol van gewestpresident heb opgenomen.
Waarom ben je toentertijd lid geworden?
Omdat ik geloof in de kracht van ontmoeting, taal en vriendschap. En ik merkte dat je binnen de Orde gesprekken kunt voeren die verder gaan dan het oppervlakkige. Bovendien: niets fijner toch dan een groep mensen die enthousiast discussiëren over cultuur, samenleving, wetenschap, en dat allemaal in je eigen dorp of stad of streek en op één avond?
Wat doet of deed je naast de Orde van den Prince?
In het dagelijkse leven ben ik actief in de financiële sector: ik help mensen en bedrijven hun dromen te realiseren via krediet- en verzekeringsadvies. Dat klinkt zakelijk, maar eigenlijk draait het net als bij de Orde om vertrouwen, luisteren en verbinden.
Waarom wilde je gewestpresident worden?
Eerlijk? Door mijn drukke baan vond ik het niet opportuun om een dergelijke rol op te nemen. Maar ik werd meermaals gevraagd… en uiteindelijk heb ik ja gezegd. Blijkbaar is dat ook een vorm van leiderschap: toegeven aan goedbedoelde druk, zolang de wijn koud staat en de sfeer warm blijft.
Wat is het belangrijkste dat je nu gaat oppakken?
Ik wil inzetten op verbinding tussen de afdelingen, zowel inhoudelijk als menselijk. Meer gezamenlijke initiatieven, meer kruisbestuiving tussen noord en zuid, en vooral: de Princevlam warm houden in een tijd waarin het makkelijker is om thuis op je computer of laptop te blijven scrollen dan buitenshuis samen te denken, te praten en te lachen.
Hoe denk je dat je na je afscheid herinnerd zal worden?
Hopelijk als iemand die met goesting en een beetje lef de boel in beweging heeft gebracht. Misschien ook als die gewestpresident die te vaak "Nog één laatste" zei, maar nooit vergat waarom we samenkomen: vriendschap, taal en wederzijds respect. En als dat mislukt: dan tenminste als de man die de agenda's op tijd verstuurde - dat is ook al iets.
Waar doet een afdelingsvoorzitter je tijdens een etentje geen plezier mee?
Met een etentje dat meer weg heeft van een bestuursvergadering dan van een gezellige en interessante avond onder leden van de Orde.
Een diner hoeft geen verlengstuk te zijn van de agenda of de notulen - er mag gerust gelachen worden, geluisterd en gedeeld.
Het mooiste aan zo’n avond is juist de open sfeer, waar gesprekken vanzelf ontstaan en niemand het gevoel heeft dat er iets 'moet'.
Wat weet (haast) niemand binnen de Orde van den Prince over jou?
Dat ik mijn beste ideeën krijg tijdens het afwassen. Er is iets rustgevends aan warm water, schuim en stilte, waar je plots de ingeving vindt voor gesprekken, projecten of zelfs speeches.
Debatsalon Prince-Academie over kunstzinnige feministe
Eerder deze maand organiseerde de Prince-Academie een debatsalon met Chris van Weel, voormalig huisarts en hoogleraar huisartsgeneeskunde en op dit moment voorzitter van de afdeling Nijmegen, over het boek dat hij schreef over zijn overgrootmoeder: Voor Kunst en Vrouwenrechten. Mathilde Cohen Tervaert-Israëls 1864-1945. Hoe beheerde ze de nalatenschap van haar vader en broer? Wat heeft ze betekend als vrijdenker en feministe? Waarom zette ze zich in voor ongehuwde moeders en hun kinderen?
Van jongs af aan was Chris van Weel verbonden met de schilderkunst van zijn betovergrootvader Jozef en oudoom Isaac Israëls. Jozef Israëls (1824-1911) was een schilder uit de Haagsche School. Zijn zoon Isaac (1865-1934) maakte deel uit van de Amsterdamse Impressionisten. Vanuit zijn verbondenheid met de verre familieleden ontstond bij Chris van Weel een fascinatie voor de rol die zijn overgrootmoeder, Mathilde Cohen Tervaert-Israëls, dochter van de schilder Jozef Israël, had gespeeld in het beheer van de artistieke nalatenschap van haar vader Jozef en haar broer Isaac. Tijdens zijn onderzoek ontdekte hij dat zij ook nog op een heel andere manier in beeld kwam, namelijk door haar strijd voor vrouwenrechten en haar politieke engagement.
Verteller
In zijn schitterende online presentatie ontpopte Chris van Weel zich ook als een rasechte verteller. Met zijn vlotte spreekstijl, de goed gekozen afbeeldingen en een weldoordachte verhaallijn wist hij de toehoorders tot op het laatste moment te boeien. Daarna volgde nog een interessant debat, waar we nog meer te weten kwamen over deze opmerkelijke vrouw.
Het is oprecht een aanrader om de voorstelling te (her)bekijken. Neem een uurtje de tijd en start de YouTube.
De afdeling Limburg I rouwt om het heengaan van Lut Maris, de gedreven eigenaar van Kunstgalerij De Mijlpaal in Heusden-Zolder. Ze was 25 jaar lang een geliefd lid van onze afdeling en in die tijd deelde ze met ons haar kennis en passie. Lut stond hoog aangeschreven in de kunstwereld.
Prominente kunstenaars exposeerden in De Mijlpaal. We waren er altijd welkom en we konden rekenen op een boeiende rondleiding bij de tentoongestelde werken. Herhaaldelijk stelde ze de ruimte ter beschikking voor een gezellige bijeenkomst van de afdeling. Ook de Toneelgroep de FantHasten was er te gast met een opvoering van 'Kunst'.
De inzet van Lut bleef niet beperkt tot de galerij. Op locatie verzorgde ze als curator schitterende tentoonstellingen. Met plezier denken we terug aan conceptueel kunstenaar Koen Vanmechelen in Alden Biesen. Ter gelegenheid van de Virga Jessefeesten bracht ze in het Clarissenklooster 'inGewikkeld', in het Refugehuis van Herkenrode 'Celibataire Divas'. In het Stadsmus maakte ze recent nog 'Ménage à Deux'. Voor de leden van de Prince was er altijd een speciale ontvangst voorzien.
Als geen ander wist Lut haar kennis en passie over te brengen. De galerij bezoeken was een hele belevenis. Zij leerde kijken, bewonderen en verwonderen, begrijpen en inleven. Tijdloze waarden!
"De Mijlpaal was meer dan een ruimte, het was een thuis voor schoonheid, zorgzaamheid en gedurfde verbeelding. Altijd persoonlijk, altijd verhelderend." Koen Vanmechelen. (It was a home for beauty, care, and daring imagination. Always personal, always luminous.)
Heel veel dank aan Lut en haar gezin voor het delen van zoveel schoonheid en inspiratie.
Rita Suy-Van Uytvanck
Afdeling Limburg I
Eind augustus is na een moedig gedragen ziekte en omringd door haar familie onze Princevriendin Kristin Dekkers te Mortsel zachtjes ingeslapen. Kristin was sinds 19 december 1994 lid van onze toenmalige afdeling Antwerpen II, nadien omgedoopt tot Antwerpen-Plantiniana. Zij was van in den beginne tot enkele weken voor haar overlijden, samen met haar echtgenoot Frank Ardoullie, een trouw en geëngageerd lid. Onder haar begeesterend voorzitterschap nam de afdeling een hoge vlucht. Onvergetelijk was de groepsuitstap naar Dublin in 2008. Ten tijde van haar pensionering in 2007 was zij procureur-generaal.
Kristin werd geboren op 22 juli 1948 te Wilrijk (Antwerpen). Bij de aangifte van de geboorte bij de burgerlijke stand ontstond er een discussie tussen de jonge vader en de ambtenaar. Vader Jos wil Kristin met een K (naar de Noorse roman Kristin Lavransdochter van de Nobelprijswinnares Sigrid Undset), maar de ambtenaar weigerde dat omdat die naam zogezegd niet bestond. Het werd officieel Christine met CH, maar in de privésfeer werd het volgens vaders wil steevast Kristin met een K.
Na haar middelbaar in Sint-Ludgardis Antwerpen, net 18 jaar geworden, schreef zij zich in oktober 1966 in aan de faculteit Rechten in Leuven (niet Antwerpen!), waar zij in 1971 afstudeerde. De advocatuur en het Openbaar Ministerie trokken haar aan, waarvoor zij twee jaren stage moest lopen vooraleer te kunnen omschakelen. Zij kreeg bovendien de gelegenheid om als vrijwillige stagiaire te werken op het parket te Antwerpen.
In 1973 werd ze gerechtelijk stagiair en in 1975 substituut-procureur des Konings bij het parket te Antwerpen. Eind jaren 1970 was zij gedurende twee jaren adviseur op het kabinet van minister van Justitie Renaat Van Elslande.
In 1982 werd Kristin Dekkers eerste substituut-procureur des Konings, in 1986 substituut-procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Antwerpen en in 1991 advocaat-generaal. In 1995 werd ze kabinetschef van minister van justitie Stefaan De Clerck, waarna zij in 1997 terugkeerde naar de magistratuur en enkele maanden later benoemd werd tot procureur-generaal van Antwerpen en Limburg. In 2007 ging zij met emeritaat. Inmiddels was zij ook bestuurslid van de KU Leuven.
Dit professionele leven combineerde Kristin perfect met haar gezin, waar haar man Frank - haar klankbord en adviseur in moeilijke momenten - en haar dochters Birgit en Sigrid en hun gezinnen steeds op de eerste plaats kwamen. Zij was bezield met een diepgeworteld eerlijkheidsgevoel en een opvallende bescheidenheid, ondanks haar hoge functies en posities op de maatschappelijke ladder. Zij liep niet te koop met haar titels, eretitels of eretekens. Die werden op de rouwbrief ook niet vermeld. Zij deelde met Frank een diepe interesse voor kunst, geschiedenis en cultuur, met onder meer het zeer actieve lidmaatschap bij de Orde van den Prince en andere culturele organisaties. Zij trokken samen door een groot stuk van de wondere wereld en hebben dit alles ook graag aan hun kinderen en zes kleinkinderen doorgegeven.
Het heengaan van Kristin betekent een groot verlies voor de Orde van den Prince en voor de afdeling Antwerpen-Plantiniana, waar zij in het hart en de herinneringen van de Princevrienden en -vriendinnen voortleeft als de Grote Dame voor wie de begrippen Amicitia & Tolerantia geen ijdele betekenis hadden. Bij de groepsuitstap van de afdeling Antwerpen-Plantiniana vorige maand naar de boorden van de Leie, waar Kristin (en Frank), zoals steeds, zeker bij zouden zijn geweest, had in de schaduw van het idyllische kerkje van Afsnee ter nagedachtenis aan Kristin een korte en serene herdenking plaats met het door Stijn ontroerend mooi gezongen Gregoriaans gebed:
Salve, Regina, mater misericordiae;
vita, dulcedo et spes nostra, salve.
Ad te clamamus, exsules filii Evae.
Ad te suspiramus, gementes et flentes
in hac lacrimarum valle.
Eia ergo, advocata nostra, illos tuos
misericordes oculos ad nos converte.
Et Jesum, benedictum fructum ventris tui,
nobis post hoc exsilium ostende.
O clemens, o pia, o dulcis Virgo Maria
Hermann van Reichenau
Bernardus van Clairvaux / anonymus?
Wees gegroet, Koningin, Moeder van barmhartigheid;
ons leven, onze vreugde en onze hoop, wees gegroet.
Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva;
tot u smeken wij, zuchtend en wenend in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze voorspreekster,
sla op ons uw barmhartige ogen;
en toon ons, na deze ballingschap,
Jezus, de gezegende vrucht van uw schoot.
O goedertieren, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria.
Vaarwel, Kristin.
Louis De Troij
Secretaris van de afdeling Antwerpen-Plantiniana
Achter de schermen bij de VRT
Vorige maand was VRT-directeur Karen Donders te gast bij de afdeling Limburg I. Twee dagen later ging de afdeling op bezoek bij de VRT in Brussel. Ze werden verwelkomd door de voorzitster van de Raad van Bestuur van de VRT, afdelingslid en voormalig politica Frieda Brepoels. Overigens, zo'n 25.000 Vlamingen bezoeken de VRT elk jaar. Wat heeft de afdeling geleerd? "Televisie is bedriegen."
Een korte quiz aan het begin van het bezoek leerde ons dat de leden van de afdeling Limburg I beschikken over een sterke parate kennis. Ja, de BRT zag het daglicht in 1930 en zond uit in kleur vanaf 1971. De jeugdzender Ketnet zag het daglicht in 1997.
Het gebouw in Brussel, dat wel twee voetbalvelden diep is, wordt mooi verdeeld tussen de VRT en de Franstalige RTBF. Een imaginaire grens deelt de gang in het midden netjes in tweeën, beide helften zijn elkaars spiegelbeeld, infrastructureel dan toch.
Een wandeling door deze lange gang gaf ons al een interessant historisch overzicht en een kijk op archeologisch audiovisueel erfgoed. De ontdekkingstocht leidde ons door verschillende studio's, deels herkenbaar, deels verrassend, want een uitzending is toch altijd wel een beetje optisch bedrog.
Studio
De studio waar in één week tijd alle opnames van het spelprogramma Switch opgenomen worden, bleek een beetje kleiner dan gedacht. In de verte zagen we publiek en kandidaten toekomen, met een valiesje, natuurlijk. Immers, de uitzending moet live lijken, dus omkleden tussen de verschillende opnames door is de boodschap. Meer dan eens horen we de gids de gevleugelde woorden uitspreken: "Televisie is bedriegen!" Het ruimtelijk effect wordt door belichting, een zwarte gordijnenwand en breedbeeldscherm gerealiseerd. Geluiden worden geabsorbeerd.
De zevende dag
Even voelden we ons deel van het politieke debat in de studio van De zevende dag, waar ook Terzake en De Afspraak plaatsvinden. Onze aandacht ging naar boven, naar de belichting, een zee van genummerde spots, professioneel aangestuurd om alles in het juiste 'daglicht' te zetten.
Decorstraat
De tocht leidde ons vervolgens door een enorme 'decorstraat'. De aandachtige VRT-kijker in ons herkende hier menig attribuut uit diverse programma's, soms met een zweem van nostalgie. Drie rekwisiteurs werken voor onze publieke omroep, waarvan eentje zich volledig aan de bekende soap Thuis wijdt. Door de jaren heen vonden 500.000 stukken hun weg naar deze straat, doch enige orde in de ogenschijnlijke chaos leert ons dat een Switch-decor er in twintig minuten staat.
Nieuwsstudio
We traden binnen in de nieuwsstudio van waaruit alles live geschiedt, en waar enkel een studiomeester en het nieuwsanker aanwezig waren. We leerden dat de camera bediend wordt vanuit de regiekamer en dat de autocue er strategisch deel van uitmaakt. Besparen is ook hier het codewoord. In een oogwenk veranderde het decor in het salon voor het programma VRT NWS Laat, dankzij de tafel met liftsysteem en een alerte studiomeester.
Interessant weetje bij de autocue: hier verschijnen maximaal een vijftal woorden, zodat het hoofd van het nieuwsanker niet beweegt, terwijl de onmisbare studiomeester aandachtig scrolt. En ja, het nieuwsanker weet in welke camera te kijken: een rood licht trekt de aandacht. Hoewel de aandachtige VRT-kijker al eens merkt dat dit soms grappig faalt…
Weerbericht
Het weerbericht wordt ook in deze studio opgenomen, tegen de bekende groene wand (zijnde 'green key'). Deze onthulde al zijn geheimen tegen het einde van de rondleiding, toen werd voorgedaan hoe er verslag werd gegeven. Kun je al raden waarom de weerman/vrouw nooit groen draagt? Het weerbericht is nooit live, de opnames vinden plaats om 11.30 uur en om 16.00 uur en duren elk exact drie minuten, zonder autocue.
Regiekamer
In de regiekamer zijn vier of vijf personen actief: een geluidstechnicus, beeldtechnicus, regisseur en een eindredacteur, op de hoogste plaats, continu in verbinding met het nieuwsanker. Deze laatste komt zeven minuten voor tijd aan, teksten worden aangeleverd door de nieuwsredactie, maar de nieuwslezer geeft er een eigen touch aan. Opname en uitzending lopen niet altijd honderd procent simultaan, want programma's als Terzake en De Afspraak hebben een speling van tien minuten nodig om ondertiteling te maken of te vertalen, met gebruik van AI. Aangezien onverwachte gebeurtenissen op wereldvlak zich kunnen voordoen, is hier altijd iemand van wacht. Denk aan het overlijden van de paus, waarbij binnen de dertig minuten na de bekendmaking al een VRT-uitzending volgde.
Radio
Naast televisie blijft radio natuurlijk een belangrijke rol vervullen. Alle radioprogramma's worden in eigen huis gemaakt. De laatste jaren beleefden we de verweving van radio en tv. Denk aan programma's als de Weekwatchers en WinWin, die je nu perfect kan bekijken tijdens het beluisteren. Toch ook een aanpassing voor de radiomaker!
Het geluk is met ons en we kunnen 'live' vanuit een studio het einde meepikken van Vox, terwijl Het Zesde Metaal 'Traagskes groeien' loslaat op de mensheid buiten deze muren. Hier leerden we ook wat een plopkap is, de schuimrubberen kap op een microfoon die luchtverplaatsing, zoals wind en adem, tegengaat.
Nieuwsredactie
Een leuke afsluiter. We passeren langs de nieuwsredactie, waar presentator Michaël Van Droogenbroeck zijn werk onderbreekt voor een korte babbel. Deze redactie heeft recht op het gebruik van bepaalde beelden uit een uitgebreide database. Cel buitenland, cel binnenland, de juridische cel, de politieke cel, ze hebben elk een voor ons herkenbaar schermgezicht, hetzelfde voor tv en radio.
Via de locatie waar de jeugdprogramma's aandacht krijgen en het online team van Karrewiet dagelijks negentig posts plaatst, bereiken we een prachtige maquette. We bewonderen het VRT-gebouw van de toekomst, dat wordt verwacht in 2028. Vijf verdiepingen onder de grond zijn al gerealiseerd, vier bovengrondse zijn komende.
Toemaatje
Als toemaatje mogen we nog even de eindregie binnen, het zenuwcentrum dat alles onder controle houdt. Hier houdt men de drie lineaire zenders in de gaten, via een monitor die continu live checks uitvoert in de diverse studio's. Het centrale knooppunt als het ware.
Een mooie foto in het decor van FC De Kampioenen, ruim dertig jaar geleden van start gegaan, mag niet ontbreken. Een relikwie meepakken, als we dat al gewild zouden hebben, zit er niet in: alles is vastgekleefd.
Noteren we alvast 2028, het nieuwe gebouw. Wij kijken er nu al naar uit.
Mieke Indesteege
Secretaris van de afdeling Limburg I
Meer foto's zijn te vinden op de webpagina van Limburg I.
Bevrijdingsgedicht wint Selma van de Perre Prijs voor Vrede en Vriendschap 2025
Niet minder dan 25 gedichten over de Tweede Wereldoorlog en 4 en 5 mei kreeg de afdeling Londen van leerlingen van de Londense Nederlandstalige Regenboogschool als inzending voor de Selma van de Perre Prijs voor Vrede en Vriendschap 2025. De leden van de afdeling selecteerden drie genomineerden. Selma van de Perre, lid van de afdeling, voormalig verzetstrijdster en concentratiekampoverlever en geboren in 1922, mocht daaruit de winnaar kiezen.
Het winnende gedicht.
Op vier en vijf mei
Herdenken wij blij
Dat wij als een volk
Tachtig jaar geleden zijn bevrijd
De vreselijke herinneringen
Die in stilte worden herdacht:
Van pijn, verdriet en overlijden,
Van somberheid en vreselijke tijden
Willen wij eindelijk uit onze hersenen bevrijden
In twee minuten stilte aan hoop denken
Aan mensen die de wereld vrijheid schenken,
Aan donker en aan licht
Aan hoop en aan plicht
Dan gaat het om vrije herinnering
Mason Domingos
De Selma van de Perre Prijs voor Vrede en Vriendschap bestaat uit een mooie witte Waterman-pen. Selma was heel trots dat ze met Mason haar oorlogsherinneringen kon delen. Zelf kreeg ze van haar vader een Waterman-pen om moedig de oorlog door te komen. Die pen werd op het einde van de oorlog samen met al haar bezittingen jammer genoeg vernietigd. Ook haar ouders en zusje hebben de Holocaust niet overleefd. Maar de herinnering is gebleven.
We wilden de lezers de twee andere genomineerde gedichten ook niet onthouden.
Moed in de Duisternis
In modder en as, waar schaduwen gaan,
Moest ik met moed door de duisternis staan.
De grond trilt van angst, van kogels en staal,
Maar nooit opgeven, hoe zwaar ook de taal.
Mijn handen beven, mijn wapen zo zwaar,
Toch blijf ik vechten, keer op keer, maar.
Vrienden verdwijnen, hun stemmen vervaar,
Toch moet ik blijven, hoe diep ook het gevaar.
Want moed is niet zonder angst of verdriet,
Maar doorgaan, ook als je geen uitweg meer ziet.
Niet vechten voor haat, niet vechten om macht,
Maar voor wat ons bindt, in de diepste nacht.
Elsa Kramer
4 en 5 mei - De dagen van herdenking...
De herinnering van een vluchteling
En veel meer dan een soldaat
Op 4 mei om acht uur met je opa, oma en je beste maat
Twee minuten stilte
Thuis of op straat
Waar je ook bent of waar je ook gaat
Herinneren waar die twee minuten stilte over gaat
Maar de dag daarna is het verdriet voorbij
Nu is het tijd voor nu en blij
Want nu is heel Nederland vrij
Na een lange oorlog zijn hele steden verwoest
Maar nu is het allemaal opgeruimd en voorbij
Nu is er niet meer tijd voor verdriet
Maar spelen we samen en eten we friet
Dus is het allemaal goed, maar we moeten de kracht en moed herinneren van die soldaat
En dat we hen bedanken want anders konden we niet spelen met onze maat
Dank aan hen die ons bevrijdden
Die voor ons geluk en vrede strijden.
Dhruv Chakravarty
De drie genomineerde leerlingen hebben een boekenbon gekregen en voor alle 25 deelnemende leerlingen was er een mooi certificaat.
We zijn vastbesloten om volgend jaar de derde editie van deze viering te organiseren.
Brit Beckers
Secretaris van de afdeling Londen
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op 14 november 2025. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief dienen artikelen uiterlijk maandag 10 november (liefst eerder) binnen te zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Portefeuillehouder Communicatie Ruud Hendrickx geeft tips voor het schrijven van teksten die op een scherm gelezen moeten worden, in een video van de Prince-Academie.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel en Chris Vermuyten.