Wat we binnen de Orde koesteren, willen we versterken én delen met de wereld.
Met drie duidelijke ambities nodigt het bestuur elk lid uit om mee de koers te bepalen. Versterk de band, verruim je blik en help onze taal en cultuur zichtbaar te maken.
En... maak ook anderen warm via Vrienden van de OvdP.
Een vereniging leeft niet van tradities alleen. Ze leeft van mensen die meedoen, meedenken, zich betrokken voelen. Daarom zetten we als Bestuur onze tijd en middelen in op drie concrete beleidsdoelstellingen. Ze weerspiegelen onze overtuiging dat de Orde van den Prince meer is dan een gesloten en passief netwerk: het is een levend genootschap dat taal en cultuur verbindt, verdiept en uitdraagt.
Versterken wat ons bindt
We willen de band tussen onze leden versterken én onze gemeenschappelijke passie voor taal en cultuur blijvend voeden. Daarvoor zetten we volop in op onze communicatiekanalen: de website, PrincEzine, Noord & Zuid, PrincActief en de Prince-Academie. Ze zijn onze klankborden, onze bruggenbouwers, onze gemeenschappelijke ruimte voor inspiratie en uitwisseling.
Maar we verwachten ook dat leden ze actief gebruiken - lezen, reageren, delen. Wie zich verbonden voelt, laat dat merken. Want communicatie is geen eenrichtingsverkeer. Samen maken we van die kanalen levendige plekken van uitwisseling.
Denken en doen, voorbij de afdeling
De OvdP overschrijdt afdelingen en landsgrenzen, met een gedeelde liefde voor taal, cultuur en visie. Toch blijven veel leden vaak binnen de vertrouwde muren van hun afdeling. We nodigen iedereen uit om breder te kijken en deel te nemen aan gewestdagen, clustervergaderingen, afdelingoverschrijdende initiatieven, online ontmoetingen via de Prince-Academie en Algemene Ledendagen. Wie die stap zet, ontdekt pas echt de rijkdom en de veelzijdigheid van ons genootschap.
Onze waarden zichtbaar maken in de samenleving
Wat we binnen de Orde koesteren – de zorg voor taal, het gesprek over cultuur, de kracht van verbondenheid – mag gezien en gehoord worden. Daarom willen we onze aanwezigheid in het culturele veld versterken. Via projecten zoals de Prijs van den Prince, via samenwerking met zusterverenigingen, via peterschappen met vakgroepen Neerlandistiek en de taalcafés of via onze zichtbare aanwezigheid op taal- of cultuurgerelateerde evenementen. We willen meer zijn dan een toeschouwer: een actor met een stem.
'Vrienden van de OvdP' – vertel het verder
In datzelfde kader lanceren we nu Vrienden van de OvdP, een nieuwe abonnementsformule voor niet-leden. Voor 25 euro per jaar (België en Nederland, 30 euro elders) krijgen geïnteresseerde personen of instellingen twee nummers van Noord & Zuid én tien edities van PrincEzine. Op die manier geven we hun een inkijk in ons genootschap. En wie weet, wekken we zo ook de interesse om ooit lid te worden.
Meer info? Op de thuispagina van onze website www.ovdp.net ontdek je hoe je vriend van de OvdP wordt. Vertel het verder!
Jan Van Daele
President
Lijfelijkheid. Dat was het thema van Gedichtendag 2025. We deden een oproep voor zelfgeschreven gedichten. In het maartnummer kwamen gedichten van Ordeleden aan bod die het thema sensueel of erotisch hadden ingevuld.
Hilde De Rore schreef voor dit nummer een gedicht waarin ingegaan wordt op de teloorgang van het fysieke.
Hilde werd in 2024 lid van de afdeling Land van Waas en Dendermonde I. Samen met haar partner is ze sinds 2019 eigenaar van een onafhankelijke boekhandel in Sint-Niklaas: een droom die werkelijkheid werd. Ze merkt dat de laatste vijf, zes jaar de verkoop van Engelstalige boeken enorm is toegenomen, wat ze een jammerlijke evolutie voor de Nederlandse taal vindt. Zelf zegt ze bijna uitsluitend Nederlandstalige auteurs te lezen.
Schrijven als passie
Onder het pseudoniem Ilyo Hansen schreef Hilde verschillende boeken: De verlossing (2014), Het Project (2017), De Zonde (2018), Mijn verrukkelijke Zelf (2020). Ook schreef ze toneelwerk (De doofpotaffaire). Geïnspireerd door het verhaal Reynaert de Vos schreef ze een monoloog, 'Ik, Hersinde' over de wolvin Hersinde, vrouw van Ysengrin in Drie snoodaerds en een wolvin. Vier monologen (2023).
Als 'Prince-auteur' is ze op de website van de Prince-Academie uiteraard opgenomen in het overzicht van Princeleden die een boek of meerdere boeken hebben geschreven.
Ze schrijft al sinds ze kan lezen. Het is haar passie en zingeving. Als kind had ze al een wat zwaarmoedig kantje: "Lachebekje aan de buitenzijde, maar innerlijk altijd een beetje balancerend op de rand van geluk-ongeluk. De dood heeft me altijd gefascineerd en beangstigd", zei ze over zichzelf in een interview.
Is het dat wat ook doorspeelt in haar gedicht De loze belofte? Hier draait het om de broze, breekbare mens. In de persoon van een moeder, met alle problemen die de ouderdom met zich meebrengt.
De loze belofte
Als we oud zijn, zullen we gaan reizen
zegt ze
naar Salzburg en zingen van de Hills are Alive.
of naar Berlijn in de voetsporen van Marlene Dietrich
en onder open regenpijpen doorlopen zoals Gene Kelly.
Ik wil het haar graag zien doen
de vrouw die ik herken in Lijmen/het been
Het wil maar niet dichten, de wonde
zegt ze
en vult een deel van de kamer als een plant die te weinig water krijgt,
flets van kleur en de kern van de bloem naar de grond gericht.
De steunkous die het bloed doet kruipen waar het niet gaan kan, mist haar doel,
haar gebloemde kamerjas doet me denken aan een mislukte baljurk.
Zullen we dan nu dansen, moeder
vraag ik
niet straks of later maar nu.
Ik wacht niet op haar antwoord
sla mijn arm stevig rond haar middel.
ik voel haar ribben
pak haar hand
als Fred en Ginger op één steen
Ik wieg haar bovenlichaam als een klok van slag
draai haar in het rond
opnieuw en opnieuw
veel te ruig
veel te wild
ze duizelt en rilt
ik voel haar kleiner worden
nog kleiner
ik wou dat ze ergens een ventieltje had
zo kon ik haar nieuw leven inblazen
Komaan moeder, doe eens wat
dans, lach, leef
maar ze lacht niet
Als iemand aan deze uitspatting plezier beleeft ben ik het
en zelfs dat niet
Ik laat haar los
zij wankelt
In haar ogen zie ik de wil tot uitbreken en meteen ook het gebrek eraan
Ze was niet altijd zoals dit
zo broos
breekbaar
Als de dagen lengen, zal het beter gaan
zegt ze
net als het jaar voordien.
Als de koude door de dooi verdreven wordt, zal de wonde dichten
je zal het zien
zegt ze
Hilde De Rore
Voor het meinummer is genomineerd: Jef Leplae van de afdeling Haspengouw.
Weet je waar ik als kersverse taaladviseur indertijd weken over heb lopen tobben? Als we elkaar 'Vrolijk Kerstmis' of 'Zalig Kerstmis' wensen, dan tarten we toch alle regels van de grammatica? Vijfentwintig jaar later weet ik beter. En toch blijft het een opvallende constructie.
'Pasen' is een de-woord. Dat merk je meteen in de tegeltjeswijsheid 'een groene Kerstmis, een witte Pasen'. Ga het maar na: een oude man (de man), een oude vrouw (de vrouw), een oud kind (het kind). Als je 'een witte Pasen' zegt, dan moet het een de-woord zijn.
Logischerwijs zou je paaswens dan ook 'Vrolijke Pasen' of 'Zalige Pasen' moeten zijn. En toch lees en hoor je overal de vorm zonder e. Intussen weet ik dat het een uitzondering op de algemene regel is. De vorm met e is in een wensformule zeker niet fout, maar de niet-verbogen vorm is het gebruikelijkst. Dat gebeurt wel vaker in min of meer vaste woordcombinaties. Denk maar aan 'de algemeen secretaris'.
Het maakt dus weinig uit hoe je het zegt. Bij dezen: aan alle lezers van PrincEzine een vrolijk(e) of zalig(e) Pasen!
Ruud Hendrickx
Voormalig VRT-taaladviseur
Op 17 mei organiseren drie gewesten hun gewestdag: Limburg, Oost- en Zeeuws-Vlaanderen, en Noord-Nederland & Holland. Inschrijven voor deze gewestdagen kan nog steeds.
Limburg (Maastricht): Bruggen bouwen
Oost- en Zeeuws-Vlaanderen (Ename): Oost ontmoet west
Noord-Nederland & Holland (Groningen): Behind the scenes
Op 14 juni is er de gewestdag van West-Vlaanderen in Sint-Omaars (Frankrijk): Sint-Omaars, vroeger en nu.
Limburg - Bruggen bouwen opdat en zodat we elkaar verstaan
Zaterdag 17 mei, 13.30 uur – Maastricht
In een wereld vol tegenstellingen is het zoeken naar verbinding belangrijker dan ooit. Tijdens deze gewestdag staan we stil bij het belang van nuance, dialoog en het durven innemen van het 'radicale midden'.
Twee sprekers bieden ons inspiratie: Thor Rydin (Universiteit Utrecht) over de kracht van stilte en reflectie in een rumoerige samenleving, en Jan Van Daele (president Orde van den Prince) over tolerantie als leefhouding en de rol van de OvdP als bruggenbouwer.
Na de lezingen gaan we met elkaar in gesprek over hoe we, juist nu, kunnen verbinden in plaats van verdelen.
We sluiten de dag af in goede sfeer tijdens de receptie en het Live Cooking Dinerbuffet.
Oost- en Zeeuws-Vlaanderen - Oost ontmoet west
Zaterdag 17 mei, 9.30 uur – Ename
Laat je meeslepen in de verborgen verhalen van de Byzantijnse prinses en keizerin Theophanu, een mystieke brug tussen Oost- en West-Europa. Geniet van een betoverend recital door operazangeres Tineke Van Ingelgem, recent soliste in de Scala van Milaan, en pianist Aaron Wajnberg. Ervaar de erfgoedsite Ename en de historische Sint-Laurentiuskerk vanuit uniek perspectief.
De afdelingen Denderland en Zuid-Oost-Vlaanderen kijken ernaar uit om je te ontvangen en samen met jou hun lustrum te vieren.
Groningen - Behind the scenes
Zaterdag 17 mei, 10.30 uur – Groningen
Een dag vol verrassing, verdieping en verbinding, in Groningen en Leek. Een unieke dag vol kunst, cultuur, technologie en ontmoeting.
We starten in het iconische Groninger Museum, waar je wordt verwelkomd met koffie, museumtaart en een exclusief kijkje Behind the Scenes.
Na een korte wandeling naar het Forum Groningen genieten we samen van de lunch, gevolgd door een inspirerende lezing van Jack Esselink – theoloog én datascientist – over de invloed van artificiële intelligentie op mens en maatschappij.
's Middags ontdek je Groningen op verrassende wijze tijdens thematische stadswandelingen.
Ga 's avonds mee naar het landgoed Nienoord in Leek. Daar wachten je de tentoonstelling Beek in Beeld, een heerlijk diner én sfeervolle livemuziek met flamencogitaar en tangodans.
Donderdag 24 april (!) heeft de afdeling Heerlickheyt Mechelen een gelauwerde auteur te gast: Mark Schaevers. Hij presenteert er zijn biografie van Hugo Claus, De levens van Claus, waarvoor hij eind vorige maand de Boon-publieksprijs heeft gekregen.
Leden en niet-leden zijn welkom in de Salons Van Dijck in Mechelen. Wil je erbij zijn, aarzel dan niet en meld je zo gauw mogelijk aan.
De afdeling Heerlickheyt Mechelen heeft twee mooie tradities: elk jaar organiseert ze een vergadering over literatuur én ze stelt die ook open voor niet-leden. Op die manier wil ze de OvdP, haar missie en haar activiteiten bekendmaken bij een breder publiek. De bijeenkomst is vernoemd naar Gaston Durnez, schrijver en lid van de afdeling, die in 2019 overleed.
De centrale gast is Mark Schaevers, de biograaf van Hugo Claus. Hij zal het hebben over de genese van een biografie en over de figuur en het leven van Claus. Een uitgebreid gesprek met hem kun je lezen op de website van VRT NWS.
Later op de avond is er een vrij podium, waar aanwezigen kunnen getuigen over hun persoonlijke ervaring met Hugo Claus of voorlezen uit zijn oeuvre.
Aanmelden kan bij de afdeling Heerlickheyt Mechelen. Vergeet niet het aantal personen te vermelden. Na aanmelding krijg je een bevestiging en betaalverzoek.
Praktisch
Donderdag 24 april, 19.00 uur
Salons Van Dijck, Fr. de Merodestraat 33, Mechelen
65 euro per persoon, inclusief aperitief en diner
Op 2 juli wordt in Kasteel Beauvoorde (Veurne) de nieuwe literaire canon van Vlaanderen gepresenteerd tijdens een literair-muzikaal feest.
De nieuwe lijst, opgesteld door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL), wordt niet alleen voorgesteld, maar - volgens de organisatoren - ook 'besnuffeld, besproken en gevierd' door auteurs, muzikanten, academici, een journalist en een spreekkoor.
Na afloop wordt er feestelijk geklinkt op de literatuur. Iedereen is welkom (na aanmelden).
Programma
Witte tent
14.00 – Het JosKoor
14.05 – Welkomstwoord door voorzitter Leen Van Dijck
14.10 – Presentatie van de nieuwe literaire canon door Kristien Bonneure, Lieke van Deinsen en Erik Vlaminck
14.25 – Panelgesprek met de schrijvers Tom Lanoye, Gaea Schoeters en Koen Peeters o.l.v. Dirk De Geest
15.10 – Pauze
15.20 – 16.30
Kerk
Het Nederlandse topensemble Camerata Trajectina brengt liederen uit ons muzikaal-literair verleden.
Witte tent
Optredens van Marieke De Maré, Aya Sabi, Kris Van Steenberge, Maud Vanhauwaert, Gaea Schoeters, Tom Lanoye en Het JosKoor
Koetshuis
16.30 – 18.00 – Receptie (met optredens van Het JosKoor, her en der)
17.00 – 18.00 – Pompidou Live
Praktisch
Kasteel Beauvoorde, Wulveringemstraat 10, 8630 Wulveringem (Veurne)
Woensdag 2 juli 2025. Deuren open: 13.30 uur. Programma van 14.00 tot 16.30 uur. Slotfeest tot 18.00 uur.
De toegang is gratis, maar reserveren is verplicht via deze link.
Je kent niet alle sprekers? Op de website van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL) staan alle biografieën.
Wat stond er ook alweer in de literaire canon, versie 2020? Check het op literairecanon.be.
Sinds kort is Yonca Erkan lid van de afdeling Antwerpen-'t Wit Lavendel. Deze professor in onroerend erfgoed, verbonden aan de Universiteit Antwerpen, is afkomstig uit Turkije.
Naast haar moedertaal Turks gebruikte zij in haar internationale carrière vooral Engels. Sinds zij in Antwerpen woont, heeft zij een warme band met het Nederlands ontwikkeld.
"Ik ben heel blij dat ik lid kon worden van de Orde van den Prince. Ik waardeer de collegiale omgeving die de vereniging mij biedt. Als professor in gebouwd erfgoed houd ik mij bezig met cultuur in een internationale context. In mijn dagelijkse werk spelen culturele uitingen, in mijn geval in de vorm van bouwwerken, een grote rol bij het begrijpen wie deze gebouwen heeft gebouwd en gebruikt. Cultuur geeft vorm aan tradities en dat is waar we bruggen kunnen bouwen tussen het oude en het nieuwe."
Internationale carrière
Professor Yonca Erkan kan bogen op een internationale carrière. Zij was verbonden aan Unesco en werkte mee aan verschillende internationale projecten. Al deze breed opgezette projecten wezen haar telkens op het belang van de plaatselijke specifieke achtergrond. "Zo kwam ik uiteindelijk tot de conclusie dat ik meer geïnteresseerd ben in een perspectief waarin we van 'mijn' erfgoed naar 'ons' erfgoed gaan. Met dit uitgangspunt in mijn achterhoofd wil ik graag bijdragen aan de bescherming en ontwikkeling van het Vlaams cultureel erfgoed als onderdeel van het erfgoed van de mensheid."
Nederlands
Een Turkse achtergrond en een internationale loopbaan: kennis van het Nederlands is dan vast een zware opgave. “Toen ik om academische redenen naar België verhuisde, werd Nederlands leren een uitdaging. Op mijn werk gebruik ik alleen Engels. Om mijn Nederlands te oefenen, had ik een intellectuele omgeving nodig waar ik mijn taalvaardigheden kon bijschaven. Ik schreef mij in op het Language Buddy-programma. En zo kwam ik in contact met de Orde van den Prince. Mijn taaldocente Maureen Lambrechts wist wat ik nodig had en verwees mij door naar de Orde. Zo leerde ik mijn 'buddies' Dirk en Chris Van Bogaert kennen.
Dichter
Dankzij Dirk, een dichter, kwam mijn interesse in poëzie opnieuw naar boven. Ik heb een artistiek karakter: ik ben architect en ik was vroeger bezig met beeldhouwen, schilderen, dansen en muziek. Het opbouwen van een internationale carrière legde lang beslag op al mijn aandacht. In die periode werd ook mijn vrijheid van meningsuiting ingeperkt. Er was toen weinig plaats voor mijn artistieke talenten. Nu, in een gunstige omgeving, ben ik blij om te zien dat de eerder geplante zaadjes nog steeds bloeien. Ik deel graag mijn wereldbeeld en ervaringen met de Vlaamse gemeenschap. Eerst met mijn studenten aan de Universiteit Antwerpen Erfgoedstudies en daarna met de leden van de Orde van den Prince."
Chris Vermuyten
Lid van de redactie van PrincEzine
Luc Declerck, gepensioneerd
Jocelyne Govaerts, lerares (gepensioneerd)
Kay Goyens, vertaler-tolk
Michel Zegers, eremagistraat
Ivan De Backer, architect, freelance consultant Eiffage / AB
Bertrand Mekeirel, CEO BHM Steel
Philippe Saey, ingenieur (gepensioneerd), vrijwillige wetenschappelijk medewerker KU Leuven
Joep Crompvoets, hoogleraar KU Leuven
Kees Poelstra, ingenieur (gepensioneerd)
Annèt H.M. Bootsma-van Hulten, historicus, oud-hoofdredacteur Zwols Historisch Tijdschrift
De Everwinus Wassenbergh-penning, ook wel de 'Nobelprijs voor de neerlandistiek' genoemd, is dit jaar gegaan naar het Utrechtse Princelid Nicoline van der Sijs, emeritus hoogleraar historische Nederlandse taalkunde in de digitale wereld aan de Radboud Universiteit.
De penning wordt nu al vijf jaar uitgereikt aan iemand die volgens de jury gedurende vele jaren een brede en wezenlijke bijdrage aan de neerlandistiek heeft geleverd. Nicoline van der Sijs kreeg de prijs begin deze maand overhandigd tijdens de Neerlandistiekdagen in Nijmegen.
Een van de belangrijkste inzichten die Nicoline van der Sijs naar voren heeft gebracht, is dat de geschiedenis van het Nederlands alleen te begrijpen is wanneer we inzien dat de taal voortdurend in contact heeft gestaan met andere talen. Haar boeken vielen niet alleen wetenschappelijk in goede aarde, maar bereikten vaak ook een breed publiek.
Nicoline is beroemd om haar grootschalige projecten waarbij vrijwilligers meewerkten aan het overtikken van oude Bijbelvertalingen en zeventiende-eeuwse kranten. Dit heeft ertoe geleid dat de geschiedenis van het Nederlands, in vergelijking met talen van vergelijkbare omvang, uitzonderlijk goed gedocumenteerd is. Ze pleitte al in een vroeg stadium voor het gebruik van computers en digitale gegevensbestanden in het onderzoek naar de taalgeschiedenis.
Neerlandistiek
De Everwinus Wassenbergh-penning is een initiatief van het tijdschrift Neerlandistiek. De prijs is vernoemd naar Everwinus Wassenbergh (1742-1826), de eerste hoogleraar Nederlands ter wereld, werkzaam aan de toenmalige Universiteit van Franeker.
De jury bestaat uit de leden van de redactie en de redactieraad van Neerlandistiek. Hoewel de reglementen bepalen dat redactieleden, die immers samen met de redactieraadsleden de jury uitmaken, niet in aanmerking komen voor deze prijs, was de jury - in dit geval de redactie en de redactieraadsleden minus Van der Sijs - unaniem van mening dat Nicolines uitzonderlijke bijdrage een inbreuk op de reglementen rechtvaardigen. De unanieme overtuiging was dat de penning de naam van Everwinus Wassenbergh niet waardig zou zijn zonder erkenning van Nicoline van der Sijs' buitengewone bijdragen aan het vakgebied.
Lees meer op de website van het tijdschrift Neerlandistiek en op haar Wikipediapagina.
Foto bij het artikel: tijdschrift Neerlandistiek.
De nieuwste historische roman Intriges in het Vaticaan van auteur en Princelid Joris Tulkens schetst op levendige wijze het ontstaan van de universiteit van Leuven, 600 jaar geleden.
Het opzetten van een centrum waar ideeën, wetenschap en onderzoek samenkomen, mag dan al een serieuze aangelegenheid zijn, Tulkens laat de lezer ook kennismaken met wat er nog meer gebeurde.
Gestook, eigenbelang, gekrenkte persoonlijkheden en een net van intriges doorkruiste het hele proces. Dat zorgt voor 250 boeiende pagina's, waarin Tulkens feit en fictie knap door elkaar weeft.
Alles begint in Leuven in 1416, wanneer scholaster (schoolhoofd) Willem Neve beslist naar Keulen te gaan voor het behalen van zijn magistraat en voor studies in het kerkelijk recht. De ideeën die hij in het progressieve Keulen opdoet, zullen de rest van zijn leven bepalen. Het kerkelijk recht dat in Keulen werd gedoceerd, bewandelde immers de paden van de Via Moderna: 'Onderzoek de schepping en je vindt God'. De aanhangers van de Via Antiqua daarentegen verdedigden de stelling: 'Onderzoek de Heilige Geschriften en je zult de werkelijkheid beter begrijpen'.
"Voor de aanhangers van de Via Antiqua komt eerst het geloof en daarna de werkelijkheid, bij de modernen komt de werkelijkheid eerst en is het geloof een afgeleid verschijnsel." (pagina 116).
Grote plannen
Bij Willems terugkeer in Leuven blijken daar grote plannen op het getouw te staan. Het Leuvense stadsbestuur, het kapittel en de hertog van Brabant zijn voorstander van de oprichting van een Studium Generale, een universiteit. Maar daarvoor is de goedkeuring van de paus nodig. Willem Neve wordt gevraagd om een 'suppliek' - een verzoekschrift - aan paus Martinus V te gaan overhandigen.
Gestook
En dan begint het gestook. Want iedereen heeft wel een eigen al dan niet geheime agenda. De hertog van Brabant heeft huwelijksperikelen, die invloed hebben op zijn territorium. Daarom wil hij zijn huwelijk met Jacoba van Beieren door de paus laten ontbinden. Op de koop toe heeft de hertog weinig zin om zijn juridische macht over te dragen aan de universiteit. Want een universiteit vormt een staat in de staat en spreekt recht over de eigen leerlingen en professoren. Het kapittel stelt dan weer vragen bij de opvattingen die Willem Neve in Keulen heeft opgedaan. Zal de paus de weg van de Via Moderna mee bewandelen?
Deken
Gelukkig is er de door de wol geverfde deken van Antwerpen, Anselmus, die het geheel zal faciliteren via zijn uitgebreide netwerk. Alleen blijkt ook hij een eigen agenda te hebben… De suppliek was oorspronkelijk een minutieus uitgeschreven en uitgebalanceerd document, maar elk personage dat erbij betrokken was, probeerde er steels zijn eigen belangen en voordelen in te verwerken. Bij de laatste hoofdstukken komt het boek dan ook helemaal in een stroomversnelling. De ene plottwist volgt op de andere.
Ingewikkeld spel
De kracht van het boek ligt in de levendige beschrijving van dat ingewikkelde spel. Joris Tulkens gebruikt een vlotte en aangename spreektaal, die zeer soepel overkomt en mooi contrasteert met de korte stukjes die aangehaald worden uit de oorspronkelijke documenten.
Op de koop toe weet hij hier en daar te refereren aan de huidige situatie in de Leuvense studentenstad. Zo komt het probleem van de huisvesting van al die studenten aan bod: is daar wel voldoende plaats voor? Of hij wijst knipogend naar de verschillende lichaamsbouw van de Leuvenaars en de Italianen: de correcte kleding voor het overhandigen van de suppliek wordt in Rome aangekocht maar heeft behoorlijk wat aanpassingen nodig om bij het Vlaamse lijf van Neve te passen. Met zulke details krijgt het boek extra schwung.
Intriges in het Vaticaan is een goed gedocumenteerde historische roman, die door de gehanteerde vertelstijl even vlot leest als een eigentijdse thriller.
Chris Vermuyten
Lid van de redactie van PrincEzine
Intriges in het Vaticaan – Hoe Leuven zijn universiteit bijna misliep.
Joris Tulkens
Uitgeverij Sterck & De Vreese
254 pagina’s
24,90 euro
Joris Tulkens, lid van de afdeling Diest, schrijft historische romans. Waarom is hij die gaan schrijven? Waarom spelen de boeken zo vaak in de zestiende eeuw? Waar gaat zijn volgende boek over? En hoe komen zijn historische romans eigenlijk tot stand?
"Als een historicus schrijf ik het frame van het boek, als romanschrijver maak ik er een literair werk van."
Joris Tulkens (1944) studeerde klassieke filologie aan de KU Leuven en behaalde ook een baccalaureaat in de Thomistische Wijsbegeerte. Tot zijn 55e doceerde hij Grieks en Latijn in het middelbaar onderwijs. Hij werkte in zijn jonge jaren mee aan een linksgeoriënteerde stadskrant. "Wie in zijn jeugd de maatschappij niet probeert te veranderen, mist heel wat wijsheid op zijn tachtigste."
Maar toen het hem eindelijk gelukt was de samenleving diepgaand te veranderen, vertelt hij lachend, moest hij wat anders bedenken. Hij werd schrijver. Zijn eerste boek, De macht van het getal, een verzameling verhalen, schreef hij op zijn 44e. Sindsdien schrijft hij elke twee jaar een boek, meestal een historische roman.
Diest
Zijn liefde voor de historische roman dankt Joris Tulkens aan zijn thuisstad Diest. "Daar staat een standbeeld van Nicolaes Cleynaerts, een zestiende-eeuwse humanist en theoloog, die op eigen houtje Arabisch leerde en zich verdiepte in de islam. Hij wilde de misverstanden tussen christenen en moslims uit de wereld helpen, trok daarom naar het zuiden, gaf les in Salamanca en aan het Portugese hof, leerde de Koran lezen en belandde uiteindelijk in Fez (in het huidige Marokko). Maar zijn toenaderingspogingen mislukten, hij moest naar Spanje vluchten en stierf uiteindelijk in armoede in het Alhambra, waar hij ook begraven werd." Die boeiende geschiedenis werd het onderwerp van Tulkens’ eerste historische roman en de liefde ging niet meer over.
Zestiende eeuw
De zestiende eeuw bleef de schrijver intrigeren. Het begin van de moderne tijd, de nieuwe ideeën, de ontdekkingsreizen, de boekdrukkunst, de veranderingen in de maatschappij en de daarbij horende terechtstellingen en godsdienstoorlogen leverden een hele reeks interessante personages op zoals Desiderius Erasmus, Thomas More, Johanna de Waanzinnige, Pieter Gillis en Andreas Vesalius. Allemaal bleken ze voldoende stof te bieden voor telkens een nieuwe historische roman.
Door de jaren heen werden die hoofdpersonages zijn vrienden. "Niet zelden passeerde ik met hen ook langs het Vaticaan. Geen wonder dus dat ik mezelf vorig jaar ook in het doolhof van de Curie begeven heb met een biografie van de ongelukkige paus Adrianus VI - in Leuven beter bekend als Adriaan van Utrecht - en dit jaar met een boek dat past in de viering van het 600-jarig bestaan van de Leuvense universiteit."
Niet zwaar
De historische verhalen van Joris Tulkens zijn niet zwaar om te lezen. De personages die de Diestenaar neerzet, komen echt tot leven. "Ik probeer in mijn boeken verder te kijken dan hun dikwijls opvallende verdiensten. Ik wil daarnaast ook hun menselijke kantjes in de verf zetten. Wanneer we vandaag bijvoorbeeld over Erasmus spreken, dan denken we spontaan aan Lof der Zotheid. Maar wie Erasmus echt wil kennen, moet zijn brieven lezen. Dan leer je - naast een groot geleerde - ook een af en toe vervelende en egoïstisch aangelegde man kennen, iemand die zijn knechten vernederde en bijzonder venijnig uit de hoek kwam tegenover zijn vijanden."
"Maar evenzeer herken je ook iemand die vandaag de dag zou aanschuiven in een discussieprogramma zoals De Afspraak. Soms kwam ik in het Vaticaan ook mensen tegen die je zo in een hedendaags bedrijfsleven kunt inplanten. De vicekanselier die aan bod komt in Intriges in het Vaticaan zou in deze tijden een CEO kunnen zijn die geld in zijn laatje wil brengen. De goddelijke boodschap is daarbij het product waarmee hij de zaak rendabel houdt."
Personages
Kunnen we er dan van uitgaan dat het vooral de personages zijn die Joris Tulkens interesseren? Is dat het uitgangspunt van zijn romans, en niet de historische gebeurtenis? "Ik ben allesbehalve een aanhanger van de structuralistische opvatting van de geschiedenis, volgens welke grote figuren nauwelijks enige invloed zouden hebben op de gebeurtenissen. In die visie zouden figuren zelf het product zijn van structuren die hen overstijgen. Anders gezegd: ils ne pensent pas, ils sont pensés (ze denken niet, ze worden bedacht) - de erg versimpelde slogan van het structuralisme. Ik geloof dat niet. Volgens mij wordt het gedrag van grote figuren slechts deels beïnvloed door de tijdsgeest, maar in veel sterkere mate door hun karakter, hun frustraties, hun lichamelijke of zelfs hun geestelijke tekortkomingen. En niet zelden ook door het toeval. Naar zulke dingen ga ik graag op zoek: kleine oorzaken, grote gevolgen."
Karakters
Gegevens kun je terugvinden in de geschiedschrijving, en karakters deels in brieven. Maar in een historische roman moet dat gestoffeerd worden. Wat is dan fantasie en wat is waarheid?
"De bekende historische feiten in mijn romans zijn behoorlijk goed gecontroleerd en geconserveerd. Maar ik kan natuurlijk niet alles wat zich in het verleden van mijn hoofdpersonages heeft voorgedaan in mijn verhaal opnemen. Met een opsomming van alle historische feitjes zou de draad van het verhaal - en het thema - hopeloos verloren gaan. Gesprekken moet ik zelf 'reconstrueren', daar zijn geen opnames van. En dan zijn er nog de 'witte vlekken' in de geschiedenis. Sommige dingen zijn nu eenmaal niet meer te achterhalen, hoe goed de research ook gedaan is. Ik kleur dergelijke witte vlekken graag in. Kortom: zodra de historicus in mij het boek heeft geschreven, duikt de romanschrijver op om het boek leesbaar te maken."
Praktisch
En hoe doe je dat praktisch? "Ik lees eerst verschillende boeken over de periode rond mijn onderwerp, liefst ook brieven van mijn hoofdpersonage. Die laat ik dan bezinken. En met alles wat in mijn hoofd gepasseerd is en wat is blijven hangen, construeer ik dan een plot. Voor mijn laatste boek, bijvoorbeeld, las ik de schitterende studie van Marc Nelissen over de stichtingsoorkonde van de universiteit van Leuven. Ik ontdekte drie bevreemdende dingen. Ten eerste werd Willem Neve door de paus tot rector benoemd en dat voor een periode van vijf jaar! Dat was ongezien in die tijd. Ten tweede kreeg Leuven geen afdeling theologie. Waarom niet? En bovendien bleken alle oorkonden ook nog eens herschreven te zijn. Wat is daar aan de hand geweest? Ik zoek dan een rode draad die een verklaring kan bieden voor die drie anomalieën en dat wordt dan de plot van mijn roman."
Lezen
Zelf leest Joris Tulkens weinig. "Ik heb een tijdje Zuid- en Midden-Amerikaanse literatuur gelezen. Een historische roman gaat er ook wel in. Maar uiteindelijk heb ik - wegens mijn research - weinig tijd om te lezen. En wanneer ik het dan toch doe, beleef ik er weinig plezier aan - om een heel vreemde reden! Ik heb namelijk het gevoel dat ik elke literaire truc doorzie."
"Ik heb ook lang toneel gespeeld in een goede amateurgroep. Ik ga nu nog zelden naar het toneel. Want ik zie het aan een acteur wanneer die zijn tekst kwijt is, ik zie wanneer er iets verkeerd loopt op de scène, ik erger me aan een stilte die te lang duurt. Datzelfde heb ik ook bij het lezen: hier hebben we nu een cliffhanger, daar wordt een conflict voorbereid, hier volgt nu een bewuste leugen, enzovoorts. Alleen de boeken waarbij ik dat gevoel niet heb, dat zijn voor mij de echte meesterwerken."
Nieuwe roman
Laatste vraag: komt er nog een nieuwe roman? "Ik wil nog éénmaal uitpakken. Ik heb nog een project in mijn hoofd over de Hertog van Alva, een man over wie meer te zeggen valt dan dat hij een zeer bloeddorstige Spanjaard was. Maar ik wil er verder nog maar weinig over kwijt. Uiteraard wordt het opnieuw een historische roman.”
Het aftellen is begonnen. Nog twee jaar!
Chris Vermuyten
Lid van de redactie van PrincEzine
Onlangs kregen alle afdelingen het verzoek om aan te geven of er ook NT&C-projecten waren waar geen subsidie voor werd aangevraagd. Het vermoeden bestond dat er veel meer gebeurt dan er zo op het eerste gezicht zichtbaar is.
En inderdaad, heel wat afdelingen bleken mooie en interessante projecten te organiseren die niet door het Bestuur gesubsidieerd worden.
Sommige NT&C-projecten komen in het huidige stelsel niet voor financiële steun in aanmerking, want afdelingen kunnen sinds september 2024 alleen subsidie van het Bestuur krijgen voor externe projecten die een doelgroep ten goede komen of die gericht zijn op naamsbekendheid en ledenwerving. Des te interessanter om eens te zien wat er zoal nog meer gebeurt.
Geen subsidie
Er zijn, zo bleek, heel wat projecten die zich wel richten op doelgroepen en uitstraling van de Orde waar desondanks geen subsidie voor wordt aangevraagd. De leden zetten zich in als leesbuddy of als begeleider bij excursies. Er worden ook grote projecten gericht op ledenwerving georganiseerd waarbij de financiering op een andere manier rondkomt, bijvoorbeeld doordat de ticketprijs de kosten dekt en/of door samenwerking met andere organisaties. In sommige gevallen gaat het om een eerste aanzet en overwegen de afdelingen in 2026 wel subsidie aan te vragen om zo hun project te kunnen versterken.
Daarnaast zijn er ook interessante jumelageprojecten waarbij meerdere afdelingen samenwerken. En projecten rond de viering van jubilea!
Ten slotte worden er interessante 'interne projecten' georganiseerd, die zeer verbindend zijn voor de afdelingen. Daar vroeg het formulier niet naar, maar sommige afdelingen hebben dat toch vermeld. En terecht.
Al deze projecten verdienen het om in het zonnetje te worden gezet.
Als het niet-gesubsidieerde NT&C-project van jouw afdeling niet in het overzicht hieronder staat, vul dan even het formulier voor niet-gesubsidieerde projecten in of stuur mij een e-mail. Ik hoor graag van jullie.
Tijd en inzet
Er zijn projecten die weinig of geen geld kosten, maar wel inzet en tijd vragen van de leden.
Zo halen leden van de afdeling De Meierij (project 'Kom over de drempel') asielzoekers op bij het AZC en nemen hen mee naar verschillende 'sferen': kunst (museum), religie (St.-Janskathedraal), gezondheidszorg (huisartsenpost), historie (vestingwerken) en noem maar op.
De leden van de afdeling Oostende begeleiden allochtone nieuwkomers bij het lezen, om ze zo voor te bereiden op instroming in het middelbaar onderwijs.
Antwerpen-'t Wit Lavendel werkt in het project 'Taalbuddies' samen met Linguapolis en Duo for a job. De leden treden op als taalbuddy voor nieuwkomers die Nederlands willen leren of begeleiden hen bij het zoeken naar werk.
Noorderkempen ondersteunt de stichting Prago door de aanschaf van spellen ten behoeve van volwassenen met leermoeilijkheden om zo spelenderwijs kennis en vaardigheden op het gebied van rekenen en taal te vergroten. De kosten worden door de leden gedragen.
Heerlen nodigt in het kader van Euregio Kultur middelbare scholieren en hun docenten Nederlands uit om de door de Euregio genomineerde boeken tijdens een afdelingsbijeenkomst te bespreken.
Peterschappen
Mechelen steunt de studie Nederlands aan de universiteit in Zagreb (peterschap).
Prinsbisdom intensiveert het contact met de Neerlandistiek in Luik.
Niet-gesubsidieerde uitstralingsprojecten
Er zijn ook afdelingen die op eigen kracht uitstralingsprojecten weten te organiseren, vaak in samenwerking met andere lokale organisaties die hun zaal ter beschikking stellen en/of voor publiciteit zorgen. Soms dekt de toegangsprijs de kosten.
Zo wist de afdeling Noorderkempen 150 belangstellenden te trekken voor een interview met de voor de Libris Literatuur Prijs genomineerde auteur Frank Nellen.
Rijk van Nijmegen onthulde literaire bakens in samenwerking met de Stichting Literaire Bakens Nijmegen.
Cluster Gent organiseert in samenwerking met Theater Tinnenpot Gent een benefietvoorstelling ter herdenking van Jo Decaluwe, oud-lid van afdeling Gent Princehof en stichter van Theater Tinnenpot.
Wegens het succes afgelopen jaar wil Graafschap Loon opnieuw een lezing en orgelconcert organiseren in samenwerking met de kathedraal. Hier komen ook veel belangstellenden op af.
Prijzen voor scholieren
Verschillende afdelingen organiseren of ondersteunen op eigen kosten prijzen voor scholieren of studenten.
Lier ondersteunt De Wondere Pluim, een schrijfwedstrijd voor scholieren, bij het organiseren van de slotavond waarop de prijs wordt uitgereikt en levert tevens een belangrijke bijdrage aan de invulling van het programma.
De afdeling Londen looft de Selma van de Perre Prijs uit voor het beste gedicht over vrede en vriendschap van een leerling van een Nederlandse school in het VK. Selma van de Perre (geboren in 1922) was dit jaar zelf bij de uitreiking aanwezig.
De afdeling Curaçao geeft een attentie aan de beste eindexamenleerlingen bij het vak Nederlands aan alle middelbare scholen op het eiland.
De afdeling Groningen biedt de laureaat van de Betsy Nortprijs (een gesubsidieerd project) een gratis gastlidmaatschap aan voor twee jaar.
Jumelageprojecten
Het is ook toe te juichen als afdelingen samenwerken rond een speciaal project.
Zo lazen de leden van Prinsbisdom, Maastricht en Heerlen de zes boeken die in het kader van Euregio Kultur zijn genomineerd om als beste boek van 2024 door de middelbare scholieren te worden gekozen. Ze kwamen dit jaar op 26 maart in Luik samen om met elkaar te besluiten welk van deze boeken zij zelf het beste vonden.
Nijmegen en Antwerpen-Middelheim bezoeken elkaar om de twee jaar.
Er zijn vast nog meer jumelages. Laat het me weten!
Interne projecten: gedichten en toneel
Sommige afdelingen berichtten over bijzondere interne projecten. Deze projecten komen in onze subsidiesystematiek niet in aanmerking voor subsidie, maar kunnen natuurlijk wel heel zinvol zijn om de onderlinge band tussen de leden te versterken. Daarom wil ik er graag een paar noemen.
De afdeling Groningen maakte een gedichtenbundel met daarin bijdragen van de leden. Ook werkt de afdeling aan een lustrumboek waarin bijdragen van alle leden worden opgenomen. Het lustrumboek zal in het kader van de jubileumviering wijd verspreid worden (andere afdelingen, contacten en potentiële nieuwe leden). Ook de laureaten van de Betsy Nortprijs ontvangen een boekje.
De leden van Antwerpen-'t Wit Lavendel maken ook gedichten en dragen ze voor bij een afdelingsbijeenkomst. Die gedichten worden in een gedichtenbundel verzameld en gedrukt. Het boekje wordt aan belangstellenden en kandidaat-leden gegeven.
Leden van de afdeling Antwerpen-Plantiniana voerden Reynaert de Vos op voor andere leden, partners, familieleden en belangstellenden. Je kunt aan de foto boven het artikel zien hoeveel plezier ze hadden tijdens een repetitie…
Kortom, prachtige initiatieven. Er gebeurt heel veel moois in de afdelingen. Chapeau!
Mieke Langenberg
Portefeuillehouder NT&C in het Bestuur
De Prince-Academie zet dit voorjaar artificiële intelligentie of AI in de schijnwerpers. AI is een nieuwe systeemtechnologie en brengt evenals vorige systeemtechnologieën zoals de industriële revolutie of de komst van elektriciteit grote veranderingen met zich mee.
Wat is AI eigenlijk? Wat kunnen we met deze nieuwe techniek doen? Wat voor effecten heeft het gebruik van AI op ons dagelijks leven? Wat zijn de voordelen en welke gevaren brengt AI met zich mee?
Twee gerenommeerde sprekers – Bart De Moor en Frieda Steurs – lieten al hun licht hierover schijnen, maar we hebben nog twee lezingen over dit interessante thema tegoed!
Paul Timmers: 28 april
Paul Timmers, deeltijdhoogleraar aan de KU Leuven, onderzoeksmedewerker aan de Universiteit van Oxford en voormalig directeur bij de Europese Commissie met o.a. verantwoordelijkheid voor wetgeving op het gebied van cybersecurity en digitale identiteit (en voorzitter van de afdeling St.-Genesius-Rode - Beersel), zal op maandagavond 28 april – 20.00 uur - spreken over AI en geopolitiek, conflict en samenspel.
Door de toenemende afhankelijkheid van digitale informatiesystemen en het toenemend gebruik van AI als handels- en oorlogswapen wordt cybersecurity cruciaal om onze samenleving, economie, democratie en fundamentele vrijheden veilig te stellen.
Dat belooft een heel interessante avond te worden dus mis het niet en schrijf in.
Kathleen Gabriëls: 12 mei
Kathleen Gabriels is moraalfilosofe, gespecialiseerd in computerethiek. Ze heeft aan verschillende universiteiten gewerkt, schrijft columns in diverse kranten en tijdschriften en is een graag geziene gast in debatten en congressen waar gepeild wordt naar de ethische en filosofische aspecten van computertechnologie, waaronder AI, virtual reality en monitoringstechnologie. Zij zal op maandagavond 12 mei – 20.00 uur – spreken over Invloed van (Gen)AI op denken, taal en moraliteit - ‘We moeten opnieuw kritisch leren denken’.
AI daagt ons uit, zeker nu AI in toenemende mate het ‘menselijke’ domein betreedt. Kan AI creatief zijn? Is AI intelligent? Wat zijn verschillen tussen menselijke en kunstmatige intelligentie? Kan AI empathie hebben? Wat verliezen we als we een deel van ons schrijf- en denkwerk kunnen ‘uitbesteden’?
Geïnteresseerd? Schrijf je nu in.
Eerste twee lezingen over AI
De eerste twee en bijzonder interessante lezingen van Bart De Moor en Frieda Steurs kun je nu terugzien.
Bart de Moor
In de eerste lezing legde Bart De Moor (hoogleraar KU Leuven en voorzitter Flanders AI Academy - VAIA) uit dat AI heel veel vaders en moeders heeft. Er is geen sprake van intelligentie. AI is gebaseerd op een massief aantal berekeningen. Er zijn heel veel data voor nodig. AI vraagt interdisciplinaire kennis. Er is heel veel energie nodig om al die data te verwerken en de noodzakelijke berekeningen te doen. Een betere term dan Artificial Intelligence zou automated, augmented of assisted intelligence of decision support systems kunnen zijn. In het tweede deel gaat hij in op verschillende toepassingen van AI. Zijn voorbeelden lopen uiteen van de medische sector tot middeleeuwse polyfone muziek.
Wil je de lezing terugzien, klik dan hier.
Frieda Steurs
Frieda Steurs, directeur van het Instituut voor de Nederlandse Taal in Leiden, prof. em. aan de Letterenfaculteit K.U. Leuven en lid van de onderzoeksgroep QLVL, sprak over ‘Taal in transformatie. Technologie, economie en de kracht van generatieve AI’.
Met de razendsnelle opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) en taalmodellen zoals ChatGPT staat taal meer dan ooit in de schijnwerpers. Hoe beïnvloeden deze technologische ontwikkelingen onze communicatie, economie en de toekomst van het Nederlands? In deze lezing wordt een aantal uitdagingen belicht in verband met taal, taaltechnologie en onderwijs in het nieuwe tijdperk van AI. Klik hier om de lezing te (her)bekijken.
Taalmaatjes voor studenten Neerlandistiek extra muros gezocht
De Prince-Academie zoekt taalmaatjes voor studenten Nederlands aan buitenlandse universiteiten. Een OvdP-lid praat in een zoomkamer een-op-een met een student uit bijvoorbeeld Boedapest. De student oefent zijn spreekvaardigheid en bouwt zelfvertrouwen op. Is dat iets voor jou?
Er zijn taalcafés op woensdagavond 23 april, maandagavond 29 april, maandagavond 5 mei en dinsdagavond 6 mei om 20.00 uur.
De studenten hebben je hulp nodig, dus doe mee. Klik voor meer informatie en aanmelding op de Taalcafés.
Mieke Langenberg
Lid werkgroep Prince-Academie en portefeuillehouder NT&C in het Bestuur
Eind januari overleed Roland Aerden van de afdeling Brussel, een echte Princevriend die altijd klaarstond voor de Vlamingen in Brussel. Voor zijn pensionering vervulde hij hoge functies aan de Université libre de Bruxelles en de Vrije Universiteit Brussel, was directeur-generaal van het Universitair Ziekenhuis Jette, directeur van de Prévoyance Sociale en tot slot afgevaardigd bestuurder in de Mijnen NV. Onderstaand In memoriam werd uitgesproken op de vergadering na zijn overlijden.
Roland Aerden is, zoals hij het zelf heeft beslist, overleden op vrijdag 24 januari 2025. De maandag voordien belde hij mij op met de vraag of hij 's anderendaags, dinsdag dus, eens langs mocht komen. Nu, Roland en ik gingen af en toe wel eens samen lunchen en zo'n vraag kwam niet onverwacht over.
Hij was op tijd, zoals steeds. Bij een warme kop koffie bespraken we het 'wereldgebeuren' tot, toen er zoals bij elk gesprek een kleine stilte viel, hij mij plots, zoals hij het zelf zei, zijn verbeterd 'CV' gaf en 'out of the blue' aankondigde: "Gust, ik heb beslist om euthanasie te laten uitvoeren en dat gaat nu vrijdag gebeuren op mijn uitdrukkelijke vraag in het UZ Jette." Jullie zullen wel begrijpen dat ik, alhoewel ik uiteraard het grootste respect heb over hoe iemand zijn levenseinde ziet, emotioneel van de kaart was.
Hij vertelde mij dat hij de laatste jaren steeds meer en meer sukkelde met zijn gezondheid. Hij had inderdaad een openhartoperatie ondergaan, daarna een zwaar verkeersongeval gehad met een fietser, die daarna vluchtmisdrijf pleegde, met een eveneens zwaar chirurgisch ingrijpen tot gevolg. Ook de covid-isolatie heeft er bij Roland flink ingehakt en hij werd 'last but not least' steeds hardhoriger.
Hij vond het dan ook buitengewoon jammer dat hij niet meer actief aan onze vergaderingen kon deelnemen. En die miste hij ook heel erg. De boeiende tafelgesprekken ontgingen hem soms totaal. Hij was vroeger de man van de dialoog en een fijn gesprek was aan hem wel besteed en dat kon dus niet meer. "Ik heb een vol en mooi leven gehad, zowel professioneel als op privévlak, en ik heb er ten volle van kunnen genieten, maar nu houdt het op", voegde hij eraan toe.
Tot in het kleinste detail heeft Roland gedurende de maanden die aan zijn overlijden voorafgingen dit heengaan samen met zijn twee zonen geregeld, in overleg met zijn geliefde echtgenote Danie. Wat er voor, tijdens en na zijn overlijden moest gebeuren. Aldus geschiedde.
Een heel interessant leven zoals dat van Roland Aerden is natuurlijk niet in enkele regels samen te vatten. Ik beperk mij dan ook tot de hoofdpunten.
Roland is geboren te Hasselt op 24 september 1943 en was een echte Limburger in hart en nieren. Zijn vader Gaspard was bakker en zijn moeder Mia Decreton zorgde voor het huishouden. Ze waren ideologisch liberaal.
Zijn grootvader, die spoorwegarbeider was, en zijn grootmoeder waren ideologisch socialist. De rode vlag en de muziekkapel mochten echter bij de begrafenis de kerk niet binnen, vertelde zijn blijvend verontwaardigde grootmoeder hem. Er deden zich daar in het katholieke Limburg van toen blijkbaar toestanden voor à la Don Camillo!
Nochtans was alles voor Roland uitstekend begonnen: zo vertolkte hij tijdens de zevenjaarlijkse Virga Jessefeesten in Hasselt in 1946 Jezus, in 1953 de Heilige Johannes en in 1960 Sint-Jozef. Het heeft echter niet mogen baten, want zijn middelbaar onderwijs volgde hij aan het Koninklijk Atheneum te Hasselt, waar hij afstudeerde in de Latijn-Griekse afdeling met de Prijs van de Regering Primus Perpetuus en het Gulden Eremetaal van de Stad Hasselt.
In 1961 ging hij naar de toenmalige ULB, waar hij de Nederlandstalige studie rechten volgde. Hij werd praeses van, hoe kan het ook anders, de studentenclub Limburgia VUB.
Tijdens zijn doctoraat werd hij voorzitter van het Vlaams Rechtsgenootschap, het Brussels Studentengenootschap en de Vlaamse Vereniging van Studenten. Roland volgde in 1967 aan de Rijksuniversiteit Gent het postuniversitair programma voor Bedrijfsbeheer en het seminarie voor Productiviteitsstudie, en deed onderzoek onder leiding van professor Vlerick.
In december 1968 werd Roland adjunct van de Franstalige secretaris-generaal van de Université Libre de Bruxelles (ULB). Hij werd de eerste Nederlandstalige hogere bediende, belast met de voorbereiding en uitwerking van de taalkundige splitsing van de unitaire universiteit. Men zag er dus toen al de bui hangen!
In 1969 tot 1975 werd hij aangezocht door de eerste rector van de VUB, professor Aloïs Gerlo, als hoofd van het kabinet van de rector. Alles moest nog opgestart worden aan de nieuwe universiteit: de financiële, administratieve, wetenschappelijke en onderwijskundige aspecten hieraan gekoppeld moest Roland in goede banen leiden.
Ook de tweede rector, professor Roger Van Geen, behield Roland in 1975 als hoofd van zijn kabinet tot 1977, het jaar waarop Roland financiële en administratieve coördinator van het Academisch Ziekenhuis werd, het latere Universitair Ziekenhuis te Jette. Hij werd er directeur-generaal. Enkele innoverende structuren en procedures werden er onder zijn leiding ingevoerd, die later selectief door de wetgever zijn overgenomen en algemeen verplichtend werden opgelegd aan de ziekenhuissector.
Ondanks de afwezigheid van een substantieel startkapitaal en het veralgemeend deficitaire exploitatieresultaat - vooral van de universitaire ziekenhuissector - werd het UZ-VUB onder zijn bezielende beleid uitgebouwd tot een gezond financieel bedrijf met op het ogenblik van zijn vertrek een omzet van 3,5 miljard Belgische frank en een personeelseffectief van meer dan 2.000 personen. Het ziekenhuis boekte jaarlijks een zeer gunstig exploitatieresultaat en eveneens jaarlijks werden belangrijke investeringen gedaan.
Hij werd in die periode ook docent Gezondheidsrecht en Sociaal Recht aan de VUB.
Roland was medestichter en samen met professor André Prims van de KU Leuven beheerder van de Vlaamse Vereniging voor Gezondheidsrecht en medestichter en lid van de redactieraad van het Vlaamse Tijdschrift voor Gezondheidsrecht.
Van 1991 tot 1996 werd Roland directeur van de P&V (of zoals de Brusselaars het zo mooi kunnen zeggen de Prévoyance Sociale). Hij werd in die toen overwegend Franstalige instelling hoofd van de Human Resources en de algemene administratie, waar hij de taaltoestanden voor de Nederlandstaligen dan ook rechttrok.
In 1996 werd hij ten slotte tot 2008 afgevaardigd bestuurder in de Mijnen NV benoemd, waar hij zich onder andere inzette voor de uitbouw van het Park Hoge Kempen, Maasmechelen Village, de restauratie van de cisterciënzerabdij Herkenrode en de mijngebouwen.
Hij was voorzitter van de Erasmus Hogeschool Brussel en stichter en eerste voorzitter van de UAB (de Universitaire Associatie Brussel).
Na een rijkgevulde carrière ging Roland in 2008 met pensioen. Hij bleef op vrijwillige basis nog actief in het Revalidatieziekenhuis Inkendaal Vlezenbeek, beter bekend onder de oude naam 'De Bijtjes', dat hem nauw aan het hart lag.
Als 'fin de carrière' werd hij dan ten slotte schatbewaarder van de Bond der Gepensioneerden van Relegem, het dorp waar hij woonde.
Ik moet hieraan toevoegen dat Roland zich zijn hele actieve leven als vrijzinnig humanist op alle vlakken maar zeker op sociaal vlak heeft ingezet voor de Vlaamse Brusselaars, de Brusselse Vlamingen en voor al de Vlamingen die in de Brusselse regio komen werken, van welke strekking zij ook mochten zijn, om hen met raad en daad bij te staan waar het kon.
Hij was een bescheiden, vriendelijk en intelligent man.
We verliezen in Roland Aerden een echte Princevriend, die ons motto Tolerantia et Amicitia steeds getrouw is gebleven en ook daadwerkelijk toepaste. We zullen hem niet vergeten!
Gust Vanhove
Lid afdeling Brussel
Gust (August) was sinds januari 1986 lid van de afdeling Diest. Hij overleed eind vorige maand. Gust was een actief lid, die ook zijn verantwoordelijkheid opnam als bestuurslid en voorzitter. Ondanks een slepende ziekte bleef hij toch, met de hulp van zijn vrouw Anny, regelmatig aanwezig op de maandelijkse vergaderingen. Recent vernam de afdeling dat het einde nakend was. We zijn dankbaar dat hij bij ons was.
Gust en Anny hebben het niet gemakkelijk gehad. Ze hadden drie zonen. Van Wim en Jan moesten ze reeds afscheid nemen.
Gust was al even op pensioen. Beroepshalve was hij directeur van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding. Daarnaast was hij ook lid en trekker van verschillende verenigingen.
Hij was een 'doener', graag gezien. Hij zal gemist worden.
Lucia Dewolfs was al vele jaren een trouw lid van de afdeling Tienen, maar zij betekende zoveel meer. Zij had een onvermoeibare inzet en energie, die zij niet alleen inzette in de gemeenteraad en provincieraad, maar ook gebruikte om ons bestuur te versterken. Altijd stond zij klaar met ideeën en inzet, maar ook met praktische oplossingen. We mogen wel zeggen dat zij een drijvende kracht was in onze afdeling.
Haar vriendschap, die zij onbaatzuchtig aan ons gaf, was de verpersoonlijking van de amicitia en tolerantia die ons zo dierbaar is. Haar optimisme was een voorbeeld voor ons allen.
Met dezelfde energie en optimisme trok zij ook ten strijde toen het noodlot toesloeg. Ze bleef vechten tot de laatste dag. Helaas was dit laatste gevecht te zwaar en zo verloren we een goede vriendin en fantastisch Ordelid.
Lucia was, naast haar inzet voor de Orde, actief in de politiek. Ze was erevoorzitter van de gemeenteraad Tienen, provincieraadslid en fractieleider in de provincieraad van Vlaams-Brabant. Daarnaast was zij actief in verschillende koren en lid van het Processiecomité Hakendover.
Zij laat een echtgenoot en twee dochters na. Wij zullen haar missen!
Guido Vermeulen
Voorzitter afdeling Tienen
Wij hebben afscheid moeten nemen van de nestor van onze afdeling, voormalig uitgever Hein Bekking. Aan Amicitia ontbrak het hem niet. De Tolerantia mocht zo nu en dan nog wel eens wat te wensen overlaten.
In 1996 trad Hein Bekking (°1935) toe tot het Vlaams-Nederlands Genootschap op voordracht van Joost Kits Nieuwenkamp, een van de oprichters van de afdeling ’t Sticht. Als iemand paste in het profiel van de Orde met haar motto 'beleving en bevordering van de Nederlandse taal en cultuur in de breedste zin van het woord', was dat Hein Bekking wel.
Wat de kernwaarden van de Orde aangaat: aan Amicitia ontbrak het hem niet. De Tolerantia mocht zo nu en dan nog wel eens wat te wensen overlaten.
Zijn grote liefde voor, en kennis van, de geschiedenis, kunst en cultuur deed hem voor het uitgeversvak kiezen. Vanaf het begin stonden zijn publicaties dan ook in dit teken: museale wenskaarten, kunstagenda’s en kunstkalenders van hoge kwaliteit. Die wist hij ook te bereiken en te behouden in al zijn latere uitgaven, tot en met zijn boeken. Daarmee wilde hij een zo breed mogelijk publiek bereiken.
Hij besloot dat elke Nederlander moest weten hoe ons staatsbestel in elkaar stak en wist met medewerking van Kamerleden en staatssecretarissen als auteurs zijn droomproject De Atlas van de Nederlandse Democratie te realiseren. In dit kader heeft hij ook vele edities uitgegeven van Wie is Wie in de Tweede Kamer.
In Amersfoort nam hij volop deel aan het maatschappelijke leven. Voor al zijn activiteiten op cultureel gebied: Oudheidkundige Vereniging Flehite, Stichting Levende Historie, het (Vlaams-Nederlandse) Gilde der Edele Flumieren en de Sociëteit Amicitia werd hij onderscheiden met de Sint-Jorispenning.
Als gemeenteraadslid met de portefeuille cultuur onder zich kreeg hij de contacten die met hem de Amersfortia-reeks ontwikkelden: een geschiedenis van Amersfoort in 16 delen.
Nog een al jaren op de verlanglijst staande titel werd verwezenlijkt toen hij de Nijmeegse historicus Peter Rietbergen in zijn auteursstal wist te krijgen. De Geschiedenis van Nederland in Vogelvlucht verscheen (in vier talen) en heeft in de loop der jaren, in steeds geactualiseerde edities, zo’n kleine 100.000 mensen bereikt.
Bij diverse boekenreeksen die hierop volgden was altijd het doel: verbreding van kennis en verbreiding van taal, kunst en cultuur. Hij wist zich hiervoor te verzekeren van de medewerking van wetenschappers, die verantwoorde teksten leverden. Deze werden met passende illustraties verlucht en in een aantrekkelijke uitvoering op de markt gebracht.
Met zo’n 65 titels in de Miniaturen-reeks en 45 in de Cahier-reeks, met een breed scala aan cultuur-historische onderwerpen, bediende hij met name de geïnteresseerde leek.
Ook de vele andere uitgaven, waaronder fotoboeken, kunstboeken, muziekuitgaven, tot aan wandelgidsen vonden zo hun weg.
Als rechtgeaarde Hollander, die toch nog graag met enig dedain sprak over de Generaliteitslanden, wist hij zich wonderwel thuis te voelen in de bourgondische levensstijl. Op zijn reizen naar Vlaanderen met bezoeken aan musea en de boekenbeurs te Antwerpen, droeg hij met trots de Ordespeld in zijn revers. Dat heeft zonder meer deuren voor hem geopend, want in Vlaanderen wordt dat ge- en herkend. Hij ontmoette daar ook … "mijn goede vriend" Godfried Lannoo, de Vlaamse uitgever van formaat, tevens Ordelid. "We tutoyeren elkaar."
Binnen de afdeling ’t Sticht manifesteerde Hein zich vooral als organisator en verbinder. Zijn creativiteit en uitgebreide netwerk hebben heel wat boeiende avonden opgeleverd.
Na de coronaperiode, toen onze afdeling een succesvolle herstart wist te maken onder leiding van Jan Uijen, trad hij toe tot het bestuur en was hij heilig van plan een afdeling Suriname te gaan oprichten. Het heeft niet zo mogen zijn.
Op 17 maart nam hij afscheid van ons met nog één keer Gustav Mahler op de volle windkracht 10, waarna hij langs een erehaag van alle aanwezigen werd weggedragen op de verstilde klanken van Erik Satie.
Een heer van statuur.
Een Waardig en Waardevol lid van de
Afdeling ’t Sticht van de Orde van den Prince.
Dag Hein. We zullen je missen.
Amersfoort, 20 maart 2025
Bij de afdeling Aarschot verzorgde het meest recentelijk toegetreden lid Nele Michels, in het dagelijks leven docent Medische vakken in de opleiding Health care management aan de AP Hogeschool, een lezing over haar passie: Vlaamse wandtapijten.
Hoelang duurde het om een vierkante meter te maken? Waarom verkleurt de kleur groen vaak naar blauw na verloop van tijd? Hoe kon je ermee frauderen? Hoeveel kilometer ligt ervan in Spaanse paleizen? Waarom ging het ambacht eind achttiende eeuw verloren?
Bij wijze van inleiding startte Nele Michels met een dagboekfragment van Johanna van Castilië (1479-1555), bijgenaamd 'de waanzinnige'.
14 september 1494
Het is nacht, maar de hitte van de dag hangt nog boven de velden. De warme lucht die door het open raam naar binnen lekt, voert stof van stro en kaf met zich mee. Maanlicht op het jachttafereel dat opgespannen staat op mijn weefgetouw. Het getouw licht op als een gebeente. In de bergen onweert het. Verre flitsen, ijl gerommel. Mijn hand blijft liggen op de spoel, mijn gedachten dwalen, de schering blijft strak gespannen...
Nauwgezette bezigheid
Tapijten weven was een fysiek zware, tijdrovende en nauwgezette bezigheid van ambachtelijke tapijtwevers. Aan de andere kant was het ook een tijdverdrijf voor adellijke vrouwen, die het eerder als kunstvorm beoefenden. De schilder- en beeldhouwkunst daarentegen werd toen bijna uitsluitend door mannen beoefend. De goegemeente vond deze kunstvormen 'niet passend' voor vrouwen.
Schering en inslag
De weeftechniek draait om 'schering en inslag'. De inslag is de draad die in horizontale richting afwisselend onder en boven de schering of kettingdraad wordt gebracht. Weven is het continue herhalen van deze activiteit. Vandaar ook de uitdrukking 'schering en inslag': een zich steeds herhaalde bezigheid of een vaak voorkomende gebeurtenis. Tegenwoordig dikwijls met een negatieve connotatie.
De scheringdraad is meestal van ongekleurde wol, soms gemengd met een andere vezel. De inslagdraad is van gekleurde wol, vaak gemengd met zijde of linnen. Bij zeer kostbare tapijten gebruikte men ook zilver- of gouddraden.
In spiegelbeeld
De afbeelding op een tapijt wordt als ontwerp in spiegelbeeld op een karton geschilderd. Wevers werken immers aan de achterkant van een tapijt. Ze kijken dus naar het spiegelbeeld van de afbeelding die achter het weefgetouw is geplaatst. Aan de achterzijde is het een wirwar van draden tijdens het weven. De hele afbeelding ziet men pas nadat het tapijt voltooid is en van het weefgetouw wordt genomen.
Kleurstoffen
Er werden slechts drie natuurlijke kleurstoffen gebruikt: rood, geel en blauw. Door het mengen van deze hoofdkleuren verkreeg men het hele kleurenpalet. Nadeel van het gebruik van plantaardige of dierlijke kleurstoffen is dat deze door het intense daglicht verbleken. Vooral de gele kleur verdwijnt. Gevolg is dat de groene bladkleur verbleekt naar blauw.
Tijdsintensief
Weven is een tijdsintensief proces: de oppervlakte van een hand is een dag werk, een vierkante meter vraagt zes weken arbeid. Aan een doorsnee wandtapijt werd maanden gewerkt. Dat verklaart mede de hoge kostprijs. Een wandtapijt was kostbaarder dan een schilderij.
Functioneel
Vlaamse wandtapijten behoren tegenwoordig tot het cultureel erfgoed, maar toen ze geproduceerd werden, waren ze ook functioneel. Het was een perfecte isolatie om de koude te weren en ze hadden ook een akoestisch geluidswerend effect.
Later werd het decoratieve element belangrijker. In kerken en kloosters hingen religieuze taferelen, in kastelen vooral landschappen en stillevens. De adel bestelde 'caemers' of tapijtenreeksen van fleurige tuinen om de donkere kasteelkamers op te lichten.
Statussymbool
Doordat wandtapijten makkelijk transporteerbaar waren, groeiden ze uit tot een statussymbool van luxe, prestige en macht aan de Bourgondische, Spaanse en Habsburgse hoven. Omdat ze veel kostbaarder waren dan schilderijen, golden ze als investering. Dankzij de grote bestellingen ontstonden manufacturen waar verschillende wevers samenwerkten, zoals Gobelins (Parijs), d’Aubusson (Midden-Frankrijk) en De Wit (Mechelen).
Rubens
Kunstenaars met naam en faam, zoals Rubens, Rafaël en Bernard van Orley schilderden, vaak op bestelling, afbeeldingen op kartons voor wandtapijten. In de boorden van de wandtapijten zat een tijdsindicatie vervat, een verwijzing naar de manufactuur of een religieuze verwijzing. Deze werd later echter vaak verwijderd om een 'tijdloos karakter' te bekomen.
De deurplaat bij manufactuur De Wit in Mechelen. Foto: Ruud Hendrickx
Inspiratiebronnen
Bijbelse taferelen, heiligenlevens of mythologische verhalen waren geliefde inspiratiebronnen. Voorbeelden zijn de liefdesverhalen van Venus, het scheppingsverhaal en de heldhaftige avonturen van Hercules. Ook heroïsche veldslagen en belangrijke historische gebeurtenissen kwamen aan bod en werden op die manier 'gedocumenteerd' en bewaard. 'De slag om Tunis', nu in het Hof van Busleyden in Mechelen, en 'De slag bij Pavia', nu in Napels, zijn daar goede voorbeelden van.
Jachttaferelen
Later werden ook jachttaferelen besteld, waarop adellijke figuren geportretteerd werden in weelderige landschapen. Een wereldbekende reeks van twaalf jachttaferelen (valkenjacht, everzwijnenjacht, drijfjacht op herten, ...) van Maximiliaan werd ontworpen door Bernard van Orley en geweven in een manufactuur in Brussel. Op elk tapijt zie je een teken van de dierenriem. Het hangt nu in het Louvre.
Verdures
De zogenaamde 'verdures' of groenwerken zijn tapijten met gedetailleerde afbeeldingen van planten, bomen, bossen. Die werden vooral in Oudenaarde geweven. Een speciaal type zijn de 'millefleurs', tapijten met prachtige bloemen. Een mooi voorbeeld is de gevangen eenhoorn uit de vijftiende eeuw. Die kan je in The Cloisters (verzameling van Europese kunstwerken) in New York gaan bewonderen.
'Los Honores'. Foto: Wikimedia Commons.
Manufacturen
Weefateliers werden opgericht in welvarende handelssteden, want dit tijdsintensieve ambacht vergde veel werklieden. De oudste wandtapijten dateren uit de dertiende eeuw en werden geweven in Doornik, Arras en Parijs, vaak in opdracht van de hertogen van Bourgondië. Stilaan kwamen er ateliers in Oudenaarde, Brugge, Gent, Ieper en later ook in Brussel, Mechelen, Leuven en Antwerpen. In de zestiende eeuw was Brussel het meest vermaarde productiecentrum.
Keizer Karel
Keizer Karel was een van de grootste verzamelaars van wandtapijten. Hij kreeg de voorliefde mee als kind en werd een echte mecenas van de Vlaamse wandtapijten. Ter ere van zijn kroning tot keizer kwam er de prachtige reeks 'Los Honores' (De Eer). Hierop werden de belangrijkste deugden zoals, geloof, eer, wijsheid en gerechtigheid afgebeeld. Het werk is in totaal 420 vierkante meter groot. Dankzij de bruidsschat van Isabella van Portugal kon hij deze na zes jaar betalen, ten tijde van de geboorte van hun zoon Filips II.
Reiniging
In 2000 werden de Los Honores-wandtapijten overgebracht naar manufactuur De Wit in Mechelen voor een grondige reiniging, conservatie en herstelling van de voering. Dankzij de hoogstaande kwaliteit (gebruikte wol, zijde, zilver en gouddraden én hoogwaardige kleurstoffen), de verfijnde afwerking en de goede conservatie zijn de kleuren na vijf eeuwen nog zeer levendig. Tegenwoordig moet je naar het koninklijk paleis in Spanje om ze te bewonderen.
Brussel
De hoge kwaliteit maakte de Brusselse tapijten zeer gewild. Topstukken zijn de 'Triomf van de roem', nu in het MET in New York, en de reeks van Rafaël, bewaard in de Pinacoteca Vaticana en occasioneel tentoongesteld in de Sixtijnse kapel.
In 1528 kregen de Brusselse tapijten een stadskeurmerk, een dubbele B (Brussel/Brabant) met een rood schildje ertussen én het monogram van de wever. Dit kenmerk maakt het mogelijk om de herkomst van de, over heel de wereld verspreide, tapijten te traceren.
Het wandtapijt 'Triomf van Cleopatra' is te bewonderen in het Brusselse Museum voor Kunst en Geschiedenis. Foto: Wikipedia Paul Hermans.
Oudenaarde
Oudenaarde was van de vijftiende tot de achttiende eeuw bekend voor de aldaar gemaakte 'verdures'. Deze decoratieve natuurafbeeldingen waren geliefd bij velen, waaronder ook keizer Karel. In 1544 zorgde de keizer voor een kwaliteitskenmerk, zijnde het gele wapenschild met drie rode strepen van de stad met het kenmerkende brilletje erboven. Dat was nodig om de herkomst van de tapijten te kunnen traceren. Fraudeurs probeerden immers om de goedkoper vervaardigde verdures als Brusselse tapijten te laten doorgaan.
Initialen
Tijdens de Franse bezetting van 1668 tot 1678 moesten de initialen van de wever verplicht op de tapijten worden aangebracht. Nadien werd deze verordening afgeschaft en probeerden handelaars de hogere invoerrechten te omzeilen door Brusselse en Antwerpse tapijten te laten doorgaan als gemaakt in Oudenaarde. Een topstuk 'Alexander de Grote voor de hogepriester' uit de reeks 'Geschiedenis van Alexander de Grote' hangt sinds 1998 terug 'thuis' in Oudenaarde.
Uitstraling
Qua tewerkstelling was de tapijtindustrie zeker belangrijk in Oudenaarde, maar het had niet de wereldwijde uitstraling zoals deze van centra in Brussel, Doornik of Arras. Dankzij de export van de Antwerpse haven groeide de tapijtindustrie in de zestiende eeuw. Materialen werden vlotter aangevoerd en de tapijten konden wereldwijd worden getransporteerd. In de zeventiende eeuw kwam de tapijthandel in handen van enkele grote ondernemers, waarbij kleine wevers werkten in onderaanneming.
Vandaag probeert Oudenaarde haar beroemde erfgoed terug te verwerven. In het museum MOU kan je de geschiedenis van de Oudenaardse wandtapijten ontdekken en zestiende-eeuwse tapijten uit de reeks van Alexander de Grote bezichtigen.
Fragment uit 'Geschiedenis van Alexander de Grote'. Foto: © Stad Oudenaarde.
Mechelen
De Mechelse wandtapijten staan bekend om hun uitzonderlijke kwaliteit (gebruik van hoogwaardige materialen zoals zijde, zilver en gouddraad) en verfijnde afwerking. De koninklijke manufactuur De Wit, opgericht in 1889, is tot op heden wereldleider in de conservatie en restauratie van historische tapijten voor musea. Daarnaast is het bedrijf actief in de verhandeling van antieke tapijten. De vijfde generatie in dit familiebedrijf leidt een team van een twintigtal wevers, restaurateurs en experts. Je kunt er elke zaterdag om 10.30 uur terecht voor een bezoek.
Hof van Busleyden
Ook in Mechelen ligt het Hof van Busleyden, een prachtig gerestaureerd stadspaleis uit de vijftiende en zestiende eeuw. De van oorsprong statige privéwoning met weelderige vertrekken en goed onderhouden tuinen raakte in verval, kreeg een tijdelijke invulling als pandjeshuis en is nu in alle glorie hersteld als stadsmuseum. Het stelt enkele Mechelse topwerken tentoon.
Wereldwijd
Vlaamse wandtapijten werden wereldwijd geëxporteerd en zijn te vinden in koninklijke paleizen, musea en kerken over de hele wereld. De grootste collectie is in het bezit van de Spaanse Kroon en neemt ruim acht kilometer in. De collectie telt 3.190 oude wandtapijten, bewaard in verschillende paleizen. De meeste wandtapijten behoren tot een onderlinge reeks of caemers, zoals de beroemde 'Panos de Oro' (circa 1502) uit de verzameling van Johanna de Waanzinnige.
Cultureel erfgoed
Vlaamse wandtapijten zijn ontegensprekelijk een belangrijk onderdeel van het culturele erfgoed en getuigen van het vakmanschap en de artistieke rijkdom van Vlaanderen. Ze blijven nog altijd het voorwerp van studie en bewondering, en hun restauratie en conservatie zijn essentieel voor het behoud van dit erfgoed. De Vlaamse wandtapijten hebben een blijvende invloed gehad op de kunst en cultuur wereldwijd en blijven gewaardeerde kunstwerken.
De afdeling Land van Waas en Dendermonde II was eind februari uitgenodigd op de theatervoorstelling van de onderwaterwereld 'BLOB' in het Jeugdtheater Ondersteboven (JTO).
De acteurs waren leerlingen van de OKAN-scholen (Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers), die de afdeling al jaren ondersteunt. We zijn gaan kijken…
De OKAN-scholen binnen de scholengemeenschap Wijs in Sint-Niklaas (Portus Berkenboom en Sint-Jozef-Klein-Seminarie) bestonden dit jaar 25 jaar. Het werd gevierd met een totaalbeleving van woord, dans, muziek en zang op de theatervloer.
Karin Polfliet, coördinator OKAN en vervolgschool coaching ex-OKAN, stuurde als erkenning voor onze jarenlange steun een uitnodiging aan de afdeling Land van Waas en Dendermonde II, die we gretig aannamen.
De zee
De OKAN-leerlingen, sterk begeleid door de theatermakers, vertelden over hun reis, de zee en het thuisland dat ze achtergelaten hadden. Klanken van zelf bespeelde instrumenten werden afgewisseld met muziek en eenvoudige gesproken teksten. De gevaarlijke zeereis, het heimwee en de onzekere toekomst in de verhalen gaven de hoop van de leerlingen een heel aparte 'twist'.
Het geheel werd uitermate visueel gebracht in een decor van planken en netten (de boot), blacklight (nachtelijke overtochten?) en fluorescerende zeedieren en planten (de zee). Het was een totaalspektakel waarbij iedere leerling volgens zijn of haar eigen mogelijkheden en gekozen kunstvorm kon bijdragen aan het theaterstuk.
Tempo
Na een bijna onhoorbare en trage start wisten de theatermakers en de OKAN-leerlingen het tempo in het verhaal langzaam op te drijven, waardoor het groeiend enthousiasme de gezonde zenuwen van de leerlingen deed 'verdrinken'. De maandenlange voorbereiding van de leerlingen, de leerkrachten en de vier theatermakers was niet tevergeefs, want ook de nauwe en hechte band tussen leerlingen en de theatermakers droeg bij aan de kwaliteit van het gebrachte stuk. Maar ook leerlingen die niet actief optraden in het theaterstuk zelf, deden in de coulissen hun best om een vlotte voorstelling te bewerkstelligen.
Overpeinzingen
Dat OKAN-leerlingen die tot voor kort onmachtig waren de Nederlandse taal te spreken in staat zouden zijn om creatief en zonder veel angst voor een publiek op te treden in een weliswaar goed geregisseerd verhaal, doet ons beseffen dat de steun die de Orde van den Prince biedt aan deze externe doelgroep, geen verloren subsidie is. Het publiek was getuige van creatieve en veerkrachtige jongeren, die zich met hun voorstelling gesterkt voelden in hun integratieproces.
Remi Peeters
NT&C-secretaris Land van Waas en Dendermonde II
De afdeling Land van Waas en Dendermonde II steunt samen met de afdeling Heerlijkheid Beveren reeds geruime tijd de OKAN-scholen in het Waasland. Daarbij wordt tevens een beroep gedaan op de financiële steun van zowel het gewest Oost- en Zeeuws-Vlaanderen als het Bestuur voor externe NT&C-projecten die betrekking hebben op een zeer specifieke doelgroep, zoals de OKAN-leerlingen.
Foto: Lydie Verhelst (secretaris), Remi Peeters (NT&C-secretaris) en Luc Callewaert (voorzitter) van de afdeling Land van Waas & Dendermonde II voor de start van de theatervoorstelling BLOB.
We vermoedden het. Eigenlijk wisten we het. Toch was de analyse van professor Wouter Duyck over de slechte staat waarin het onderwijs in Vlaanderen verkeert ontluisterend. Hoe is het toch zover kunnen komen…? En vooral: hoe keren we het tij?
Niet minder dan 116 aanwezigen, waaronder twaalf gasten / potentiële Princeleden, waren vorige maand aanwezig op een clustervergadering van de afdelingen Gent Princehof, Willem I en Schelde-Leie. Gastspreker was professor cognitieve psychologie Wouter Duyck (UGent), een eminent onderwijsdeskundige.
Enkele markante punten uit zijn betoog:
Onderwijs máákt intelligentie. Met andere woorden, het IQ kan verhoogd worden door te leren.
Er is een positieve correlatie tussen intelligentie en welzijn, zowel individueel als maatschappelijk.
Het onderwijs in Vlaanderen presteerde de laaste decennia extreem slecht, zowel in het lager onderwijs (PRILS-studie) als het middelbaar onderwijs (PISA-studie).
Oorzaken
Professor Duyck ging in op een aantal meer of minder voor de hand liggende oorzaken, waaronder, toch wel enigszins verrassend:
De contraproductieve gelijkheidsideologie, dat wil zeggen het streven naar gelijke resultaten voor iedereen versus het excelleren van de sterkste leerlingen.
De paradox dat lage verwachtingen de ongelijkheid tussen groepen nog vergroot.
Oplossingen
Hij ging ook in op een aantal mogelijke oplossingen, zoals het verhogen van de autonomie van de leraar: "Laat de leraren opnieuw lesgeven." En ook: "Je best doen, aandacht en klasdiscipline hebben drie keer meer effect op de onderwijsresultaten dan de afkomst van de leerlingen." Bij veel van de aanwezigen bleef desondanks de vraag hangen hoe het in godsnaam toch zover is kunnen komen.
Een meer volledige en gedetailleerde analyse is vervat in het boek van professor Duyck Mijn kind, slim kind: Waarom lezen en tellen de wereld zullen redden, dat ter plaatse vlot van de hand ging.
STEM voor SCHOLEN
Eerder op de avond had Jean van der Donk, erevoorziter van Gent Princehof, vrijwilligers geronseld voor een project ter bevordering van het project 'STEM voor SCHOLEN', een initiatief van gepensioneerde ingenieurs om het tekort aan leerkrachten aan te pakken. Zij ondersteunen scholen als vrijwilligers met bijlessen, gastlessen en vervanging van leerkrachten. Het is een poging om alvast een (kiezel)steentje bij te dragen tot een trendommekeer.
[Voor de Nederlandse lezers: STEM is een richting in het Vlaamse middelbaar onderwijs. Het staat - in goed Nederlands - voor: Science, Technology, Engineering, Mathematics.]
Luc Verkest
NT&C-coördinator van de afdeling Gent Princehof
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op 17 mei 2025. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief dienen artikelen uiterlijk maandag 12 mei (liefst eerder) binnen te zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Portefeuillehouder Communicatie Ruud Hendrickx geeft in een video van de Prince-Academie tips voor het schrijven van webteksten.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel en Chris Vermuyten.