Kijk je op de website van de Prince-Academie, dan zie je al een tijdje een nieuw onderdeel: OvdP-reizen. Wat is dat nu eigenlijk? Wel, precies wat de naam zegt. Hier vind je inspirerende dagtochten of uitgebreidere meerdaagse reizen voor OvdP-leden en hun partner. Steeds staat het verbindend karakter van deze uitstappen centraal: verbinding tussen afdelingen, maar ook verbinding tussen leden uit Vlaanderen en Nederland en daarbuiten.
In 2025 is de werkgroep OvdP-reizen van start gegaan, op initiatief van het Bestuur van de OvdP. Ik mocht dit initiatief oppakken als kwartiermaker, en al snel sloten enthousiaste leden uit verschillende afdelingen uit Noord en Zuid zich aan om samen na te denken en een aantrekkelijk reisprogramma op te zetten. Dat doe ik naast mijn gewestpresidentschap Schelde-Mark, simpelweg omdat ik enorm geniet van reizen organiseren, liefst met een stevig cultureel accent.
Vanuit de vereniging is OvdP-reizen bedoeld om verbinding te creëren: tussen leden van verschillende afdelingen én over landsgrenzen heen. En dat werkt. Ook al kennen we elkaar niet allemaal persoonlijk, tijdens een reis voelen OvdP-leden zich al snel vertrouwd met elkaar. We delen immers dezelfde waarden en een gezamenlijke liefde voor onze taal en cultuur. Een extra rijkdom is dat we binnen de OvdP bijzondere mensen hebben die hun stad door en door kennen en hun kennis met plezier delen. Met hen organiseren we graag korte én langere reizen. Als bestuur willen we zo actief afdelingen uit Nederland, Vlaanderen en daarbuiten met elkaar verbinden.
Het motto was: gewoon beginnen en doen. Dat heeft meteen mooie resultaten opgeleverd. In het najaar van vorig jaar vonden twee succesvolle reizen plaats in samenwerking met lokale afdelingen: een dagexcursie naar Breda en een weekend naar Gent. In Gent combineerden we het reisweekend met de Pacificatielezing – een geslaagde formule die smaakt naar meer.
Dit jaar bouwen we daarop voort en breiden we het aanbod verder uit. In mei staat Mechelen op het programma. Op zaterdag 23 mei vindt daar de Algemene Raad plaats in Het Predikheren, voor ons een perfecte aanleiding om er een boeiende uitstap op 24 mei voor alle leden aan te koppelen. Een uitgelezen kans om de stad écht te leren kennen en andere leden te ontmoeten of terug te zien. In Nederland en Vlaanderen werken we steeds samen met lokale afdelingen; zo ook in Mechelen, met het weekendprogramma 'Heerlijk Mechelen'. De organisatie is mede in handen van Mechelaar Wim Hüsken, die samen met zijn lokale netwerk als gids optreedt. Later dit jaar, het weekend van de Algemene Ledendag op 17 oktober, is Rotterdam onze bestemming. Dit wordt voorbereid door OvdP-lid en gids Karline Vandenbroecke.
Sinds dit jaar kijken we ook nadrukkelijk over de landsgrenzen heen. Dat bleek meteen een schot in de roos: de vijfdaagse reis naar Bratislava van 2 tot en met 7 juni, op initiatief van Jan Van Daele, is inmiddels volledig volgeboekt. We zoeken bij onze reizen altijd de verbinding met taal en cultuur. Zo sluit Bratislava inhoudelijk en symbolisch aan bij het Regionaal Colloquium Neerlandicum, waar neerlandici uit Midden-Europa samenkomen. En we kijken al verder vooruit: zo is er een initiatief voor een vierdaagse reis naar Praag. 'Met Kafka op stap in Praag' staat gepland van 3 tot en met 6 september 2026, bij voldoende belangstelling. Hans Strauven (afdeling Diest) neemt hierbij de organisatie op zich.
OvdP-reizen heeft enorm veel potentie. Tegelijk blijft het een vrijwilligersinitiatief binnen ons genootschap. Alles gebeurt vanuit het principe 'vele handen maken licht werk'. We vinden het dan ook geweldig als lokale afdelingen met ons willen meedenken en -doen.
Iedereen die meer wil weten hierover verwijs ik graag naar de pagina van OvdP-reizen. Je vindt er ook een link naar de fotoreportages van de voorbije reizen. Let op: schrijf je bij interesse snel in voor Mechelen of Praag, want vol is vol!
Anna de Zeeuw
Afdeling Breda en gewestpresident Schelde-Mark
Je kunt je nog altijd inschrijven voor de themabijeenkomst op 7 maart over de actualiteit en de toekomst van het Standaardnederlands in het Hof van Liere, in Antwerpen. De dag past in het jaarthema van de OvdP en wordt georganiseerd door OvdP en ANV samen.
Vier toonaangevende sprekers buigen zich over de prikkelende vraag: De standaardtaal — van strakke norm tot vrije vorm? Verwacht scherpe inzichten, uiteenlopende perspectieven en een levendig debat. De themadag wordt afgesloten met een panelgesprek met een bijzondere gast, gevolgd door een informele borrel om ideeën en indrukken uit te wisselen.
Iedereen met een hart voor de Nederlandse taal is welkom. Inschrijven kan hier.
Arjen Dijkstra (1979), wetenschapshistoricus, directeur van Tresoar (museum, archief en bibliotheek Fryslân) en auteur van de biografie over amateur-astronoom Eise Eisinga (1715-1787), neemt ons op 11 april mee in het leven van deze fascinerende zoon van de Verlichting en het nog altijd bestaande planetarium dat hij bouwde. Niet voor niets staat Eise Eisinga in de canon van de Nederlandse geschiedenis.
Voorafgaand aan de lezing van Dijkstra zal Jenny Schoute-Dirkx, bestuurslid van het Planetarium, toelichten hoe de Werelderfgoed-aanvraag in zijn werk ging. Alle leden van de OvdP en hun introducés zijn van harte welkom!
Programma
10.30 uur Inloop in de Martinikerk in Franeker voor een kopje koffie of thee.
11.15 uur Welkom door de voorzitter Herbert van den Berge.
11.20 uur Opening door Jan Dijkstra, wethouder cultuur, erfgoed, monumenten en musea van de gemeente Waadhoeke.
11.30 uur Jenny Schoute-Dirkx – de Werelderfgoed-aanvraag bij Unesco
11.45 tot 12.30 uur Gewestlezing door Arjen Dijkstra – De Hemelbouwer
Facultatief: rondleiding
Na afloop van de lezing is het mogelijk op eigen gelegenheid het Planetarium van Eise Eisinga (5 minuten lopen aan de Eise Eisingastraat 3) te bezoeken. Hiervoor kunt u van tevoren een kaartje kopen via de website (entree 6 euro, geen Museumkaart). Hier zal ook Arjen Dijkstra aanwezig zijn om zijn boek te signeren.
Martinikerk
Om 12.45 zal emeritus professor Engelse filologie en Friese taal- en letterkunde Rolf Bremmer, lid van de afdeling Friesland, voor belangstellenden een rondleiding door de Martinikerk in Franeker geven. De Martinikerk werd gebouwd tussen 1421 en 1580 en wordt beschouwd als een van de mooiste kerken van Friesland. Rolf Bremmer, lid van de Academie van Franeker, neemt u graag mee door dit fascinerend monument.
Kosten en inschrijven
Wij houden de kosten voor deze lezing zo laag mogelijk, te weten 5 euro per persoon. Als 'tegenprestatie' vragen wij u om een vrijwillige bijdrage voor ons NT&C-doel, te weten Integraal Kind Centrum Eestroom in Leeuwarden, de eerste Language Friendly School in Noord-Nederland met het project Taal yn Byld.
Inschrijven en betalen kan tot 31 maart 2026 via dit aanmeldingsformulier. Dit kunt u opsturen naar h.vandenberge@kpnmail.nl.
Praktische informatie
Plaats: Martinikerk Franeker
Tijd: zaterdag 11 april - 11.15 uur
Parkeren kunt u gratis op het parkeerterrein van de supermarkt aan de Leeuwarderweg 8a in Franeker. Hiervandaan is het vijf minuten lopen naar de kerk.
Lunchgelegenheid is er onder meer in het naast de kerk gelegen Grand Café De Doelen.
Het thema van de gewestdag Limburg, die op 18 april in Heerlen wordt georganiseerd, is Kinderen en lezen: lezen is een feest! Het onderwerp is bijzonder actueel sinds de alarmerende berichten over ontlezing. Er zijn twee inspirerende sprekers uitgenodigd om vanuit verschillende optieken hun visie op het thema te geven.
Professor Eliane Segers (Radboud Universiteit Nijmegen) zal spreken over het opgroeien als lezer in digitale tijden en dat vanuit wetenschappelijk perspectief. In haar voordracht gaat zij in op kansen en uitdagingen die digitale media bieden in het ontwikkelen van leesvaardigheid. Daarbij belicht zij zowel de effecten van het gebruik van digitale media (gaming en sociale media), als het leren lezen met digitale toepassingen en het lezen van digitale teksten.
Anne Steenhoff, auteur van het boek Een Lui Letterland, zal spreken vanuit haar praktijk als leerkracht aan een basisschool. De ontlezing onder kinderen neemt toe en veel scholen, ouders, verzorgers en begeleiders worstelen met een effectieve aanpak. Anne Steenhoff pleit voor uitdagende boeken en langere leestijd. Ze benadrukt dat iedereen een cruciale rol kan spelen door zelf te lezen en enthousiasme over boeken uit te stralen.
Er is in het programma ruimte voor muziek. Flint Lieverse verzorgt een optreden op klassieke akoestische gitaar. Flint is een jonge muzikant (16) uit de Jong Talent Klas van het conservatorium. Het combo Lacassette zal voor, tijdens en na het programma zorgen voor passende muziek.
We sluiten de gewestdag af met een lopend diner.
De gewestdag stellen we ook open voor niet-leden, die daardoor kennis kunnen maken met ons genootschap.
Deelname kost 67,50 euro inclusief diner. Inschrijven doet u met behulp van dit inschrijfformulier. Maar let op: uw inschrijving is pas definitief na betaling van de deelnamekosten op bankrekening NL67 INGB 0652 2236 13 (BIC: INGBNL2A) ten name van Orde van den Prince Afdeling Heerlen onder vermelding van Gewestdag 2026.
De inschrijving wordt gesloten op 1 april of na het bereiken van het streefaantal deelnemers. Hebt u vragen, stuur dan een e-mail naar gewestdag2026@kpnmail.nl.
Praktisch
Zaterdag 18 april 2026, 13.00-18.30 uur
Auberge De Rousch, Kloosterkensweg 17, 6419 PJ Heerlen
Het gewest West-Vlaanderen organiseert op zaterdag 13 juni in Cultuurcentrum De Grote Post in Oostende zijn gewestdag met als thema 'Tussen taal en universiteit'. De middag begint om 13.30 uur met koffie in de Panoramazaal. Van 14.30 tot 16.30 uur is er een keuze uit vier themawandelingen en drie museabezoeken. Begeleid door muzikale intermezzi zal professor Herwig Reynaert, vice-rector van de UGent, spreken over 'Taal en de universiteit', waarna de Prijs van den Prince van het gewest zal worden uitgereikt. De gewestdag wordt afgesloten met een uitgebreide receptie.
Er is 's middags keuze uit zeven activiteiten:
Themawandelingen
W1: Koninklijke wandeling west: invloed van het Belgische koningshuis op Oostende.
W2: Koninklijke wandeling centrum: invloed van het Belgische koningshuis op Oostende.
W3: Hier woonden…
W4: Nog in te vullen.
Musea
M1: Ensorhuis
M2: Stadsmuseum
M3: MuZee/Venetiaanse Gaanderijen: thema ‘Mu.ZEE Waait Uit’
Zaterdag 13 juni 2026
Cultuurcentrum De Grote Post – Hendrik Serruyslaan 18a, Oostende
De gewestdag is toegankelijk voor leden, partners en geïnteresseerden.
U kunt zich tot 30 mei inschrijven door hier te klikken.
Deelnameprijs: 30 euro per persoon, vooraf over te schrijven op BE09 7380 2371 0357.
De oproep in de PrincEzines van december en januari om naar aanleiding van Gedichtendag en Poëzieweek een eigen gedicht op te sturen, kende ook dit jaar weerklank. We ontvingen gedichten van niet minder dan negen OvdP-leden en hun partners. Zoals te verwachten: bekende namen bij de inzenders (voor mij als 'gedichten-redactielid' dan toch)… Een voorproefje.
Het decembernummer van PrincEzine was koud verschenen, of Mark Naessens (Leuven-Arenberg) stuurde op 22 december al zijn bijdrage in. Er kan er maar één de eerste zijn! Wat bleek? Mark had iets kant en klaar liggen, gepubliceerd en wel in een bundel uit 1996. Je vindt zijn metamorfosegedicht Transformatie in dit nummer, in de rubriek 'Gedicht van de maand'.
Inzendingen
Verder mochten we inzendingen ontvangen van Willy Martin (Waals-Brabant), Ludo Verougstraete (Limburg I), Herma de Beer (Zwolle), Eliane Brion, partner van Frederik Kuliasko (Gent-Princehof), Patrick Nijs (Tienen) en Eliane Boileau (De Meierij). Hun gedichten verschijnen in de volgende nummers van PrincEzine.
Een voorproefje
Stijn Verrept (Antwerpen-Plantiniana) stuurde een 'versje' en Marc Hertens (Limburg I) een haiku - we hadden niet anders verwacht… Hun korte bijdragen neem ik hier meteen op: om al een voorbeeld te geven van wat een dichter met het thema 'metamorfose' doet - en wat hun gedichten vervolgens met ons (kunnen) doen.
Stijn leek wat te aarzelen bij zijn inzending. Hij schreef dat het versje vorig jaar naar aanleiding van de Poëzieweek een maand lang op een raam van De Boekuil (een boekhandel in Mortsel) had gestaan. Naar wordt beweerd, werd het talloze keren gefotografeerd. Vandaar dat hij het toch maar opstuurde: "Het gaat immers over metamorfose …", voegde hij eraan toe.
Geluk toch dat de passie niet blijft duren
en dat ze wegen naar de vriendschap vindt.
Je warmen kan aan vele vuren,
enig die nog wordt bemind
ook als het lichaam moe is van begeren
en wil gaan rusten in de schemering.
Stijn Verrept
Afdeling Antwerpen-Plantiniana
Marc illustreert met zijn haiku voor de gedichtenweek dat poëzie in staat is om verdeling te veranderen in verbinding:
Poëzie verbindt
Over generaties heen
Wat de mens verdeelt…
Marc Hertens
Afdeling Limburg I
We hopen dat jullie met deze kleinoden de smaak al een beetje te pakken hebben. In 'Gedicht van de maand' zullen gedurende de komende maanden de andere bijdragen te lezen zijn.
Marianne van Scherpenzeel
Redactielid PrincEzine
Zou Mark Naessens, lid van de afdeling Leuven-Arenberg, dertig jaar geleden al geweten te hebben dat de Poëzieweek van 2026 in het teken zou staan van 'metamorfose'? Je zou het bijna denken. Toen verscheen van hem in ieder geval een gedicht met de titel 'Transformatie' in zijn debuutbundel Met twee messen, uitgegeven bij Lannoo in 1996. Hij mailde het naar de redactie na onze oproep om zelfgeschreven metamorfosegedichten in te sturen.
Het gedicht 'Transformatie' werd in 1997 opgenomen in De 100 beste gedichten van 1996 gekozen door Herman de Coninck. Het is ook te vinden op de Steegjesroute Geraardsbergen, een poëzieroute waarbij gedichten zijn aangebracht tegen 34 gevels van huizen in de pittoreske straatjes van de historische binnenstad. Bij de 'inwandeling' op zondag 27 mei 2007 (Pinksteren) mocht Mark zijn gedicht voorlezen.
Het gedicht behoeft weinig toelichting. Het beschrijft transformaties waar een mens niet echt vrolijk van wordt. Schone schijn in het dagelijks leven met een onderliggende tragiek. Of beter nog: schijn bedriegt!
Transformatie
Elke morgen vindt op elk kantoor
een kunstige transformatie plaats:
schoften worden goedlachse heren,
handen die sloegen drukken elkaar,
pas beslapen vrouwen worden geurige
secretaressen (kinderen nors naar
school gebracht; het huis een puinhoop)
glimlach en koffie klaar voor de klant.
's Avonds komt dan het omgekeerde:
het kind jengelt, heer slaat kind,
dan haar, dan hard met de deuren.
De secretaresse laat alles gebeuren.
Mark Naessens
Afdeling Leuven-Arenberg
Voor het maartnummer is genomineerd: Willy Martin van de afdeling Waals-Brabant
Isabelle Coppens, nieuw lid bij de afdeling Taxandria, is een burgerlijk ingenieur die nu haar eigen etiquettebureau leidt. Ze doceert etiquette aan de School for Butlers in Hertsberge, geeft bedrijfstrainingen en schreef twee etiquetteboeken. "We moeten de term 'etiquette' ontdoen van alle stijfheid. Het basisprincipe van etiquette is en blijft: respectvol en attent met andere mensen omgaan."
Na haar opleiding tot burgerlijk ingenieur bouwkunde heeft Isabelle Coppens nog een master in management gehaald. "Oorspronkelijk werkte ik als strategieconsultant bij Arthur D. Little en later als projectmanager en business line owner op Brussels Airport. Maar ik ben ook altijd gefascineerd geweest door alles wat met etiquette te maken had. Het is echt een passie van mij, al sinds ik een klein meisje was. Ik heb mijn passie voor etiquette steeds gecombineerd met mijn professionele activiteiten. Ik werd meer en meer gevraagd en het werd duidelijk dat ik mijn project kon uitbouwen tot een eigen zaak. Ik had ondertussen ook heel wat opleidingen in binnen- en buitenland gevolgd."
Lessen
Ooit trok ze, toen nog als hobby, naar Groot-Brittannië en volgde daar lessen aan onder andere de International Etiquette & Protocol Academy of London en de UK Tea Academy. In België volgde ze onder andere een opleiding aan de School for Butlers & Hospitality. Ongeveer tien jaar geleden waagde ze de stap en richtte ze haar eigen zaak Gracious Manners op. Met succes. Ondertussen doceert ze ook etiquette aan de School for Butlers in Hertsberge, geeft ze bedrijfstrainingen, opleidingen en keynotes en begeleidt ze etiquettereizen naar het Verenigd Koninkrijk. Ze schreef daarnaast twee etiquetteboeken, De kunst van etiquette en Etiquette op het werk (beide Uitgeverij Lannoo) en is een veelvuldig gevraagde experte in de media.
Nodig?
Is het dan zo nodig, om ons goede manieren bij te brengen? "We moeten beginnen met die term te ontdoen van alle stijfheid. 'Etiquette' wordt nog altijd geassocieerd met stijve of oubollige regels en hele rijke mensen. We grijpen nog snel terug naar de Victoriaanse periode, naar dat hele gestructureerde. Maar het basisprincipe van etiquette is en blijft: respectvol en attent met andere mensen omgaan. Het kan dus ook minder strak. Want het zijn dikwijls kleine dingen die het verschil maken. Bijvoorbeeld: leg je servet niet de hele tijd op tafel naast je bord. Het is voor de anderen aan tafel niet leuk om op die vuile servet te zien. Of bied anderen eerst iets om te drinken aan, alvorens je je eigen glas inschenkt. Of in meer professionele context: begin je mail niet met 'Beste'. Wie is dat 'Beste'? Begin met 'Beste meneer' of 'Beste mevrouw'. Dat is veel persoonlijker. Het zijn die kleine dingen die dikwijls het verschil maken en die de cultuur ondersteunen. Op die manier probeer ik mijn steentje bij te dragen aan een respectvolle leefomgeving."
Verschil
Is er een verschil te merken tussen de Belgische en de Nederlandse gedragscodes? "Ja, er is een subtiel verschil. Zo zal een Belg zich bijvoorbeeld diplomatischer uitdrukken en is een Nederlander meer direct. En dat uit zich dan in het feit dat een Belg nog altijd de u-vorm zal gebruiken in een gesprek, en de Nederlander je zal zeggen, en die u-vorm uiterst stijf vindt."
Kleine verschillen die we in ons achterhoofd moeten houden, om respectvol met elkaar om te gaan. Want dan volgt: Amicitia et tolerantia!
Chris Vermuyten
Redactielid PrincEzine
Amsterdam
Hannemieke J.M.A. Michielsens-Van de Ven, gepensioneerd
Antwerpen - Land van Ryen
Sophie Bourgois, business transformation manager bij ExxonMobil
Ruben J.M. Verhoeven, oprichter Ventures@RV
Antwerpen - Metropool
Peter J.M. Jansen, gepensioneerd zaakvoerder
Maasland
Jan A.J. Datema, gewezen directeur Staalbedrijven
Nijmegen
Brigitte W.M. Weusten, psycholoog/schrijver
Taxandria
Marie-Thérèse Ameloot, schoolarts
Isabelle M.H. Coppens, etiquette-specialiste, auteur & eigenaar van Gracious Manners Manager Brussels Airport, Business Line Owner
Zuid-Oost-Vlaanderen
Guy M.D. Rasschaert, sommelier conseil
Gepensioneerd socioloog en lid van de afdeling Noorderkempen Jan Huige (1946) presenteerde eind vorig jaar zijn boek Een blik op Roosendaal in het Cultuurhuis van die stad. Dat gebeurde onder grote belangstelling van 150 aanwezigen. Tien minuten voor aanvang waren alle stoelen bezet en moesten meer dan 50 mensen teleurgesteld worden. Gelukkig hield Jan een week later voor hen alsnog een presentatie.
De eerste exemplaren werden aangeboden aan wethouder Klaar Koenraadt en gewestpresident Anna de Zeeuw.
Het boek volgt de levensloop van auteur Jan Huige, waarbij hij de sterke en zwakke punten van zijn geboortestad Roosendaal aan de orde stelt. Dat blijkt ook uit de ondertitel van het boek: 'Met betrokkenheid, weemoed en enige bezorgdheid geschreven…'
Stadshistorie
Jan Huige onderzocht de naoorlogse stadshistorie en legde verbanden met het hier en nu. Hij bestudeerde raadsnotulen, naslagwerken van instanties en archieven. Tevens sprak hij met Roosendalers.
Ook gebruikte hij zijn expertise als socioloog en zijn ervaringen als betrokken Roosendaler: hij bekleedde bestuursfuncties en deed vrijwilligerswerk bij meerdere maatschappelijke organisaties.
Persoonlijke visie
Het resultaat is dan ook vooral zijn persoonlijke visie, benadrukt hij, met genoeg ruimte voor relativerende humor over de stad, waar hij zich al een leven lang thuis voelt. "Roosendaal is in feite te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken. Maar het is hier goed vertoeven."
Verloedering
Jan Huige stipt in het boek verschillende actuele kwesties aan zoals verloedering, uitbuiting van migranten en drugsproblematiek, die volgens hem niet goed zijn voor het imago van een stad. Hij gaat ook in op grote missers van het gemeentebestuur, zoals het plotseling opheffen van het tamboer-, trompetter- en jachthornkorps De Trommelaeren van Roesendaele in 1970, die destijds tweemaal wereldkampioen waren geworden!
Met af en toe zijn kritische kanttekeningen over zijn geboortestad besluit hij zijn boek met: "Roosendaal, ik heb je lief….maar wat maak je ’t me toch soms moeilijk!"
De uitgave werd mede mogelijk gemaakt met subsidie van het Bestuur, het gewest Schelde-Mark en de afdeling Noorderkempen.
De uitgave is voor 14,95 euro verkrijgbaar bij De Boekenwurm, Molenstraat 91, 4701 JP Roosendaal.
Toon van Haren
Coördinator NT&C
Afdeling Noorderkempen
Af en toe is het goed om een verdienstelijk lid in de kijker te zetten. Graag vestigen wij de aandacht op Jean Vandenbergh van onze afdeling Graafschap Loon. Onlangs werd Jean 91 jaar. Hij is momenteel onze penningmeester. Jean is sinds 1981 een zeer trouw lid van de OvdP. Door de jaren heen heeft hij vier mandaten bekleed in ons afdelingsbestuur: als secretaris (1988-1990) en als penningmeester (1999-2002, 2017-2020, 2023-2026). Dat doe je alleen als je erg gemotiveerd en geëngageerd bent.
Ondanks zijn gezegende leeftijd heeft Jean geen moeite met Word, Excel, Outlook en de bankapp. De voorbije maanden heeft hij met uiterste precisie en geduld de vele honderden inschrijvingen en betalingen voor ons NT&C-afdelingsproject 'Kathedraallezing' afgehandeld. Door zijn nauwgezette opvolging zijn de financiën van onze afdeling dan ook piekfijn in orde. Leden die te laat hun bijdrage betalen, spreekt hij aan op een ludieke maar duidelijke manier. Als voorzitter word je daar heel blij van.
Jean is niet alleen een goede beheerder, maar ook een fijne man met een ontzettend gevoel voor humor. Samen met zijn echtgenote Renée noteren ze al jarenlang een aanwezigheid van honderd procent op onze bijeenkomsten. Jean en Renée zijn OvdP'ers in hart en nieren.
De huldiging tijdens onze bijeenkomst op 12 januari 2026 was dan ook heel terecht. Ze zijn een voorbeeld voor vele leden.
Guy Jans
Voorzitter van de afdeling Graafschap Loon
Op de decembervergadering van de afdeling Land van Waas en Dendermonde II nam stichtend lid Rik Van Winkel, geboren in juni 1927, afscheid van de afdeling. Rik was in zijn beroepsleven kinderarts in Lokeren. Hij bracht tijdens zijn laatste vergadering een historisch overzicht van de Orde en meer speciaal van de afdeling.
De afdeling beschouwde Riks overzicht als een ideaal NT&C-moment. Niet alleen werd de geschiedenis van de Orde geschetst, maar tevens het ontstaan van onze afdeling en dat uit de mond van iemand die er van bij aanvang bij was. Een korte bloemlezing uit zijn toespraak.
Snelle uitbreiding
"Na een aarzelend begin in 1955 kende de Orde een merkwaardig snelle uitbreiding. De eerste afdelingen ontstonden in de grote steden, spoedig werden hele gewesten ingepalmd. Zo kwam het Waasland samen met Dendermonde als elfde afdeling tot stand in 1963. Sint-Niklaas was de aangewezen vergaderplaats. Na vijftien jaar was de afdeling al zo gegroeid dat aan een tweede ledengroep in hetzelfde gebied werd gedacht. Zo is in 1978 onze afdeling gestart met tien leden: Herman Van der Wee, Willy Brône, Herman Cogen, Raf Coorevits, Stijn De Schrijver, Gerard Gaudaen, Jean Heyvaert, Johan Jacobs, Paul Van Winkel en Staf Pijl."
Ideologische achtergrond
"Het gezelschap had van meetaf aan een diverse ideologische achtergrond, zoals het hoorde."
"De Orde was aanvankelijk een mannenclub die dames alleen uitnodigden bij feestelijke gelegenheden. In 1979 besliste het hoofdbestuur ook dames het lidmaatschap aan te bieden. Onze afdeling heeft die aanbeveling pas in 1986 gevolgd."
Na zijn heldere uiteenzetting werd de gelauwerde uiteraard geëerd met een gepast geschenk.
Vale, Rik, nog vele gezonde jaren toegewenst van de ganse afdeling.
Romain Van Hautekerke
Voorzitter Land van Waas en Dendermonde II
Hij moest halverwege zijn gewestpresidentschap na een verkeersongeluk opnieuw leren lopen, maar heeft de afgelopen drie jaar wel alle installaties in Oost-Nederland zelf kunnen doen. De koers van het Bestuur om in te zetten op vernieuwing en ledenwerving vindt afscheidnemend gewestpresident Oost-Nederland Theo Kralt een goede zaak, maar dat moet wel samen met de gewesten en afdelingen aangepakt worden. En: "Je kunt nooit genoeg tijd en energie investeren in de relaties met andere mensen."
Wanneer werd je gewestpresident en sinds wanneer ben je dat niet meer?
Op 28 november 2022 ben ik gewestpresident van Oost-Nederland geworden als opvolger van Jeanette van Nigtevegt-de Graaf en op 24 november 2025 heb ik het gewestpresidentschap weer overgedragen aan Albert de Vries.
Heb je je belangrijkste doelstellingen (zie het interview bij het aantreden) kunnen bereiken?
Dat denk ik wel. De belangrijkste taken van een gewestpresident zijn:
Het stimuleren van de afdelingen en het installeren van nieuwe leden.
Het leiden van de vergaderingen van de gewestraad en het zijn van een goede intermediair tussen de (in Oost-Nederland zeven) afdelingen en het gewest.
Het vertegenwoordigen van het gewest in het Presidium van de OvdP en het invullen van de verbinding tussen het gewest en de Orde als geheel.
Wij hebben als gewest alle drie de presidenten van de OvdP in 'mijn' periode op bezoek gehad, hiermee intensief en waar nodig ook kritisch gesproken en onze inbreng op tafel gelegd. Die werd serieus genomen. Na afloop van een vergadering van het Presidium of een ander overleg stelde ik een verslag op met een kopie aan de president over hetgeen besproken werd.
Waarop kijk je met de meeste voldoening terug en waarom?
De voorzitters van de afdeling moeten op vrijwillige basis veel tijd steken in hun afdeling - dat geldt overigens ook voor de gewestpresident. Het is belangrijk dat zij gehoord worden. Een van de afdelingen ging duidelijk door een moeilijke periode en is weer opgeveerd nadat het bestuur met veel inzet en nieuw elan een aantrekkelijk programma realiseerde en er nieuwe leden geworven werden.
De OvdP functioneert sinds enkele jaren duidelijk beter en ook efficiënter. Het vult de verbindingen met verwante organisaties ook sterker in. Dat is natuurlijk vooral een taak van de president en het Bestuur, maar de gewesten hebben hier duidelijk een ondersteunende taak in. Het huidige Bestuur zet duidelijk in op vernieuwing en nieuwe leden en slaagt daar ook in, maar het kan niet anders dan dat samen te doen met de afdelingen en gewesten.
Aan het begin van mijn periode als gewestpresident merkte ik dat wel heel veel tijd van de OvdP ging zitten in zaken als nieuwe statuten en reglementen, financiën en facilitaire zaken. Die moeten ook goed op orde zijn en dat is essentieel, maar ik heb van het begin af aan aandacht gevraagd om ook inhoudelijke zaken prioriteit te geven conform de doelstellingen van onze oprichter en de doelstelling van de statuten. Mede hieruit is het Jaar van het Nederlands voortgevloeid dat nu loopt. Aan het einde hiervan wordt verslag opgemaakt. Mijn mening is dat de inhoud van de doelstelling van de Orde steeds weer opnieuw vormgegeven moet worden en goede aandacht moet krijgen. Onze omgeving verandert ook voortdurend.
Wat was het meest ontroerende dat je als gewestpresident hebt meegemaakt?
Na een verkeersongeluk dat leidde tot een nekbreuk en een niet meer functionerende rechterarm ben ik in het voorjaar van 2024 geopereerd in het UMC Utrecht. Ik moest na de operatie in revalidatie weer leren lopen, fietsen, autorijden, zwemmen en dergelijke. Ik heb alle installaties van nieuwe leden echter kunnen blijven doen. Jeanette van Nigtevegt-de Graaf heeft op mijn verzoek een aantal representatieve taken verricht in mijn plaats zoals het deelnemen aan jubilea en boekpresentaties. Dat was belangrijk.
Mijn eerste installatie na de operatie en revalidatie, in de afdeling Achterhoek-Twente, was voor mij een emotionele gebeurtenis. Ik werd opgehaald op het station in Hengelo en dan merk je dat gezondheid en er 'zijn' echt niet vanzelfsprekend zijn. Gelukkig ben ik inmiddels weer geheel hersteld. Een wonder echt waarvoor ik heel dankbaar ben.
Het installeren van maar liefst vijf nieuwe leden in de afdeling Nijmegen op 5 oktober 2023 was op een andere manier ontroerend.
Wat had achteraf beter gekund of anders gemoeten?
Je kunt nooit genoeg tijd en energie investeren in de relaties met andere mensen - in dit geval vooral in voorzitters en secretarissen van afdelingen. En in het je verdiepen in de situatie van een afdeling en van anderen in het algemeen. Je kunt zeggen dat de boodschap van het bestuur om met respect voor alle bestaande en zittende leden ook tot vernieuwing en nieuwe leden te komen echt is overgekomen. De inzet is daar nu op gericht.
Wat hebben de leden van je bestuur, de afdelingsbesturen en/of de leden van het gewest over je ontdekt de afgelopen jaren?
Als je ergens drie jaren leiding aan geeft, leert men de man of vrouw in kwestie natuurlijk goed kennen. Dat is bij mij niet anders. Ik ben een domoor die alles leest. Als persoon ben ik iemand die nauwgezet is, actief, vriendelijk, aanhoudend, die zich richt op anderen en die het nakomen van afspraken belangrijk vindt. Misschien een tikkeltje eigenwijs. Voor een gewestpresident is het kunnen maken van verbinding en het kunnen verwoorden van de doelstelling van de OvdP belangrijk. Veel tijd heb ik gestoken in het voorbereiden en verrichten van installaties van nieuwe leden. Erg leuk om te doen. Mensen zijn uitermate boeiend. Ik hoop dat men het heeft kunnen waarderen.
Wat heb je zelf geleerd tijdens het gewestpresidentschap?
Dat organisatie en inhoud beide heel belangrijk zijn. Ook dat in een organisatie als de OvdP de mensen uiteindelijk het wezenlijkste onderdeel zijn. Goede verhoudingen zijn essentieel. En een goede planning en voortgang van werkzaamheden.
Hoe diep is het zwarte gat nu en hoe ga je dat opvullen?
Niet zo diep want ik blijf actief in circa acht organisaties naast mijn werk als adviseur erfgoed en monumenten van de gemeente Oirschot. Dit voorjaar komt bij Stichting Uitgeverij Matrijs mijn boek uit over de doorwerking van de Amsterdamse School in het moderne interieur van de Domkerk gedurende de restauratie van 1921 tot 1939. Dit soort onderwerpen zal mijn aandacht blijven houden.
Is er nog iets dat je het gewest of de Orde als geheel wilt meegeven?
Aan de president en het Bestuur: blijf investeren in de organisatie OvdP, maar niet minder in de inhoud. Zet de ingeslagen weg voort.
En een woord van welgemeende dank aan Jeanette van Nigtevegt-de Graaf die mij als pro-gewestpresident zo goed heeft ingewerkt en terzijde heeft gestaan. En aan Peter Manders die mijn hele periode een uitstekende secretaris-penningmeester was. Mijn opvolger Albert de Vries wens ik als gewestpresident Oost-Nederland het allerbeste toe.
Foto hieronder: Gewestpresident Theo Kralt (helemaal rechts) en verder van links naar rechts de vijf nieuwe leden van de afdeling Nijmegen die hij net heeft geïnstalleerd in 2023, Paul Wackers, Klazien Stapper, Maria van den Muijsenbergh, Brigitte Bauer en Roland van der Pluym, met links van Theo Kralt de voorzitter van de afdeling Nijmegen Chris van Weel.
Net bij het schrijven van deze terugblik op de meest recente debatsalon (digitale bijeenkomst) met neerlandicus Piet van Sterkenburg vernemen we het overlijden van een icoon van de Nederlandse letterkunde, Cees Nooteboom. Zijn oeuvre blijft, ook na zijn 92-jarige leven, een baken voor de Nederlandstalige cultuur. Als geen ander wist hij de diepte en schoonheid van onze taal te ontsluiten voor een breed publiek. Hij liet ons zien wat het betekent om met taaltrots in de wereld te staan. Diezelfde vitale visie op het Nederlands vormde de kern van de lezing door emeritus hoogleraar Lexicologie Piet van Sterkenburg.
Waar de focus vaak ligt op vermeende bedreigingen van het Nederlands hield professor Van Sterkenburg een vurig pleidooi voor optimisme en bewondering voor onze taal. In onderstaand verslag, dat eerder verscheen op de website van de Prince-Academie, wordt teruggeblikt op zijn inspirerende betoog over een taal die niet alleen standhoudt, maar ook voortdurend inspireert. Taal als levend erfgoed.
Finesses
Piet van Sterkenburg, OvdP-lid in de afdeling Antwerpen-Middelheim, beheerst de Nederlandse taal tot in de kleinste finesses. Van kinds af aan is hij er al mee bezig. Wat begon als interesse, groeide uit tot een passie en uiteindelijk zijn levenswerk. Zelfs nu laat de taal hem niet los en spreekt hij vol overgave over zijn fascinatie. Ondanks die enorme expertise had hij zijn lezing grondig voorbereid: met heldere dia's, een sterke verhaallijn en thema's die het OvdP-publiek direct aanspraken. Het resultaat was een presentatie die zowel vlot als uiterst professioneel overkwam.
Jaarthema
In de context van het jaarthema over 'het Nederlands anno 2025-2026' vertegenwoordigt professor Van Sterkenburg met veel passie de optimistische visie. Natuurlijk is niet alles perfect en zijn er stoorzenders, maar dat zijn volgens hem slechts haarscheurtjes en geen diepe kloven. Hoewel we ons vaak tomeloos ergeren aan de verengelsing, wijst hij erop dat de werkelijke bedreiging van binnenuit komt: de afnemende aandacht voor de neerlandistiek in het onderwijs, de toenemende laaggeletterdheid en de economische motieven die prevaleren boven cultuur. Hij hekelde daarbij de 'linguïstische hysterie van de onheilsprofeten'. Wat we volgens hem vooral missen, is een gezonde dosis taaltrots. Het Nederlands is weliswaar ondergewaardeerd, maar helemaal niet bedreigd.
Alsnog bekijken
Wie de lezing heeft gemist, doet er goed aan deze alsnog te bekijken. Laat je verrassen door zijn aanstekelijke enthousiasme. We hebben immers een belangrijke opdracht: meer taaltrots tonen. We mogen trots zijn op onze taal en de cultuur die er zo nauw mee verweven is. Daarmee raken we de essentie van onze vereniging: onze taal vieren en die trots ook uitdragen. We zijn vaak te bescheiden, waardoor we onbedoeld zelf de ruimte creëren voor dreigingen van buitenaf. Deze lezing is niet alleen waardevol voor OvdP-leden, maar biedt ook interessant materiaal voor wie het Nederlands bestudeert, en niet het minst voor studenten neerlandistiek extra muros.
Debat
Ook het debat na de lezing leverde boeiende inzichten op, al viel op hoe snel men terugvalt in het benoemen van de 'haarscheurtjes' in plaats van te focussen op de rijkdom van onze taal. Zo wees de spreker ons ook op hoopvolle trends: waar de popmuziek in onze jeugdjaren nog gedomineerd werd door het Engels - zelfs door artiesten van eigen bodem - is Nederlandstalige muziek nu weer volop 'hip' en populair. Dit is een bemoedigend en betekenisvol signaal en het roept de prikkelende vraag op: zou de jongere generatie misschien over meer taaltrots beschikken dan wij vermoeden?
De lezing is terug te kijken op de website van de Prince-Academie. De hele opname duurt anderhalf uur. Je kunt overigens de afspeelsnelheid van een YouTube-opname verhogen om sneller door bepaalde passages te gaan.
Jan Van Daele
Wout van der Toorn werd in 2005 lid van afdeling Den Haag. Hij woonde 'op' Scheveningen waar zijn voorouders haringreders waren. Hij was op visserijgebied actief in alle buurlanden. Voor zijn inspanningen om de visserijbetrekkingen met Groot-Brittannië te versterken, kreeg hij uit handen van de koningin de Order of the British Empire. In Nederland werd hij onderscheiden met Officier in de orde van Oranje Nassau.
Wout hield voor tal van afdelingen voordrachten over zijn boek 100 Grijs Getinte Parels, een essaybundel met reflecties op landschap, cultuur en geschiedenis. Eerder schreef hij Logboek der Lage Landen, dat de geschiedenis van de Nederlanden beschrijft en die kadert in de wereldgeschiedenis. Dit werd tevens in het Engels vertaald (Logbook of the Low Countries).
In Cora vond Wout van der Toorn een tweede levensgezellin met wie hij talloze reizen maakte.
Met zijn overlijden verloor Den Haag een stijlvol en karakteristiek lid, vlak voor de komst van de nieuwe haring, waarvan hij - in de traditie van zijn voorouders - een groot liefhebber was.
Wout van der Toorn werd 92 jaar. Hij overleed op 9 juni 2025 en werd in stijl, met een doedelzakspeler voorop, uitgeleide gedaan.
Ino Mulders
Afdeling Den Haag
Dit In memoriam was per ongeluk niet naar de redactie gestuurd door de afdeling Den Haag ten tijde van het overlijden van Wouter van der Toorn, redactie.
Brussel, gij waart onze stad,
kersten en ketters van binnen
Ruusbroec en Bloemardinne!,
leeuwen op al uw tinnen,
Brussel, vergeet gij dat?
Anton van Wilderode
Een lang lint van Extra-Muros-leden slingerde begin februari door de Marollen in Brussel. Start was het Poelaertplein met het schitterende uitzicht op de wijk van bovenaf bij het Paleis van Justitie. Drie uur lang liepen de leden heuvel op en heuvel af door kleine straten en stegen, over pleinen en pleintjes, langs sociale woningbouw uit het begin van de vorige eeuw. Ze zagen statige gebouwen, bijzondere scholen, dichtgespijkerde verkrotte woningen en het huis van de schilder Breughel. De gidsen deden hun verhaal over armoede in de volkswijk beneden tegenover de machtige uitstraling van de wet door het justitiepaleis boven de wijk. En de strijd van de bewoners voor het behoud van hun wijk en woning.
Huisbiertje
Het eerste café-restaurant dat wij bezochten bij aankomst op de Grasmarkt was 'De ommegang' met het, volgens gewestpresident Christophe Ommeganck, verrukkelijke huisbiertje 'Ommegang'. Ons eindpunt was restaurant 'Le Cercle des voyageurs', een passende naam voor Extra-Muros-leden en hun vrienden uit vijf andere afdelingen, De Meierij, Lier, Parijs, Waals-Brabant en Luxemburg. Het aperitief met hapjes smaakte goed.
Voordracht
Tijd om de geest te voeden. Auteur en Brusselkenner Leo Camerlynck hield de voordracht 'Brussel, hart van de Nederlanden' over de geschiedenis van de hoofdstad van het Vlaamse gewest. De talen en de politiek werden belicht, maar het leukste was toch een stukje uit zijn lezing in het Brussels dialect.
De Schoonheid van België
"Den Belzjik bestoê nog altaaid. Van taaid tot taaid huu’de wel es as da den Belzjik op
zaain leste lupt. Mô zoe ne gank goê da naa oek weial nie. ’n Ander kwesten es: zaain er
nog wel Belzje in ons schuun landje?"
Het officiële gedeelte begon met het voorlezen van de Keure. Afdelingsvoorzitter Wim Impens maakte nog een kleine omissie goed. Hij liet het installatiedocument door drie nieuwe leden ondertekenen. Daarna deed iedereen zich tegoed aan drank, spijs en een goed gesprek.
Herinneringen
Welke herinneringen namen de deelnemers mee naar huis? Ik stelde hen deze vraag aan het einde van het diner.
"Je ziet plekjes die je nooit opvallen."
"Het huis van Barmhartigheid."
"De mooie huizen en gebouwen, de bijzondere sociale woningbouwblokken."
"Ik heb een onbekend stuk Brussel leren kennen."
"Het Marollenverhaal over hoog en laag, de zeven heuvels en het opengooien van de stad."
"De stuikelsteentjes ter herinnering aan de gedeporteerde Joden, met naam en data."
"Mensen van heinde en verre ontmoeten elkaar op een heel bijzondere manier."
"Het was de eerste keer, maar wat bijzonder interessant en hartelijk."
"Ik zag mijn vrienden weer terug."
"Vrienden uit vijf afdelingen maakten de kernwaarden van de OvdP helemaal waar."
Eliane Boileau, met medewerking van de leden en vrienden van Extra-Muros
Steven Vandewal, historicus en archivaris van Tongeren-Borgloon, behaalde in 2024 een doctoraatstitel met een verhandeling over de regio 'Civitas Tungrorum', van de late Romeinse Tijd tot de vroege Middeleeuwen. Hij gaf er begin deze maand een lezing over bij de afdeling Haspengouw. Waarom viel het christendom in Haspengouw in vruchtbare aarde? Wat gebeurde er in deze regio tijdens de volksverhuizingen? Verloor Tongeren echt haar bisschopszetel? Wanneer verspreidde het christendom zich van de steden naar het platteland?
Los van persoonlijke opvattingen over kerk en geloof kan niemand eromheen: 'de kerk' in onze dorpen en steden was en is (en blijft nog vaak) het centrale gebouw. Vele kerken zijn inmiddels belangrijk materieel erfgoed geworden, ook al is de religieuze functie verdwenen, of ondergeschikt geworden. Bovendien heeft 'de Kerk' als instituut tot diep in de vorige eeuw een uitermate belangrijke rol gespeeld in het cultureel-maatschappelijke leven van onze regio, en bij uitbreiding van het ganse continent en grote delen van de wereld.
Schilderijen
Steven Vandewal toonde in dit verband twee schilderijen die deze stelling onderbouwen. Het betrof de heilige Maternus, die reeds in de eerste eeuw het christendom gepredikt zou hebben in de jonge stad Tongeren. Het is een historisch incorrect gegeven (Maternus leefde enkele eeuwen later), maar het verwijst wel naar de aanwezigheid van het christendom in onze contreien tijdens de laat-Romeinse Oudheid. Een tweede schilderij toont het doopsel van de Frankische koning Clovis omstreeks 500, dus tijdens het prille begin van de Middeleeuwen. Deze overgangsperiode van Klassieke Oudheid naar Middeleeuwen is cruciaal om het kersteningsverhaal van onze regio en bij uitbreiding een groot deel van West-Europa te begrijpen.
Civitas Tungrorum
Sinds de prehistorie is Haspengouw een belangrijke doorgangs- en contactregio tussen Noordzee en Rijn. Het is dus geen toeval dat precies in deze vruchtbare regio de stad Tongeren werd gesticht, het centrum overigens van een veel grotere regio: de Civitas Tungrorum. Gelegen op het grensgebied tussen Vochtig- en Droog-Haspengouw had de stad de beschikking over de noordelijk gelegen weilanden en bossen, en de zuidelijker gelegen akkerlanden. Tongeren en de wijde omgeving leenden zich dus uitstekend tot de ontwikkeling van de typisch Romeinse villacultuur. Die kwam veel minder tot ontwikkeling in wat vandaag de Kempen is.
Christianisering
Tongeren, en bij uitbreiding Haspengouw, vormde dus 'vruchtbare grond' voor de beginnende christianisering of kerstening. Er is in dit verband wel een verschil tussen de vierde eeuw enerzijds en de eeuwen tot en met de vroege Middeleeuwen. In de laat-Romeinse tijd werd alles gedirigeerd vanuit Rome, en was er een sterke gerichtheid op de steden. Bij het begin van de Middeleeuwen vanaf de late vijfde eeuw verschoof het zwaartepunt naar het platteland. De christianisering werd toen ook sterk getrokken door belangrijke rurale heren.
Middellandse Zeegebied
Vanaf de eerste en tweede eeuw verspreidde het christendom zich rond het Middellandse Zeegebied, in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Vanaf circa 300 bereikte het ook de perifere regio’s zoals de Civitas Tungrorum. De vroegste sporen in dit verband zijn christelijke graven. Het christendom in Noord-Gallië was aan het eind van de derde en in de vierde eeuw erg staatsgeoriënteerd (vanuit Rome) en gefocust op de bisschopssteden. In de regio Haspengouw beperkte het zich in hoofdzaak tot de steden Tongeren, Maastricht en Hoei. In Tongeren lag in de vierde eeuw een Romeinse basilica, die ook een religieuze functie had. Het werd de opstap naar de latere kerk uit de vroege Middeleeuwen en finaal de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek. Er is dus sprake van een zekere continuïteit tussen de late Oudheid en de vroege Middeleeuwen.
Bisschop
Zoals reeds vermeld was de aanwezigheid van H. Maternus in de eerste eeuw historisch incorrect. Ook zijn optreden als bisschop van Tongeren in de vierde eeuw is twijfelachtig. De eerste historisch traceerbare bisschop is H. Servatius, eveneens in de vierde eeuw. Hij bracht de bisschopszetel over naar Maastricht, zodat hij ook door deze stad wordt geclaimd. In de praktijk waren de bisschoppen in de laat-Romeinse tijd en de vroege Middeleeuwen ambulant (rondreizend). Vaak voerden zij de titel bisschop van Tongeren en Maastricht. Niet alle bisschoppen in deze periode kunnen echter precies getraceerd worden, zodat het moeilijk is om een duidelijke lijn of continuïteit te detecteren. Dat is zeker het geval voor de vijfde eeuw.
Luik
Ook in Luik werd vaak geresideerd. Vanaf de achtste eeuw werd Luik uiteindelijk hét bisschoppelijke centrum, een traditie die teruggaat tot de tijd van H. Lambertus en zijn opvolger H. Hubertus. Laatstgenoemde bracht volgens de overlevering de stoffelijke resten van de vermoorde Lambertus naar Luik. Dat gebeurde kort na 700. Luik werd sindsdien dé bisschopsstad. Na Tongeren verloor toen ook Maastricht haar betekenis als bisschoppelijk centrum.
Volksverhuizingen
De eeuw van de grote volksverhuizingen is de tijd van de duistere Middeleeuwen, zoals de periode veralgemenend wordt genoemd. Het is de tijd van de invallende 'barbaren', een episode die vaak doortrokken is van allerlei clichés en vertekende voorstellingen. Hoe dan ook, vastgesteld wordt dat er in die tijd minder christelijke begravingen waren en ook de grafvondsten zijn beperkter in aantal. Dit geldt overigens niet alleen voor de regio Tongeren, maar voor gans noord-Gallië. Oorzaken zijn ziektes, een ongunstig klimaat en de talrijke oorlogen. Niet alleen waren er conflicten met de Germaanse invallers. Romeinse legeraanvoerders voerden ook geregeld onder elkaar een bloedige machtsstrijd uit.
Rust
Pas omstreeks 500 keerde de rust in zekere mate terug. Dat komt in belangrijke mate omdat de (Salische) Franken hun macht wisten te vestigen over het grootste deel van de Benelux en een deel van Noord-Frankrijk en het gebied ten westen van de Rijn. Een belangrijk momentum in deze is het (vermelde) doopsel van Frankenkoning Clovis in Reims, vermoedelijk in of omstreeks 496. Vanaf de zesde eeuw zien we dan ook een toenemende kerkenbouw, in Haspengouw, maar ook elders in het door de Franken gedomineerde deel van het vroegere Romeinse Rijk.
Bekeringen
De zesde en zeker de zevende eeuw was de tijd van de grote bekeringen in het huidige België. Een probleem voor het historisch onderzoek is evenwel het beperkte aantal geschreven bronnen. Belangrijk zijn de vitae of heiligenlevens, maar die moeten door een sterke kritische bril worden bekeken. Aanvullend zijn er ook een zeer beperkt aantal ambtelijke teksten, oorkonden.
Gekerstend
Specifiek voor Haspengouw werd er gekerstend vanuit de bisschopssteden Tongeren en Maastricht en vanuit het pre-stedelijke Hoei. Ook rurale religieuze gemeenschappen als die in (het latere) Sint-Truiden, Munsterbilzen en Aldeneik speelden een belangrijke rol in het kersteningsproces, vooral vanaf het midden van de zevende eeuw. Trekkers waren meestal leden van de lokale Frankische elite, onder wie bijvoorbeeld H. Trudo. Benoorden de Demer bleven de activiteiten eerder beperkt, ook al omdat de oude Romeinse villacultuur als aantrekkingspool er minder aanwezig was.
Platteland
Het christendom bereikte ook steeds duidelijker het platteland, waar kerkjes met kleine kerkhoven errond verrezen. Voor wat de oude bisschopsstad Tongeren betreft, wijzen de (archeologische) sporen in de richting van een sterke wordende christelijke activiteit. Die was overigens in de vijfde eeuw niet verdwenen. Veeleer is er dus sprake van continuïteit, met een sterke heropleving na 500.
Patrocinia
Bij wijze van epiloog verwijst spreker Steven Vandewal naar de patrocinia, de naamstoewijzing van de lokale vroeg-Middeleeuwse kerken aan een welbepaalde heilige. Het gaat hierbij zowel om streekgebonden Frankische heiligen, zoals H. Gertrudis van Landen (of Nijvel), als om figuren uit de Romeinse tijd. Een notoir voorbeeld is H. Martinus, oud-legioensoldaat en bisschop van Tours.
Het was een goed gedocumenteerde uiteenzetting door een onderlegde spreker. De talrijke details en feiten, alsook een zekere voorkennis, vereisten wel een stevige portie aandacht.
Frank Decat
Secretaris afdeling Haspengouw
Tip van de redactie: het museum Teseum in Tongeren!
De OvdP telt om en bij de honderd verschillende afdelingen. Afdelingen die telkens gelinkt zijn aan één bepaalde plaats, meestal in Nederland of België. Maar er is één uitzondering, de afdeling Extra-Muros, waarvan Wim Impens voorzitter is. Hoe is dat zo gekomen? Hoe functioneert de afdeling? Voorzitter Wim Impens geeft tekst en uitleg.
Bijna zijn hele beroepscarrière bracht Wim Impens, opgeleid tot landbouwkundig ingenieur, door in het buitenland (tot 2018). Na zijn opleiding aan de KU Leuven vertrok hij in 1986 naar Burundi, meer bepaald naar Bujumbura. "In die eerste periode was er in Bujumbura ook een afdeling van de Orde van den Prince. Ik werd daar graag lid van. Er waren in die periode trouwens nog meer afdelingen in Afrika, zoals in Kinshasa en Kigali. De afdeling in Bujumbura is halverwege de jaren negentig een stille dood gestorven. In de loop der jaren zijn trouwens meerdere Afrikaanse afdelingen door onder andere politieke omstandigheden verdwenen (Kinshasa en Kigali). Pretoria en Kaapstad in Zuid-Afrika zijn momenteel de enige nog actieve afdelingen in Afrika. Reeds in1988 kwam het idee om al die 'uitgezworvenen', die nergens terecht konden, in één afdeling samen te brengen, een Extra-Muros-afdeling. Zo zijn we van start gegaan. Uitgezworvenen zijn ook diegenen die naar een ander land vertrokken waar geen OvdP-afdeling bestond.
Gewest Buitenland
De afdeling Extra-Muros valt onder het gewest Buitenland. Er zijn actieve afdelingen in Luxemburg, Parijs, Keulen, Pretoria, Kaapstad en Londen. Maar Extra-Muros heeft geen vaste standplaats. De leden van deze afdeling zijn ofwel nog steeds gestationeerd in het buitenland, of ze zijn ondertussen na hun pensionering terug in België of Nederland. Alhoewel de leden de mogelijkheid hadden hier terug te landen, om aan te sluiten bij een plaatselijke afdeling, deden de meesten dat niet. De afdeling Extra-Muros blijft hun thuishaven, en telt nu dus zowel leden die in België of in Nederland wonen én die verspreid zijn over de rest van de wereld. Vandaar dat de afdeling Extra-Muros geen vaste plaats heeft voor de bijeenkomsten."
Wisselende plaats
Extra-Muros komt zo'n vier tot vijf keer per jaar samen, steeds op een wisselende plaats. Wim Impens: "Onze laatste samenkomst, begin februari, ging door in Brussel, daarover vind je in deze PrincEzine een kort verslag. Vorig jaar kwamen Kortrijk, Colijnsplaat, Breda al aan de beurt. Onze vergaderingen hebben een vast stramien: we beginnen rond 14.00 uur, plannen dan een bezoek aan de stad, aan een museum, regelen een lezing en we sluiten af met een dinertje. Onze afdeling neemt ook trouw deel aan de gewestdagen Buitenland (Nancy in 2025 en Luxemburg in 2024). In 2023 was onze afdeling organisator van de gewestdagen in Hasselt."
Online
Naast de vier of vijf jaarlijkse uitstappen zijn de contacten met de diverse leden online. Het bestuur vergadert vooral via Zoomsessies. "De bestuursleden komen uit Herk-de-Stad, Antwerpen, Everberg en Beersel, dus dan is een Zoomsessie aangewezen. Zoomsessies voor alle leden inplannen is moeilijker. Een deel van onze 22 leden woont nog steeds in het buitenland. Omdat ze ook in verschillende tijdszones leven, kun je moeilijk een gepast moment inplannen. Dat wil dus ook zeggen dat ik sommige leden al jaren niet in persona gezien heb."
Nieuwe bijeenkomsten
Voor het werkjaar 2025-2026 zijn er nog twee nieuwe bijeenkomsten gepland. De eerste zal doorgaan in 's Hertogenbosch, met onder andere een lezing over de geschiedenis van de hoofdstad van de provincie Noord-Brabant, een wandeling door de stad en een etentje. Daarna komt Antwerpen aan de beurt waarbij de focus zal liggen op kleinkunst, waarna er een voorstelling gepland is. En uiteraard 'een dinertje'.
Op die manier blijven de Extra-Muros-Princeleden contact houden, waar ze ook wonen. Vriendschap is grenzeloos.
Chris Vermuyten
Redactielid PrincEzine
Op 13 januari organiseerde de afdeling Genk een geslaagde avond in Casino Modern met radiomaker, muzikant en auteur Jan Hautekiet en schrijver, dichter en zanger Rick de Leeuw. Met deze culturele bijeenkomst kon ze niet alleen genieten van een boeiende voorstelling, maar ook een waardevol sociaal doel steunen. Dankzij de grote opkomst kon Genk een cheque van 1.000 euro overhandigen aan vzw Menos, die zich inzet voor personen met jongdementie en hun omgeving.
Neen, we zijn geen serviceclub en toch organiseerden we op 13 januari een meer dan geslaagde avond met Jan Hautekiet en Rick de Leeuw, waarbij we een deel van de inkomsten schonken aan de vzw Menos. Hun medewerkers bekommeren zich om mensen met jongdementie, hun familie en mantelzorgers. Rick de Leeuw was mede-inspirator voor dit initiatief. Jongdementie ligt hem al jarenlang na aan het hart.
Zo verzamelden die avond meer dan 200 leden en sympathisanten zich in Casino Modern, nieuwsgierig naar wat de avond hen zou brengen. En zij bleven niet op hun honger zitten.
Onze voorzitter, Rika Vandevenne, heette iedereen van harte welkom en bracht een korte schets over de Orde en de afdeling Genk. Zij gaf dan open doek aan Jan en Rick. Het gastduo haalde het beste van zichzelf naar boven en jongleerde vlotjes met woorden en akkoorden. Ze kregen - weliswaar met enige moeite - zelfs het aanvankelijk schuchtere publiek mee in hun verhaal. Dat eindigde dan in een staande zangstonde en een welgemeend luid slotapplaus.
Er waren bloemen voor Rick en Jan, en uiteraard de cheque van 1.000 euro voor de vzw Menos. Daarvoor riep Jaak schepen van Welzijn Sara Roncada (voorzitter van vzw Menos), Chris Van Gerven (projectleider van de dstad Genk) en Maria Ricciardelli (Als ik ooit vergeet) op het podium. Zij namen de cheque met veel erkentelijkheid in ontvangst.
De schepen bracht nog een dankwoordje, voor de gift, maar ook en zeker voor de vele helpende handen die mensen met jongdementie zorgzaam bijstaan.
En dan was het tijd voor de nieuwjaarsdrink. Onze eigen mensen zorgden voor de zaalaankleding, de dranken en de hapjes. Zonder schroom mogen we zeggen dat ze dat uitstekend hebben gedaan, we hoorden enkel complimentjes van de aanwezigen! Misschien ligt er voor sommigen wel een toekomst als flexi in de horeca in het verschiet.
Ook vanwege het bestuur een welgemeende dank aan alle aanwezige leden en hun gasten, die van deze doordeweekse dinsdagavond een warm ontmoetingsmoment maakten!
Edith Bijnens
NT&C-secretaris Genk
Wil je een grote activiteit van je gewest of afdeling plannen? Kijk dan eerst in de kalender welke activiteiten andere gewesten en afdelingen al gepland hebben.
De volgende PrincEzine komt uit op 13 maart 2026. Om meegenomen te kunnen worden in die nieuwsbrief moeten artikelen uiterlijk maandag 9 maart (liefst eerder) binnen zijn op het secretariaat of bij de portefeuillehouder Communicatie, Ruud Hendrickx. De redactie beslist, waar mogelijk in overleg, of en hoe een artikel wordt opgenomen in PrincEzine.
Volg de richtlijnen voor het aanleveren van artikelen en foto's voor PrincEzine. De redactie gebruikt alleen foto's die rechtenvrij zijn of waarvoor de rechthebbende toestemming heeft gegeven. Het plaatsen van foto's waar copyright op rust, kan tot hoge schadeclaims leiden.
Portefeuillehouder Communicatie Ruud Hendrickx geeft tips voor het schrijven van teksten die op een scherm gelezen moeten worden, in een video van de Prince-Academie.
Elwin Lammers, Ruud Hendrickx, Marianne van Scherpenzeel, Chris Vermuyten en Carola Fox.