HGW en handelingsplanning
Handelingsgericht werken en handelingsplanning staan centraal binnen dit praktijkonderzoek. In die zin vond ik het belangrijk om de zeven uitgangspunten van het handelingsgericht werken en de cyclus van handelingsplanning extra te benadrukken.
Handelingsgericht werken is doelgericht. De werkwijze is systematisch en transparant.
Dit praktijkonderzoek is een cyclisch proces waarbij ik vertrokken ben van een grondige analyse van mijn beginsituatie en waarbij ik aandacht had voor de behoeften van de leerlingen, begeleiders, leerkrachten, therapeuten, de school, ouders… Ik stond stil bij volgende vragen: waar merk ik ruimte voor verbetering? Wat zou ik anders willen aanpakken? Waar loopt het moeilijk? Dit allemaal bepaalde mee de richting van mijn praktijkonderzoek. Vervolgens kwam ik tot een onderzoeksvraag. Ik verdiepte me in bestaande literatuur, methodieken en heb interviews afgenomen met personen die kennis hebben over dit thema. Ik verzamelde en analyseerde deze informatie om een antwoord te vinden op de vraag. Ik verwerkte deze inzichten in een ontwerp voor mijn praktijk, nl. mijn reflectiespel ‘Buitengewoon openhartig’. Ik bereidde dit spel voor, voerde dit uit en heb dit tot slot geëvalueerd. Ik reflecteerde op mijn eigen handelen binnen het cyclisch proces van handelingsplanning. Mijn ontwerp veranderde, nieuwe inzichten doken op en ik draaide een nieuwe cirkel met dezelfde stappen.
Zonder doelen, geen richting en geen feedback. In het kader van dit praktijkonderzoek leg ik de focus op de positie van de begeleiding, maar ook de leerlingen worden (indirect) betrokken bij dit spel. Met de ‘samen doen’ opdrachten gaan de teamleden samen met de leerling een één-op-één activiteit uitvoeren.
Binnen dit praktijkonderzoek wordt er gewerkt aan de volgende ontwikkelingsdoelen:
Sociaal-emotionele ontwikkeling - domein sociale beleving:
17. De leerling is bereid tot medewerking en samenwerking met zijn begeleider.
20. De leerling beseft en geniet van wederkerigheid met vertrouwde personen (Vlaamse Overheid, z.d.).
Handelingsgericht werken gaat om afstemming en wisselwerking.
Leerlingen ontwikkelen zich in wisselwerking met hun omgeving. Die wederzijdse beïnvloeding vraagt om afstemming. Leerlingen verschillen, maar begeleiding, ouders en klassen ook. En onze aanpak kan bij de ene leerling afgestemd zijn op wat hij of zij nodig heeft, terwijl dit bij de andere leerling niet zo is, met als gevolg een problematische situatie. Er is iets mis in de afstemming (Denys et al., 2018).
Door o.a. meer in te zetten op positieve actie-reactie momenten met David en hem meer vrije momenten aan te bieden is het spuwen verminderd: dezelfde jongen, dezelfde klasgenoten en dezelfde begeleiding, maar nu met een gerichte aanpak van de begeleiding, afgestemd op wat David nodig met als gevolg een vermindering van zijn moeilijk gedrag. En dit heeft ook effect op het welzijn van de begeleiding. Wordt de begeleiding langdurig geconfronteerd met probleemgedrag, dan kunnen zij gaan twijfelen over hun competenties. Ze kunnen het plezier in lesgeven verliezen en dit heeft dan weer een negatieve invloed op de leerling met moeilijk hanteerbaar gedrag. Met dit spel wil ik dit neerwaarts spiraal ombuigen in een opwaartse richting. Dit spel richt zich op het versterken van stimulerende factoren in de relatie tussen leerling en begeleiding en op het verminderen van belemmerende factoren in deze relatie. Leerkrachten die inzetten op de positieve momenten met de leerlingen, geven de leerlingen een goed gevoel. Het ene beïnvloedt het andere (Denys et al., 2018). Met dit spel wordt er gepraat over de aanpak van de begeleiding bij de jongere. Wat gaat goed en kan uitgebreid worden, wat gaat minder goed en kan omgebogen worden? De wisselwerking tussen de aanpak van de begeleiding en het gedrag van deze leerling is onderwerp van gesprek.
De onderwijsbehoeften staan centraal.
Leerlingen ontwikkelen zich beter als het de begeleiding lukt om af te stemmen op hun behoefte aan competentie, autonomie en relatie. Er worden bewust en doelgericht verschillende aanpakken uitgeprobeerd en geëvalueerd. Wat werkt bij deze leerling? En wat vraagt dit van mij als leerkracht? Maar we kunnen pas het aanbod die de leerlingen nodig hebben afstemmen als de behoeften van de onderwijsprofessionals ook ingevuld zijn. Als een team veel stress ervaart, heeft dit een negatieve impact op de ondersteuning van de leerlingen. Met dit spel wordt er ingespeeld op de behoeften van elk teamlid. Sommige teams hebben nood om te ventileren of nood aan erkenning… Andere teams willen dat er een aanpak besproken wordt over deze leerling. Door te focussen op de draagkracht van het team en hen de juiste ondersteuning te geven, kan het team zich bijgevolg focussen op wat de leerlingen nodig hebben.
Leerkrachten maken het verschil, ouders doen er evenzeer toe.
Verander je de leerkracht of begeleider, dan verander je de leerling… en omgekeerd. De begeleiding heeft een cruciale bijdrage aan de ontwikkeling van hun leerlingen. Een warme hechte relatie met de begeleiding biedt leerlingen emotionele ondersteuning en veiligheid. Het motiveert de begeleiding ook om extra te investeren in de ondersteuning van die leerling. Een negatieve relatie daarentegen leidt bij leerlingen tot antisociaal gedrag. Het is van belang dat je als begeleiding bewust bent van de impact van je relaties met leerlingen. En dat je weet dat die relaties te verbeteren zijn (Denys et al., 2018). Is de relatie met een leerling negatief gekleurd, helpt het om te bespreken wat je waardeert aan deze leerling. Dit spel zet hierop in. Daarnaast dient er intensief samengewerkt te worden met de ouders. Zij worden gezien als ervaringsdeskundigen. Zij kennen hun kind het beste in verschillende situaties. Met dit spel laat ik de begeleiding in dialoog gaan over o.a. de context van de leerling en hoe zij de context nog meer kunnen betrekken.
Positieve aspecten van leerlingen, leerkrachten en ouders zijn van groot belang.
Met mijn spel wil ik ervoor zorgen dat de begeleiding terug het positieve ziet van leerlingen die moeilijk hanteerbaar gedrag stellen. Hoe meer probleemgedrag er is, hoe meer het team zich vaak (onbewust) focust op wat niet goed gaat. Aandacht voor positieve aspecten beschermt het team tegen een te negatief beeld van deze leerling en het zorgt daarnaast voor een effectieve aanpak (Denys et al., 2018). Tijdens mijn spel wordt de tijd genomen om de sterktes, de krachten en positieve aspecten van een leerling in de verf te zetten. De teamleden gaan in dialoog over situaties die goed lopen met deze leerling, over activiteiten waar zowel begeleiding als leerling van genieten, over de leerling zijn interesses en de positieve actie-reactie momenten tussen begeleiding en leerling. Dit alles wordt expliciet neergeschreven in het werkschema en het notaboekje. Maar kan ook vermeld worden in de beginsituatie van het individueel handelingsplan (IHP). Alles begint bij een goede beeldvorming: zicht krijgen op de leerling en zijn ontwikkeling. Er is aandacht voor de leerinhouden, voor bevorderende en belemmerende factoren en voor competenties en talenten. Een goede beeldvorming leidt tot het formuleren van onderwijsbehoeften en ondersteuningsnoden (Katholiek Onderwijs Vlaanderen, 2018).
De betrokkenen werken constructief samen.
De focus van dit spel ligt op verbinding en openheid. Het is de bedoeling dat het team van en met elkaar kunnen leren door in dialoog te gaan en samen te zoeken naar een nieuwe opening bij vastgelopen situaties. De vragen helpen het team om dieper na te denken over hun eigen handelen. Zij kennen het kind als leerling het beste, met zijn sterke en minder sterke kanten.
Om tot dit spel te komen, kreeg ik heel wat hulp van mijn collega’s. Zij stonden ervoor open om mee te werken aan mijn praktijkonderzoek. Dit begon met het zoeken naar een beginsituatie. We vertrokken vanuit een gezamenlijk belang: de ontwikkeling van David ondersteunen. Samen met het voltallig team speelden we het spel ‘Ontwarde draad’ met als doel de draad van David ontwarren. We werkten samen om een nieuwe aanpak voor David te realiseren. Doordat we dit samen uitvoerden, had dit onmiddellijk effect. Het spuwen verminderde. Daarnaast zorgde de feedback van mijn team en de feedback van de andere collega’s via de vragenlijst er mede voor dat mijn ontwikkeld spel tot stand is gekomen. Hun feedback was een van de vertrekpunten die ik nodig had om mijn spel vorm te geven.