Werknemers binnen het onderwijs starten hun carrière met hoop om een bijdrage te kunnen leveren aan het welzijn en de ontwikkeling van hun leerlingen. Maar de weg hiernaartoe lijkt verspreid met hindernissen: sommige leerlingen zijn niet zo gemakkelijk te ‘helpen’, probleemgedrag overheerst, resultaten van de inspanningen zijn niet direct zichtbaar en soms blijven successen uit, ondanks alle inzet. Er is druk en stress. De draagkracht neemt af (De Belie & Van Hove, 2013).
Bij herhaald probleemgedrag gebeurt het soms dat de begeleiding en een leerling in een negatieve vicieuze cirkel belanden. Onmacht overheerst, want wat moeten we nog met deze leerling? In onze klas kwamen we met één leerling terecht in deze negatieve vicieuze cirkel. David (fictieve naam) is een 5-jarige jongen met een ontwikkelingsleeftijd van 13 maanden (Bayley, 2023) en een autismespectrumstoornis. Er werd een onofficiële SEO-R² schaal afgenomen. Dit is een instrument waarmee de emotionele ontwikkeling van personen met een verstandelijke beperking wordt ingeschat. Op basis van observaties maakten de orthopedagoog en ik een inschatting dat David binnen fase één functioneert met een aantal uitschieters op fase twee. Dit betekent dat hij op emotioneel niveau een ontwikkelingsleeftijd van ongeveer zes maanden heeft (Došen & Morisse, 2017). Er is dus een niveauverschil tussen zijn cognitieve en emotionele ontwikkeling. En dit merken we in de klas. David heeft stappen vooruitgezet op vlak van werkhouding, communicatie en op sociaal-emotioneel vlak. We merken dat hij zich meer openstelt voor zijn omgeving, maar hij heeft moeite om de vele prikkels die binnenkomen te reguleren. Hij vindt moeilijk innerlijke rust. We zien daarnaast dat hij meer contact zoekt met de begeleiding en de andere leerlingen, maar hij zoekt contact op een negatieve manier. Hij duwt, bijt en krabt de begeleiding en de andere kleuters en spuwt heel gericht in onze gezichten.
Begin schooljaar 2023-2024 spuwde hij zodanig veel dat vier van de zes collega’s een oogontsteking kregen. Twee collega’s niet omdat ze een bril dragen. Dit gedrag vormde binnen ons team een van de grootste uitdagingen. In oktober en november ging het tijdens vergaderingen vooral over het probleemgedrag en praatten we nog maar weinig over de zaken die goed liepen. Zijn gedrag zorgde ervoor dat zijn schooldag grotendeels doorging in de tuin, in zijn blijfstoel of in de afgesloten speelhoek. Dit zodat hij in eerste plaats zelf rust vond, maar ook zodat hij de andere kleuters geen pijn kon doen. Deze maatregelen achtten we op dat moment noodzakelijk, maar werden langzamerhand meer structureel ingezet dan incidenteel. De wereld van David werd hierdoor beperkt.
Oorspronkelijk was dit mijn beginsituatie en wou ik het gedrag van David in kaart brengen. Ik ging hiermee aan de slag door te observeren. Hieruit kwam o.a. naar voor dat tijdens onze dagelijkse wandeling naar de klas hij fysieke agressie toonde naar ons als we voorbij het zwembad wandelden. Elke dag opnieuw. Niemand zag een verband omdat er dagelijks andere collega’s wandelden. Wekelijks gaan we op woensdag zwemmen, maar dagelijks passeren we langs het zwembad. Voor David was het niet duidelijk wanneer hij ging zwemmen. Sinds deze observatie nemen we een andere route om te wandelen naar de klas. Dit had onmiddellijk effect. De fysieke agressie verminderde tijdens deze wandeling.
Maar het echte keerpunt kwam er toen we op 20 november 2023 met het voltallige team het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ van Edda Janssens en Katrijn Van Acker (2021) speelden. Dit naar aanleiding van mijn praktijkonderzoek. Het spel is gebaseerd op de methode ‘de Draad’ van Gerrit Vignero. Het is een speelse manier (via een spelbord en vraagkaarten) om de draad van een leerling te ontwarren en te ordenen. Het biedt teams handvatten om leerlingen te steunen in hun emotionele ontwikkeling (Fortior, z.d.). Dankzij dit spel zagen we terug de interesses van David en wat hij graag samen doet. David is een jongen met veel motorische energie die graag op ontdekking gaat. Zijn interesses zijn: buiten spelen, fietsen, schommelen, kriebelspelletjes en zwemmen. Hij draait graag met voorwerpen, maar wordt ook graag gedraaid in een bureaustoel. Dit spel zorgt voor meer dialoog dan enkel een vragenlijst in te vullen en het heeft ons verder doen nadenken over onze aanpak naar David. We merkten dat we veel over de negatieve zaken aan het praten waren en dat het positieve op de achtergrond bleef. Door de inhoudelijke vragen en de 'o zo belangrijke weetjes' deed dit spel ons terugdenken aan de positieve momenten die er effectief nog zijn met David. We kregen terug ademruimte en gingen op zoek naar leuke momenten samen met hem. Dit sluit aan bij de visie van onze school, waar er o.a. ingezet wordt op het aanbieden van een aangename en professionele werkomgeving (VZW Scholen Sint-Franciscus, z.d.). Het nadeel van dit intervisiespel is dat er gefocust wordt op de leerling en minder op het team en dat we twee vergaderingen nodig hadden. Dit is te lang omwille van de vaak talloze agendapunten. Belangrijke zaken over de andere leerlingen konden we pas na drie weken bespreken. Dit is niet haalbaar voor een team. Maar het spel heeft ons ongetwijfeld geholpen in de relatie met David. Na feedback van ons team is het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ aangekocht door de directie en is sinds kort aanwezig op onze school.
We realiseerden ons dat onze eigen negatieve kijk op de situatie ons verhinderde om de positieve kanten van David te zien en hem hierdoor meer vrijheidsbeperkende maatregelen oplegden. Om deze redenen kreeg mijn praktijkonderzoek een andere invulling. Mijn eerste idee was om het gedrag van David in kaart te brengen en te zoeken naar een aanpak zodat er minder agressie zou optreden. Sinds dit spel wil ik mij meer focussen op de begeleiding en waar zij nood aan hebben. Door te ventileren, door samen te zoeken en te reflecteren over onze handelingen, hadden we terug ruimte om het positieve te zien en konden we met een goed gevoel verder werken aan de relatie met David. Dit wil ik ook voor andere teams.
Ondertussen hebben we met David al een lange weg afgelegd en behaalden we een aantal successen. Door meer in te zetten op actie-reactiespelletjes en samen activiteiten te doen, merkten we een afname van het spuwen. We zien dat David nu dagelijks geniet van de schommel in de klas. We zonderen hem minder af, wat positief is voor zijn verdere ontwikkeling. Voor ons geeft het voldoening wanneer we samen met hem een positieve ontwikkeling doormaken. We merken dat David nog momenten heeft van controleverlies zonder, voor ons dan toch, duidelijke aanleiding. Hij zal roepen, hoofdbonken, krabben of bijten. De voorlaatste dag voor de kerstvakantie kreeg ik een krab in mijn gezicht met een groot en zichtbaar litteken tot gevolg. Dit had een grote impact op mezelf. Er was niet alleen een ‘letterlijke breuk’ in mijn gezicht, maar ook één in onze relatie. Hij had mij enorm pijn gedaan. Ook de andere teamleden waren geschrokken, want waar eindigt dit?
De relatie tussen David en de begeleiding wordt nog steeds op de proef gesteld. Er zijn momenten waarop er sprake is van plezier, betrokkenheid en wederzijds vertrouwen, maar ook momenten waarop het contact veel energie vraagt en David ons niet ervaart als veilige basis (Spilt & Buyse, 2023). En wij zijn niet de enige werking waar de relatie tussen leerlingen en begeleiding moeilijker loopt of gekenmerkt wordt door conflicten. In 2023 werden er 433 agressiemeldingen gedaan door de begeleiding binnen de geïntegreerde werking (GIW). Deze meldingen gingen in totaal over 70 leerlingen. Bij 399 meldingen was er sprake van fysieke agressie naar begeleiding, andere leerlingen of materiaal (Van Marcke, L, persoonlijke communicatie, 24 april 2024).
Vanuit deze nieuwe beginsituatie kwam ik tot deze gewijzigde onderzoeksvraag:
‘Wat als probleemgedrag overheerst? Hoe kunnen we de relatie tussen de begeleiding en leerlingen met moeilijk hanteerbaar gedrag in een type 2 school herstellen en/of behouden?’