De sonnetten‎ > ‎

Sonnet 81

Shakespeare


Or I shall live your epitaph to make,
Or you survive when I in earth am rotten.
From hence your memory death cannot take,
Although in me each part will be forgotten.
Your name from hence immortal life shall have,
Though I, once gone, to all the world must die.
The earth can yield me but a common grave
When you entombèd in men's eyes shall lie.
Your monument shall be my gentle verse,
Which eyes not yet created shall o'er-read,
And tongues to be your being shall rehearse
When all the breathers of this world are dead.
   You still shall live -such virtue hath my pen-
   Where breath most breathes, even in the mouths of men.

Vertaling van Jules Grandgagnage  (2014)


Leef ik het langst, dan schrijf ik jouw epitaaf
En leeft jij ‘t langst, zal ik in d’ aard verrotten.
Ondanks de dood blijft jouw herinnering gaaf
Terwijl van mij niets rest dan kale botten.
Jouw naam sterft nooit en leeft in ieders mond
Als ik verdwijn ben ik voorgoed vergaan,
Een simpel graf wacht mij onder de grond
Wijl jij in ieders ogen blijft bestaan.
Mijn zachte vers wordt jouw gedenkteken
Aanschouwd door vele ongeboren ogen
En nieuwe tongen die het declameren
Als al wat nu nog ademt is verloren.
   Zo leef jij voort in wat mijn veder zong-
   In ieders adem en op ieders tong.