De sonnetten‎ > ‎

Sonnet 7

Shakespeare


Lo, in the orient, when the gracious light
Lifts up his burning head, each under eye
Doth homage to his new appearing sight,
Serving with looks his sacred majesty.
And having climbed the steep up heavenly hill,
Resembling strong youth in his middle age,
Yet mortal looks adore his beauty still,
Attending on his golden pilgrimage.
But when from highmost pitch with weary car
Like feeble age he reeleth from the day,
The eyes ('fore duteous) now converted are
From his low tract, and look another way.
  So thou, thyself out-going in thy noon,
  Unlooked on diest unless thou get a son.

Vertaling van Jules Grandgagnage (2011)


Aanschouw hoe in het oosten goddelijk licht
Het brandend hoofd verheft en ieder wezen
Zijn ogen baadt in 't majesteitelijk zicht,
Als eerbetoon aan 't vuur dat is herrezen.
Bij het volbrengen van zijn steile klim,
Zijn jonge kracht verspillend in zijn vaart,
Bewondert ieder sterfelijk oog die pelgrim
Op zijn onstuimig gouden bedevaart.
Maar in het zenit eindt zijn heldentocht
En wacht hem slechts de daling naar de nacht,
En elke blik die hem daarnet nog zocht
Kijkt weg van deze grijsaard zonder kracht.
  Als jij zo verder leeft wordt dit je loon,
  Je sterft onbekend, of maakt een zoon.




auteursrecht: zie homepage