De sonnetten‎ > ‎

Sonnet 66

Shakespeare


Tired with all these for restful death I cry:
As to behold desert a beggar born,
And needy nothing trimmed in jollity,
And purest faith unhappily forsworn,
And gilded honour shamefully misplaced,
And maiden virtue rudely strumpeted,
And right perfection wrongfully disgraced,
And strength by limping sway disabled,
And art made tongue-tied by authority,
And folly (doctor-like) controlling skill,
And simple truth miscalled simplicity,
And captive good attending captain ill.
  Tired with all these, from these would I be gone,
  Save that to die, I leave my love alone.


Vertaling van Jules Grandgagnage (2010)


Hondsmoe ben ik, en sterven is mijn wens
Van eerzamen als bedelaar t' aanschouwen, 
En onbenullen met een rijke pens,
En door het valse lot geschaad vertrouwen,
En eerbetoon aan dwaze baantjesjagers
En onbesmette deugd tot hoer verlaagd,
En zuivere perfectie afgekraakt,
En kracht door zwakkeren ten val gebracht.
En kunst door blind bestuur monddood gemaakt,
En dwaasheid in een doktersjas verkleed,
En simpele waarheid om zijn aard versmaad,
En goedheid die moet buigen voor de zweep.
  Het liefste ging 'k moegestreden heen,
  Maar jij, mijn liefde, laat ik niet alleen.