De sonnetten‎ > ‎

Sonnet 56

Shakespeare


Sweet love renew thy force, be it not said
Thy edge should blunter be than appetite,
Which but to-day by feeding is allayed,
To-morrow sharpened in his former might.
So love be thou, although to-day thou fill
Thy hungry eyes, even till they wink with fulness,
To-morrow see again, and do not kill
The spirit of love, with a perpetual dulness.
Let this sad interim like the ocean be
Which parts the shore, where two contracted new
Come daily to the banks, that when they see
Return of love, more blest may be the view.
  Or call it winter, which being full of care,
  Makes summer's welcome, thrice more wished, more rare.


Vertaling van Jules Grandgagnage (2010)


Vernieuw, mijn zoete Liefde toch uw kracht, 
Zodat zij als weleer aan scherpte wint 
Meer nog dan lust door voeding wordt verzacht 
Wordt liefde sterker voor wie haar bemint:
Zelfs als je ogen vol verzadigd lijken
En d' ergste liefdeshonger is gestild,
Mag geest van liefde niet voor dofheid wijken; 
Zo zoek haar morgen weer voor ze verkilt.
De eenzaamheid die als een oceaan 
Geliefden scheidt kan niet voor eeuwig duren, 
Die droeve tussentijd is slechts een waan
Want hoop doet daag'lijks in de verte turen;
  Of laat dit onze droeve winter zijn
  Die zomerlust verjaagt met zonneschijn.