De sonnetten‎ > ‎

Sonnet 55

Shakespeare


Not marble, nor the gilded monuments
Of princes shall outlive this powerful rhyme,
But you shall shine more bright in these contents
Than unswept stone besmeared with sluttish time.
When wasteful war shall statues overturn,
And broils root out the work of masonry,
Nor Mars his sword nor war's quick fire shall burn
The living record of your memory.
'Gainst death and all oblivious enmity
Shall you pace forth; your praise shall still find room
Even in the eyes of all posterity
That wear this world out to the ending doom.
   So, till the judgment that yourself arise,
   You live in this, and dwell in lover's eyes.


Jules Grandgagnage - vertaling in blanke verzen (2010)


Noch marmer, noch vergulde monumenten
Van prinsen leven langer dan dit vers;
Maar jou laat ik meer stralen in mijn rijm
Dan een door tijd verweerde steen vermag.
Als oorlog alle beelden heeft verwoest
En van de bouwsels niets meer rest dan stof 
Brandt zelfs het zwaard van Mars of oorlogsvuur
Deze herinnering aan jou niet weg.
Trots dood en machtige vergetelheid
Zal jij je weg nog gaan, in lof bewaard,
Voor ogen die nog niet geboren zijn
En lijdzaam wachten op de Oordeelsdag.
   Zo leef je tot je zelf weer herrijst
   In mijn gedicht, en dwaalt in minnaarsogen.