De sonnetten‎ > ‎

Sonnet 5

Shakespeare


Those hours that with gentle work did frame
The lovely gaze where every eye doth dwell
Will play the tyrants to the very same,
And that unfair which fairly doth excel.
For never-resting time leads summer on
To hideous winter, and confounds him there,
Sap checked with frost and lusty leaves quite gone,
Beauty o'er-snowed and bareness everywhere.
Then, were not summer's distillation left
A liquid prisoner pent in walls of glass,
Beauty's effect with beauty were bereft,
Nor it nor no remembrance what it was.
  But flowers distilled, though they with winter meet,
  Lose but their show; their substance still lives sweet.
Vertaling van Jules Grandgagnage (2011)


Dezelfde uren die met zachte handen
Jouw aanblik vormden tot ons oogfestijn,
Zullen daarop tekeer gaan als tirannen,
Tot alle schoonheid in die blik verdwijnt.
Want slapeloze Tijd drijft zomer voort
Naar gruwelijke winter, en bedwingt
Het sap met vorst, die ‘t groene blad vermoordt,
Gratie sterft waar barre sneeuw nu blinkt.
Ware het niet dat ‘s zomers distillaat
Haar overleeft, gevangen in het glas,
Dan zou noch haar parfum, noch haar gelaat
Ons nu herinneren aan wat ze was.
  Zelfs als de vorst het bloemschoon heeft vernield,
  Leeft nog het zoet parfum dat haar bezielt.




auteursrecht: zie homepage