De sonnetten‎ > ‎

Sonnet 30

Shakespeare:


When to the sessions of sweet silent thought
I summon up remembrance of things past, 
I sigh the lack of many a thing I sought, 
And with old woes new wail my dear time's waste:
Then can I drown an eye, unus'd to flow, 
For precious friends hid in death's dateless night,
And weep afresh love's long since cancell'd woe, 
And moan the expense of many a vanish'd sight: 
Then can I grieve at grievances foregone, 
And heavily from woe to woe tell o'er 
The sad account of fore-bemoaned moan, 
Which I new pay as if not paid before. 
   But if the while I think on thee, dear friend,
   All losses are restor'd and sorrows end.
Prozavertaling van Jules Grandgagnage:  (2010) *


Wanneer ik verzonken in troostgevende gedachten
Terugdenk aan het verleden,
Betreur ik mijn falen in alles wat ik wilde bereiken,
En ik herinner me met spijt hoe ik mijn beste jaren verspilde:
Dan kan ik huilen, hoewel ik huilen niet gewend ben
Huilen om lieve vrienden, nu verborgen in de eindeloze nacht van de dood,
Huilen om ellende die allang genezen was,
En om het verlies van vele dingen die ik heb gezien en liefgehad:
Dan kan ik weer treuren om voorbije smarten,
En voor mezelf mijn ellende weer doorleven
Alsof ik nooit de droeve rekening van smarten
had betaald, betaal ik ze nu opnieuw.
   Maar als ik in die droefheid aan je denk, mijn lieve vriend,
   Vergoedt dit mijn verlies en eindigt mijn verdriet.



* werd ook op Wikipedia geplaatst
  in het artikel "Sonnet 30"