De sonnetten‎ > ‎

Sonnet 116

Shakespeare


Let me not to the marriage of true minds
Admit impediments. Love is not love
Which alters when it alteration finds,
Or bends with the remover to remove.
O no, it is an ever fixèd mark
That looks on tempests and is never shaken;
It is the star to every wand'ring barque,
Whose worth's unknown although his height be taken.
Love's not time's fool, though rosy lips and cheeks
Within his bending sickle's compass come;
Love alters not with his brief hours and weeks,
But bears it out even to the edge of doom.
  If this be error and upon me proved,
  I never writ, nor no man ever loved.
Vertaling van Jules Grandgagnage (2014)


Waar ziel aan ziel zich in het huwelijk bindt
Zwijgt elk bezwaar; het mag geen liefde heten
Als zij verkeert waar zij verandering vindt
En willoos wijkt waar zij wordt heengedreven.
O nee, zij is de ster aan ‘t firmament
Die onbewogen neerziet op tempeesten.
De baak waarnaar ‘t verloren schip zich wendt;
Haar hoogte kenbaar, haar waarde ongemeten.
Zij duldt van tijd geen dwang, zelfs als zijn zeis
De jeugd en glans rooft van haar lippenrood: 
Tijd deert geen liefde op zijn korte reis 
En heeft geen vat op haar tot aan de dood.
  Zo er bewijs is dat ik dwaal hierin
  Dan schreef ik niets, en werd er nooit bemind.