De sonnetten‎ > ‎

Sonnet 10

Shakespeare


For shame deny that thou bear'st love to any,
Who for thyself art so unprovident. 
Grant, if thou wilt, thou art beloved of many,
But that thou none lovest is most evident; 
For thou art so possess'd with murderous hate 
That 'gainst thyself thou stick'st not to conspire.
Seeking that beauteous roof to ruinate 
Which to repair should be thy chief desire.
O, change thy thought, that I may change my mind!
Shall hate be fairer lodged than gentle love? 
Be, as thy presence is, gracious and kind, 
Or to thyself at least kind-hearted prove: 
  Make thee another self, for love of me,
  That beauty still may live in thine or thee.
Vertaling van Jules Grandgagnage (2014)


Het is een schande dat je niemand mint
En onbekommerd bent om eigen heil;
Dat velen van je houden is niet verdiend,
Want voor een ander heb je zelf niets veil.
De dodelijke haat die je bezielt
Verandert jou in eigen moordenaar
Die ‘t trotse dak boven zijn hoofd vernielt,
Terwijl ‘t zijn zorg moest zijn het te bewaren.
Verander jezelf en zo ook mijn opinie!  
Of schenk je haat een mooier huis dan min?
Wees als je aanschijn schoon en vol van gratie
En duld in ‘t minst dat goedheid je herwint:
  Maak dus een ander zelf dat mij behaagt,
  Die al wat schoon en goed was verder draagt.




auteursrecht: zie homepage