Oorsprong van religie
In periodes van angst en geweld ontstonden de grote wereldgodsdiensten. Aan de hand van thema's als lijden, empathie en zorg voor iedereen beschrijft Armstrong de grote lijnen van de ethiek die nog steeds de grondslag is van alle wereldgodsdiensten. Dit boek is geschreven in een periode van angst, onzekerheid en terreurdreiging, waarin godsdiensten tegenover elkaar lijken te staan. Dit boek beantwoordt aan een behoefte om opnieuw verbanden te zien in deze chaotische wereld. Het is een optimistisch boek over een gemeenschappelijk ontstaan, spannend en toegankelijk geschreven; de tiende lijvige bestseller van dik formaat in tien jaar, inclusief enkele (auto)biografische boeken. Het boek bevat veel kaartjes, overzichten, een notenapparaat en een uitgebreid register. Voor een breed publiek.
...........................................................................
Religieuze overeenstemming; Overeenkomsten en verwante gedachtes in de godsdienstgeschiedenis; een vergelijkende studie naar de oorsprong en ontwikkelingen van de godsdienst
Het tweede deel handelt vooral over religieuze overeenkomsten in verschillende tijden en culturen. Otto gaat er vanuit dat er gelijke prereligieuze grondslagen zijn. Hij schrijft: ‘Dit feit van de overeenstemmingen in de godsdienstgeschiedenis manifesteert zich in het inzicht dat, in het begin van de beschaving, religie overal op vrijwel dezelfde wijze ontstaat, zich ontwikkelend vanuit een grondslag van vreemde en verwarde gemoedstoestanden en ideeën zoals deze zich herhalen met verbluffende overeenkomsten en regelmaat onder verschillende soorten bevolkingsgroepen aan het begin van hun culturele ontwikkelingen en vaak zo volhardend, dat haar invloed duidelijk waarneembaar is in de meer ontwikkelde religies en culturen. Nog steeds is deze basis een levende kracht binnen de cultuur van de schriftloze volken.(blz. 138-139)
Een opvallend inzicht dat de paradox van het numineuze met de worsteling tussen ervaren en denken aangeeft. Hij gaat daarvoor zelfs terug naar de ‘axiale periode’ (5 eeuwen v.C. Jaspers) waar we een duidelijke religieuze literatuur hebben. Zelfs China, Israël en Perzië worden niet vergeten. Zijn grote bewondering voor het numineuze in de Indiase bhakti-religie onderstreept hij overduidelijk in de hoofdstukken over Brahman, Tao, Logos, Atman en pneuma. In de bhakti-religie, een typische genadereligie, wordt alles ontvangen van de volheid van de godheid. Hier ligt vooral de nadruk op het deel hebben aan het goddelijke dat in alles aanwezig is. Het hindoeïsme wijst ons hier een eigen weg naar bevrijding.
Leid ons uit de onwerkelijkheid naar de werkelijkheid,
uit de duisternis naar het licht.
Voer ons van de dood naar de onsterfelijkheid.
Dit in tegenstelling met het Joodse motief:
Wees heilig, want heilig ben ik uw Heer. (Leviticus)
Heilig zijn, heel zijn, een Joods verlangen, kan maar verkregen worden door gehoorzaamheid aan Gods geboden. Het is niet een waardigheid die we ons of anderen kunnen geven.
Deze merkwaardige studie, aangevuld met belangrijke aantekeningen en een verklarende woordenlijst, kan de religieuze dialoog tussen Oost en West enorm verrijken. De duidelijke Nederlandse vertaling zal menigeen aanmoedigen om deze persoonlijke en moeizame religieuze zoektocht tot het einde te volgen.
Armstrong en Otto laten zien hoe religies zich in verschillende tijden en culturen anders kleuren, maar zich ook gelijkvormig ontwikkelen zonder dat altijd van beïnvloeding sprake is
AMSTERDAM, 20051113 --
Overeenstemming tussen Karen Armstrongs 'De grote transformatie - het begin van onze religieuze tradities' en 'Religieuze overeenstemming; Overeenkomsten en verwante gedachtes in de godsdienstgeschiedenis; een vergelijkende studie naar de oorsprong en ontwikkelingen van de godsdienst' van Rudolf Otto.
In het voorjaar van 2005 verscheen bij Uitgeverij Abraxas:
Rudolf Otto: Religieuze overeenstemming; Overeenkomsten en verwante gedachtes in de godsdienstgeschiedenis; een vergelijkende studie naar de oorsprong en ontwikkelingen van de godsdienst
Oorspronkelijk verschenen als: Parallelen und Konvergenzen in der Religionsgeschicht.
Een enigszins verkorte versie van dit essay verscheen in 1931 bij Oxford University Press te Londen onder de titel Parallels and Convergences in the History of Religion uit de bundel Religious Essays; a supplement to 'The Idea of the Holy'.
In Nederland is dit essay is gepubliceerd in dezelfde band als De genadereligie van India en het christendom; overeenkomst en verschillen.
IN HET EERSTE DEEL (Genadereligie) van deze uitgave combineert Rudolf Otto zijn kennis van de godsdienstgeschiedenis met zijn religieuze inlevingsvermogen.
Otto wijst op de overeenkomsten en contrasten tussen genadereligies uit oost en west.
IN HET TWEEDE GEDEELTE (Religieuze overeenstemming) van deze uitgave belicht Rudolf Otto het ontstaan en de geschiedenis van het religieuze gemoed.
Hij laat zien hoe religies zich in verschillende tijden en culturen anders kleuren, maar zich ook gelijkvormig ontwikkelen zonder dat altijd van beïnvloeding sprake is. De overeenkomsten komen volgens Otto voort uit een uniforme werking van de gelijkgestemde menselijke ziel, die als de onderliggende bepalende factor overal aanwezig is.
Op 17 november 2005 is de wereldpremière van het nieuwe boek Karen Armstrong in Felix Meritis.
In haar nieuwe grote boek De grote Transformatie; Het begin van onze religieuze tradities (De Bezige Bij, 2005) beschrijft Karen Armstrong de cruciale periode in de geschiedenis waarin de vier grote wereldgodsdiensten zijn ontstaan.
In de periode van de negende tot ongeveer de tweede eeuw voor Christus creëerden de bevolkingen van vier afzonderlijke streken in de wereld de religieuze en filosofische tradities die tot op de dag van vandaag de mensheid vormen en voeden: het confucianisme en taoïsme in China, hindoeïsme en boeddhisme in India, monotheïsme in Israël, en het filosofische rationalisme in Griekenland.
Armstrong toont aan dat hoewel er ook verschillen waren, er vooral opmerkelijk veel overeenstemming was binnen de religies en filosofieën.
De inhoudelijke overeenkomst tussen beide boeken is groot. Dit is des te opvallender omdat Karen Armstrong Otto's boek niet gelezen heeft. Zij noemt wel Rudolf Otto's bekende werk Das Heilige. Al eerder, in Een geschiedenis van God noemde ze dat boek 'een klassiek en onontbeerlijk standaardwerk'.
Armstrongs werk is een uitputtende studie van meer dan 500 pagina's, Otto beperkt zich tot 40 pagina's.
Beide godsdienstwetenschappers hebben een fijne neus voor het religieuze gemoed en Rudolf Otto kende zijn beperkingen. Hij eindigde zijn boekje als volgt:
'Hoe je dergelijke parallellen en convergenties moet interpreteren is een lastige zaak, op de ontoereikendheid van de theologie heb ik in Genadereligie al gewezen.'
Het lijkt erop dat Karen Armstrong zich nu, als godsdienstwetenschapper, aan deze taak heeft gewijd. Als dit boek dezelfde kwaliteit heeft als haar vorige boeken, en er is vooralsnog geen enkele reden om daaraan te twijfelen, heeft Armstrong misschien zelfs wel deze taak 'volbracht'.
Trouw kondigde op 12 november 2005 Armstrongs boek als volgt aan:
'Karen Armstrong: De grote transformatie - het begin van onze religieuze tradities. Bezige Bij, Amsterdam. ISBN 9023419057; 544 blz. ¤ 23,50
Tussen 900 en 200 voor Christus gebeurt het: in China ontstaan confucianisme en taoïsme, in India hindoeïsme en boeddhisme, in Israël het monotheïsme en in Griekenland het filosofisch rationalisme. Wat zijn de overeenkomsten, wat de verschillen? Waarom deze gelijktijdigheid in het ontstaan van tradities die nog steeds onze kijk op de wereld bepalen?'
Rudolf Otto's boekje wordt als volgt ingeleid:
'Rudolf Otto heeft in zijn studie over Parallellen en convergenties in de godsdienstgeschiedenis het zoeklicht gericht op de godsdienstige gebeurtenissen die zich in de acht eeuwen vc in Israël, Griekenland, voor-Indië en China hebben voltrokken.
In Israël traden in de 8e en 7e eeuw de eerste profeten op. In Griekenland ontwaakte een hoger type van godsdienst. In het oude India ontstond het Brahmanisme en in China brak de historische tijd aan, waarin het godsdienstige denken wakker werd. Bij de Perzen is er de werkzaamheid van Zarathoestra als profeet van Ahoeramazda.
Daarna, tussen de 6e en de 4e eeuw, predikten Ezechiël en Deutero-Jesaja een universeel monotheïsme, doceerden Plato en Aristoteles, leerden Lao-tzi en Confucius hun wijsheid en verkondigde Boeddha zijn heilsleer die een machtige levensbeschouwing in het leven riep.
Overal vindt je volgens Rudolf Otto overeenkomsten in de behoefte aan verlossing, in ideeën en idealen en religieuze levenswijze.'
De Nederlandse vertaling van Rudolf Otto's boek is als volgt gewaardeerd:
'De uitgave van dit boekje is daarom zo belangrijk, omdat wie Otto's hoofdwerk 'Das Heilige' wellicht gelezen heeft als godsdienstfilosofische theorie, nu merkt hoezeer hij persoonlijk was geraakt door de werking van dat mysterieuze iets, dat ons deel doet hebben aan een bovenrationele werkelijkheid. Dat hij een groot kenner van de voor-Indische godsdiensten was, blijkt uit dit werk, waarin hij vooral van het hindoeïsme een diep reikend en verhelderend beeld geeft door overeenkomsten en verschillen aan te wijzen met het christendom. Voor Otto (1869-1937) is het heilige een autonoom iets. 'Das ganz andere', dat rationeel weliswaar niet te kennen valt, maar wel innerlijk te beleven. De uitgever heeft het boek bewonderenswaardig verzorgd door er met grote kennis van zaken geschreven inleidingen, nawoorden en aantekeningen alsmede citaten van Otto aan toe te voegen. Een subliem boekje dus, waardoor velen zich kunnen laten verrijken.
Met verklarende lijst van oosters-religieuze termen.'
Drs. J. Kleisen
Nederlandse Bibliotheek Dienst/Biblion BV
datum 24-06-2005
Klaas Schilder (1890 - 1952):
Uit de kring van Otto wordt al meer materiaal aangedragen voor de stelling, dat de tussen het Oosten en het Westen zolang beweerde tegenstelling moet worden losgelaten, en men gaat tevens al verder in het reconstrueren van de oudste geschiedenis van het christendom. Met name diegenen die door het kerkelijk christendom als ketters zijn veroordeeld worden als dragers van oosterse motieven verklaard en dan ook min of meer in bescherming genomen. Zo heeft Otto in zijn boek over Parallelen und Konvergenzen in der Religionsgeschicht een afzonderlijke verhandeling gegeven over Origenes en de Indiase theologie.
Deze verklaring van de religieuze verschijnselen uit een mystisch, a-priori gegeven religieus gevoel zal dan ook kunnen leiden tot een al verder doordringend besef dat de geschiedenis van het christendom tenslotte beheerst wordt in zijn hoogtepunten door kapitale vergissingen. Op die hoogtepunten immers heeft het verscheidene malen bepaalde ketters veroordeeld, die toch eigenlijk slechts parallelle verschijningen waren van in andere, met name oosterse, religies opkomende religieuze voorstellingen of werkingen, die bestemd waren om van elders toch weer op te komen in de kerk. De overeenkomst tussen Oost en West wordt door Otto verklaard uit 'eine Gesetzlichkeit die auf gemeinsames Funktionieren der Allgemeinpsyche und auf intime Einheitlichkeiten der Kulturmenschheit deutet, die mehr funktionelle Übereinstimmungen als Austausche sind.'
Voor meer informatie:
home.zonnet.nl/Christianity/Schilder.htm
www.home.zonnet.nl/uitgeverij-abraxas