op drift geraakte theologen vluchten in analyses
‘Velen lijken zich te generen voor hun oorspronkelijke vak’
N.a.v.:
Geloof en verlichting.
Redactie Hans van der Ven.
Uitgeverij Damon, Budel.
Religie in het publieke domein. Fundament en fundamentalisme. Redactie Donald.
Uitgeverij Damon, Budel.
[De spanningsvolle relatie tussen religieuze tradities en de liberale democratie staat de laatste jaren volop in de schijnwerpers. In deze bundel reflecteert een aantal Nederlandse en Vlaamse filosofen vanuit verschillende standpunten op dit thema. Zowel het standpunt van de volstrekt neutrale rechtstaat wordt verdedigd, als ook modellen waarin religie in het publieke domein een belangrijke institutionele rol kan spelen. Oog is er voor de verschillende posities van christendom en islam. Speciale aandacht wordt besteed aan diverse vormen van religieus fundamentalisme en voor wat wel 'Verlichtingsfundamentalisme' wordt genoemd. Alle bijdragen zijn voorzien van talrijke voetnoten; achterin korte informatie over de auteurs. Een register ontbreekt.]
William James:
De wil om te geloven.
Met een voorwoord van Peter Sloterdijk en een nawoord van dr. Hein van Dongen.
Uitgeverij Abraxas, Amsterdam.
Alle religieuze denktanks die voorhanden zijn aan de Nederlandse universiteiten en tot voor kort de theologie bestudeerden, zijn de laatste tijd in rap tempo omgedoopt in centra voor religiewetenschap, zo niet in naam dan toch wel in de praktijk. Afstand nemen van de kerken waar die centra meestal uit zijn voortgekomen, lijkt nu vooral het parool te zijn. Vanwaar deze tendens?, vraagt Paul van Velthoven zich af.
De aanleiding zou op het eerste gezicht kunnen zijn de (zeer problematische) verschijning van de islam in Nederland. Zij betekent een bedreiging van de bestaande orde in Nederland omdat het historisch gegroeide evenwicht tussen kerk en staat daardoor uit het lood is geslagen en dus lijkt die verschijning te vragen om een waardevrij onderzoek naar het verschijnsel 'religie'.
De komst van de islam heeft bovendien de dominante rol van het christendom aangetast. Verder verminderde de betekenis voor de samenleving ook nog eens omdat de kerken de laatste decennia vooral met zichzelf bezig waren. De protestantse omdat ze in een langdurig proces van eenwording verwikkeld waren, de katholieke vanwege de polarisatie in eigen kring die nog steeds niet is geheeld. Daardoor kon de behoefte om de godsdienst als uitwendig verschijnsel te bestuderen waarschijnlijk alleen maar toenemen.
Maar bij de katholieke theologen komt er zeker nog iets anders om de hoek kijken. De loyaliteit die zij steeds jegens het behoudende leergezag moesten opbrengen heeft hen zeker opgebroken, sinds het Tweede Vaticaanse Concilie niet langer richtsnoer voor de theologie mocht zijn. De noodzakelijke speelruimte voor eigei onderzoek in lijn met de traditie ontbrak. De oudste en voornaamste katholieke theologische faculteit in Nederland, de Nijmeegse, gaf dit jaar haar band met het kerkelijk leergezag op.
Geloof en verlichting
Het resultaat van deze ontwikkeling kunnen we nu zien in de onlangs verschenen bundel Geloof en verlichting, een reeks lezingen in het kader van het door de Radboud Universiteit georganiseerde en door de KRO ondersteunde Soeterbeeck-programma. Het eerste kenmerk van deze bundel is het stuurloze karakter ervan. Wat de bijdragen met elkaar verbindt is namelijk een raadsel. Het is een samenraapsel van een aantal liefhebberende geleerde heren die zich uitleven in moeilijk toegankelijke gedachtespinsels waarvan de betekenis meestal onduidelijk blijft. Een helder project om de nieuwe religieuze situatie te bestuderen ontbreekt.
De best geschreven bijdrage is nog die van de theoloog Hans van der Ven maar het is niet in die hoedanigheid dat hij schrijft. Hij blijkt zich als (godsdienst)socioloog ontpopt hebben om de religieuze situatie te kunnen beoordelen. Hij laat op heldere wijze zien dat ondanks alle gepraat over de terugkeer van de religie in politiek en media, de secularisering onontkoombaar voortgaat. Het belang van kerk godsdienst en religie zal steeds verder afnemen.
Tot zover weinig echt nieuws. Maar dan uit hij af met een uitermate bevreemdende conclusie: de toekomst van de godsdienst ligt uitsluitend het verdedigen van de mensenrechten, in de meest brede zin op te vatten. Maar de theoloog Van der Ven stelt tegelijkertijd dat daar slecht voor zijn uitgerust: godsdiensten zijn namelijk totalitair Hun waarheidsaanspraken zullen ze moeten opgeven willen ze bevorderaars van de mensenrechten kunnen worden. Wie iets begrijpt van wat de christelijke godsdienst behelst of welke godsdienst dan ook en tevens weet heeft van wat totalitair in de twintigste eeuw betekende, kan alleen maar concluderen dat de professor de weg is kwijtgeraakt met zijn aanbeveling.
Een ander betoog, 'Sacraal geweld' getiteld van Van der Vens collega Jean-Pierre Wils, maakt een uitgesproken rommelige, onsamenhangende indruk. Heeft het zin zoals Wils doet te speculeren over sacraal geweld in de meest abstracte zin wanneer leer en praktijk van de christelijke kerken daar hemelsbreed van verwijderd zijn en geweld ook door de meeste moslims als ontsporingen worden opgevat?
Dan is de analyse van Paul Juffermans over religie en conservatisme in ieder geval veel meer ter zake wanneer hij over de hedendaagse homo religiosus schrijft die zonder godsdienst is komen te zitten en over de leegte van de liberaal-seculiere cultuur die mensen met hun diepste vragen laat zitten. Hoe zou daar aan gewerkt kunnen worden, en waarom zouden godsdienstwetenschappers van een universiteit als de Radboud zo'n vraag juist niet serieus kunnen nemen?
Religie in het publieke domein
Zo'n perspectief kan men in ieder geval wel vinden in de bijdragen van de Belgische theoloog Donald Loose in het boek Religie in het publieke domein, een uitgave van de Radboud Stichting, die zich als taak stelt studenten te oriënteren op het belang van een christelijke levensovertuiging. Deze bundel is door de religie in de samenleving te bestuderen bovendien duidelijk consistenter dan de voorgaande. Loose laat tegen alle breed gedeelde clichés en tegenwerpingen van het tegendeel het diepe verband zien dat er bestaat tussen onze westelijke cultuur en het christendom. Deze valt niet te begrijpen zonder het christelijke verhaal.
Loose's teksten zijn bepaald niet gemakkelijk en het zou daarom goed zijn als de portee van zijn inzichten voor een breder publiek hertaald zouden kunnen worden, want het besef van die diepe verbondenheid die er bestaat tussen het typisch eigene van onze samenleving en het christendom ontbreekt ten ene male bij een groter publiek.
Belangrijker is dat Loose van daaruit ook laat zien dat een vreedzaam samenleven tussen de maatschappij en de godsdienst die haar mede heeft vorm gegeven vruchtbaar is en voor beide van belang is. De onverzoenbaarheid daarvan wordt immers steeds door allerlei lieden luid verkondigd, zeker wanneer de islam er bij wordt gehaald. Hoe deze geïntegreerd moet worden is ontegenzeggelijk veel lastiger. Vele spraakmakers zijn door luiheid of gebrek aan kennis geneigd alles op een hoop te gooien en de godsdienst voor de samenleving als een onding te verwerpen.
Bergen verzetten
Waar het om gaat is dat er een nieuw levensvatbaar religieus ideaal of een weg daar naartoe wordt aangeboden. Geconstateerd moet worden dat de meeste theologen ons daar niet langer meer behulpzaam in kunnen of willen zijn. Het lijkt er soms wel op dat zij zich generen voor hun oorspronkelijke vak. Ze vluchten in louter waardevrije, rationalistische analyses. Van buitenaf staren zij eindeloos naar het verschijnsel, maar geloof moet toch gedaan worden? En het denken van godgeleerden kan toch ook tot handelen leiden? Daarvan zijn in de geschiedenis vele prominente voorbeelden te zien. Waar het geloof er is kunnen bergen worden verzet.
William James, De wil om te geloven
Maar kan men dan nog geloven in de huidige rationeel ingestelde wereld, vragen velen zich af. Hier komt een belangrijk auteur als de fijnzinnige Amerikaanse psycholoog William James (1842-1910). ons te hulp. Voor James was het in de strijd om de vraag of geloven sowieso mogelijk is de ervaring van mensen belangrijker dan alle filosofieën en theorieën die dat poogden te bewijzen of in twijfel. trokken. In zijn nu recent vertaalde studie De wil om te geloven - aanvankelijk dacht hij er over om het als titel te geven: Het recht om te geloven - laat James zien dat bij alle dingen die wij in het leven ondernemen geloof een 'cruciale' rol speelt. Zeker ook in de wetenschap, - er zijn uiterst weinig inzichten of overtuigingen in het leven waarvoor een onaantastbaar bewijs kan worden aangedragen, aldus James. Geloven is, zeker wanneer ze een redelijke, moreel verantwoorde optie is veel beter dan sceptisch af te wachten en aan, de kant te blijven staan. De nieuwe theologen doen helaas vooral het laatste.
Paul van Velthoven werd geboren op 21 juli 1947 in de gemeente Monster. Hij volgde het Gymnasium a aan het RK Gymnasium Juvenaat H. Hart te Bergen op Zoom.
Hij studeerde van 1967 tot 1970 Nederlandse taal- en letterkunde aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, vervolgens in Leuven en deed in 1975 doctoraal examen aan de Universiteit van Leiden.
In 1976 trad hij in dienst als redacteur van dagblad Het Binnenhof in Den Haag. Hij was tevens Nederlands correspondent van Le Monde (1980) en van het Vlaamse dagblad De Standaard (1982 - 1985).
In 1992 trad hij aan als redacteur van de Haagsche Courant waar hij tot 2005 commentaarschrijver was en chef van de opiniepagina van deze krant.
Het artikel Op drift geraakte theologen vluchten in analyses verscheen op 13 november 2007 in Friesch Dagblad.
Uitgeverij Abraxas | Godsdienstwetenschap & filosofie