DE VIJFDE COLONNE
Er was een louter uit clowns bestaand land, Schertserland geheten, geregeerd door een democratisch gekozen superclown. De altijd in kleurige kleding met grote flapschoenen gestoken inwoners waren altijd vrolijk, en het vertonen van clownesk gedrag was aan de orde van de dag, waarbij zelfspot niet werd geschuwd. Als men elkaar op straat tegenkwam, op feestjes – wanneer gezichten met extra aandacht werden geschminkt - eigenlijk bij bijna iedere gelegenheid werden er grappen gemaakt. Door diverse clownstradities bestond er een sterke onderlinge band tussen de inwoners van het land met de internationaal bekende vrolijkheidscultuur.
In dat land raakten een aantal gevoelige clowns echter danig gedeprimeerd van al dat dagelijkse clowneske gedrag. Zo erg dat zij zich verenigden in een groepering om zichzelf steun en bijstand te verlenen; om elkaar in gespreksgroepen op te beuren en het leven voor henzelf weer dragelijk te maken.
De regering van Schertserland merkte dit op en zag hier een gevaar in. Zij begon te geloven dat hier sprake was van een zogeheten “vijfde colonne”, een georganiseerde samenzwering, die, op instigatie van het autocratische buurland Somberije, een inval van Schertserland zou vergemakkelijken. Er zou hierdoor een interne uitholling van het al eeuwen bestaande clownschap plaatsvinden,
Somberije werd bevolkt door humorloze, saaie en vaak gedeprimeerde zuurpruimen, die zich isoleerden en niet waren gediend van enig sociaal contact. Een land waarin men alleen indien noodzakelijk en met gebogen hoofd de straat overging, en men elkaar nooit groette. Een land waarin alles van de pessimistische kant werd bekeken en waarin nooit een feestje werd gevierd.
Gelet op het gestelde gevaar oordeelde de regering van Schertsersland dat een echte clown per definitie vrolijk en clownesk is. Wie langdurig somber was, vertoonde volgens haar dus een afwijking die waarschijnlijk door vijandige beïnvloeding door het buurland met zijn vreemde inwoners was veroorzaakt. De gedeprimeerden werden daardoor verdacht, juist omdat ze gedeprimeerd waren. Hun pogingen om hiervan te herstellen – onder andere door gezamenlijk bijeen te komen - bevestigden vervolgens het beeld van een gevaarlijke, georganiseerde groep.
Er werd vervolgens door de regering van het clownsland een meetinstrument ontwikkeld, waarmee het clowngehalte van burgers kon worden vastgesteld: lachfrequentie, aantal gemaakte grappen, mate van zelfspot, gebruik van kleurige kleding, enzovoort. De gedeprimeerde clowns scoorden uiteraard slecht en hun anders zijn werd hiermee versterkt. Zij werden daardoor formeel een probleemcategorie.
Een groot deel van de bevolking van Schertserland werd door de uitlatingen van de regering zodanig beïnvloed dat weerstand tegen de gedeprimeerde minderheid verschillende, al dan niet geloofwaardige vormen begon aan te nemen. Het clowneske karakter van het land ging steeds meer gebukt onder deze weerstand.
Gewone clowns begonnen de regering en elkaar te melden: ‘Mijn buurman heeft gisteren drie uur lang niet gelachen’, en dergelijke verwijten. Het merkwaardige was dat de meeste meldingen volkomen te goeder trouw werden gedaan. Men dacht werkelijk het land tegen een buitenlandse samenzwering te beschermen.
Het idee van een aantal inwoners werd gedeeld dat gedeprimeerden zich zouden willen verschuilen, juist door buitensporig clowngedrag te simuleren. Uiteindelijk ontstond een klimaat waarin overdreven vrolijk gedrag juist verdacht werd: wie te uitbundig clownesk deed, zou de verdenking willen afleiden. Iedereen werd wantrouwend en begon anderen te controleren op ‘correct gedrag’.
Sommige clowns vonden de regeringsmaatregelen nog niet ver genoeg gaan. Zij besloten dat de gedeprimeerden alleen maar konden worden genezen door ze voortdurend bloot te stellen aan grappen, lollige optredens en publieke vernedering. Een oorspronkelijk vrijwillige vrolijkheidscultuur veranderde daardoor in een vorm van sociale terreur.
Een deel van de gedeprimeerden ging zich daadwerkelijk verzetten. Naar alle waarschijnlijkheid niet omdat zij agenten van het buurland waren, maar omdat de voortdurende verdenking hen radicaliseerde. Een kleine groep begon bijvoorbeeld bewust clownstradities te saboteren. Daarmee ontstond achteraf een merkwaardige paradox: de regering had bedacht dat er een vijfde colonne was, maar haar optreden zorgde ervoor dat er uiteindelijk een ontstond.
De autocratische leider van Somberije volgde de ontwikkelingen in zijn buurland met grote interesse. Hij verzon met hulp van enkele afvallige inwoners van het clownsland een speciaal clownsnummer, een voor iedereen zichtbare act waarmee het idee dat er een vijfde colonne in zijn buurland zou bestaan, werd geridiculiseerd. Met deze act probeerde de leider van Somberije de bevolking van Schertserland voor gek te zetten en te beïnvloeden.
De act van het buurland was zo overduidelijk belachelijk dat iedereen erom kon lachen. Maar de regering van Schertserland verbood het lachen, omdat dat de vijand in de kaart zou spelen. Daarmee ontstond de perfecte paradox: een land dat eeuwenlang bekendstond om zijn humor, kon niet meer lachen om een grap over zichzelf.
De opzet van de leider van Somberije was dat Schertserland zichzelf langzaam zou vernietigen door zijn eigen paranoia. Zijn act was geen propaganda voor een bepaalde overtuiging, maar een instrument om de regering te provoceren. Om het land te destabiliseren. Zijn uiteindelijke doel was een land waarin iedereen elkaar verdacht; waarna een eventuele inval nauwelijks nog nodig was, omdat men zich liever aansloot bij het strikt geleide Somberije.
Maar gelukkig, toen de bevolking van Schertserland de act van het buurland zag, lachte zij er – ondanks het verbod - massaal om, en ontdekte zij daardoor plotseling iets: niet de gedeprimeerde minderheid en ook niet het buurland waren het grootste probleem in Schertserland, maar het feit dat de regering het recht om zelf te bepalen waarover men lachte van de bevolking had overgenomen. Dit besef zorgde er vervolgens voor dat er in Schertserland met grote meerderheid van stemmen een wijziging van de grondwet werd aangenomen, welke wijziging bepaalde dat niemand een verbod tot lachen kon worden opgelegd.
Toen de leider van Somberije merkte dat zijn act niet had gewerkt, begon hij uit frustratie, met de opzet om de vrolijke gemoedstoestand van de inwoners van Schertserland om te buigen, langs de grens luide klassieke muziek uit grote luidsprekers richting het buurland te laten schallen.
Het betrof speciaal geselecteerde somberheid opwekkende werken:
1. Pjotr Iljitsj Tsjaikovski – Symfonie nr. 6 in b-mineur, op. 74 ‘Pathetique’;
2. Gustav Mahler – Kindertotenlieder & Symfonie nr. 9;
3. Frederic Chopin – Pianosonate nr. 2 in bes-mineur, op. 35 (met name de Begrafenismars);
4. Dmitri Sjostakovitsj – Strijkkwartet nr. 15 in es-mineur, op. 144.
De opzet van het buurland mislukte echter. De clowns leerden ermee leven; ze lieten hun optimisme er niet door bederven. De immer vrolijke inwoners van Schertserland wisten dat als ze het getreiter niet zouden negeren, de leider van Somberije wel weer iets anders zou verzinnen. Ook het leven van clowns was niet volmaakt; zo realistisch was men wel geworden. Er waren nu eenmaal mensen die hen hun eigen identiteit niet gunden.
Enige tijd later ontdekte de bevolking nog iets anders. Het ridicule idee dat er in Schertserland een vijfde colonne zou bestaan, had bij velen toch een gevoelige snaar geraakt. Een gevoel dat niet weggelachen kon worden. Het recente gebeuren in het land had een niet te veronachtzamen ervaring opgeleverd: clowns zijn van nature gevoelige mensen. En zo gebeurde het dat de regering de ‘bijzondere psychologische kwetsbaarheid’ als kenmerkend onderdeel van het karakter van een clown ging erkennen. Een kwetsbaarheid waar iedere inwoner vroeg of laat mee te maken kon krijgen. Gedeprimeerde clowns dienden daarom door een ieder te worden gerespecteerd en bijgestaan, en nooit als een probleemcategorie te worden gezien.
HET KEURMERK
In een autocratisch geleid land was op enig moment een keurmerk ingesteld voor mensen die voldeden aan een bepaalde mate van sociaal zijn, van het tonen van vriendelijkheid naar andere mensen, van empathisch vermogen. Het systeem benadrukte het belang dat het land hechtte aan het zich houden aan sociale normen en waarden. Het keurmerk was bedoeld als hulpmiddel om mensen tegen elkaar te beschermen, als systeem waarin niet alleen gedrag, maar ook iemands innerlijk werd beoordeeld. Het werd ongevraagd toegekend op basis van niet bekendgemaakte vereisten en werd aan anderen kenbaar gemaakt via een speciaal gewaarmerkte schriftelijke verklaring.
Het doel van deze regeling was dat inwoners aan de hand van dit keurmerk konden besluiten of zij al dan niet met iemand kennis wilden maken of zaken wilden doen. Werkgevers konden goed bepalen wie voor een functie moest worden aangenomen. Mensen konden beter inschatten wie te vertrouwen was, en wie ze bijvoorbeeld bij verhuizing als buurman wilden krijgen.
Het land probeerde hiermee menselijke goedheid meetbaar te maken, om vervolgens steeds meer rechten, kansen en vertrouwen afhankelijk te maken van die meting. Na verloop van tijd bleken keurmerkhouders extra toeslagen, toegang tot vertrouwensfuncties en meer mogelijkheden te krijgen om aan het openbare leven deel te nemen. Aanhouding en fouillering door de politie richtten zich met name op hen die geen keurmerk bezaten. Er ontstond zelfs verschil in recht op financiële toeslagen en stemrecht bij verkiezingen.
Hugo, Mark en Tygo waren studievrienden op het moment dat de regeling werd ingesteld. Hen kwam ter ore dat een deel van hun studiegenoten een keurmerk kreeg, een ander deel niet. Zijzelf leken er om onduidelijke redenen niet voor in aanmerking te komen.
Het keurmerk was officieel gratis en werd automatisch toegekend. Maar niet lang na het instellen van deze regeling ontstonden er opleidingsinstituten om mensen klaar te stomen voor een certificaat dat hopelijk zou leiden tot het keurmerk. Met onder andere in de lespakketten opgenomen: metta-meditatie, 'in andermans schoenen'-oefeningen, Deep Listening, het bijhouden van een reflectiedagboek, en het beoefenen van yoga.
Er ontstond een omvangrijke commerciële sector die mensen zouden voorbereiden op de raadselachtige beoordeling. Er verschenen dure instituten die hun studenten onder andere leerden hoe zij tijdens gesprekken de gewenste emoties konden tonen. Geïnteresseerden vroegen zich wel af of zij op deze wijze aan de vereisten voor het keurmerk zouden voldoen en of het verkrijgen van een certificaat wel de juiste motivatie was.
Hugo wilde via zo’n opleiding proberen het begeerde keurmerk te verwerven, maar hij kon het opleidingsgeld niet betalen. Toen hij zich hierop oriënteerde, verdiepte hij zich in de werkwijze van deze instellingen en ontdekte hij dat een prestigieus instituut niet alleen de beoordeling nabootste, maar ook ten onrechte stelde toegang te hebben tot de criteria waarop de overheid haar beslissing baseerde.
Hugo besloot een artikel over deze gang van zaken te schrijven en liet het concept ook zijn vrienden Mark en Tygo lezen. Deze stonden direct achter hem: het moest openbaar worden gemaakt. Het stuk werd gelukkig in een gerenommeerd blad gepubliceerd. Toen Hugo de werkwijze van dit instituut openbaar had gemaakt, bleek dat de fraude veel verder reikte dan enkele vervalsers: ook keurmerkhouders die oprecht aan hun ontwikkeling hadden gewerkt, bleken hun positie aan de commerciële selectie te danken te hebben.
Het systeem werd op deze wijze niet ondermijnd door mensen die niet deugden, maar door een economie die van deugdzaamheid een schaars en verkoopbaar voordeel maakte. Het zorgde ervoor dat het betreffende instituut de deuren moest sluiten en dat enkele keurmerkhouders hun verklaring kwijtraakten. De door Hugo geleverde inspanningen bleken hem zelf helaas geen keurmerk op te leveren.
Zoals altijd en overal waren er ook in dit land mensen die het keurmerk probeerden te vervalsen en het onterecht gebruikten. Er ontstond een zwarte markt voor nagemaakte en gestolen verklaringen. Mark kocht een vervalst keurmerk om werk te kunnen vinden en een betere woning te kunnen huren. Hij had op dat moment geen principiële bezwaren tegen het systeem; aanvankelijk vond hij het vooral onrechtvaardig dat hij er zelf buiten viel. Dankzij zijn valse keurmerk kreeg hij toegang tot een positie waarin anderen hem vertrouwden. Voor het eerst merkte hij echt hoezeer de maatschappelijke behandeling van mensen afhing van het keurmerk dat zij bezaten.
Mark raakte oprecht betrokken bij een collega die in moeilijkheden verkeerde en hielp haar, hoewel hij daardoor zijn baan en zijn valse identiteit riskeerde. Toen zijn eigen fraude werd ontdekt, bleek dat zijn gedrag inmiddels beter overeenkwam met de bedoelingen van het keurmerk dan dat van sommige “gekeurmerkte” collega's. Mark was een beter mens geworden door ervaringen die het (vervalste) keurmerk hem mogelijk maakte. Tegelijkertijd bleef de vraag of zijn aanvankelijke bedrog moreel gerechtvaardigd was.
Mark was blij dat hij zijn collega had kunnen helpen, maar ondanks zijn inmiddels voor een keurmerk geschikte eigenschappen verkreeg hij de gewenste verklaring niet op legale wijze. Kennelijk leek zijn eerdere vervalsing hem de rest van zijn leven te blijven achtervolgen. Zijn vrienden Tygo en Hugo moesten hun vriend regelmatig voorhouden dat hij zich over zijn vervalsing niet schuldig behoorde te voelen. Het was het systeem dat niet deugde.
Tygo bleek op enig moment aan de vereisten van een keurmerk te voldoen, maar – hij was de meest principiële van de drie vrienden – hij weigerde de desbetreffende verklaring in ontvangst te nemen. Tygo vond dat mensen recht hadden op een innerlijk leven dat niet door de staat werd gecategoriseerd. Zijn weigering werd geïnterpreteerd als een aanwijzing dat hij iets te verbergen had. Werkgevers, verhuurders en potentiële partners beschouwden zijn keuze als een waarschuwing.
Tygo ontwikkelde een netwerk van mensen die om uiteenlopende redenen geen keurmerk hadden gekregen: principiële weigeraars, mislukte kandidaten, mensen met een beperking die kennelijk niet goed binnen de criteria pasten en mensen die hun keurmerk hadden verloren. Hij overwoog dat misschien juist iemand die oprecht worstelde met empathie, schuldgevoel of sociale verwachtingen interessanter was dan iemand die daar nimmer over nadacht.
De groep was allesbehalve harmonieus. Er waren onderlinge conflicten, opportunisten en mensen die daadwerkelijk anderen benadeelden. Tygo weigerde de mensen in zijn netwerk als moreel gelijkwaardig aan keurmerkhouders voor te stellen. Juist daardoor kwam hij tegenover zowel de overheid als de eigen beweging te staan.
Toen een ernstig conflict uitbrak, moest Tygo beslissen of hij de groep publiekelijk zou verdedigen of zou erkennen dat sommige beschuldigingen tegen haar leden terecht waren. De strijd ging niet langer over wie goed of slecht was, maar over de vraag of een samenleving het recht had mensen vooraf in te delen op grond van een officiële morele beoordeling.
Tygo besloot zich uit het netwerk terug te trekken. Ondanks al zijn goede bedoelingen en zijn te prijzen morele standpunten werd Tygo niet opnieuw gewaardeerd met een volgens velen verdiend keurmerk. Maar Mark en Hugo waren trots op hun vriend: hij had gehandeld zoals hij had behoren te handelen.
De tijd ging voorbij. Na jaren van keurmerkbeleid bleken mensen steeds vaker dezelfde sociale kenmerken te gaan vertonen: zorgvuldig gekozen formuleringen, rustige reacties en gepaste belangstelling in situaties met anderen.
Hugo, Mark en Tygo hadden zich – ieder op eigen wijze - in het leven staande gehouden en bleven door de jaren heen contact met elkaar houden. Ze bundelden uiteindelijk hun krachten, toen ze merkten dat gesprekken in het land steeds minder spontaan werden. Mensen leken naar elkaar te luisteren, maar reageerden vooral op sociaal wenselijke wijze. Een nieuwe generatie jongeren groeide inmiddels op zonder ooit een onvoorbereid gesprek te hebben gevoerd. Zelfs ruzies werden volgens aangeleerde procedures afgehandeld.
Hugo, Mark en Tygo, die nimmer het keurmerk verkregen of het volgens de geldende regels hadden gevoerd, begonnen met een kleine groep leeftijdgenoten gesprekken te voeren, waarin niemand verplicht was om vriendelijk, begripvol of verzoenend te reageren. Wat begon als een zoektocht naar echtheid, ontwikkelde zich tot een beweging waarin mensen bewust weigerden hun gevoelens te reguleren voor andermans comfort.
Het land bleek steeds meer haar vermogen kwijt te raken om onderscheid te maken tussen echte harmonie en de afwezigheid van zichtbaar conflict. Menselijke goedheid was getracht meetbaar te maken. Bij zichtbaar gedrag was dat wel gelukt, maar het was toch heel moeilijk gebleken om iemands innerlijk te beoordelen. Het keurmerk beloonde niet noodzakelijk goedheid, maar het vermogen om goedheid herkenbaar te simuleren.
De vereisten voor het keurmerk waren voor de inwoners van het land altijd onduidelijk geweest, en mogelijk ook voor de overheid zelf. Men had zich waarschijnlijk steeds de vraag gesteld wat “voldoende” was om de verklaring te verstrekken. Datzelfde gold voor de vraag of empathie als een gevoel, een vermogen of een vorm van gedrag moest worden gezien. En welke daarvan was eigenlijk van belang wanneer mensen op elkaar moesten kunnen vertrouwen?
De overheid raakte ervan overtuigd dat de doelstelling van het keurmerk niet op deze wijze werd gehaald. Het land ging steeds meer de nadelen ondervinden van het onderscheid in “eerste- en tweederangsburgers”. Het begon steeds meer tot de overheid door te dringen dat mensen best zelf konden ontdekken wie sympathiek en te vertrouwen was.
De beweging, waar ook Hugo, Mark en Tygo deel van uitmaakten, was na verloop van tijd zo groot en bekend geworden dat het land het effect ervan niet kon veronachtzamen. Zo gebeurde het dat de overheid het keurmerk om niet bekendgemaakte reden op zeker moment plotseling afschafte. Zo ondoorgrondelijk als het instellen van het keurmerk eens was geweest, zo ondoorzichtig was ook het afschaffen ervan. Er werd zelfs een verbod afgekondigd om mensen te discrimineren op grond van een eerder afgegeven, inmiddels waardeloze verklaring.
Hugo, Mark en Tygo, die nimmer het vurig gewenste keurmerk toegekend hadden gekregen, hadden er mede voor gezorgd dat het weer werd afgeschaft. De werkgevers van de drie vrienden waardeerden de rol die zij bij deze ontwikkeling hadden gespeeld, en zij zouden allen daarna door die waardering een succesvolle verdere carrière doormaken. Voor alle drie gold ook dat zij hun verdere leven aan een meer dan bevredigend sociaal leven zouden deelnemen.