HET VOORSCHOT
Vanwege een brandalarm vond er die zomer in een hotel in een populair toeristenoord in het begin van de avond een ontruiming plaats. De hotelgasten werden verzocht hun kamers snel te verlaten en zich te verzamelen op een nabijgelegen pleintje. Hopelijk zouden zij spoedig weer naar hun verblijf kunnen terugkeren. Het was mooi weer en het wachten op deze locatie was voor deze mensen daarom geen straf.
Dat ervoeren ook Laura en Tim, twee landgenoten van rond de dertig jaar oud, die als alleenreizenden in dit hotel verbleven en door deze ontruiming elkaar ontmoetten. Ze raakten aan de praat. Het wachten duurde wel een tijd, maar het bleek uiteindelijk loos alarm te zijn. De meeste hotelgasten keerden terug naar hun verblijf, maar Laura en Tim besloten, omdat zij het goed met elkaar konden vinden, nog wat samen te drinken op een terras dat zich op het pleintje bevond.
De twee bleken voor eenzelfde periode een individuele wandelvakantie in het hotel te hebben geboekt, en thuis niet ver van elkaar te wonen. Het klikte tussen Tim en Laura; Tim vond Laura aantrekkelijk, en dat was wederzijds. In de dagen erna kwamen de vakantiegangers weer bij elkaar en trokken zij tijdens dagwandelingen samen op. Ook ’s avonds deelden zij maaltijden en ontspanden zij zich in gezelschap van elkaar op het terras van het pleintje en bij het zwembad. Ze werden na enige tijd verliefd.
De beginnende relatie hield stand; na de vakantie bleven Laura en Tim elkaar opzoeken in hun thuisland. Ze genoten hiervan, maar voelden ook onzekerheid over de eigen aantrekkelijkheid en hoe de ander daarin stond, welk gevoel ze op zeker moment ook naar elkaar uitspraken. Ze waren bang dat een van hen het voortijdig zou uitmaken als er iets zou gebeuren dat hem of haar niet zou bevallen. Zoals dat bij het daten voortdurend plaatsvindt, hetgeen ook bij hen zelf bekend was uit eerdere ervaringen.
“Daten is het zoeken naar verschillen tussen de ander en jezelf. Naar verschillen die je niet bevallen”, zei Laura tijdens een terugkerend gesprek hier wat gekscherend over. Door deze onzekerheid schoten bij beiden regelmatig de volgende vragen door het hoofd: “Vindt ze me wel echt leuk? Houdt hij iets voor mij geheim? Knapt zij op me af na een kleine ruzie? Ben ik wel de belangrijkste in zijn leven? Heb ik reden om jaloers te zijn?” Ze wilden eigenlijk het liefst deze ongewisse periode in hun samenzijn overslaan; met elkaar omgaan als in een relatie die de tijd had doorstaan.
Laura formuleerde deze wens nog eens als volgt: “Het duurt jaren voordat je elkaar goed genoeg hebt leren kennen om van een echte relatie te kunnen spreken. Een duurzame relatie waarin je van alles hebt meegemaakt en allerlei herinneringen hebt opgebouwd. Mooie en minder mooie; je hebt lief en leed samen gedeeld. Als je dat stadium hebt bereikt en er wordt iets gezegd door een van de twee, dan kan de ander dit in een bekend kader plaatsen. Je kent de persoon en zijn of haar fysieke en menselijke omgeving goed; je kunt op jouw beurt hieraan refereren. Natuurlijk moet de relatie wel zo goed zijn dat je ook die tijd bij elkaar bent gebleven.”
Tim stemde in met deze gedachte. Hij vulde zijn vriendin aan: “Wat nou als we de duur van onze komende jaren in een soort snelkookpan zouden kunnen verkorten, of als we deze zelfs in één keer in ons gezamenlijk leven zouden kunnen invoegen? Ik heb weleens gelezen dat het tegenwoordig al technisch mogelijk is om zoiets bij een bedrijf voor een aantal jaren aan te schaffen. Ik zal eens opzoeken hoe dit precies zit.”
Laura vond dit een goed idee. Tim zocht het uit en deelde met haar zijn bevindingen. Er was inderdaad een bedrijf dat de periode dat een stel elkaar kende kon versnellen. Een bedrijf dat een gezamenlijk “verleden” van drie jaren kon garanderen. Het stelde dat het implantaat dat in de hersenen van beiden zou worden ingebracht niet willekeurig zou zijn, maar zou anticiperen op wat in hun leven echt stond te gebeuren. Voor de spirituele Laura was dit logisch en begrijpelijk; voor haar bestond toeval niet. “Alles wat een mens meemaakt, is voorbestemd”, wist zij.
De ingelaste jaren zouden dus niet arbitrair worden opgevuld. Zij zouden “Laura en Tim conform” zijn. Het bedrijf gaf aan dat met AI zou worden gewerkt, zodat de computer “herinneringen” ging samenstellen, die met de liefhebberijen en de persoonlijkheden van het paar zouden matchen.
Omdat de ingebrachte “herinneringen” gebaseerd waren op genoemde factoren, werd met negentig procent zekerheid gegarandeerd dat het stel die drie jaar bij elkaar zou blijven. Het zouden – overeenkomstig de werkelijkheid - goede en minder goede “ervaringen” worden, die – zoals gezegd - pasten binnen het leefpatroon van het stel.
Teneinde de AI-programmatuur goed te kunnen vullen en daarmee een passend eindresultaat te kunnen bereiken, dienden een aantal uitgebreide persoonlijkheidstests en individuele interviews te worden afgenomen. De “herinneringen” zouden pijnloos “gezipt” in beider hersenen worden geïmplanteerd, en daar daarna worden “uitgepakt”, zodat zij deel van hun geheugen gingen uitmaken.
De behandeling zou tevens inhouden dat de twee het ingebrachte na afloop als echt gebeurd zouden ervaren. Verder zouden de personen zich fysiek niet ouder dan daarvoor voelen.
De twee begrepen dat men wel in dit proces moest geloven. Voor de spirituele Laura was dat in ieder geval geen probleem. Tim was niet spiritueel, maar hij zag het belang van deze behandeling wel in, en wilde haar ook uit verliefdheid volgen. Beiden gingen ervan uit dat zij niet binnen de tien procent zouden vallen waar het bedrijf het over had. Ze waren benieuwd of zij na afloop van de verkregen tijdsperiode inderdaad nog bij elkaar zouden zijn. Dat werd snel genoeg duidelijk.
Na enig nadenken besloten Laura en Tim met het bedrijf in zee te gaan. Het was niet goedkoop, maar ze hadden het ervoor over. De twee moesten er een contract voor tekenen. Zij dienden ermee in te stemmen dat geïmplanteerde ervaringen niet alleen plezierig, maar ook onprettig of nog erger zouden kunnen zijn. Beiden hadden hier vertrouwen in. Wat kon er bij hen misgaan? Ze waren gek op elkaar.
De implantatie was vervolgens goed verlopen. Ze waren blij dat ze na afloop nog een koppel waren. Maar daar had het verliefde stel eigenlijk ook niet aan getwijfeld. Nu zou hun band een stuk hechter zijn geworden. Ze zouden minder zeker van zichzelf en de ander hoeven zijn wat betreft de stabiliteit van hun relatie. Ze hadden een aantal jaren gezamenlijk optrekken achter de rug, en ze konden nu de nodige herinneringen met elkaar delen.
En dat terugkijken op hun ervaringen samen deden ze dan ook. Omdat ze beiden van wandelen in de natuur en van fotograferen van vogels hielden, kwamen ze onder andere tijdens een vakantie een mooie beklimming te voet van een hoge berg tegen, welke wandeling twee jaar daarvoor onder zware omstandigheden werd gemaakt. Ook waren er mooie herinneringen van zeldzame vogels die vaak onder moeilijke omstandigheden tijdens trips door hen werden gefotografeerd.
Helaas bleken ze ook minder leuke dingen te hebben meegemaakt. Het stel had een paar keer ruzie gehad, waaronder een keer toen Tim de viering van hun twee jaar samenzijn was vergeten. Ze herinnerden zich ook dat er een flink meningsverschil tijdens een wandeling zonder navigatie ontstond, toen Tim, die een behoorlijke controlfreak bleek te zijn, het richtingsgevoel van Laura niet vertrouwde. Ze had al vaker ervaren dat haar vriend hier moeite mee had. Dit was haar steeds meer gaan irriteren, want met dat richtingsgevoel was volgens haarzelf niets mis. Maar Tim herinnerde zich dit voorval anders: hij had haar inderdaad gevraagd of ze zeker was van de richting die ze op moesten lopen, maar hij was na haar bevestiging daarin meegegaan.
Ook kwam bij Tim naar boven dat Laura een keer op het laatste moment had aangegeven geen zin te hebben in een door hem geplande wandeling. Hij was daar zelf altijd stipt in; “afspraak is afspraak” was zijn devies. Laura was het hiermee niet eens; de wandeling kwam haar op dat moment niet goed uit. Zij bleek in dat soort zaken flexibeler te zijn dan Tim. Ze was easygoing; “het gaat zoals het gaat”, was haar credo. Je moet afspraken kunnen veranderen, niet te star zijn. Laura begon Tim te verwijten dat hij nogal stug was, dat hij te veel ging voor zekerheid.
Toen Laura dit naar voren bracht, gaf Tim aan dat punctualiteit voor hem inderdaad wel belangrijk was; ook dat je goed moest kunnen anticiperen. Laura keek eigenlijk nooit naar een weerbericht; dat was toch erg onhandig, vond haar vriend. Hij zei ook weleens moeite met haar spiritualiteit te hebben, en met haar te gemakkelijke wijzigen van een afspraak of standpunt. En ze kwam ook vaak te laat op een gemaakte afspraak; daar ging hij zich steeds meer aan ergeren. Laura stelde daar opnieuw tegenover dat Tim weinig flexibel was, dat hij altijd ging voor zekerheid, en dat hij vasthield aan dat wat eerder was afgesproken. Dat was toch niet altijd “in beton gegoten”?
Laura en Tim merkten dus dat niet alle herinneringen even leuk waren. En, zoals dat in het gewone leven ook gebeurt, waren de geïmplanteerde memories niet bij beiden dezelfde: hoe de een iets had ervaren, verschilde nogal eens van dat van de ander.
Het ophalen van juist deze minder prettige herinneringen was mede de reden dat de zo gewenste “duurzaamheid” van hun relatie door het stel niet zo goed werd ervaren als gehoopt. Nu vroegen Laura en Tim zich voor het eerst af: pasten zij eigenlijk wel zo goed bij elkaar?
De twee merkten dat zij, na deze herinneringen te hebben gedeeld, bleven focussen op de verschillen in hoe zij dingen hadden ervaren, en dat het laatste woord daar nog niet over was gezegd. Ze maakten opnieuw ruzie over de issues die eerder speelden.
Omdat het koppel al met al niet tevreden was over hun gezamenlijke herinneringen, en ook merkte dat hun verliefdheid van vóór de implantatie was verdwenen. wilden zij zich bij het bedrijf beklagen over het verkregen resultaat. Het bedrijf beriep zich op het contract en de algemene voorwaarden, waarin aansprakelijkheid voor dit soort klachten werd uitgesloten, en stelde dat het probleem bij henzelf moest liggen. Misschien pasten ze wel niet bij elkaar. Het bedrijf voegde daaraan toe: “Ook na verloop van jaren gaan mensen uit elkaar, worden relaties verbroken, omdat ze niet meer bij elkaar passen. Koppels ontwikkelen zich nu eenmaal in verschillende richtingen. Dat is niet anders als gebruik wordt gemaakt van geïmplanteerde herinneringen.”
Toen de tijd samen door Laura en Tim opnieuw was beleefd, viel het de twee des te meer op dat, hoewel hun liefhebberijen dezelfde waren gebleven, de verschillen in hun levensweg, die aanvankelijk nog erg bescheiden en onopvallend leken, in de loop der tijd groter waren geworden. Voor Laura gold dat zij zich steeds meer liet leiden door de door haar aangehangen spiritualiteit, terwijl bij Tim steeds duidelijker werd dat hij voor zekerheid en stabiliteit in het bestaan koos. Zijn accuraatheid ging meer botsen met de losheid van leven die Laura tentoonstelde. Tim had bijvoorbeeld belangstelling gekregen voor het beleggen van spaargeld; iets dat indruiste tegen de levenswijze van Laura. Voor haar gold: “Geld moet rollen. Geniet van iedere dag. Morgen kan de laatste zijn”.
Laura en Tim beseften dat de verlenging van hun relatie toch geen garantie voor het voortbestaan ervan impliceerde. Maar dat was nog niet alles. Er bleek nog een herinnering te zijn, waarvan eenieder zich na de behandeling in eerste instantie niet bewust was. Deze kwam als een donderslag bij Tim toch boven. Zij hadden namelijk tijdens een van hun zomervakanties een zeer traumatische ervaring opgedaan. Tim vroeg aan Laura of zij zich dit niet kon herinneren. Het bleek dat pas na de nodige nadere informatie van Tim hierover bij haar het een en ander weer boven kwam.
Op het moment dat het stel na een wandeling op het terras van hun hotel van een drankje zat te genieten, sprong een jonge vrouw van het een stuk hoger gelegen balkon van haar hotelkamer, en belandde met een grote smak dicht bij hen op het terras. De vrouw was direct overleden.
Hun vermoeden dat het iemand betrof die zij tijdens hun verblijf hadden leren kennen, werd iets later bevestigd. Het koppel was haar wel eens tijdens wandelingen tegengekomen. Ze was vriendelijk en maakte niet de indruk een probleem te hebben. Wel kwam zij over als iemand die nogal teruggetrokken was en met weinig anderen contact had.
Er was natuurlijk direct paniek bij de hotelgasten. De hele avond was er politie aanwezig. Een ziekenwagen arriveerde, maar kon wat later onverrichter zake terugkeren. De twee waren uiteraard hevig geschrokken. De nachten erna hadden beiden slaapproblemen, en de paar laatste dagen van de vakantie werden in mineur doorgebracht. Het kwam bij Laura nu toch ook weer allemaal boven.
Ze beseften dat deze vreselijke gebeurtenis in eerste instantie door beiden was verdrongen. Nu het voorval weer bewust was geworden, was het moeilijk om de gedachten op iets anders te brengen. De spirituele Laura zag in het met deze gebeurtenis geconfronteerd worden een teken dat ze op de verkeerde weg was, waarmee ze de levensweg samen met Tim bedoelde. Tim vond dit onzin, maar wist dat het geen zin had haar hierin tegen te spreken. Hij probeerde op andere wijze dit trauma te verwerken.
Laura en Tim merkten na enige tijd dat zij elkaar niet konden steunen in het omgaan met dit verschrikkelijke voorval. Niet direct nadat het had plaatsgevonden, en ook niet nu de herinnering weer helemaal boven was gekomen. De twee besloten daarna definitief om uit elkaar te gaan. Deze traumatische ervaring was daarvoor “de druppel”. Zij wilden individueel het verleden achter zich laten en alleen doorgaan met hun leven. De twee waren dan wel niet bij het minste geringste uit elkaar gegaan, zoals dat voorkomt bij mensen die net zijn gaan daten, maar de kogel was nu toch door de kerk.
Korte tijd nadat deze beslissing was genomen, werd Tim onverwacht gebeld door het bedrijf dat bij hen de herinneringen had ingebracht. Om toch iets te kunnen betekenen voor de ontevreden klanten, bood het uit coulance aan de herinneringen weer te elimineren. De verbaasde Tim wist niet dat dit technisch mogelijk was, en gaf aan dat hij het met Laura zou bespreken.
Dat deed hij direct. Ook Laura was verrast over deze mogelijkheid. Het bedrijf had nog aangegeven dat de twee dan zouden terugkeren naar de situatie van vóór de implantatie. Het betekende wel dat ze er niets meer van konden herinneren, en dat zij er ook geen leerervaring aan zouden overhouden.
Beiden gaven aan op dit aanbod in te willen gaan, maar ze bespraken niet wat hun beweegredenen waren. Misschien werd deze keuze ingegeven om van die traumatische ervaring af te komen, maar het was ook mogelijk dat hun jaren samen er toch voor hadden gezorgd dat er liefde voor elkaar was ontstaan, dat ze daarna “met een schone lei” opnieuw wilden beginnen. Waarbij dan ook werd gedacht: dan maar liever in onzekerheid omtrent de gevoelens voor elkaar. En vanuit het idee: “Alles op zijn tijd”; men moet niet vooruit willen lopen op wat van begin tot eind afgelegd moet worden. Wellicht konden zij zich er dan ook weer op verheugen om verliefd te zijn.
De eliminatie van de herinneringen verliep voorspoedig. Laura en Tim keken elkaar na afloop met fonkelende ogen aan. Ze spraken af om hun samenzijn te vieren met een dinertje in een restaurant in de buurt van hun woonplaatsen.
Zo geschiedde. Het voorafje was zojuist opgediend toen het brandalarm afging. Iedere aanwezige werd verzocht het restaurant te verlaten en te wachten op het pleintje voor het gebouw. Hopelijk zou de maaltijd spoedig kunnen worden voortgezet.
OPNAME
Nadia was een nog vrij onervaren actrice, maar zij was jong, achtentwintig jaar oud. Zij ontmoette, dicht bij de supermarkt waar zij meestal haar inkopen deed, opnieuw de aantrekkelijke leeftijdgenoot, die zij kende als David. Hij herkende haar ook ergens van, merkte zij, maar hij gedroeg zich nogal vreemd. David groette haar niet direct terug; hij leek moeite te moeten doen om haar voor de geest te halen. De man was nu wat schuchter en hij leek nogal gespannen te zijn. Dat had hij bij de eerdere ontmoeting niet. Na de begroeting door Nadia wisselden de twee enigszins onbeholpen een paar woorden uit. Beiden keken duidelijk de kat wat uit de boom.
Nadia had bij de eerdere ontmoeting al interesse in David gekregen. Zij was daarom blij hem weer tegen te komen. De man werd dit keer vergezeld door een andere, wat oudere man, met een opvallend hoedje op zijn hoofd. David vertelde dat zijn naam Peter was. De zwijgzame Peter begon hen beiden direct met zijn smartphone te filmen.
Wie was die Peter? Was David misschien homoseksueel?, vroeg Nadia zich af. Maar David stelde Peter wat later voor als zijn persoonlijke assistent. Was David zo rijk dat hij zich zo iemand kon veroorloven? Of was die p.a. van belang voor zijn baan? Wat voor werk zou David eigenlijk doen? Zij wist eigenlijk niets van deze man, die zij zo aantrekkelijk vond. Nadia probeerde daar nu maar niet achter te komen. Zij besloot door al deze onduidelijkheden voorzichtig te zijn, wat afstandelijk te blijven.
David had een aantrekkelijke, vrouwelijke leeftijdsgenoot ontmoet, die hij vaag van eerder herkende, maar hij wist niet goed meer van wanneer en waar. Hoe heette zij ook alweer? Of had hij haar naam toen niet gehoord? David zag dat Peter hen al begon te filmen. De vrouw had indertijd gezegd dat zij actrice was, en dat zij hoopte dat zij binnenkort auditie mocht doen. Dat wist hij zich dan weer wel te herinneren. Het was David niet duidelijk of zij een link hadden om elkaar ergens vaker tegen te komen. Hijzelf had in ieder geval geen connectie met de toneel- of filmwereld.
Kennelijk hadden de vrouw en hij eerder zonder adres of telefoonnummer te geven afscheid van elkaar genomen. David vermoedde dat hij haar wat korter geleden opnieuw had ontmoet, maar dat was onduidelijk. Dat zou hij na hun nieuwe ontmoeting proberen te weten te komen uit de eerdere films die Peter had gemaakt. Hij zou zijn p.a. kunnen vragen met hem mee te kijken.
De twee namen na een kort en wat stuntelig verlopen gesprek afscheid van elkaar. Hoewel hij anders zou willen, wist David dat hij deze aantrekkelijke vrouw niet de zijne kon maken. Zijn handicap zou te zwaar voor haar zijn. En vooralsnog kon hij haar sowieso niet meer bereiken, want hij durfde geen adres of telefoonnummer te vragen.
Twee weken later begaf Nadia zich naar een filmset. De jonge actrice had auditie gedaan voor een rol in een film die in de tijd van zo’n dertig jaar geleden speelde. Nadia keek graag naar oude films en naar films die in het verleden speelden. De rust die de omgeving uitstraalde, de eenvoud van leven, het vertrouwen en de gemeenschapszin die de mensen hadden, het respect voor gezag dat er toen nog was; dit alles trok haar aan. Nadia verlangde al lang erg naar die tijd; zij zou er zelf graag in willen leven. Het zorgde ervoor dat zij er regelmatig haar fantasie op losliet, erin gedachten in verbleef.
Zij besefte dat een film over mensen een selectie uit een of meer levens is, het menselijk bestaan bestaat daarin uit een indikken van tijd. Dit heeft een film dan als overeenkomst met herinneringen, die ook altijd gefragmenteerd zijn. Een film van mensen is een soort herinnering: een verzameling happen uit een of meer levens.
Geluk bestond voor Nadia uit het verlangen naar een vroegere tijd; de tijd dat het leven zoveel beter was. Had zij misschien ADHD of zo, dat zij dit zo prettig vond? Kon zij het huidige hectische leven van nu niet goed aan? Dit waren gedachten die weleens bij haar opkwamen.
Zelf was zij toen nog niet geboren, maar Nadia bleek zich als actrice goed in die tijd te kunnen verplaatsen. Het was niet verwonderlijk dat deze vrouw beroepsmatig juist een voorkeur voor rollen in die tijdsperiode had. Nadia was voor de rol die zij nu speelde gecast door Peter, de regisseur van de film. Zij constateerde dat hij dezelfde naam had als de p.a. van de man die zij eerder ontmoette. Deze Peter leek ook nog eens heel erg op hem. Maar de regisseur gaf er geen blijk van haar ergens van te kennen, zodat zij dit maar liet voor wat het was.
Nadia was erg blij met deze rol. De eerste scènes werden binnen in een woonkamer van een oud huis gemaakt, welke kamer in de stijl van toen was teruggebracht. De opnames verliepen voorspoedig.
Nadat de filmploeg was vertrokken en Nadia als enige in de woonkamer was overgebleven, keek zij door het raam. Buiten leek het ook als dertig jaar geleden te zijn. Dat kon zij onder andere zien aan de oude auto’s die er reden en geparkeerd stonden. Dat kon toch niet allemaal voor de film zijn gearrangeerd? Voor de opnames van die dag was dat in ieder geval niet nodig.
Toen zij het huis verliet, was de wereld nog steeds in de tijd van toen. Nadia besloot een stukje door de omgeving van het opnamehuis te wandelen. Wat een heerlijke rust was hier aanwezig! Wat een mooie oude huizen met volop ruimte eromheen! De mensen die zij tegenkwam, droegen ook kleren uit die tijd. Maar zij herkende niemand.
Daarbuiten op straat stond er ineens een jonge man voor haar neus. Het was haar onduidelijk waar hij zo snel vandaan kwam. Ook hij was gekleed in een keurig pak uit die eerdere tijdsperiode. Zij wist niet waarom, maar zij raakte met hem in gesprek. Iets dat zij normaliter nooit met een vreemde op straat zou doen. Had het te maken met de prettig relaxte sfeer die zij ervoer? Of kwam het omdat hij er erg aantrekkelijk uitzag? Zij verbaasde zich over zichzelf, want zij kende deze persoon tenslotte in het geheel niet.
Hoewel zij graag in deze tijd geboren zou willen zijn, en hoe prettig zij het ook vond om hier te verblijven, Nadia voelde zich tijdens de ontmoeting in de omgeving als een gehandicapte. Zij was toch een onbekende in deze tijd, die zij alleen kon koppelen aan films die zij had gezien en aan het script van de film waarin zij een rol had gekregen. Nadia besefte dat de wereld waarin zij zich bevond, haar fantasie moest zijn. Zij leefde kennelijk even in een “levende droom”. Nadia zag zichzelf als een personage in een film van haar lievelingsgenre. Kwam het door de stress van het acteren dat zij weer eens buiten het heden was getreden? De leuke man was wel ontspannen, leefde gewoon in zijn eigen tijd. Hij oogde in deze omgeving als een vis in het water.
Ook al voelde Nadia zich direct tot de man aangetrokken, en ook al zou zij in andere omstandigheden snel verliefd op hem zijn geworden, zij wist dat zij zich niet aan hem moest binden, dat zij niet in hem moest investeren. Want zo mooi als hier was het echte leven niet. Als zij straks weer bij zinnen was, zou alles verdwenen zijn. Dan was zij zeer verdrietig om zijn verlies, dacht zij. Zij nam daarom maar afscheid van de man, met wie zij wat had gepraat, maar met wie zij uiteindelijk louter namen had uitgewisseld.
David had op straat een aantrekkelijke vrouw ontmoet. Dat was voor hem niet uitzonderlijk, want hij legde makkelijk contact. Hij wist dat hij er niet onaantrekkelijk uitzag, wat David zeker zelfvertrouwen gaf. Ook nu merkte hij direct dat de jonge vrouw interesse in hem toonde. Zij vertelde dat zij actrice was en binnenkort auditie voor een film zou gaan doen.
Ondanks zijn gevoel dat de vrouw, die zich had voorgesteld als Nadia, hem duidelijk leuk vond, merkte David dat zij voorzichtig was, nogal gereserveerd. Hij probeerde iets met Nadia af te spreken, maar de vrouw ketste dat af. David nam daarom maar afscheid van haar. Misschien had zij wel een leuke vriend. Zou hij haar ooit weer tegenkomen?
Nadia werd een latere ochtend wakker. Zij kleedde zich aan. Vandaag was een belangrijke dag; zij zou een auditie hebben voor een rol in een film die in de karige periode van vlak na de Tweede Wereldoorlog zou spelen. Onderweg naar de auditie kwam Nadia in de winkelstraat een bekende jonge man tegen. Zij herkende hem van eerder. David was zijn naam, dat wist zij nog. Hij deed de vorige keer zo vreemd. Ook nu was hij weer vergezeld van de man die Peter heette, de zwijgzame man met het opvallende hoedje.
David was de jonge vrouw, die hij herkende van lang geleden, weer tegengekomen. Peter fluisterde in zijn oor dat zij Nadia heette. Hij herinnerde David er ook aan dat zij samen in de films op zoek waren gegaan naar eerdere ontmoetingen met haar. Ontmoetingen van na zijn ongeval. Zij hadden daarbij één latere ontmoeting kunnen opsporen. Dat wist David nu weer, maar hij kon niet meer terughalen wat hij in die film had gezien, waar dat was geweest en hoe het samenzijn was verlopen.
David vond het gepast om Nadia nu uit te leggen wat zijn problematiek was. Hij verklaarde dat hij leed aan gezichtsblindheid of prosopagnosie. Dit is een neurologische stoornis waarbij iemand gezichten niet kan herkennen, zelfs niet van bekenden, vrienden, familie of zichzelf in de spiegel. In zijn geval was het ontstaan door hersenletsel bij een verkeersongeval. Mensen met prosopagnosie compenseren vaak met andere kenmerken, zoals stem, kleding, haardracht of de manier van lopen. Op die manier proberen zij personen te identificeren.
David kon maar korte tijd, een paar seconden, een gezicht onthouden. Objectief gezien kan een mens nog maar weinig herinneren van de vele dingen die hij in zijn leven heeft meegemaakt, maar voor iemand met gezichtsblindheid is er een grote, extra handicap. Het zorgt ervoor dat zo iemand zich vaak sociaal terugtrekt, dat hij onzeker is. Het veroorzaakt angst en spanning in sociale situaties door de kans op fouten die kunnen worden gemaakt. Zeker in een drukke omgeving, zoals bij feestjes, op stations en in winkelcentra, wordt gauw stress ervaren.
Gezichten van mensen die David kende van voor zijn ongeval waren hem gelukkig bijgebleven. David was al sinds de eerste ontmoeting een beetje verliefd op Nadia, in feite op een eerste herinnering van deze vrouw, maar durfde dat nu niet naar haar te uiten. David voelde zich regelmatig bedroefd; hij rouwde om verlies van een eerder vanzelfsprekende vaardigheid. Geluk bestond voor hem uit herinneringen uit de tijd dat hij nog gezichten kon onthouden; herinneringen die langzaam vervaagden.
David was niet onbemiddeld. Hij kon zich daarom een persoonlijke assistent permitteren, en hem films laten maken van zijn leven. Vooral van momenten dat hij met anderen samen was, zodat hij steeds opnieuw kon terugkijken naar gezichten die hij inmiddels al lang weer was vergeten, en steeds opnieuw weer zou gaan vergeten.
Tijdens hun ontmoeting vertelde David Nadia ook dat hij de over haar gemaakte films steeds terugkeek, en dat dit ook zou gelden voor de film die nu door Peter werd gemaakt. Dit om hun ontmoetingen opnieuw te kunnen beleven. Maar de boodschap die David haar daarmee wilde overbrengen, kwam bij Nadia kennelijk niet aan; deze mededeling leek haar niet echt te boeien. Vond zij het steeds filmen door Peter soms ook vervelend?
Nadia begreep nu waarom deze knappe man zich zo gedroeg, wat een impact het door hem opgelopen trauma op zijn leven moest hebben. Hij zou een grote sociale isolatie moeten ervaren. En zij snapte nu ook waarom Peter aan het filmen was en altijd dat rare hoedje op zijn hoofd had.
Nadia kreeg medelijden met David, terwijl de man aantrekkelijk genoeg was om een relatie mee aan te gaan. Maar zij wist dat zij emotioneel geen verbintenis met deze gehandicapte zou kunnen volhouden. Mochten zij elkaar nog eens treffen, dan nam Nadia zich voor direct haar naam te noemen en te vertellen waar zij elkaar van kenden. Dat zou dan een handvat voor David zijn om te weten met wie hij van doen had.
De twee namen opnieuw afscheid van elkaar zonder verder iets af te spreken. Nadia was onderweg naar haar afspraak al snel weer verdiept in het script voor haar auditie, en probeerde zich te verplaatsen in een jonge vrouw die nog niet lang geleden een gruwelijke oorlogsperiode had meegemaakt.
GEWENST TE STERVEN
Ben en Sjors waren twee verlegen broers van in de dertig. Ze kwamen uit de schoenmakersbranche, maar wilden meer verdienen als beginnende criminelen. Ze wisten niet hoe ze dit werk moesten opzetten. In een slecht bekendstaand café ontmoetten zij Karel, die een doorgewinterde crimineel leek te zijn. Misschien konden de twee wel bij deze man in de leer. Nadat Ben en Sjors Karel een biertje hadden aangeboden, vroeg Ben aan hem: “We willen een beetje snel geld verdienen. Weet jij iets dat momenteel goed in de markt ligt?”
Karel dacht even na. Korte tijd later begon hij: “De mensen worden steeds ouder. Dat lijkt mooi, maar het valt niet altijd mee om oud te worden. Op een zeker moment hebben sommige mensen er genoeg van en willen ze sterven. Ze hebben het wel gehad met het leven.”
En hij vervolgde: “Eigenlijk heb je best veel van die oudjes; ze verlangen ernaar om met hun afscheid van het leven geholpen te worden. De euthanasieprocedure die bestaat voor dit soort gevallen is veel te streng en duurt te lang, vooral als je lichamelijk en geestelijk nog redelijk gezond bent. Ze zoeken een weg om dit te versnellen of te omzeilen.”
“Waar wil je naartoe?”, vroeg Sjors. Kennelijk was bij hem het kwartje nog niet gevallen.
“Nou, misschien moet je zo iemand daarmee een handje helpen”, ging Karel verder. “Het is tenslotte niet erg om op die leeftijd te sterven. In het algemeen kun je al zeggen dat het meeste van het leven langs een mens heengaat. Als je oud bent, geldt dat in nog veel grotere mate.”
“Zo heb ik er nooit naar gekeken.” Ben leek het relaas van Karel te snappen.
“Precies.” Karel zag dat hij met de twee op de goede weg was. “Het menselijk leven is maar kort. Maar omdat wij zo’n nijver volkje zijn, zoveel dingen in ons leven doen, lijkt het toch wel erg lang, vooral als je oud bent. Dan is genoeg genoeg, en wil je het afsluiten. Is het niet een goede zaak om mensen die dat zo ervaren bij te staan?”
Karel wachtte niet op een antwoord op deze vraag. “Je moet daarvoor natuurlijk wel een hulpmiddel inzetten: een kogel door het hoofd, een speciaal drankje of een injectie met insuline, bijvoorbeeld. Wurgen met een kussen kan ook.”
Sjors en Ben luisterden aandachtig. Nu werd het spannend. Karel ging verder: “Daar hebben de ouderen vaak wel een leuk bedragje voor over. Verkoop het als een “Geschenk te sterven”. Het is een win-winsituatie: je bewijst hen een dienst en je verdient er zelf ook wat mee. Ik weet een oud vrouwtje dat dood wil. Ze vindt dat haar leven is voltooid.”
Ben reageerde direct: “Dat klinkt interessant. Wij willen daar wel instappen. Hoe moeten we dat aanpakken? Kun je ons op het spoor van dat vrouwtje brengen? En welk hulpmiddel kunnen we het beste gebruiken? Heb jij zelf ervaring met dit werk?”
Karel had al gauw door dat hij de criminele leken voor zijn karretje kon spannen. “Ik kan jullie wel helpen, maar daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan. Ik kan het adres van het vrouwtje leveren, maar wil de helft van de opbrengst, want je moet er wel een vergoeding voor vragen. Je kunt haar het beste een kogel toedienen. Dat gaat snel; de vrouw hoeft niet te lijden. Ik kan jullie een pistool en wat kogels leveren.”
Dat leek Sjors en Ben wel wat. Ze hadden het idee de juiste persoon te hebben ontmoet om hun banksaldo wat op te vijzelen. De broers dachten dus een nieuw verdienmodel te hebben gevonden: ouderen uit medelijden en op eigen verzoek ombrengen.
Om Sjors en Ben extra lekker te maken, en om zijn commissie op te vijzelen, verzon Karel ter plekke dat hij wist dat het vrouwtje in kwestie veel geld had. Karel zou die domme broers naderhand wel wijs maken dat een hoger bedrag aan hem moest worden afgestaan. En hij had nu ook een reden om hen later te chanteren: als Ben en Sjors eenmaal in dit wereldje verzeild waren geraakt, konden ze niet meer terug en waren ze chantabel. Dan zouden de twee daarna meer opdrachten voor hem moeten opknappen.
Maar was Karel wel een geduchte crimineel? Was hij niet net zo onervaren als Ben en Sjors, maar een stuk brutaler? De onervaren en niet al te snuggere broers vroegen het zich niet af. Ze waren veel te blij met alle informatie en het nieuwe verdienmodel.
Eigenlijk was Karel maar een eenvoudige kruimeldief, die al een paar keer was gepakt en daarvoor in de gevangenis had gezeten. Van wapens had hij weinig verstand, maar hij had een tijd geleden wel een pistool en een doos kogels van iemand overgekocht. Maar Karel bezat wel een zekere slimheid; hij had vaak snel door of hij ergens een voordeel uit kon slepen.
De broers en Karel sloten een deal. Karel verkocht de nieuwe criminelen zijn pistool. Daar hadden de twee nog nooit mee leren omgaan, zodat de onervaren mannen ook in de leer gingen bij deze geslepen boef. Op een achterafveldje leerde hij Sjors en Ben een beetje schieten. Karel wist aardig te verbergen dat hij er zelf ook niet zo bedreven in was.
Toen de twee mannen het schieten een beetje onder de knie hadden, trokken ze de stoute schoenen aan en gingen ze op een avond naar het door Karel opgegeven adres van het oude vrouwtje. Geen van de broers wilde daar het woord voeren, omdat ze eigenlijk behoorlijk verlegen waren. Ze zagen beiden toch wel een beetje op tegen wat komen ging. Uiteindelijk zou Ben dan maar de vrouw te woord staan. Ze belden aan. Na enige tijd deed een wat angstige oudere vrouw de voordeur op een kiertje open.
“Goedenavond mevrouw”, sprak Ben op vriendelijke toon. “Wij zijn van de Welstandsdienst voor Ouderen. We komen informeren hoe het met u gaat. We hebben namelijk uit betrouwbare bron vernomen dat u er het liefst een einde aan zou maken. Mogen we binnenkomen om daar met u over te praten?”
De vrouw had even tijd nodig om te verwerken wat ze zojuist had gehoord. Ze besloot de deur verder te openen en het duo maar binnen te laten. In de woonkamer konden de twee mannen plaatsnemen.
Nadat Ben het doel van hun bezoek had herhaald, bracht de vrouw naar voren: “Ik ben levensmoe en zit kennelijk in een “endlife crisis”, zoals mijn zoon dat noemt. Het leven is voor mij leeg geworden. Het is zo saai: na maandag komt dinsdag en daarna woensdag; na januari komt februari en daarna maart. Iedere dag, iedere week, iedere maand lijkt eindeloos te duren. Het is mooi geweest. Als je oud wordt, leef je nog maar half, of minder dan dat. Dan gaat het leven eigenlijk als een nachtkaars uit; je hoort er niet meer bij. Het is als een familiefeestje waarbij door de aanwezigen wordt gewacht tot jij als oudere bent vertrokken en bent gaan slapen. Dan begint het leuke feestje voor de jongeren pas echt.”
“Dat begrijpen wij helemaal, mevrouwtje”, beaamde Ben. “Het leven is geen feest meer voor u. Het is mooi geweest. En als u de dokter vraagt om u iets te geven om te sterven, dan lukt dat niet, toch? Nou, wij van de Welstandsdienst voor Ouderen kunnen u daar wel snel mee helpen. Daar zijn we voor. Het kost wel een paar stuivers, maar dan worden er niet allerlei vragen gesteld.”
“O ja, kunt u mij snel helpen? Dat is fijn. Wat kost dat?”, informeerde de oude dame.
Vervolgens onderhandelden de broers en de vrouw over de kosten. De cliënte zei maar een klein bedrag te kunnen betalen. Meer dan dat had ze niet.
Omdat Karel had aangegeven dat het oude vrouwtje veel geld bezat, geloofden Ben en Sjors haar woorden niet. Ze beseften dat ze aan Karel ook nog een flinke commissie moesten voldoen, en besloten na onderling overleg de vrouw met woorden te bedreigen. Helaas waren ze vergeten om het bij Karel aangeschafte pistool mee te nemen, maar misschien had dat in dit geval toch niet zoveel indruk gemaakt. Het was tenslotte iemand die naar het einde verlangde. Onder dreigende woorden trachtten de twee nogmaals te achterhalen hoeveel geld de vrouw kon betalen.
Toen het bibberende oude vrouwtje het lage bedrag dat ze kon bieden herhaalde, besloten de twee haar huis te doorzoeken op geld en waardevolle spullen. Terwijl Sjors de vrouw in bedwang hield, deed Ben een ronde door de kleine woning.
Onverwacht echter kwam Fred, de zoon van de vrouw, langs. Deze potige kerel concludeerde direct dat er op dat moment bij zijn moeder werd ingebroken. Hij vloog meteen op Sjors af. Deze tengere, kleine man had geen kans en raakte lichtgewond bij de korte vechtpartij. Beide broers kozen vervolgens zonder buit het hazepad. Het plan was bij deze vrouw mislukt.
De twee broers hadden een tegenvallende ervaring en twijfelden of ze verder moesten gaan om ouderen te gaan “helpen”. Was het criminele pad wel voor hen weggelegd? Waren ze wel hard genoeg? Konden ze niet beter weer als schoenhersteller gaan werken? Dat was in ieder geval minder stressvol.
Korte tijd daarna troffen Ben en Sjors crimineel Karel weer in hetzelfde café. De broers legden uit hoe het bezoek aan de oude vrouw was verlopen.
Karel vond die broers maar een paar sukkels, een dom stel, maar dat liet hij natuurlijk niet merken. Hij zag uit eigenbelang snel een mogelijkheid om de twee weer op andere gedachten te brengen, zodat hij hen voor hem aan het werk kon zetten. Zelf kon hij daarbij dan buiten schot blijven.
Karel had zojuist gelezen over nieuwe wetgeving, of in ieder geval nieuw beleid betreffende hulp bij zelfdoding. Hoe dat precies zat, was hem niet helemaal duidelijk. Het kwam erop neer dat het niet meer strafbaar was om iemand te helpen bij het uit het leven stappen, of dat deze hulp werd gedoogd, mits de betrokkene ouder dan zeventig jaar was, en hij of zij deze wens zwart op wit kenbaar had gemaakt en ondertekend. Karel bracht dit goede nieuws over aan de twee broers.
Karel stelde voor dat Sjors en Ben toch met het eerdere plan door zouden gaan, maar nu op aangepaste wijze. Omdat ze er bij ontdekking niet meer voor bestraft zouden gaan worden, zouden de broers er de volgende keer anders mee om kunnen gaan. De twee zouden zo in feite zakenlieden worden. Die rol paste hen waarschijnlijk beter.
Sjors en Ben waren direct weer enthousiast. Er viel op deze wijze toch nog veel te verdienen. Wat een geluk dat Karel hen over deze verandering had geïnformeerd. Vol vertrouwen stortten zij zich in de nieuwe benadering. Moesten zij het nu anders gaan aanpakken? De twee vroegen Karel weer hoe ze aan hun nieuwe onderneming vorm moesten geven.
Karel had al snel een nieuw plan klaar en legde het uit: “Ouderen die dood willen, zullen worden uitgenodigd te verschijnen op een speciale bijeenkomst. Ik kan zorgdragen voor een lijst geïnteresseerden, want dat zal voor jullie niet zo makkelijk zijn. Ik laat een vriend die verstand heeft van hacken een adreslijst van leden van de ‘Vereniging voor Vrije Euthanasie’ stelen, en ik zal daarnaast een aantal mij bekende ouderenwoningen bezoeken.”
En verder: “Aan oudjes die geïnteresseerd zijn, zal ik een folder voor de speciale bijeenkomst uitreiken. Ik heb er vertrouwen in dat hier genoeg mensen voor te porren zijn en zich beschikbaar willen stellen. Ik ken iemand die jullie een zaaltje kan verhuren voor een zacht prijsje. Dit keer moeten we aangeven dat het ‘omleggen’ voor de oudere gratis is. Ons geld verdienen we dan op een andere manier.”
“Jij zit boordevol goede ideeën”, bracht een onder de indruk zijnde Ben naar voren. “Dat gaan we zo doen. Maar hoe verdienen wij er dan aan?”
“Heel goede vraag. Dat leg ik nu uit”, vervolgde Karel. “Er worden met geïnteresseerde ouderen speciale bijeenkomsten met publiek erbij gehouden. Ouderen die het leven niet meer zo zien zitten of die misschien alleen maar niets te verliezen hebben, doen tegen beloning mee aan een Russisch roulettespel. Er worden ad random twee kogels in een magazijn van tien in het pistool gestopt. De oudere heeft dus een kans het leven te laten, maar het kan ook zijn dat er geen kogel uit het wapen komt. Dan gaat de oudere met een beloning naar huis. Bij niet overleven vervalt deze, dan heeft hij of zij er toch niets aan. Er wordt per oudere dus drie keer de trekker overgehaald.”
Ben en Sjors hoorden aandachtig toe. Ze moesten alles op alles zetten om het ingenieuze plan in zijn geheel te snappen. Karel vervolgde: “Er wordt nog wel een handicap ingebouwd: de schutter staat op twintig meter afstand van de oudere. Dat maakt het spannender voor de weddenschappen die het publiek kan afsluiten, waarover straks meer. Dan moet je dus ook nog raak schieten, indien er een kogel uit het pistool komt.”
“Waarschijnlijk komen hier wel de nodige sadistische personen op af die dit prachtig vinden”, vervolgde Karel. “Zoals ik al zei, het publiek kan dan over de afloop van de schietsessie weddenschappen afsluiten. Die leveren ons geld op. En er moet natuurlijk door het publiek entree worden betaald. Dat is een ander deel van het verdienmodel.”
De oude rot gaf verder nog aan dat ouderen geestelijk gezond moesten zijn; ze mochten geen dementie hebben. En zij dienden vooraf een contract te ondertekenen. Op deze wijze kon de organisatie niet aansprakelijk worden gesteld voor schade of ander leed. De bijeenkomst moest door de broers worden georganiseerd, en Karel zou weer commissie uit de entreegelden en opbrengsten van de weddenschappen krijgen. Hij droeg tenslotte de ideeën en de nodige informatie aan.
Ben en Sjors stonden perplex. Het was hen duidelijk. “Wat een geniaal plan. We gaan ervoor”, riep Sjors enthousiast. De nieuwe deal werd gesloten. Vanwege de spelregel om bij het schieten afstand te houden, kregen Ben en Sjors nogmaals schietles van Karel.
Het plan van Karel werd uitgevoerd. De eerste bijeenkomst was aanstaande. Wat Sjors en Ben niet wisten, was dat het niet meer strafbaar zijn van hulp bij overlijden, of het gedogen daarvan, een verzinsel van Karel was om Ben en Sjors weer actief te maken.
Er waren voor deze avond een paar ouderen gecharterd en er leek ook voldoende publieke belangstelling te zijn. Voordat de bijeenkomst begon, maakten Ben en Sjors weer ruzie over wie het woord moest voeren. Ze zagen er beiden toch wel erg tegenop om de avond te leiden, en waren bang dat ze zouden gaan stuntelen en hakkelen. Nu was de andere broer aan de beurt, eerlijk is eerlijk. Sjors dus. Het ging hem gelukkig redelijk af.
Het gehuurde zaaltje zat vol. Sjors ging op het toneel staan en begon: “Goedenavond, dames en heren. Allereerst welkom voor de oudjes die alleen of vergezeld van een familielid zijn gekomen om te trachten het gebouw deze avond niet rechtop te verlaten. Ja, we weten het allemaal: het valt niet mee om oud te worden. Als je genoeg van het leven hebt, kun je het niet zomaar stoppen. Je moet door tot de mensen die je in leven houden er alles aan hebben gedaan om het uitblazen van jouw laatste adem zo lang mogelijk uit te stellen. Uit uw komst maken wij op dat u daar niet op wil gaan wachten. Dat begrijpen wij van de Welstandsdienst voor Ouderen helemaal, en dat vinden wij een wijze en tevens moedige beslissing.”
Sjors vervolgde: “Verder heet ik natuurlijk de belangstellenden een warm welkom. U weet dat het een spectaculaire voorstelling gaat worden, en dat u vooraf ook weddenschappen kunt afsluiten. Dat betekent dat u misschien straks met een leuk bedragje naar huis gaat. Ik zal zo uitleggen hoe alles deze avond in zijn werk gaat.”
Fred, de zoon van de oude vrouw waar de broers eerder een confrontatie mee hadden, was achter de oproep van deze avond gekomen, en had besloten er samen met zijn moeder heen te gaan, want de oude vrouw wilde nog steeds wél dood. Zij waren dus ook aanwezig, en de moeder had het contract ondertekend. Sjors en Ben herkenden de vrouw en Fred, maar deden alsof hun neus bloedde.
Fred had er spijt van eerder ruzie te hebben gemaakt met Ben en Sjors, want toen hij de woning van zijn moeder betrad, zag hij dat de broers de mooie spullen van zijn moeder wilden roven. Hij wist niet dat ze eigenlijk waren gekomen om haar te helpen met sterven. Dat hoorde hij pas achteraf van zijn moeder. Ben en Sjors waren toen al verdwenen. Het had anders opgelost kunnen worden, bedacht hij later.
De moeder van Fred was die avond bij de Russische roulette als eerste aan de beurt. Ze werd het toneel op geholpen. Gevraagd werd of de vrouw aan het mogelijk eind van haar leven nog iets bij het publiek naar voren wilde brengen. Dat was niet het geval, ze zei er klaar voor te zijn.
Ben ging op twintig meter afstand van de vrouw staan en schoot. Er kwam geen kogel uit het wapen. Het publiek huiverde. Ben trok na een aantal ogenblikken nogmaals de trekker over: idem dito. Er klonk gegil uit de zaal. Bij de derde poging – hij wachtte een tijdje om de spanning op te voeren - werd een kogel afgevuurd, maar Ben schoot net mis. Het publiek ging staan. Hoe was het mogelijk? De vrouw leefde nog! Het publiek dat hierop had gewed, was dolblij.
Er zat dus nog één kogel in het magazijn, maar de spelregels bepaalden dat maar drie keer op een oudere mocht worden geschoten. De kans voor dit oudje was voorbij. En de weddenschap voor het publiek was voor deze ronde afgelopen.
Er werd al aanstalte gemaakt om het oude vrouwtje van het toneel af te begeleiden, maar haar zoon Fred was door dit verloop zo gespannen geraakt dat hij zichzelf niet meer onder controle had. Hij kreeg een waas voor ogen, stormde het podium op en rukte het pistool uit handen van Ben. Hij richtte op korte afstand het wapen op zijn moeder en haalde de trekker over. De laatste kogel kwam uit het pistool en was raak. De oude vrouw viel dood neer.
Op dat moment viel de politie binnen. Ben, Sjors en Fred werden ingerekend. Karel, die zich tussen het publiek had gemengd, verliet stilletjes de zaal.
Bij het latere politieonderzoek bleek dat Fred zijn moeder graag zo snel mogelijk dood had gewild. Ze was toch bepaald niet onbemiddeld en Fred had zijn erfenis nu nodig. Een door de politie gehoorde getuige meende te hebben gehoord dat Fred: “Jouw gewenst te sterven, ma!” riep, toen hij de trekker overhaalde met het fatale gevolg.
De aangehouden personen overwogen later ieder voor zich dat het spijtig was dat hun gemeenschappelijke doel niet eerder op andere wijze was bereikt. Maar het gaat zoals het gaat in het leven. En dat geldt ook als het het levenseinde betreft.
STORM
Charles en Eveline, veertigers zonder kinderen, waren meerdere jaren getrouwd. Ze bewoonden een mooi huis met een tuin in een buitenwijk van de stad. Beiden hadden interessant werk. Tussen Charles en Eveline leek het binnen de relatie allemaal koek en ei te zijn. Het leven ging zijn gangetje. Beiden waren tevreden met het feit dat het paar kinderloos was gebleven. Ze konden zich verdiepen in hun drukke, maar interessante werkzaamheden. De twee hadden samen en apart hun sociale contacten met anderen, en ze konden zich veroorloven regelmatig op een luxe vakantie naar het buitenland te gaan.
Het was ochtend. De twee ontbeten even snel, want het werk buiten de woning wachtte. Bijzonder was dat er later op die dag een zware storm was voorspeld. Daar werd in de media voor gewaarschuwd. De storm zou in de loop van de middag opsteken en daarna zwaar worden. Charles en Eveline bespraken het aan de ontbijttafel. Het weerbericht was voor hen aanleiding om een snelle inspectie rondom het huis te doen, en ervoor te zorgen dat stoelen, plantenbakken en dergelijke uit de tuin naar de schuur gehaald zouden worden. Charles gaf aan dat hij voor de zekerheid die avond - hij had volgens vaste gewoonte met vrienden afgesproken - maar niet door zou laten gaan.
Eveline ging naar haar werk op de redactie van een modeblad. Met collega Bruno sprak zij over de komende storm. Deze weersomstandigheid was op het werk natuurlijk voor ieder het gesprek van de dag. Het bleek maar weer eens hoe afhankelijk de mens van de grillen van de natuur is, dacht Eveline.
Bruno was een ongeveer even oude collega met wie Eveline veel omging en een goed contact had. Ze konden bij elkaar terecht om, tot op zekere hoogte, het reilen en zeilen binnen hun privéleven te bespreken. Deze collega’s kenden elkaar daarom best goed. Het was ook duidelijk dat de twee elkaar interessante en aantrekkelijke mensen vonden. Die ochtend kwam het bij Bruno op dat hij met deze vrouw graag het bed zou willen delen. Natuurlijk liet hij dat niet aan zijn vrouwelijke collega merken. Ook bij Eveline kwam weleens op dat ze een wat intiemer contact met deze aantrekkelijke collega niet zou schuwen. Het is maar goed dat de meeste mensen geen gedachten kunnen lezen.
De werkdag verliep als de meeste werkdagen. Maar vanwege de storm ging Eveline die middag zekerheidshalve eerder dan gepland naar huis. Dit deed ze ook omdat Charles die avond thuis zou blijven. Zij vond het voor hem niet prettig als zij die dag zou overwerken. Dit liet Eveline ook aan Bruno weten, die dit na enig morren accepteerde. Het bleef onduidelijk welke gedachten de man hierbij had. Vanwege deadlines en dergelijke was het wel eens vaker nodig dat medewerkers van de redactie later dan gebruikelijk naar huis gingen.
Ook voor Bruno zat de werkdag erop en hij ging op weg naar huis. Het laatste deel van de dag was voor hem niet prettig verlopen. Bruno baalde onderweg in de auto nog steeds een beetje; hij had het duidelijk niet naar zijn zin. Door deze gemoedstoestand trapte de man extra hard op het gaspedaal.
Het waaide inmiddels al behoorlijk. Flinke windstoten maakten het deelnemen aan het verkeer gevaarlijk. Omdat Bruno in gedachten verzonken was, lette hij niet goed op, en reed hij met zijn auto een fietsster aan. Hij zag dat de vrouw door de klap van haar fiets viel. In plaats van haar te helpen en zich te melden, reed Bruno snel door. Waarom reed die vrouw zo dicht tegen zijn rijweg aan? Dat ze was gevallen, was toch haar eigen schuld? Dit waren gedachten die de slechtgehumeurde man door het hoofd schoten. In een flits zag Bruno in zijn binnenspiegel dat een voetganger naar de vrouw toeliep. Die zou haar dan wel helpen, overwoog hij.
Ook even later kwam het niet in Bruno op om te keren en zich te bekommeren om de vrouw die hij van de sokken had gereden. Bij thuiskomst zweeg hij over het voorval bij zijn echtgenote. Maar de rest van de dag spookte dat wat was gebeurd ongemerkt voor zijn vrouw nog wel door het hoofd.
Emmy was die dag toch op de fiets naar haar werk gegaan, ondanks de slechte weersverwachting. Ze waagde het er maar op. Deze vrouw van negenendertig jaar oud was werkzaam in de zorg en altijd plichtsgetrouw. Zij kon die dag haar cliënten toch niet in de steek laten?
Plotseling werd Emmy echter van achteren aangereden door een kennelijk roekeloos rijdende automobilist, die ook nog eens doorreed en haar geen assistentie verleende. Voor ze het wist, lag zij kermend van de pijn op de rijweg, en was haar fiets helemaal in de kreukels. Wat een verschrikkelijke automobilist was dat!, dacht de vrouw direct. Zij reed gewoon op het voor fietsers bestemde gedeelte van de weg. Hij zou wel druk bezig zijn geweest met zijn telefoon of zijn navigatie, en niet opletten! Gelukkig was er snel een voetganger die de ambulance belde en ervoor zorgde dat ander verkeer haar niet nogmaals aanreed. Een mens voelt zich in zo’n situatie ineens zo afhankelijk van de hulp van anderen, dacht Emmy nog.
De ziekenauto was snel ter plaatse. Emmy kon na een bezoek aan de spoedeisende hulp naar huis. Maar omdat de vrouw alleenwoonde, moest zij het thuis zonder hulp rooien.
Emmy herstelde in een paar weken en zij kocht een nieuwe fiets. Begrijpelijkerwijs had ze een tijd niet kunnen werken. Haar verzekeraar gebruikte mede de storm die dag als argument om haar een stuk minder uit te betalen dan de schade die zij had geleden. Emmy was het hier niet mee eens; zij wendde zich enige tijd later tot advocaat Charles de Goede.
De advocaat was het met haar eens dat de verzekeraar haar te weinig zou vergoeden. De storm was die betreffende middag en avond meegevallen; het bleek bij zeer harde wind te blijven. De verzekeraar kon dit dus nooit als argument gebruiken om Emmy financieel in de kou te laten staan. De oorzaak van de aanrijding was louter gelegen in het rijgedrag van de automobilist.
Charles de Goede regelde de zaak voor haar. Hij trad in overleg met de verzekeraar en deed voor haar ook een beroep op het Waarborgfonds Motorverkeer, dat tot uitkering kan komen bij ongevallen waarbij de veroorzaker onbekend blijft. Want helaas was de voetganger die Emmy hielp – hij was waarschijnlijk getuige van het ongeval geweest - niet meer te traceren, en had deze kennelijk ook het kenteken van de auto van de doorrijder niet kunnen noteren.
De advocaat en zijn cliënte vonden elkaar al direct sympathiek en aantrekkelijk. Uiteraard werd dit niet naar elkaar gecommuniceerd; het werk stond voorop en van dit soort persoonlijke aspecten diende men zich in zo’n werkrelatie verre te houden. Wat wist men daarenboven van elkaar? In beiden kwamen wel gedachten op: die ander zou toch wel een relatie hebben, en dergelijke. Toch kon dit niet verhinderen dat de twee – de zaak bracht met zich mee dat meerdere werkafspraken met elkaar werden gemaakt - een beetje verliefd op elkaar werden.
Gelukkig kon Charles de zaak van Emmy succesvol beëindigen. De vrouw kreeg door zijn inbreng een duidelijk hogere vergoeding voor de schade die zij door het ongeval had geleden.
Het toeval wilde dat de twee elkaar kort daarna in een winkelstraat weer tegenkwamen. Ze raakten in gesprek en merkten dat zij nog steeds bij elkaar iets teweegbrachten. Omdat de zakelijke relatie inmiddels toch was afgesloten, spraken de twee wat af en bleven zij elkaar ook daarna zien. Charles hield deze afspraakjes geheim voor zijn vrouw Eveline, maar aan Emmy vertelde hij wel dat hij een relatie had. Kennelijk was dit voor Emmy geen reden om hier niet mee door te gaan. Maar daar werd vooralsnog verder niet over gesproken.
Na elkaar een aantal keren te hebben gezien, bekende Emmy dat zij verliefd op haar voormalige advocaat was. Hoewel dit voor Charles moeilijker was – hij was immers getrouwd - moest ook hij toegeven dat hij verliefd was geworden.
Charles maakte zijn nog wel prille verliefdheid voor Emmy aan zijn vrouw Eveline kenbaar. Hij vond dat hij daar eerlijk in moest zijn, en vertelde haar hoe dat zo was gelopen.
Tot zijn grote verbazing kwam Eveline daarna met een eigen bekentenis. Zij bleek al veel langer vreemd te gaan. Maar dit vreemdgaan van Eveline werd dus pas opgebiecht toen Charles met zijn bekentenis kwam. Dacht Eveline soms dat wat zij deed nu minder kwalijk was?, ging er door Charles heen.
Eveline gaf aan dat het collega Bruno van haar werk betrof. Charles zei hem wel te kunnen herinneren. Ze hadden elkaar eens bij een feestje van het modeblad gezien.
Meerdere gedachten drongen zich bij Charles op. Het was hem nu duidelijk waarom Eveline zo vaak moest “overwerken”. Had zij misschien eerder al hints gegeven dat een andere man belangrijk in haar leven was geworden? Was er, naast de aantrekkelijkheid van Emmy, nog een andere reden waarom hij verliefd op zijn cliënte was geworden? Kwam dat misschien ook omdat hij onbewust had gemerkt dat er in de relatie met zijn echtgenote iets toch niet goed zat? Waarom was Eveline zo lang met dit dubbelleven doorgegaan?
Charles stelde Eveline na een paar dagen overdenken voor om van elkaar te scheiden. De vrouw schrok hier wel van. Deze wending had ze niet verwacht. Ze moest deze vraag duidelijk op haar laten inwerken; haar antwoord bleef daarom vooralsnog uit. De twee lieten het daarna even voor wat het was, en zij concentreerden zich vervolgens weer op de dagelijkse gang van zaken.
Eveline vertelde Bruno de volgende werkdag wat er tussen haar en haar echtgenoot was gebeurd. Hun relatie was nu bij Charles bekend. Daarna vroeg ze of Bruno van zijn vrouw wilde scheiden. Vreemd genoeg was dit niet eerder tussen de twee vreemdgangers besproken. Eveline was hier niet over begonnen, mogelijk omdat ze bang was dat ze het verkeerde antwoord zou krijgen. En voor Bruno was het kennelijk ook geen optie die hij met Eveline wilde delen.
Bruno zei niet te willen scheiden van zijn partner. Dat sprak hij nu expliciet uit. Dat was het antwoord waar Eveline altijd bang voor was geweest. De vrouw was hierin natuurlijk teleurgesteld.
Het was voor Eveline duidelijk: Bruno had zijn echtgenote nooit over Eveline verteld, en hij ging dat ook nu niet doen. Eveline wist dat zij niet degene zou zijn die zijn echtgenote over hun samenzijn zou gaan informeren, in de hoop daarmee haar relatie met Bruno op springen te zetten. Daar was ze te onzeker voor. De gedachte kwam nu eigenlijk voor het eerst bij Eveline op dat zij toch altijd de “underdog”, de afhankelijke in de relatie met Bruno, was geweest.
Helaas voor Eveline voegde Bruno aan zijn antwoord toe te overwegen de relatie met zijn collega te stoppen, nu het allemaal te ingewikkeld leek te gaan worden. Te veel gedoe, vond hij. Daar bleef het even bij. Dit leek nog niet definitief, dacht Eveline. Maar er was een nieuwe onzekerheid bijgekomen, en zij had nog weer iets extra om te overdenken.
Eveline gaf aan Charles aan dat ze met Bruno had gesproken over hun relatie. Maar ze vertelde haar echtgenoot daarover niet de gehele waarheid. Ze zou Bruno hebben aangegeven te willen stoppen met hun relatie, en Bruno had gezegd daarmee akkoord te gaan en bij zijn echtgenote te zullen blijven. Dus dat was volgens Eveline een duidelijke zaak; het vreemdgaan zou stoppen. De vrouw voegde eraan toe zeker te weten niet van Charles te willen scheiden. Ze vroeg nogmaals bij hem te mogen blijven.
Eveline stelde Charles voor om hun relatie te gaan verbeteren door meer met elkaar in gesprek te gaan, om hun gedachten naar elkaar meer te gaan uiten. Ze gaf aan dat het toch mogelijk moest zijn dat mensen onderling, zeker als zij een relatie hadden, open waren over wat er in hen omging, opdat ze er niet een soort dubbelleven op nahielden. Dat moest toch kunnen, als je eraan zou werken?
Charles verbaasde zich over dit relaas. Hij dacht er het zijne van. Wilde Eveline niet van hem scheiden, omdat ook Bruno dat niet van zijn echtgenote wilde? Had zij wel de volledige waarheid verteld? Zou ze Bruno dan toch niet gaan missen? Ze hadden al zo lang een dubbelleven! Was zij daar niet verslaafd aan geraakt? Was Eveline niet “vastgeroest” in het vreemdgaan? Dit was toch kennelijk een manier van leven voor haar geworden.
Eveline had gedacht dat, zodra zij haar vreemdgaan had opgebiecht, Charles wel direct zou eisen dat zij haar relatie met Bruno zou verbreken, maar de zwijgzame Charles sprak dit niet uit. Het leidde bij de vrouw tot meer piekeren over welke rol zij in relaties speelde. Was ze eigenlijk wel in staat om Bruno te verlaten? Was ze daar niet te afhankelijk van hem voor?
Zonder dit uit te spreken, kwamen wat later bij Charles nieuwe vragen op. Was Eveline in de relatie met hemzelf niet steeds de afhankelijke geweest? Liet ze belangrijke beslissingen niet altijd aan hem over? Zou ze hem nooit uit zichzelf willen verlaten? En, als deze afhankelijkheid er bij haar inderdaad was, was zij zich daar wel van bewust?
Het bleef daarna nog een tijd onduidelijk of Charles toch van Eveline zou gaan scheiden. Ze leefden voorlopig samen verder, met ieder in de eigen gedachten. Maar Charles had wel alweer een nieuwe date met Emmy gepland. Dat werd niet met Eveline gecommuniceerd. Zijn echtgenote vroeg het zich natuurlijk af, maar zij durfde daar niet naar te vragen.