ONVERVULBARE WENSEN
Er was eens, in een land dat door hoge bergen van andere landen was afgescheiden, een oude koning die over alles en iedereen beschikte. Zijn woord was wet. Hij benoemde rechters, inde naar eigen inzicht belastingen, verklaarde de oorlog als hem dat uitkwam, en bepaalde zelfs met wie leden van zijn familie mochten trouwen.
In dat land gold een belangrijke regel: de koning moest trouwen met een prinses. Niet omdat men vond dat een koning niet van een gewone vrouw mocht houden, maar omdat een huwelijk van de koning geen persoonlijke zaak was. Het diende het koninkrijk. Een prinses bracht een familie, een bondgenootschap en de mogelijkheid van opvolging met zich mee.
In dit koninkrijk werd een jongetje, Leopold, geboren. Toen Leopold twintig jaar oud was, stierf zijn vader en werd hij zelf tot koning gekroond.
Maar Leopold zag zijn taak als koning al van jongs af aan helemaal niet zitten. Hij achtte zichzelf niet geschikt voor het koningschap. De nieuwe heerser voelde zich geen machthebber zoals zijn voorgangers. Hij hield niet van bevelen geven. Als een minister hem een besluit voorlegde, vroeg hij wat de mensen die door het besluit getroffen zouden worden ervan vonden. Als twee hooggeplaatsten ruzie hadden, probeerde hij eerst te begrijpen waarom ze elkaar in de haren zaten.
De koning wenste het liefst een gewone burger van het land te zijn. Hij was op huwbare leeftijd en diende volgens geldende regels met een prinses te trouwen. Maar in plaats van een geschikte kandidate te zoeken, werd Leopold verliefd op een van zijn jonge vrouwelijke onderdanen. Ook dat nog.
Tijdens een bezoek aan een dorp buiten de hoofdstad had hij Diana, de dochter van een herenboer, ontmoet. Diana was geen prinses; ze was zelfs niet van adel. Leopold viel als een blok voor haar. Hij vond haar mooi, intelligent en humoristisch. Ze was precies zijn type. Diana wist dat ze met de koning van doen had, maar ze bleef in de omgang met hem helemaal zichzelf. In haar ogen was een koning ook maar een mens. Die houding van Diana vond Leopold zeer aantrekkelijk. Omdat ook Leopold zich op voet van gelijkheid naar haar opstelde, werd eveneens haar interesse in hem gewekt.
Leopold zorgde ervoor dat hij Diana daarna vaker kon ontmoeten. Zijn verliefdheid voor haar werd heviger. Hij ging echt van deze jongedame houden. En dit bleek wederzijds.
De koning probeerde van alles om met haar te kunnen trouwen. Maar deze pogingen liepen op niets uit. Allereerst liet Leopold een nieuw wetsvoorstel opstellen, waarin stond dat de koning vrij was om met iedere vrouw te trouwen die hij liefhad. De oude wet moest worden afgeschaft. Het enige waar de koning in zijn bewind rekening mee moest houden, waren de grondwet en de Raad, een college dat erop toezag dat alles in het koninkrijk volgens de regels verliep. Maar toen de koning het voorstel aan de Raad voorlegde. wees deze het af.
Daarna stelde de koning voor om de vrouw te adopteren door een bevriende vorstin, zodat zij als prinses kon gelden. Ook dat mislukte. Vervolgens opperde Leopold het plan om een oude, vergeten adellijke familietak van de moeder van Diana op te sporen. Misschien was er ergens een voorouder die recht gaf op een adellijke titel. Er werd wekenlang gezocht. Men vond een voorvader die senator was geweest. Maar een senator was geen prins.
De koning ging nog een stap verder: hij stelde voor om zelf afstand te doen van de troon. Dat zou alles oplossen. De Raad reageerde echter onmiddellijk. Een koning kon volgens de grondwet alleen aftreden als er een opvolger was die voor de Raad aanvaardbaar was. Bovendien had de koning geen broer die het koningschap op zich kon nemen.
Leopold werd steeds wanhopiger. Na deze enigszins voor de hand liggende pogingen ging hij een stap verder. Leopold vroeg de goden om ontheffing van het koningschap. Hij beklom een heilige berg en smeekte de goden hem van zijn ambt te verlossen. De priesters aldaar verklaarden dat hij koning moest blijven. Leopold had namelijk zelf goddelijke kenmerken, want hij was een sacrale koning. Hij kon zichzelf dientengevolge niet van zijn koningschap verlossen.
Tenslotte probeerde Leopold de tijd te ontvluchten, want hij had inmiddels geleerd dat hij daartoe vanwege zijn goddelijke krachten in staat was. De koning liet zichzelf en Diana in een tijdcapsule naar een latere tijd verplaatsen, in de hoop dat daar andere regels voor het koningschap zouden gelden. Toen zij aankwamen, bleken de regels vrijwel onveranderd, en werd hij onmiddellijk opnieuw als koning begroet. Mede omdat de wereld waarin zij terecht waren gekomen hem geheel vreemd overkwam, besloot Leopold maar naar zijn eigen tijd terug te keren.
Een huwelijk met zijn geliefde Diana was onmogelijk gebleken. Uiteindelijk zag Leopold in dat het lot van te zijn geboren als toekomstig koning en de regels die voor het koningschap golden onontkoombaar waren.
Leopold bleef ongehuwd, want de Raad – hoewel deze daarop meermaals sterk aandrong - kon hem niet verplichten om daadwerkelijk met een prinses in het huwelijk te treden. Ook Diana trouwde niet. De twee bleven elkaar ontmoeten op een wijze die passend was bij het koningschap van Leopold. Hij schonk de vrouw een mooi huis en een riante financiële bijdrage. Zij schikten zich in de situatie en waren gelukkig.
Toen hij vijftig jaar oud was, huwde Leopold alsnog met een jonge prinses, om troonsopvolging mogelijk te maken. Het werd een verstandshuwelijk, waarin ook Diana zich kon vinden. De twee geliefden bleven elkaar als voorheen ontmoeten.
*
In het land van koning Leopold leefden twee gewone burgers. De jonge vrouw, Sarah, en de oudere man, Folkert, scheelden een generatie in leeftijd. De twee hadden elkaar bij een feest ontmoet en waren aan de praat geraakt. Sarah vond Folkert intelligent en wijs, humoristisch en empatisch; Folkert vond Sarah aantrekkelijk, open, spontaan en welbespraakt. Ze konden uren praten. Over boeken, over muziek, over reizen, over de vraag waarom mensen zo vaak doen wat van hen verwacht wordt in plaats van wat ze werkelijk willen. De contacten continueerden en werden in de jaren die volgden intensiever. Ze leerden elkaar door en door kennen.
Omdat zij een generatie in leeftijd verschilden, zouden zij geen liefdespartners kunnen worden, hoe jammer de twee dat ook vonden, want ze hadden een hele goede klik. Op enig moment constateerden beiden zelfs dat er sprake was van houden van.
Het obstakel werd voornamelijk veroorzaakt door wat de mensen om hen heen daarvan vonden. Niet door hun eigen opvatting, want Folkert en Sarah zagen geen doorslaggevend probleem in hun leeftijdsverschil. Natuurlijk wisten ze wel dat er ook nadelen waren. Hun toekomst zou naar verwachting anders zijn dan bij leeftijdsgenoten. Als hij met pensioen zou zijn, zou zij misschien nog jaren willen werken. Als zij wilde reizen en nieuwe dingen ondernemen, kon hij daar later lichamelijk minder gemakkelijk aan meedoen. En de kans was aanzienlijk dat hij eerder zou overlijden. Maar dit namen de twee “op de koop toe”.
Toen een vriendin van Sarah ontdekte dat zij gevoelens voor Folkert had, reageerde zij verbaasd: "Maar hij is toch ongeveer zo oud als je vader?"
Later zei een kennis tegen Folkert: "Je moet oppassen dat je jezelf niet voor de gek houdt. Zo'n jonge vrouw zoekt waarschijnlijk iets anders dan jij."
Hoe sterk hun gevoelens voor elkaar ook waren geworden, de wereld leek hen voortdurend te vertellen dat leeftijd wél een issue was. Alsof er ergens een onzichtbare grens in leeftijdsverschil bestond, waarbuiten een liefdesrelatie niet meer acceptabel was. Natuurlijk was deze grens niet bij een vastgesteld verschil in jaren te bepalen – een klein leeftijdsverschil was ook voor de omgeving “normaal” te noemen - maar een verschil van een generatie lag er duidelijk buiten.
Toen de koning van hun land op bezoek was bij een vrouw waarmee hij een bijzondere band had, en van de situatie van Folkert en Sarah vernam, had hij meteen met deze twee burgers te doen. De heerser vond dat het volk zich niet behoorde te bemoeien met wie als liefdespartners bij elkaar wilde zijn. Aangezien de koning over goddelijke krachten beschikte, mocht de oudere man daarom van de machthebber een wens doen.
Opdat hij met de jongere Sarah een liefdesstel zou kunnen vormen, wenste Folkert weer zo jong te zijn als zij. Hij stapte in de leeftijdcapsule, die vervolgens in opdracht van de hogere macht op hem stond te wachten.
In de ruimte, ergens tussen Venus en Mars, kwam Folkert Sarah onverwacht in een andere leeftijdcapsule tegen. Ze passeerden elkaar voor ruimtelijke begrippen rakelings. Hoewel de snelheid van de toestellen duizelingwekkend was, konden zij nog kort naar elkaar zwaaien. Eerlijkheidshalve had ook de vrouw van de hogere macht een wens mogen doen, en wenste zij zo oud te zijn als Folkert.
De man kon de route van zijn voertuig daarna niet keren. En als hij dat wel had gekund, zou Sarah waarschijnlijk ook op dat idee zijn gekomen en in de gelegenheid zijn geweest om dat te doen.
Zelfs met hulp van een hogere macht was hun wens om een liefdesstel te vormen niet in vervulling te brengen. Het leeftijdsverschil was er na afloop nog steeds, alleen was Sarah nu de oudere en Folkert de jongere. Ze wisten inmiddels nog beter wat ze voor elkaar over hadden. Dit versterkte hun band alleen nog maar verder!
Voor Folkert en Sarah zelf was het leeftijdsverschil nooit een groot probleem geweest. Het waren vooral de verwachtingen van anderen die hen parten speelden. Liefde tussen mensen van verschillende generaties bleef in de ogen van het volk verdacht en onverstandig. De omgeving verweet Folkert meestal dat hij een moedercomplex had; hij werd er schuin op aangekeken. Ook Sarah kreeg het te verduren: zij was met zo’n jongere vriend een op seks beluste cougar.
Maar het deerde de twee niet meer. Om hun band voor de omgeving te verklaren, droegen zij de gedachte uit dat Sarah voor de jonge man een bonusmoeder was. Anderen moesten met die verklaring maar doen wat ze wilden. Folkert en Sarah bleven een sterke band met elkaar houden.
Hoewel zij voor de buitenwereld geen liefdesstel konden vormen, gingen Folkert en Sarah privé met elkaar om zoals zij dat zelf wenselijk achtten. En gelukkig was er iemand die hen bijstond en bleef aanmoedigen om samen door te gaan: hun koning. Ze leerden hem als een stille medestander kennen. Hoewel hij het duo niet openlijk steunde, bleef deze machthebber hen zo nu en dan een bemoedigend persoonlijk bericht sturen.