Vervolg Wanderfahrt op de Weser 2004
Bart en ik waren blij dat de kano ons nu droeg op de vlot stromende Weser. We hadden de kano en de bagage van Ede naar Höxter gebracht door gebruik te maken van de trein.
Met een snelle ICE van Arnhem naar Duisburg, een overstap naar een IC met bestemming Altenbeken en van daar met een uiterst moderne boemeltrein naar Höxter.
In deze plaats was een eerdere wanderfahrt met de vouwboot gestopt.
Toen waren we van de Ederstausee via Eder, Werra en Weser in Höxter beland.
Het had in de voorgaande week in de bovenloop van het stroomgebied flink geregend, dit veroorzaakte een hoge waterstand en een vlotte stroming. Het weer was bedekt maar we voeren toch net na de middag weg. Het landschap is heuvelachtig met mooie vergezichten en in mei met veel Koolzaadvelden.
Ducks
In Duitsland zijn veel oefenplaatsen van het leger aan de rivier. Aan een kant een kazerne terrein, met opslag en brakken voor de soldaten, aan beide zijden een aantal veerstoepen.
In de rivierbeschrijvingen wordt altijd voor gedeeltelijke of gehele stremmingen gewaarschuwd, we kwamen nu eindelijk midden in een kleine oefening. Een klein bootje dirigeerde ons langs een oever, op de andere oever werden heel moderne ducks aan elkaar gekoppeld en werd een soort pont gevormd die een zware vrachtwagen overzette. We hebben de kijker of het fototoestel maar niet gepakt.
Onze eerste overnachtingsplek was onder een reusachtige vrijstaande boom tussen de rivier en de koolzaadvelden. Hoe eenzame plekken je toch op zoekt, hier kwam toch ook een visser buurten.
We kampeerden meestal gewoon langs de rivier waar het uitkwam, er zijn enorm veel plekken waar je ongestoord de nacht kan doorbrengen. De tweede ochtend werden we wakker van een overspannen fazant die op een heuveltje naast de tenten stond te kraaien.
Doorenroosje
De volgende dag bleef het landschap afwisselend, de Weser is steeds door stuwwallen van de ijstijd heen gebroken, smalle doorgangen leuke middeleeuwse plaatsjes en boeren gehuchten wisselen elkaar af.
De sprookjes en legendes van Doorenroosje, De Baron van Munchhausen, De ratten vanger van Hamelen en De Bremer Stadsmusikanten spelen zich in deze streek af.
Dit zie je dan ook duidelijk in de plaatsen waar beelden groepen en vingerwijzingen hierna aanwezig zijn.
De rivier is heel erg met de IJssel te vergelijken, ook de scheepvaart, kleine Rijnaken is ongeveer te vergelijken. Alles heel duidelijk aangegeven, kribben met baken, vaarrichtingen bij stuwen en de kilometerborden tot op de 200 meter nauwkeurig.
In het gevaren traject zitten een aantal Staustufe, hier zijn stuw trajecten gemaakt voor de scheepvaart, met een sluizencomplex in een kanaal parallel aan de rivier met de stuw. Bij de stuwen zijn technische voorzieningen gemaakt voor kanovaarders.
De Bootgassen zijn altijd weer heel bijzonder, je gaat in het bovenwater voor een deurtje liggen en drukt op een knop. Het deurtje zakt onder water en de daarachter liggende goot naar het onderwater vult zich met water. Je vaart de goot in en zonder stuurcorrecties kom je met een “Efteling gevoel” veilig naar beneden.
Bij een andere stuw was een elektrische lift, je kon met die lift een bootswagentje onderwater liet zakken en de boot erop varen. De lift haalde de kano naar boven.
Hier reed je het wagentje van de lift af en je bracht wagen, wat op rails reed, en kano naar het onderwater. Hier moest je de kano nog wel van het wagentje wel af tillen.
Door de hoge waterstand en een verbouwing mochten we ook drie keer schutten
Aquaduct
Bij Porta Westfalica verlaat de Weser de laatste heuvelrug en komt een vlak gebied.
Er was een traject waar vrij hoge zomerdijken de rivier begeleiden, het was echt saai, maar over het algemeen is er een interessant landschap langs de rivier.
Bij Minden kruist het Mittellandkanaal de Weser met een aquaduct. Het is een prachtig bouwsel, het kanaal met aquaduct is in 1922 gebouwd en over de Weser gelegd. In 2000 is er een breder aquaduct naast gelegd. Op een uitkijkplatform kan je Rijnaken boven elkaar zien varen op de Weser en het kanaal.
We hadden weer gedurende de gehele reis gezelschap van een koekoek die ons met zijn roep bijhield.
We zagen diverse roofvogels en ooievaars vlak langs de oever. Het leek ook of de Duitse reeën veel groter zijn dan de Nederlandse , maar dat kwam ook misschien doordat we ze zo dicht op de oever zagen.
Landtransport
De laatste dag moesten we bij een stationnetje eindigen, het bleek dat er wat waren opgeheven en we moesten de laatste dag nog een flink stuk om in de buurt van station Verden te komen. In de beschrijving van de Duitse Flusswanderbuch stond de tip dat je wel even het riviertje de Aller 5km. kon opvaren om bij WSV Verden te komen. Gelukkig hebben we die aanwijzing anders aangepakt.
Wij stopten onze tocht ruim voor de instroom van de Aller en hebben de kano op de bootswagen geladen en zijn over land de 4km naar de vereniging gelopen. Dit scheelde ons 9 kilometer doorvaren, waarvan 5 km stroom op. De keus bleek goed geweest te zijn. Bij de prachtig liggende vereniging bleek de Aller zeker z´n drie km per uur te stromen !
De Duitse Kanoverenigingen zijn vaak een lust voor het oog. Deze had een kantine met bediening en warme maaltijd, kleedruimtes met goed sanitair en warme douches, een prachtige botenloods, trailers met een eigen busje en een groot stuk grond, waar je mag kamperen, aan een prachtig stromende Aller.
Ons geheimen doel, Bremen hebben we niet gehaald, die brug lag nog 50 km te ver.
Maar we hebben een mooie Waderfarht gemaakt en zo valt er ooit nog wat af te maken