De Betuwe

VRIJBUITERS


Om een uur of vier op een wat zich liet aanzien, mooie vrijdagmiddag, (het regende) begint ons vrijbuiter-bestaan. Karst en ik onze kano's ingepakt met de hoogst noodzakelijke spullen die voor een nacht nodig zijn (bivakzak en eten); na die handeling zijn we in de kano gestapt om via de overdraging bij het Lingegemaal in het'afleidingskanaal terecht te komen. Dit was nodig om onze tocht te beginnen. Via het afleidingskanaai en de Linge zijn we naar het gat van Hage gevaren; door over te dragen konden we op de plas zelf varen die we dan ook schuin overstaken om vervolgens aan een anderhalve kilometer lange kluun te beginnen. Ik was blij dat ik de avond voor ons vertrek het kano karretje nog aangepast had. Het was nu mogelijk om de kano in bijna balans op de kar te leggen en om recht op te kunnen lopen (rug sparend als je zo'n end moet lopen) na deze kluin dwars door het dorp Slijk-Ewijk kwamen (inboorlingen hebben we nauwelijks gezien, ze waren vast bang voor deze twee kanoidioten) we aan bij de Waaldijk bij kilometerraai 890.5.



DE WAAL


Daar was hij dan, de Waal. Vergeleken bij deze rivier is de Rijn maar een sloot; de Waal is vele malen breder en er is veelI meer scheepvaart. Nu begrijp ik ook pas dat Rotterdam inderdaad een grote haven moet zijn; het is een af en aan varen van allerlei soorten schepen. Na succesvol te zijn ingestapt (het regende nog) zijn we stroomafwaarts gepeddeld. Dit is iets totaal anders dan de Rijn, als er geen schepen in de buurt zijn is het bij de kribhoofden min of meer voorspelbaar wat het water doet. Er zijn veel grotere padestoelen en draaikolken dan op de Rijn en aan de randen krijg je een vreemde golfslag die je alle kanten op gooit.



BIVAK


Als er wel schepen in de buurt zijn is het water onvoorspelbaar, het vreemde is dat er bijna geen golven lopen in de kribvakken (op de Rijn wordt een kribvak leeggetrokken als er een schip langs komt op de Waal merk je er nauwelijks iets van). We zijn doorgevaren tot kilometerraai 904. Het was ondertussen droog geworden we en we hebben daar een mooi kribvak opgezocht om ons kampement op te slaan, bestaande uit een laag windscherm en onze bivakzakken.



BOERENKOOL EN VLA


Na de boerenkool en de vla begon het al aardig donker te worden, dus na de koffie en het gebak (Greetje kon het niet laten) zijn we voldaan in onze zakken gekropen. We hebben nog diverse sterren kunnen bekijken alvorens we in slaap vielen. En dan opeens een 'goeie morgen' te horen, het bleek pas 05.15 uur te zijn, en we werden allbei al wakker. We hebben ons nog maar eens om gedraaid. Om acht uur zaten we ons gebakken eitje met ham te verorberen en om 8.15 zaten we weer in de boot (zeer vroeg voor mijn doen) .



LUNCH


Bij een stuw moesten we overdragen, dus hebben we meteen maar geluncht. De volgende stuw was zo laag dat Karst besloot om er tegenop te varen wat hem lukte. Dus ik het ook proberen; de eerste maal mislukte het omdat ik niet genoeg vaart had. De tweede poging lukte beter, ware het niet dat op het moment ik bijna op de klep zat ik te veel naar de zijkant van de stuw gedrukt werd en me zelf daardoor alleen nog maar aan een stuk ijzer.



OCHTEN


Het was nog twee kilometer naar Ochten waar onze tweede lange kluun zou zijn ook van anderhalve kilometer. De wind was aangewakkerd tot een stevige bries die we tegen hadden. Het water was dus ook wat wilder geworden. Na een wat ongelukkige scheve landing! van mij op de oude veerstoep in Ochten konden we de wielen weer onder de boten zetten en aan de kluun beginnen. In het dorp dat nog uitgestorven was zagen we op de kerkklok dat het pas negen uur was. Via een zeer mooie kano instapsteiger zijn we de Linge ingestapt. Het weer was mooi en zonnig dus we zijn zeer relaxt verder gepeddeld met de wind in de rug.



REDDING


Gelukkig had ik een lijn aan boord zodat Karst mij uit deze penibele situatie kon redden. De op een na laatse hindernis was een vuilbalk. We wilden niet ui tstappen dus dan er maar overheen wat na enige krachts­inspanning ook lukte. Het einde was in zicht; nog een paar mooie plekjes gezien waar je wild kunt kamperen en waar geenmens je ziet. Al verder pedelend realiseer je je dat dit eigenlijk te gek is, zomaar ergens naar toe pedelen en je kampement opslaan. Even weg uit de gewone burgerlijke beslommeringen en regeltjes en gewoon doen waar je zin in hebt.



DE LAATSTE HINDERNIS


De laatste hindernis was er een met allure: het Linge gemaal. Na deze ook overwonnen te hebben zit je weer op de Rijn (die sloot) die blijkt eigenlijk veel mooier te zijn dan de Waal. Het is een knusse rivier om lekker op te dobberen en te spelevaren. En daar doemde de steenfabriek weer op. Het was alsof we nooit weg waren geweest. Om twee uur zaten we bi j moeders aan de koffie en was ons vrijbuiter-bestaan weer voorbij, dat (helaas) het heeft maar 22 uur heeft mogen bestaan.


Bart




DE BIESBOSCH


31 oktober 1992


Ideale stek


' t was half vier toen we, Bart en ikzelf, na een kopje koffie bij het café aan de oude haven, weg voeren. We waren in Drimmelen gestart om een veilige plaats voor de achter gelaten auto te hebben en de volgende dag de andere WKV-ers een vast ontmoetingspunt te geven. Het was een stralende herfstdag, de zon scheen en we konden in onze trui varen zonder het koud te krijgen. We voeren stroomopwaart de Amer op, een breed water met op dat moment weinig scheepvaart. We gingen via de Spijkerboor en de Sloot van st. Jan de Biesbosch in. Het was uiterst rustig, het water spiegelde in de laagstaande zon en omdat we de rust niet wilden verstoren spraken we nauwelijks met elkaar. Alleen de geluiden van vogels en in de verte de langzaamlopende diesels van de schepen op Amer waren te horen. Door onze roertjes konden we lange stukken uitdrijven zonder lawaai te maken. Net ten noorden van Toontjesplaat vonden we met een ideale stek voor de nacht.



Briketten


Onze kano's konden we op het gras trekken en een plaats voor het kampvuurtje was al aanwezig. We zetten snel onze tent op en toen het kampvuur brande was het inmiddels donker geworden. De mist kwam opzetten en maakte de wereld klein. De meegebrachte briketten en droge houten balkjes branden prima. We maakten een heerlijke driegangen maaltijd. Cup a soep, bami panpang en vla. Na nog een kop koffie hielden we het voor gezien en kropen in onze tentjes. 's Nachts was er enig rumoer in de struiken maar m'n lantaarntje kon geen enkel beest betrappen. 's Morgens vonden we verse sporen van reeën. De volgende morgen konden we het vuurtje zo weer leven inblazen en verdreef het de ochtend kou bij ons ontbijt. Nadat we alles rustig hadden ingepakt en we richting Drimmelen wilden varen bleek pas hoe dicht de mist geworden was. We hadden het voordeel dat we het Noordgat van de Plomp recht moesten uit varen en zo vonden we onze weg. Volkomen onverwacht stond er ineens een rivierbaken, we waren al op de Amer. Het oversteken van de rivier zonder elk zicht en met het geluid van de Rijaken om je heen was een vreemd gevoel.



Gevliegerd!


Nadat we de overkant bereikt hadden voeren we langs de oever naar Drimmelen waar voor WKV begrippen iedereen op de juiste tijd aanwezig was. Nadat we onze bagage gedropt hadden en de anderen ingestapt waren voeren we weer de dichte mist in. Stroomafwaarts voeren we naar het strandje van de officiële kampeerplaats aan het Gat van Kerksloot. Hier werd koffie gedronken en zelfs gevliegerd! Hierna werd de tocht interessanter omdat we toen door smallere watertjes voeren. We zijn eigenlijk met een grote boog om het spaarbekken De Gijster gevaren. Bij de sloot van st Jan werd een lunchpauze ingelast. Daarna ging de tocht weer verder door de kreekjes van de Plomp. Op de Amer was het gezicht een stuk beter en rond een uur of drie voernen we weer de oude haven in. Na het opladen hebben we met z'n achten nog even nagepraat in het gezellige café en warme chocholade gedronken en daarna was dit bezoek aan een mistige Biesbosch weer over. Karst