Wanderfahrt langs de Elbe  2011


Na een flinke rit met de auto zette ik Bart, met de ruim 80 kg bagage, af bij het station van Lutherstadt-Wittenberg. Op de kanovereniging had ik om 8:00 uur ’s morgens een afspraak met de beheerder om de auto op het club terrein te zetten. De afspraak klopte en met een sleutel van hek en kantine verliet ik lopend de kanoclub richting station. We namen de trein van 9:26 in Wittenberg- Lutherstad, het leek vreemd dat we over Berlijn-zuid reisden, maar dit kwam om dat we dan maar een keer hoefden over te stappen en zo direct in de internationale trein naar Tsjechië kwamen. De reis duurde lang, vier en een half uur later kwamen om 14:09 aan in Ústí nad Labem. Als we waren blijven zitten was Budapest het einddoel geworden, maar dat is wat ver. Onze opbouw plek lag aan de overzijde van de rivier, in 10 minuten waren we onder een brug en konden gaan opbouwen. Waarom onder een brug?, het was slecht weer in Tsjechië, de regen kwam gestag naar beneden. De opbouw van de vouwboot lag al in zicht van een imposante rotswand, het begin van de Sachsische Sschweiz, of te wel het Elbsandsteingebirge. We voeren aan het eind van de middag weg over een vlot stromende Elbe, er was geen scheepvaart, in de havens lagen wel een paar kleine rijnaken en duwbakken.


De rivier deed een beetje aan de Ardennen denken, alleen de bergen wat hoger en de rivier wat breder. Het was een nat bivak deze avond. Ook de volgende dag was het varen met een dichtspatzeil een noodzaak. Van uit de boot kregen we imposante blikken op de mooi uitgesleten kalkzandsteen rotsen. ‘s Zomers moet het hier een drukte van belang zijn, veel kleine veerpontjes, echte radarstoomboten en uitnodigende terrassen, staan klaar voor de wandelaars en fietsers. Langs de oever wel een provincialeweg en een drukke spoorlijn. Bij het opzetten van het tweede bivak stopt de regen. Wild kamperen is bijna overal mogelijk, ruimte genoeg, soms zou je met de gehele club kunnen overnachten. Grote kastelen en landgoederen staan mooi te wezen langs de oevers, het hoogte punt ligt in Dresden, tevens het toeristische centrum waarvandaan de boottripjes naar het kalkzandsteen-gebergte gaan.


Na Dresden was de witte-vloot verdwenen, en werd het rustiger op het water, langzaam verschenen kribben en vertoonde de rivier veel trekjes van onze IJssel. Bij het ontwaken van bivak 3 werden we verrast door veel gecondenseerd IJs onder het tentzeil, ook het water in de ketel was bevroren, het moet een erg koude nacht geweest zijn, waar we niets van gemerkt hebben in onze warme slaapzakken. De oevers werden steeds lager en de heuvels verdwenen geheel, soms een dijk, maar meestal een beeld zoals op de IJssel , maar met nauwelijks bebouwing en mooie wilde oevers. Je kon heerlijke drijfpauzes houden terwijl de rivier je verder bracht.


We gebruikte niet de accommodatie van de vele prachtige clubhuizen maar kozen voor eenvoudige bivaks, waar we genoten van de rust en ons eigen ritme konden handhaven. Tussen 18:00 en 19:00uur een plekje zoeken, dan bivakje opbouwen, een kop soep, de warme hap met een toetje, de spullen voor de nacht klaarmaken en dan een kop koffie. Het lukte meestal wel voordat het donker werd, rond 9:00 uur om de slaapzak op te zoeken.


De volgende ochtend was het appel meestal om 7:30, de persoonlijke verzorging en dan een stevig ontbijt met eieren en hamen een hete kop thee. Tussen 9:00 en 9:30 gingen we meestal weer varen. De meeste “Biergartens” waren nog gesloten, maar we hebben toch steeds wel een lekkere lunch kunnen scoren, ook boodschappendoen was geen enkel probleem.


Zaterdagochtend kwamen we bij het clubhuis in Lutherstadt-Wittenberg, We werden met briefjes uitgebreid ingelicht en later door een clublid verwelkomt. Dan komt het ritueel van het uitpakken en demonteren van de vouwboot. Al snel zaten we in de auto en ging het gas erop, de Twente aanhangers haalden ons op de viaducten luidruchtig in en in Deventer scoorden we pas ons eerst frietje.