Naar het Noorden 2005
We werden door Greet van koffie voorzien tijdens het opbouwen van de vouwboot op Rhederlaag, Na de bekende handelingen van het inpakken zat alles gauw op de juiste plek verstouwd en voeren we de plas op.We hadden voor een tocht naar het Noorden besloten omdat het plan van het “afmaken” van de Wezer, door de tijden van het getij, dit jaar, niet overeenkwamen met de tijden van een vakantie trektocht. We wilden via de IJssel naar het Wieden en Weerribben varen. De stroming op de IJssel zorgde ervoor dat we ons niet verveelde, ook het landschap was zeer boeiend. De appeltjespost van de Veluwe Rally was natuurlijk onbemand. Het waterfront van Doesburg groeit met het jaar. In Zutphen deden we wat lekkere boodschappen en voeren, af en toe rustig dobberend, door. De poging wat aan cultuur te doen door bij kasteel Nijenbeek in te varen mislukte door een te hoge drempel in de invaart.
Zilver
We haalden Deventer met gemak en besloten na Deventer een mooie plek voor de nacht te zoeken. Op de losgeknipte stafkaarten, uit mij topografische atlas kon je goed zien wat wel en wat niet een goeden plek zou kunnen zijn, en bij km-raai 949 vonden net ten noorden van een bosje een prachtplek. Een enorm panorama van de IJsselvallei strekte zich voor ons uit, dat zulke vergezichten in Nederland nog mogelijk zijn.
De volgende dag voeren we verder bij het zelfde mooie droge weer met een klein windje in de rug. In Whije bleek het markt te zijn en haalden we een portie Kibbeling en een Duitsbrood.
Ook Klaas Loots en zijn dochters stonden in Kromholt ook geen lekkere soep en een bemoedigend woord uit te delen voor de rest van de afvaart en daarom besloten we om dan ook maar om in Hattem aan land te gaan en ons zelf te verwennen. Na de boodschappen en de koffie met, zijn we doorgevaren tot net na Zwolle waar een verbindingskanaal ligt naar het Zwarte water. De sluismeester kon ons net niet zien en we moesten hem even opzoeken, hij vond het practig en was zeer spraakzaam en wilde ons wel schutten. Van de vreselijke Zwolse stadsuitbreiding “Stadshage” was van het water eigenlijk niet veel van te zien, alleen een paar moderne bruggen en een enkel uitstekend flatgebouw. Na ver genoeg van de bebouwing van Zwolle weg gevaren te zijn vonden we op de punt waar de Overijsselse Vecht in het Zwarte Water uitmond een overnachtingsplek.
Ooievaarsnesten
Tijdens onze hele tocht zagen we verscheidene Ooievaarsnesten met jongen. Het vaarwater van Zwolle via Hasselt naar Zwartsluis is zeker de moeite waard. In Zwartsluis hebben we ons laten schutten In Beltschutsloot bleken ze bij “De Waterlelie” heerlijke pannenkoeken te kunnen bakken.
Roelofje
Bij de doorvaart van de autoweg, tussen Beulaker en Belter Wijde, bij de ophaalbrug van Ronduite, lag het tjalkje, “Roelofje”, van Henk en Roelie afgemeerd, die het verkochten en nu hun volgende levensfase op de vaste wal doorbrengen.
Theehuis Jonen was het volgende doel, alleen we konden geen theeschenkerij meer ontdekken en de reusachtige Deense dog wilde niet echt communiceren. Dus toen maar een blokje om gevaren, en via Dwarsgracht naar “De Otterskooi”, want de belofte, aan ons zelf van wat lekkers moest wel worden ingelost. De plek was mooi , alleen drukke personeelsuitjes verstoorden een beetje ons natuurgevoel. We voeren verder via Giethoornsemeer richting Blokzijl. Toen via leuke vaarten door het gehucht Nederland.
Handicap
Hier lag een pracht Klepper afgemeerd, een Quattro met alle toeters en bellen die je maar kon wensen. We raakten aan de praat met de bezitter. We schrokken want hij wilde eerst over zijn handicap gaan praten en wat was dat nu; ”hij woonde op een eland, Ameland !” We voeren verder de Weeribben binnen, via de Kalenberger gracht kwamen we in Kalenberg en lieten ons in “Het Doevehuis” verwennen. Een schnitzel met patat en een koud glas bier. Na het eten vonden we een eenzame plek aan de west kant van de Weerribben. Een nadeel was dat de muggen hier duidelijk de baas waren. Dus na een frisse duik lagen we al spoedig in onze slaapzak. In het licht van de ondergaande zon voerden de muggen een angstig schimmenspel op aan de buitenkant van de doorschijnende bivakzak en kwaakten enorme hordes kikkers ons in slaap.
Via Ossenzijl en de Linde voeren we naar Kuinre, een grappig voormalig zuiderzee dorpje met een sluis die toegang geeft tot de Kuinder of Tjonger. Op het dorpsplein dronken we koffie tijdens het wachten op de sluismeester. In een ander bijna ingeslapen dorpje, Schoterzijl, hebben we in de schaduw onze lunch gebruikt. Het was inmiddels warm geworden, eigenlijk te warm.
Via Delfstrahuizen bereikten we het Tjeukemeer. De wind trok wat aan en we deden het spatzeil op de boot en trokken de zwemvesten maar even aan voor onze overvaart naar een van de Markritte eilanden in het meer. Op dit eiland vonden we een mooi plekje met als enige nadeel het oorverdovende gekrijs van een koloniemeeuwen.
Vrijdag, tropisch warm
Nu kwam de watersport pas echt op gang, het werd wit van de zeilboten en comfort-containers. En eigenlijk hebben we nog steeds geluk, de meeste boten liggen in de jachthavens. Het werd nu echt kijken en bekeken worden. We waren de enige kano op het water.
We kozen daarom al gauw voor een route met lage vaste bruggetjes en kronkelende ligging. Dat was toch beter kanowater dan de plassen en meren. Via Langweer, waar ze heerlijk gebak hadden, voeren we binnen door naar het Pikmeer. Daar was het helemaal druk, het zou het begin van een heel warm weekend worden, iedereen snelde nar buiten om een mooie ligplaats te bemachtigen. Ook wij profiteerden van deze house, een ijsje, aan boord gebracht met een speedboot, smaakt toch lekker.
Bij de Markritte ligplaats Rengerspolle, even ten oosten van de Princenhof was voor ons het laatste kampeerplekje, helaas waren we niet alleen, hier werden honden uitgelaten en de benen gestrekt. We moesten vriendelijk aangeboden maaltijden van de bezitters van de comfort-containers beleefd afslaan, want het was tijd om de voorraden op te eten. Het was heerlijk om net voor het slapen gaan even in het koele water te zwemmen om de hitte van de dag te verdrijven. Nog een telefoontje naar het thuisfront om het vervoer naar huis te regelen en de dag was om
De Princenhof
Voordat er al iemand op was waren wij al wakker en konden zo rustig ontbijten en pakken. Het was maar een klein stukje varen tot in het bedrijvige hart van de Princenhof, Eernewoude. Op een terras hebben we het hele circus eens rustig zitten bekijken, genietend van een kopje koffie.
En tevreden dat we zo´n mooie trektocht achter de rug hadden, Nederland een mooi land, maar je moet het wel opzoeken en er oog voor hebben.
Nog even langs een hele rij afgemeerde boten gevaren , het PM kanaal overgestoken en zo kwamen we in uiteindelijk in ons eindpunt Warten.
Hier bij de Jachthaven zouden we door Susan worden opgehaald. Toen we de kano leeg hadden gemaakt en uit elkaar hadden gehaald kwam de taxi er al aan. Het einde van een geslaagde trektocht