DIE LAHN
mei 1995
"Burchten, kastelen en domkerken verhalen de geschiedenis van het land, dat nauw verbonden is met het huis van Oranje-Nassau. Van af de heuvels langs de Lahn heeft men prachtige vergezichten naar Taunus en Westerwoud. Trein en weg nemen de bezoeker mee naar kuuroorden, vakantieplaatsen en oude steden." Zo een van de teksten uit foldertjes over het gebied van de Lahn dat dit jaar doel van de WKV -trektocht was. Toen we op een bord 'Quelle von Eder, Lahn en Sieg' zagen staan, reden we al een paar uur door Duitsland richting Marburg. We volgden de Lahn hier nog een onbeduidend beekje, zo goed als het maar ging. Hij slingerde door een mooi land- schap naar onze camping. Hier werden de tentjes opgebouwd en alle spullen en vouwboot erin gelegd. Een uur later reden we weer over autobahnen en andere wegen naar Runkel, waar onze tocht over de Lahn ten einde was. De camping in RunkeI ligt onder een grote burcht en bood een goede plek om de auto van Bart te stallen.
Vertrouwen
Het boemeltje dat ons richting Marburg moest brengen, reed twee keer in het uur en we hadden tijd genoeg om het dorp te bekijken. De conducteur van de trein schreef zelf de kaartjes uit en wij wisselden steeds van plaats om zo vaak mogelijk de Lahn te zien. In de grote plaats Giessen moesten we overstappen. Goed geïnstrueerd door een Duitse dame, konden we direct in het grote station de D-trein naar het noorden pakken. Ons station reed hij weliswaar voorbij, maar hij stopte toch in het Hauptbahnhof. Na een culturele wandeling door Marburg, versterkt door een echte snitzeI, kwamen we 's avonds weer bij onze tenten. We hadden bij iedereen geinformeerd over vervoer en bevaarbaarheid van de Lahn, maar over beide zaken wilde niemand ons wat vertellen. Wildwaterkanovaarders die op een slalom-parcours aan het trainen waren, wisten niets over de Lahn; 'Ich kenne nur diese hundertfunfzig Meter'. En met het vervoer bleek het net zo te zijn, op het Südbahnhof konden we 's avonds geen informatie vinden. We besloten te vertrouwen op de DKV -Kanuführer en bestelden een taxi voor de volgende ochtend. De campingbaas serveerde 's morgens het ontbijt en we besloten van deze service gebruik te maken. Een mandje met twee broodjes, beleg en een kannetje koffie de man smaakten als in een hotel.
Taxi
De taxichauffeur keek even vreemd naar de grote canvaszakken waarin de vouw kano verpakt zat, maar het paste prima in zijn Mercedes-combi en al gauw reden we met 140 naar ons doel. Dammhammer is een kleine camping waar we onze boot in elkaar zette. Al gauw voeren we weg, de eerste kilometers van zo'n 125 kilometer, het zonnetje scheen en ons humeur was opperbest.
Schwälen
Er was niet te veel water zodat we regelmatig vastliepen op de talrijke Schwälen. De beloofde 13 km vrije vaart veranderde daardoor in stukken waar ik de kano door de Lahn trok en Bart door de weilanden ernaast liep. We maakten ook een paar keer water en het bleek dat scherpe stenen de huid hadden lek geprikt. Kleine noodreparaties en we konden weer verder.
Glijgoot
De volgende ochtend zagen we in wat voor mooi clubhuis we zaten, vlakbij een wildwaterbaan! Een gemeenschapsruimte, een botenhuis, een overdekt terras, een sanitairblok, een grasveldje, en dat allemaal in de middle of nowhere aan de Lahn. Niet te lang kijken, het was inpakken en wegwezen! We legden in na de "wildwaterbaan'. Ludovic en Nico moesten eerst even wat versnellingen proberen, ondanks de volle kano. Richting Giessen was een rustig water, alle gelegenheid om aan het peddelritme te wennen. Bij Giessen kwamen we de eerste stuw tegen. Zeer kanovriendelijk was aan de linkerzijde een soort glijgoot gebouwd, met een bedienbare sluis. Je trekt aan de ketting, sluis gaat naar beneden, goot stroomt vol, licht gaat op groen, peddelen maar! Netjes recht invaren en met een aardig snelheidje leg je de volgende vijftig meter af, je hoeft niet eens bij te sturen. Wel een spatzeil aan, want aan het einde van de Bootgasse duik je enigszins het water in. Een sensatie, zo zijn de stuwen goed te nemen! Een kilometer verderop lag weer een stuw met Bootgasse, nu niet met sluis, maar met permanente doorstroming. De pret was er niet minder om. Volgens de routebeschrijving moest er na twee kilometer weer eentje zijn, maar deze was praktisch geheel overstroomd.
Chinees
Tussen de eerste en de tweede stuw had André in Giessen brood kunnen kopen, dus we konden gaan picknicken. Lunchtijd was om half twee, alhoewel... dat staat mij niet meer zo helder voor de geest. Wel weet ik dat het begon te regenen en dat het koud werd en maar bleef regenen ... Bij een paar stuwen moesten we nu overdragen; via een rollenbaan, of de kano vanaf een gladde loopsteiger over de stuw geleiden. Dat gaf zoveel gespetter dat het onder het spatzeil net zo nat werd als daarboven. Zo bereikten we het clubhuis van de kanoclub Wetzlar. Wederom een prachtig clubhuis, goed geoutilleerd, maar met een abominabele uitstapplaats. Dat ze daar nog niets aan gedaan hebben. Later bleek dat men vaak met de kano's op een trailer naar elders gaat. In het clubhuis was alles "punktlich organisiert" , hoe we ons moesten gedragen en wat verboden was. Maar wel mochten we lekker warm douchen en dat was heerlijk. Bovendien was het opgehouden met regenen en dat was ook heerlijk. De winkels in Wetzlar waren een beetje ver weg, en een Chinees restaurant heel dichtbij, dus werd er Chinees gegeten. En zowaar, een avondzonnetje verscheen, zodat we onbekommerd Wetzlar ingingen om Italiaans ijs te eten. Lekker geslapen die nacht, wel wat condens in de tent, maar buiten was het droog. De zon verscheen en ik heb de hele dag geen wolkje aan de hemel gezien. Goed insmeren dus, minstens factor 15. Vandaag was het vrijdag en het eindpunt lag bij Weilburg, een kampeerterrein direct na de scheepstunnel met dubbele sluis. Zo'n vijf en twintig kilometer varen. Het was heerlijk varen, afwisselend water met kleine stroomversnellingen en een mooie omgeving. Er waren aardig wat huur-canadezen op het water. Het voordeel daarvan was dat zij voor de handbediening van de sluizen zorgden en wij dus zonder moeite geschut werden.
TUNNEL
Vanaf vijf kilometer voor Weilburg verliet de grote B-weg het Lahn-dal, nu konden we meer van de natuur genieten. Tsjonge, wat maakt zo'n weg en kabaal zeg! Op de plaquette voor de scheepstunnel stond dat Alfons van Nassau -Weilburg ligt dicht bij stamslot Dillenburg- in 1847 deze tunnel had laten bouwen en gezien het verval in beide sluizen, 5 à 6 meter totaal, zal het de scheepvaart op de Lahn erg bevorderd hebben. Direkt na de sluizen moesten we de sterkstromende Lahn oversteken en landen. Een mooi grasveld, er stond slechts één fouragetent met éen groep kampeerders. Die bleken met een 10persoonskano te zijn gekomen. We hadden snel onze tentjes opgezet rond een kampvuurplaats en een groepje ging richting Weilburg-Stadt wat eten kopen. We werden even iets verder met een rol boot over gezet, een personenveerbootje aan een kabel die door een paar rolijzers liep. Alle Geschäfte lagen in het centrum, vertelde de veerman. Laten ze nou in heel Weil burg geen enkele Lebensmittelgeschäft hebben! Geen enkele! Alleen Grossgeschäfte aan de uitvalswegen van het stadje. Dus we hebben brood gegeten met gebakken eieren en een dikke plak ham. Ook niet gek. De volgende ochtend was het wederom stralend weer. Met je rug naar de zon lekker ontbijten met veel thee. Opeens een grondige schreew vol afschuw en verontwaardiging, en dat van Karst. Had een eend in vliegende vaart op nog geen 10 cm. van zijn brood een natte flats tegen het tentdoek laten zeilen. Omzichtig hielden we de volgende vogelvluchten in de gaten. Loes had teveel van haar pols gevergd, de onderarm was aardig opgezwollen. Ook nu bood de tweepersoons vouwboot van Karst uitkomst... En ze hoefde niet eens te peddelen. Karst had zich daar in de vorige dagen toch al wat in moeten oefenen.
RUNKEL
In het volgende plaatsje, na zo'n 3 kilometer, werden direct inkopen gedaan, want op zaterdagmiddag zijn in Duitsland de winkels dicht. Chili con came was favoriet. Het werd weer zo'n mooie kanodag, mooie omgeving, lekker water, afwisselend, en volop zon. In Villmar hebben we even aangelegd om ijs te bemachtigen. Dat vonden we tenslotte in een heel deftig restaurant. Een half uur later bereikten we de sluis van RunkeI. Vlak na de sluis was een leuke wildwaterbaan waar je leuk kon spelevaren. Driehonderd meter verder lag midden in een stuk snelstromend water de toegang tot de camping. Op zich niet erg, maar die huur-canadezen kwamen met zoveel geweld op onze boten af, dat wij dat niet leuk vonden. Op deze camping stond de auto van Bart en nu kon de bus dus opgehaald worden. In de tussentijd werden de tenten opgezet, en de vouw kano keerde terug tot een vierkant pak. Voor Karst en Bart zat de tocht erop. Geert wilde ook wat eerder thuis zijn en jammer genoeg was Bea geveld door zo een barstende koppijn, dat ze dat liever in Wageningen wilde uitzieken. Zo vertrokken zij met vieren. De volgende ochtend werd het laatste traject naar Limburg a.d. Lahn afgelegd. Ludovic en Loes met de bus en Carolien, André, Nico en Paul met de kano's. Maar eerst een stukje stroomopwaarts naar de wildwaterbaan. Dat ging gaaf. Zelfs André, een fervente vlakwatervaarder, werd enthousiast. Na een half uurtje lieten we ons afvallen naar Limburg. En dit waren zo'n schitterende laatste 10 kilometers, dat was puur genieten.
De laatste steiger
De laatste uitstapplaats was de steiger van de kanoclub Limburg, vlak voor de stuw, aan de voet van de Altstadt. De bus stond daar al. De kano's werden opgebonden en al1es werd reisgereed gemaakt. Van Loes mochten we nog 30 minuten het oude centrum bekijken, en dat lukte! Prachtige vakwerkhuizen en een knalgele lugendstil brievenbus. Voldoende geprikkeld om nog eens terug te komen. Geheel volgens plan reden we om even over enen Limburg uit, die mooie Lahn achter ons latend. De nek- en arm spieren kregen rust. Streven was om zes uur thuis te zijn en bijna was dat veel later geworden. Na zoveel kilometers moet je wel eens tanken, maar nergens stond of dit een benzine- of dieselbus was. Niet in de papieren en niet als type-aanduiding. Ruiken aan de dop dus. la, diesel! Ook nog eens kijken onder de motorkap, duidelijk een diesel, dus dieselolie tanken. la, maar laten we toch nog even bellen naar Noot. En nu wist Nico het zeker. Diesel. Hoe dan ook, zeker is zeker! En om zes uur waren we bij de steenfabriek. Prachtig!