over textiel gesproken

Taal en stof zijn nauw met elkaar verweven. De woorden tekst en textiel hebben dezelfde voorouder: het Latijnse woord texere. Texere betekent weven. Het woord fabrica, vervaardigen, is de oorsprong van woorden als fabriceren en fabriek en -in engels- fabric, dat weer weefsel betekent.

Stoffen en de onderdelen daarvan dienen al sinds mensenheugenis als metaforen voor het menselijke leven. Iemands leven hangt aan een (zijden) draadje of iemand dreigt de draad kwijt te raken. Iets of iemand hekelen verwijst naar de hekel waarmee de vezels van vlas of hennep werden gekamd. Een synoniem voor hekelen is iemand afkammen. Men zet iets op het touw of er wordt iets beraamd, wat beiden verwijst naar het weefgetouw. Iets is ergens mee verweven of maakt deel uit van het sociale weefsel. Wij gebruiken versleten cliche's, weten dat iets schering en inslag is of spinnen er garen bij. Wie een ander beschuldigd van bombast verwijst naar een type ruwe katoen, dat vaak voor de voering of opvulling van kledingstukken werd gebruikt. Haar is vlasblond, de licht-gouden kleur van vlasvezels voor ze worden gesponnen. Wij tornen los, modelleren, zetten in elkaar en ontwarren. Al deze uitdrukkingen en zegswijzen komen voort uit een traditie die al duizenden jaren bestaat.

De productie van textiel is ouder dan die van aardewerk of van metaalbewerking, misschien wel ouder dan landbouw en veeteelt. Zeg Industriele Revolutie en beelden van kolen en staal dringen zich op. Beter is het om te denken aan het drukke gezoem van opgespannen weefgetouwen in duistere fabrieken vol verstikkende katoenstof. Zelfs de arbeidsdeling vindt zijn oorsprong in de productie van textiel.

bron:

. Kassia St. Clair, De gouden Draad, hoe stoffen geschiedenis schrijven, Meulenhof-Amsterdam, 2019

Kampenaandearbeid.nl is de bijdrage van cultuurZIEN aan Maand van de Geschiedenis 2021.

©cultuurZIEN, 2021