de familie Boele

Willem Gerrit Boele was pas een jaar oud, toen Lehmkuhl zijn sigarenfabriek in Kampen vestigde. Toch werd de sigarenfabriek van Boele later de grootste en belangrijkste. De geschiedenis van Kampen in de 19e eeuw kan dan ook niet worden vertelt zonder aandacht voor de firma Boele.

''de Beurs''

Willem Gerrit Boele werd geboren in 1825. Op de jonge leeftijd van 22 jaar richtte hij samen met zijn vader een sigarenfabriek op onder de naam C.J. Boele en Zn.. De oude Boele overleed al snel, waarna Willem Gerrit het bedrijf alleen voortzette. Willem Gerrit had het vak geleerd bij een van de andere Kamper fabrikanten en was daarna bij een Amsterdamse sigarenmaker in de leer geweest. Zijn firma in ''tabak, snuif en sigaren'' was gevestigd aan de Oudestraat en kreeg de naam ''De Beurs van Amsterdam'', in de volksmond ''De Beurs''. Na een moeizame start, groeide in de jaren '60 van de 19e eeuw de fabriek snel: in 1867 werd een tweede fabriek van vier verdiepingen aan de overzijde van de Hofstraat gebouwd; in 1868 werd het predicaat hofleverancier verworven en mocht de firma zich ''koninklijk'' noemen. Uit de verslagen van de gemeente Kampen en van de Kamer van Koophandel en Nijverheid blijkt dat steeds de firma W.G. Boele en Zn. het middelpunt vormde van de Kamper sigarenindustrie.

het gebouw

Boele werkte met de modernste middelen. In de nieuwe fabriek uit 1867 stonden stoommachine's voor de tabakskerverij. Later leverden de stoommachines via dynamo's ook stroom voor de verlichting en verwarming in de fabriek. Er was een waterleiding en een eigen bedrijfsbrandweer stond paraat. Voor het drukken van etiketten had Boele een eigen steendrukkerij. Daar werden ook de spoorboekjes gedrukt , die in een oplage van 60.000 per jaar hun weg vonden naar het publiek en een prima reclamemiddel waren. De werklokalen werden regelmatig schoongemaakt en er was voldoende ventilatie. In de drogerij, waar veel stof ontstond bij het drogen van de tabak, werd een paar keer per dag een speciale stoomluchtzuiger in werking gesteld.

reclame

Het mag duidelijk zijn dat Boele een goede neus had voor reclame. In 1883 richtte hij op de wereldtentoonstelling in Amsterdam een Moorse tempel in om zijn sigaren te presenteren. Het kostte Boele f 10.000, -. Tot de tientallen merknamen van de firma behoorden Very well, Sublima, Margarita, Brinio en Cleopatra. Voor de verkoop van de sigaren beschikte Boele over negen eigen verkoophuizen, tot in Nederlands- Indie.

Boele zorgde ook goed voor zijn ''mede-arbeiders'', meer dan veel collega-fabrikanten uit die tijd. Werden sigarenmakers beter betaald dan andere fabrieksarbeiders in Kampen, Boele betaalde hen nog iets meer. Hierdoor had hij zijn sigarenmakers voor het uitkiezen. Boele beschikte over uitstekende vaklui, die bij wedstrijden vaak prijzen wonnen. Deze vaklui konden een salaris van f 22, - per week verdienen.

Vanaf het begin werkten bij Boele ook vrouwen en meisjes, maar nooit meer dan 10% van de totale personeelsomvang. Analfabetisme vond hij ongewenst en in de nieuwe fabriek kwam een bedrijfsschooltje, waar in 1867 104 ''kinderen en jongelieden'' onderwezen werden in taal, schrijven en rekenen. Voor de arbeiders was er een zieken- en begrafenisfonds. Boele ontsloeg nooit arbeiders vanwege ouderdom. Het hoeft niet te verbazen dat werknemers bij Boele lang in dienst bleven. In 1896 waren er 46 arbeiders die langer dan 25 jaar in dienst.

Toen de firma in 1872 25 jaar bestond, werden alle werknemers uitgenodigd op het buiten van de familie Boele: villa Meerzicht aan de Trekvaart in IJsselmuiden. Terwijl iedereen zich te goed deed aan brood, bier enz. waren de ook uitgenodigde autoriteiten getuige van de innige band tussen patroon en arbeiders. Het feest werd wel gehouden op zondag, zodat Boele geen werkdag erbij inschoot. Ook was het slim om zich naar zijn werklieden als mede-arbeider te profileren in een tijd waarin de sigarenmakers zich begonnen te organiseren en in verzet kwamen tegen de fabrikanten. Toen in de jaren 1890/95 de invloed van de vakbonden toenam en sommige arbeiders zich wilden aansluiten, dreigde Boele zijn ''mede-arbeiders'' met ontslag.

In 1892 liet de firma W.G. Boele sr. al haar sigarenmakers (180 man ) buiten de fabriek werken. Daarnaast werkten op de fabriek nog ca. 335 mannen en vrouwen als sorteerders, plakkers, tabaksbereiders, melangemakers, enz..

ontstaan ''La Bolsa''

In 1888 was er sprake van een fikse onenigheid tussen W.G. Boele en zijn zoon C. J. Boele. Het resultaat was dat de zoon het bedrijf verliet en een eigen sigarenfabriek begon onder de naam ''La Bolsa'', Spaans voor De Beurs. Hij vestigde zijn bedrijf aan de Oudestraat, schuin tegenover de fabriek van zijn vader. Het was C.J. Boele die de huisarbeid na 1906 weer afschafte.

''De Beurs'' wordt ''La Bolsa''

In 1895 was de firma W.G. Boele sr. nog steeds het topbedrijf van Kampen. In 1897 bestond het bedrijf 50 jaar en werden alle werknemers opgetrommeld voor een foto in ''dagelijkse tenue''. ''Wie er niet is, kan er niet opkomen'', klonk het dreigend. In 1898 droeg Boele sr. de leiding van het bedrijf over aan zijn compagnon W. van der Muelen. Hij overleed twee jaar later. De firma W.G. Boele sr. onder de naam ''De Beurs'' werd in 1925 overgenomen door ''La Bolsa''.

bronnen:

. E. A. Hartman, De geschiedenis van de sigarenindustrie te Kampen, KA 1964

. W.A. Fasel, Lijst van Tabaksfabrieken en Sigarenmakerijen, KA 1965

. B. Marinus, Vereniging hier is 'fransch', organisatie van sigarenmakers in Kampen (1894-1913), IJsselacademie-Kampen, 1982

. GertJan de Groot, Fabricage van verschillen. Mannenwerk, vrouwenwerk in de Nederlandse industrie (1850-1940), Aksant-Amsterdam, 2001

Kampenaandearbeid.nl is de bijdrage van cultuurZIEN aan Maand van de Geschiedenis 2021.

©cultuurZIEN, 2021