verhaal van: Henk
Het was in de tijd dat Marten zijn studie afrondde en zijn intrek had genomen op de IJmond.
Het schip lag in Maasbracht en Marten had een reis aangenomen in Stein, dus het schip moest daar heen.
Papa had er wel vertrouwen in, dat Marten dat karwei met een vriend van hem, die totaal geen kaas gegeten had van varen, en Henk, tot een goed einde zou brengen.
Welgemoed ging het drietal op weg: Marten was de kapitein van de sleepboot Adca en Henk en de vriend van Marten waren op het schip. Alles liep voortreffelijk. De sluis van Born was een peuleschilletje
Bij het binnenvaren van de haven in Stein dacht Henk: ik stop voor de zekerheid de vaart maar uit het schip. Hij kreeg zowaar meteen een grote paal te pakken, een paar slagen om de bolder en afstoppen maar. Gewoontegetrouw knapte de staaldraad en het schip kwam met een knal tegen de paal (daar breekt geen ei tussen).
Vervolgens ging het met een behoorlijk gangetje de haven in.
Henk niet zeker van een goede afloop liep naar voren en gebaarde naar Marten, dat hij het anker wilde laten vallen. Marten schreeuwde: "nee het is hier verboden te ankeren". Henk liep naar achteren en dacht: "dan laat ik het achteranker zakken, dat ziet Marten toch niet". Dit was alleen een stokanker dat met de klauwen naar boven in de kranenbalk hing. Henk maakte de vang van de ankerketting los en het anker viel... op het roer. Dat remt ook niet erg.
Hij rende naar voren en pakte een staaldraad. Het schip was al gevaarlijk dicht het einde van de haven genaderd en liep met een aardig gangetje op een paar grote schepen af.
De eerste drie bolders werden natuurlijk gemist; dit tot groot plezier van een drietal gezette schippersvrouwen, die dit gestuntel wel vermakleijk vonden.
"Ja lachen jullie maar" schreeuwde Henk, die aan het eind van zijn krachten er nog net op tijd in slaagde een draad vast te krijgen en zonder de draad te breken te stoppen.
Toen papa een paar dagen later aan boord kwam hoefde hem niets verteld te worden. Hij zag de deuk, die wij nog hadden "weggewerkt" met een lik teer, en stelde feilloos de diagnose:
"te hard gestopt op de paal bij de ingang van de haven?
Ja het neert daar nogal door de in- en uitvaart van de sluis..."