verhaal van: Hilda
Uit het dagboek van mijn jeugd
1943/4 Mijn haren zijn nog nat Ik wil er niet aan denken hoe dat komt......en steeds maar weer vraagt pappa. “Hilda, hoe kwam dat nou dat je in het water bent gevallen ?”. Ik houd mijn mond stijf dicht; ik wil er niet over praten.
Maar steeds weer begint hij erover; vertelt hoe de knecht van "Gods Wil", het schip naast ons, mij uit het water haalde.
Ik was tussen twee lege schepen in het water gevallen. Zwart geteerde scheepswanden aan beide kanten Wel twee meter hoog.
Ik hoor de verschrikte kreten van mijn moeder....
Het water is koud en ruikt niet lekker daar beneden .....
Ik ga kopje onder en dan kom ik weer boven water; ik zie een touw, daar grijp ik mij aan vast..
Ik hoor een stem:"Schipper,buurman, pak me bij de benen..."
Dan wordt het een beetje donker boven mij ; ik zie twee handen op mij afkomen en in de verte een hoofd.
Ik kan het niet duiden Is het een engel, die daar naar mij toe vliegt?
Handen pakken me vast en ik word omhooggetrokken uit het water....
Nee ik wil er niet over praten ...
Ik ben er weer uitgekomen....
’Ik ben er weer uit gekomen’........
”ik ben er weer uit gekomen”........
1944 Vandaag schijnt de zon. Ik loop in een mooie tuin Hoog boven mij zijn de bladeren van de bomen ik loop met mijn hoofd in de nek. Door de bladeren kan ik de zon zien Het ruikt naar zon en wind maar ook naar kersen. In mijn hand heb ik twee kersen. Een is voor mamma; de andere eet ik zelf op. Ik kan niet langer wachten. Ik steek de kers in mijn mond en voor ik het weet heb ik ook de andere kers opgegeten....Het is weer gebeurd net als laatst met die twee kaakjes.
1944/5 Het is een bijzondere dag vandaag. Ik ruik de weezoete lucht van de suikerbietenpap die staat te pruttelen op de potkachel in de spoorwagon. De spoorwagon is ons huis. Soms gaan we naar buiten. Buiten zijn overal rails en bielzen. Onze wagon staat op een rangeerterrein; helemaal aan het eind. Pappa heeft met zand en takken een heuvel gemaakt van onze wagon. Het lijkt wel of we onder de grond wonen. Vandaag is het een bijzondere dag: Een keer in de week is het een bijzondere dag Dan krijgen we iets heel lekkers, Rieks en ik. Een half ei. En dat is niet zomaar een eitje Het is een getoverd eitje. Vanmorgen kwam er een meneer met een baard en een hoed op. Hij zei “Ik kan toveren Doe je ogen maar dicht.” “Sim sala bim Ik wou dat er een eitje onder mijn hoed zat”.