Plantenwereld

In de klassieke oudheid kregen een aantal planten en bloemen door hun uitzicht, reuk of heilzame werking een heilzame, apotropaeïsche betekenis. In het oude Egypte werd de bloeiende lotus beschouwd als een kosmogonische plant, uit het oerwater verrezen. De lotus schonk eeuwig leven en was zo symbool voor de verrijzenis. In het Hindoeïsme en het Boedhisme is de Lotusbloem een symbool van zuiverheid.
Ook Acanthus en papyrus werden in Egypte als heilzaam ervaren. Ze werden dan ook overal aangebracht.
De christelijke Middeleeuwen namen veel vegetatieve symbolen over en gaven ze een meer christelijke inhoud. De nieuwe symbolische plant- en bloemmotieven werden al dan niet ontleend aan de heilige schrift. Symboliek was altijd aanwezig. Een bezwerende-beschermende (apotropaeïsche) reflex keek vaak om de hoek. De grens tussen het decoratieve enerzijds, het symbolische en/of apotropaeïsche aspect anderzijds blijft wel vaak een dunne (niet meer traceerbare) lijn. De omvang van de nood tot het aanbrengen van apotropaeïsche symbolen tot zelfs een eeuw geleden mag echter nooit worden onderschat, wat ook elders in dit site-onderdeel aan bod komt.
 
Zo vinden we ondermeer:
de levensboom: als symbool voor de verlossing
de wijnstok: als symbool voor Christus
de palmboom: als symbool van de overwinning
de olijfboom en olijftak: als symbool voor de vrede
de rode roos: als symbool voor het bloed van de verlosser
de witte roos: symbool van de reinheid
Fleur-de-lys / de lelie: symbool van de maagdelijke reinheid en onschuld
 
de appel: heeft vaak een negatieve connotatie (de twistappel die Partis aan Aphrodite gaf, de appel van Adam en Eva, de vergiftigde appel van sneeuwwitje)