Oogmotief

Aan het reeds aangestipte verband moedergodin-overgangs-rite-kop-water, voegen wij nog het oog motief toe, zoals ook dat (vrij manifest) door de volksziel in verband met bronnencultus werd gebracht. Hiervoor grijpen wij vooreerst terug naar de in het Limburgse Guigoven gevonden Keltische temenoskop. Onmiddellijk valt ons immers het ogenpaar daarvan op. De grote ronde ogen duiden expliciet op precies dat aspect dat als pars pro toto gebezigd werd ter kenmerking van de aardmoeder. Reeds in de late Steentijd (neoliticum) werd de ooggodin vereerd. Volgens de archeologe Maria Gimbutas houden de ogen van die godin sterk verband met water en blijkbaar was zij de heerseres over de waterkracht. In West-Europa omcirkelen vaak parallelle lijnen de ogen van de godin (zoals ook op het beeld van Guigoven het geval is).

De Mesopotamiërs verhaalden dat de rivieren ontsprongen uit de ogen van de moedergodinnen, het Hebreeuwse woord ayin betekent zowel oog als bron. Ook de Kelten zagen in hun heilige bronnen de schoot en het oog van de matrone. Bekijken wij die opvatting in de spirituele zin, dan dient de bronspiegel als het vrouwelijke benedenoog begrepen te worden in de zin van: innerlijke stem, inkeer, geestelijk evenwicht ... verworven in de nabijheid van de aardmoederlijke afdruk, i.c. de bron. Hier past het te verwijzen naar de geblinddoekte Vrouw Justitia. Haar innerlijke stem als bron van wijsheid werd versterkt door de uitschakeling van de uiterlijke beïnvloeding. Denken wij ook aan de Griekse wijsheidsgodin Athena, zoals zij vaak werd uitgebeeld met een grote-ogen-opzettende uil. die in diepe duisternis ziet. Eveneens verwijzen wij naar de Griekse Pythia of de gesluierde zienster bij het orakel van Delphi. Als priesteres vertolkte zij de boodschappen van de heilgod Apollo Pythios (bedwinger van de slang en vader van Asclepios). Apollo zelf werd veelal androgyn afgebeeld met zeer grote ogen. Het benedenoog-inkeermotief komt ook veelvuldig voor in de hagiografie van de vroegchristelijke heiligen die met volkse bronnencultus verbonden zijn. Men absorbeerde die natuurgodsdienstige symboliek door het begrip blindheid zeer frequent te hanteren:
-toen Sint-Trudo's eerste kerkje door een oude vrouw werd omvergestoten werd zij met blindheid geslagen. Op voorspraak van de heilige herkreeg zij het zicht.
- toen het stoffelijke overschot van Sint-Quintinus terug werd opgegraven werd een aanwezige blinde vrouw opnieuw ziend;
- toen de blindgeboren Sint-Oda het graf van Sint-Lambertus bezocht verkreeg zij het zicht;
- de blinde voedster van de kleine Sint-Lambertus werd bij het zogen van de heilige in spe van haar blindheid genezen;
- de heilige Odilia werd blind geboren. Op 12-jarige leeftijd ontving zij het doopsel. Bij het gieten van water over haar hoofd herkreeg zij het zicht;
- de heilige Gerlachus genas een vrouw van blindheid;
- bij de dood van Sint-Servatius werden velen van blindheid genezen;
- Sint-Valentijn genas een blind meisje.

Het begrip blindheid kan hier makkelijk worden verstaan als gebrekkig van geweten, onmachtig tot introspectie ... De genezing van blindheid stemt dan overeen met inkeer, de opening naar binnen ... Dat het volksgeloof die (spiritueel) moederlijke oog-signatuur tot heden toe (onbewust) vereert, spreekt o.a. uit de associatie die het nog altijd legt tussen het fysieke water van de heiligenbron en de oogkwaal. Het is geen toeval dat vele oogheelmeesters zich in de Gallo-Romeinse periode nabij bronheiligdommen vestigden. Vanaf de middeleeuwen werd het (vrouwelijke) oogmotief enerzijds als heidens beschouwd en verduiveld als het boze oog en anderzijds geïntegreerd in de syncretische heiligencultus (Odilia, Lucia) en de devote barokke voorstelling en spreuk van (de mannelijke) "God ziet U, hier vloekt men niet". Wij besluiten dat ook het oog motief thuishoort in het snoer aardmoeder-overgangsrite-water-kop. Een snoer dat als kapstok heeft gefungeerd voor de essentie van de inheemse natuurgodsdienstige wereld- en levensbeschouwing.

uittreksel uit: De Keltische Erfenis, Riten en symbolen in het volksgeloof van Eddy Valgaerts en Luk Machiels  (Stichting mens en Kultuur Gent, 1992)