Archeologie

Grondig bekeken

Archeologische vondsten uit Winschoten door Ko Lenting

In 1996 begon de gemeente Winschoten met de grondwerkzaamheden om een terrein aan de Beertsterweg bouwrijp te maken voor het huidige businesspark "Reiderland". Op de plaats waar het bedrijvencentrum "Cumulus" zou gaan verrijzen, trof een lid van de Stichting Archeologie & Monument (SAM) in de bodem enkele oude sporen uit de late Middeleeuwen aan. Deze sporen van voor de grote Dollardoverstroming, dateren van ongeveer 1300 tot 1500. Men vond overblijfselen van een boerderij met erfgreppel en twee waterputten. In de greppel werden zeer veel aardewerkscherven aangetroffen, waaronder kogelpotscherven met z.g.n. cordonversiering, een versiering die met name in Winschoten en directe omgeving gevonden wordt.

Onder uit één van de twee waterputten kwam een schoen tevoorschijn. Schoenen uit de Middeleeuwen zijn zeer zeldzaam. Voor Winschoten en omstreken is dit zeker het oudste exemplaar. De schoen dateert uit de 14e eeuw. De sluiting bestaat uit vier lederen riempjes met in het midden een dubbele knoop. De riem wordt met de knoop door een sleutelgatvormige opening getrokken, zodanig dat de knoop achter de vernauwing valt en vastgehouden wordt. Het bovenstuk van de schoen is uit één stuk leder in elkaar genaaid met een losse voorflap. De zool is aan de binnenzijde ingenaaid en heeft geen hak. Door de hoge zuurgraad van het veen, waarin de schoen eeuwen heeft gelegen, is het leder behoorlijk aangetast. 

Het bleek helaas niet meer mogelijk de oorspronkelijke schoen te restaureren. Wel kon het leer geconserveerd worden. Van deze originele, oudste Winschoter schoen is een exacte replica gemaakt.




De twee gereconstrueerde oudste Winschoter schoenen (foto J. Lippold, Emmen).


Een tweede schoen werd een maand later gevonden, bij het archeologisch onderzoek naar het steenhuis op het huidige businesspark Reiderland. De leden van de SAM vonden ook deze schoen onder in een waterput, nog geen 300 meter van de eerste schoen vandaan. Dit keer ging het om een kinderschoen met schoenmaat 18. Ook dit schoentje dateert uit de 14e eeuw. Het bovenstuk is eveneens uit één stuk leder in elkaar genaaid. De sluiting bestaat nu echter uit een lederen riempje met een dubbele ovaalvormige gesp. Omdat ook deze schoen in een te slechte staat verkeerde is opnieuw besloten een exacte reconstructie te maken.

Het conserveren, restaureren en reconstrueren van historische schoenen is een kostbare aangelegenheid. De SAM en de Stichting " Oud Winschoten" zijn verheugd dat de firma Molenkamp Schoenen aan de Langestraat/Venne te Winschoten zich bereid getoond heeft de kosten voor de reconstructie van deze twee schoenen op zich te nemen en daarmee beide modellen voor het nageslacht te bewaren. 

  
Opgravingen
(zie ook bij archeologie)

Wat het laatste betreft, doet de stichting in samenwerking met de Stichting Archeologie en Monument (SAM) regelmatig bodemonderzoek op plaatsen in Winschoten waar overblijfselen uit de oudheid kunnen worden aangetroffen.

Vele scherven van kogelpotten,steel-pannetjes en deksels, weefgewichten,aardewerk,glas, pijpen-koppen, knopen en munten kwam her en der  al aan de oppervlakte.Deze vondsten geven ons nu steeds meer inzicht in het wonen en werken van onze voorouders hier in deze streek. 

Ook restanten van een middeleeuws steenhuis werden door archeologen 600 jaar na dato weer afgegraven op het terrein van het huidige businesspark Reiderland. 



Vlakbij de plek waar in 1997 de grootste zwerfkei van de provincie Groningen met een gewicht van ruim 30.000 kg werd bloot gelegd en die inmiddels de ingang naar het rosarium siert. 


GRONDIG BEKEKEN

Over de oudste geschiedenis van de plaats die we nu als Winschoten kennen,is weinig bekend.

De oorspronkelijke nederzetting zal gesticht zijn op het hoogste punt van de klei leemrug van Winschoten, De Garst. Het onregelmatige verkavelingpatroon wijst op een datering vóór de 12e Eeuw. De nederzetting is aan het einde van de 13e Eeuw voldoende draagkrachtig om een bakstenen kerk te bouwen. De eerste schriftelijke vermelding van de naam Winschoten dateert echter pas uit 1391. Nadere informatie over de middeleeuwse geschiedenis zal door archeologisch onderzoek verschaft moeten worden. Het beschikbaar komen van deze gegevens is echter erg aan toeval onderhevig..

Zo werd in augustus 1962 bij werkzaamheden in het nieuwe stadspark een aantal oudheden aangetroffen. De vindplaats was gelegen aan de rand van de op dat moment in aanleg zijnde ijsbaan en de vondst bestond uit aardewerk en resten van dakpannen en grote bakstenen, zogenaamde kloostermoppen. Onder het aardewerk bevond zich een aantal scherven van het uit Rijnland geïmporteerde keramiek. Dit zeer hardgebakken (en daardoor waterdichte) aardewerk, voornamelijk bestaande uit kruiken en drinkbekers, staat bekend als Sieburg en had in de middeleeuwen een grote populariteit in Nederland. Het merendeel van de scherven was echter afkomstig van het gewoonlijk als kogelpot betitelde aardewerk, herkenbaar aan zijn blauwgrijze tot bruine kleur.

De kogelpot - de naam heeft niets met munitie te maken, maar verwijst naar de vorm: kogelrond zonder oren, hengsel of handvat - doet zijn intrede omstreeks de 8e Eeuw. Het blijkt een succesnummer te zijn. Dit type pot blijft in min of meer ongewijzigde vorm in gebruik tot in de 15e Eeuw. In deze potten werd voedsel gekookt, wat nog goed te zien is aan de dikke laag roet die vaak nog aan de buitenkant aanwezig is. De kogelpot heeft geen pootjes want gekookt werd in een open vuur op de grond van de woning en de pot stond dus direct in de hete as en houtskool. Versieringen komen maar zéér sporadisch voor. Er zijn inmiddels voldoende aanwijzingen dat de kogelpot in het westen van het land omstreeks 1350 van het toneel verdwijnt. Het roodbakkende aardewerk doet zijn intree en de daarvan gemaakte kookpotten zijn vanaf die tijd voorzien van pootjes en oren.

Uit onderzoek (onder andere de opgraving van een steenhuis te Winschoten in 1996-1997) blijkt dat het kogelpot aardewerk in de provincie Groningen nog wel een eeuw langer in gebruik blijft en een geheel eigen ontwikkeling doormaakt. De kookpotten krijgen pootjes of een standring en soms een oor. Het meest opvallende is echter de versiering die aangebracht wordt.

De ornamenten bestaan uit verticale graten en opgelegde cordons met vingertopindrukken, afzonderlijk of in combinatie. De cordons komen zowel horizontaal al verticaal voor. We zien ook noppen en ingekraste zigzag lijnen. De vorm van de pot is nu behalve kogelrond ook wat meer gedrongen en zelfs buidelvormige exemplaren komen voor. Er worden grote tot zeer grote kogelpotten aangetroffen, waarbij uit het ontbreken van roetsporen blijkt dat er niet in gekookt werd: vrijwel zeker zijn dit voorraadpotten.

Deze ontwikkelingen van de kogelpot in zijn eindfase komen vooral voor in de provincie Groningen en het aangrenzende Duitse gebied, alsmede in Sleeswijk Holstein en Zuid Jutland.

De indruk begint te ontstaan dat Winschoten bij de productie van dit aardewerk in de provincie Groningen een centrumfunctie heeft gehad.

     


Foto 1: de scherven van de kogelpot zoals die in de Winschoter bodem zijn aangetroffen.



Foto 2: de kogelpot van het gedrongen type: opgelegd cordon met vingertopindrukken na de restauratie.