Reserveer tijd in uw leven om God en alles wat hij heeft geschapen te eren.

Mensen hebben altijd gezocht naar macht door dingen te manipuleren en te veranderen binnen de beperkingen van de tijd, dat wil zeggen de wereld van de materie. We hebben de natuur overwonnen, moderne machines gemaakt en steden gebouwd, maar de filosoof en theoloog Abraham Heschel beweert dat dit ten koste is gegaan van ons gevoel voor tijd. Wanneer het leven alleen nog maar draait om doen en krijgen, verliezen we onze greep op wat echt belangrijk is.
Omdat we werken om dingen te verkrijgen die we nodig denken te hebben en omdat werk tijd nodig heeft, heeft tijd over het algemeen een negatieve klank voor de moderne mens, zegt Heschel. We raken hem gemakkelijk kwijt. Daardoor lijkt hij een vijand en hebben we er maar weinig van voor onszelf. De sabbat is bedoeld om een pauze te kunnen nemen van de zorgen van het werk, van overleven of van streven naar status. Veel mensen zullen het gevoel hebben dat werken neerkomt op je ziel verkopen. Voor die mensen is de sabbat een kans om die ziel terug te krijgen.
Op het eerste gezicht lijkt het nogal vreemd om een heel boek aan de sabbat te wijden. Maar De sabbat: zijn betekenis voor de moderne mens legt in zijn slechts honderd bladzijden goed uit hoe de sabbat het hart van het Jodendom vormt. Hoewel het vijftig jaar geleden werd geschreven, kan het prachtige proza van Heschel u toch laten nadenken over wat u misschien mist in uw drukke leven.

Een heilige tijd
Voordat het Jodendom ontstond, vonden mensen God op heilige plaatsen en in bergen, bronnen, bomen en stenen. Religieuze feesten waren op de seizoenen en de bewegingen van zon en maan gebaseerd. Als mensen hun goden nodig hadden, gaven ze hen weer als een figuur, een totem of een schrijn. De grote sprong die de Hebreeuwse kosmologie maakte, was om verder te gaan dan ruimte en materie, en tijd in het middelpunt van de spirituele beleving te plaatsen. Door een specifieke dag voor religieuze verering aan te houden, herinnerden de Joden zichzelf eraan dat God boven de materie stond en dat mensen die materie ook zouden kunnen overstijgen.
Heschel beweert dat de God van Israël ook de God van de geschiedenis werd, omdat de bevrijding van de Joden van de slavernij in Egypte en de openbaring van de Thora zulke cruciale gebeurtenissen waren. De Joden kregen niet het idool van het gouden kalf, maar een gouden dag, een heilige tijd waarin ze zich telkens opnieuw met het goddelijke konden verbinden.
in het bijbelse Hebreeuws, merkte Heschel op, was er geen woord voor 'ding'. In het latere Hebreeuws was er wel een woord dat dit ging betekenen, davar, maar zelfs toen verwees het nog naar dingen als een bericht, een verhaal, een manier van doen of een belofte. Het geeft aan hoe weinig belangrijk het tastbare is voor het joodse geloof. De sabbat herinnert ons eraan dat we niet meer volgens het menselijke begrip van tijd en moraal moeten leven, maar volgens het goddelijke.
Een heilige gast vereren
Het woord sabbat is afkomstig van het Hebreewse Shabbat. De viering van de vrijdagavond wordt kabbalat Shabbat genoemd, wat zoiets betekent als de plicht om de aanwezigheid van God in de sabbat te erkennen. De kaarsen die op vrijdagavond worden aangestoken, staan voor de verklaring: 'Laat er licht zijn', die God op de ochtend van de schepping uitsprak.
Traditioneel gelovige Joden hebben geen moeite om zich aan de sabbat te houden, zegt Heschel, ze vinden het heerlijk. Het is iets om naar uit te kijken, een feestje. Het gevoel dat het hun geeft, doet denken aan de absolute liefde waarover de middeleeuwse literatuur schrijft, behalve dan dat de sabbat 'de liefde is van de mens voor wat hij en God gemeen hebben.' Deze volledige liefde is de reden dat de oude rabbijnen zoveel regels en beperkingen rond de sabbat hebben opgelegd: om zijn heilige karakter te beschermen.
Volgens de mythologie van de bijbel had God zes dagen nodig om de wereld te scheppen en rustte Hij op de zevende dag, zeer tevreden over wat Hij had geschapen. Op deze dag werd de menuha geschapen, dat in het Hebreeuws 'stilte' en 'vrede' betekent. De sabbat is daarom als een plaats met stille wateren die de ziel rust geeft; het is een andere atmosfeer voor degenen die hem vieren.
Op de sabbatsavond wordt een gebed gezegd: 'Omhels ons met een tent van Uw vrede.' Heschel merkt op dat de oude rabbijnen de sabbat vergeleken met een bruid of een koningin, omdat de dag niet alleen maar een vastgestelde tijd was, maar voelde als een echte aanwezigheid die in hun leven kwam.

Vrij van materialisme
Omdat de tijd altijd door onze vingers lijkt te glippen, zoeken we troost op het gebied van de ruimte: in dingen. Heschel zegt hierover: 'bezittingen worden de symbolen van alles wat we onderdrukken.'  De sabbat levert het tegengif tegen die consumeergekte. Hij is voor ons in het leven geroepen om weer vrienden te worden met de tijd, om het 'nu' te waarderen, waarin we dingen niet verkrijgen, ons zorgen maken of spijt hebben, maar alleen maar in Gods aanwezigheid verkeren.
'Gij zult niet begeren' komt volgens Heschel als enige van de Tien Geboden twee keer voor. Het krijgt deze extra nadruk omdat God wil dat we innerljke vrijheid hebben en ons leven niet verspillen aan hunkeren naar de dingen van deze wereld. De sabbat herinnert ons eraan dat het leven niet alleen om geld verdienen en om produceren draait. Dat is de reden waarom Joden die zich aan de sabbat houden, op deze dag geen geld aanraken.
De rest van de week besteden we tijd, maar op de zevende dag krijgen we tijd terug en krijgen daardoor onszelf weer terug. We keren ons 'van de resultaten van de schepping naar het mysterie van de schepping', schrijft Heschel. Zo krijgen we regelmatig de gelegenheid om over de eeuwigheid na te denken.
Met materie leven schept een gevoel van voortdurende verandering, van een tijd die voortdurend verstrijkt. Maar eigenlijk, zegt Heschel, is tijd de constante en zijn het de dingen van deze wereld die voortdurend vergaan: Dingen vergaan binnen de tijd; de tijd zelf verandert niet. We zouden niet moeten spreken over het verstrijken van de tijd, maar over het verstrijken van de ruimte door de tijd.

Het is moeilijk om tijd te bevatten, omdat we in een wereld van dingen leven. Maar het is mogelijk om vriendschap te sluiten met de tijd en de grotere werkelijkheid achter de materie te zien.

Tot slot
De gedachte van een rustdag na de werkweek lijkt tegenwoordig een beetje ouderwets. Veel winkels zijn zeven dagen per week en tot 's avonds laat open, en veel mensen beschouwen het als een erezaak dat ze in het weekend door moeten werken. Waarom zouden we daarmee stoppen?
Heschels boek is misschien nu wel belangrijker dan toen het werd geschreven, omdat we nu nog meer druk voelen om altijd maar met iets bezig te zijn. Een hele dag die gereserveerd is om naar onze verhouding tot God te kijken lijkt misschien een onmogelijke luxe, maar als we dat weer zouden invoeren, zou het de rest van onze week wel kwaliteit geven.

Heschels boek laat zien hoe belangrijk de sabbat is voor het Jodendom, maar een van de redenen dat het boek een klassieker werd, is waarschijnlijk dat het niet de enige godsdienst is die een heilige dag heeft. De Joden vieren de sabbat op zaterdag, christenen op zondag en moslims maken van vrijdag een speciale dag. Dat geeft toch aan dat de mens een basisbehoefte heeft om zijn geest regelmatig tot rust te brengen, om tijd voor meditatie of bezinning te hebben, terwijl de wereld voort blijft razen. Zonder dit venster op de eeuwigheid lopen we kans om op de economie gerichte robots te worden, die zo verstrikt zijn in verder komen op de wereld, dat ze hun plaats in het grote kosmische plan vergeten.


Abraham Joshua Heschel werd in 1907 in Warschau geboren en volgde een klassieke joodse opleiding. Later ontving hij een doctoraat van de Central Organization for Adult Jewish Education in Berlijn, waar hij ook lesgaf. Nadat de nazi's aan de macht waren gekomen werd hij naar Polen gedeporteerd en gaf hij les in Warschau en Londen, voordat hij in 1940 naar de Verenigde Staten emigreerde. Hij ging werken aan de faculteit van het Hebrew Union College in Cincinnati en werd in 1945 aangesteld als professor in de joodse ethiek en filosofie aan het joods theologisch seminarium in New York. Hij behield deze positie tot aan zijn dood in 1972.
Heschel heeft vele boeken geschreven, waaronder 

Man Is Not Alone: A Philosophy of Religion
God zoekt de mens: een filosofie van het Jodendom,
Onzekerheid in vrijheid
heology of Ancient Judaism,
Maimonides, over de joodse filosoof, 
Israël: een echo van eeuwigheid
A Passion for Truth.





 Feestdag

VOLGENDE  >