Moed om te leven

 tekst

Theo Schoenaker

Bron:Baha’i Vizier november 2003 nr.5 160BE

© 2003 Stichting Bahá i Literatuur www.bahai.nl

 

Moed om te leven betekent moed om te leven met je medemensen. Iemand toelachen, je eigen weg gaan, een gesprek beginnen, iemand aankijken, naar huis bellen, je verontschuldigen, iemand vergeven, een compliment geven, blijven bij moeilijkheden, je eigen mening zeggen, betaling voor je werk verwachten, de ontwikkeling van sociale, politieke of religieuze bewegingen ondersteunen, iets weigeren, een bevel uitvoeren, de leiding nemen; dat kan allemaal moedig zijn. 


Moed betekent activiteit, activiteit welke wordt opgeroepen door belangstelling voor de interesses van andere mensen.

Het samenleven met de andere mensen vindt plaats in drie levenstaken, welke door de Individualpsychologie gedefinieerd worden als liefde, werk en gemeenschap. 


Het geluk van een mens, zijn tevredenheid en zijn succes zijn het gevolg van geslaagde sociale relaties in deze drie levenstaken. Dat betekent in de relatie met een partner, met de kinderen en de ouders in de levenstaak liefde. In de relatie met werkgevers en collega's in de levenstaak werk. De relatie met vrienden en die met mensen die we ontmoeten en hen van wier bestaan wereldwijd we slechts weten in de levenstaak gemeenschap. 


De levenstaken zijn echter ook bronnen van leed. Zoals we ervaren bij ontevredenheid met de relatie, bij een scheiding, opvoedingsproblemen, gespannen relaties met ouders of schoonouders in de levenstaak liefde. Bij problemen op het werk en werkeloosheid in de levenstaak werk. Door conflicten en eenzaamheid in de levenstaak gemeenschap.


Vanuit psychologisch standpunt ligt de zin van het leven in de vervulling van de levenstaken; maar een zinvol leven krijgen we niet in de schoot geworpen. Het moet actief worden vormgegeven. Als we genoeg moed hebben, dan zijn we altijd creatief genoeg om onze levenstaken gestalte te geven. 

Als de moed ons ontbreekt, zijn we eerder bezig met onszelf en onze activiteiten zijn niet gericht op de interesses van anderen, maar op die van onszelf. Activiteiten kunnen dan storend tot vernietigend zijn. 


Zo gezien is moed altijd sociaal-constructief, ook als het moedige gedrag van iemand niet bij iedereen in de smaak valt. Hij die moedig is, richt zijn gedrag op het welzijn van de anderen, van de groep, de gemeenschap, met het doel het beste te bewerkstelligen. Dat is zo in het klein, als we beslissingen nemen in de opvoeding die op het welzijn van het kind zijn gericht, ook als het kind niet blij is met onze beslissing en zo werkt het ook in een grotere context. Dan is moedig handelen gericht op het streven naar een betere toekomst voor de mensheid en de wereld.

 

Het gevoel erbij te horen

Moedig gedrag kan dus niet los staan van interesse in het welzijn van de anderen. 

Geïnteresseerd zijn in het welzijn van anderen is echter sterk gerelateerd aan de mate waarin wij zelf het gevoel hebben, deel van het systeem, van de relatie, van het gezin, van het werk, van de gemeenschap te zijn. Het gaat om het gevoel erbij te horen. 

Wie zichzelf niet ziet als een wezenlijk onderdeel van het systeem, die staat er buiten, kijkt van buiten naar binnen. Hij kijkt vanuit de koude tuin door het raam de gezellige woonkamer binnen, waar de anderen samen zijn. Hij is alleen, hoort er niet bij en gelooft dat hij niet nuttig kan zijn, omdat niemand hem nodig heeft. 

Dat is één van de pijnlijkste en meest terneerdrukkende emoties, zich alleen, afgewezen, geïsoleerd te voelen. In alle levenstaken kan men dat ervaren; vooral heel sterk in gevallen van "mobbing" ¹. 

Het maakt daarbij niet uit of iemand weet dat hij erbij hoort, bijvoorbeeld door een trouwboekje, een arbeidscontract of een lidmaatschapskaart van een vereniging of religieuze gemeenschap welke aantoont dat hij erbij hoort. Als hij niet het gevoel heeft dat hij erbij hoort, heeft dat alles geen betekenis.


Ik was in de gelegenheid om 520 mensen uit verschillende beroepsgroepen en van verschillende leeftijden een aantal vragen te stellen over dit gevoel erbij te horen (zie Kinderen opvoeden en vrede in huis houden). De meeste antwoorden kwamen op het volgende neer: Als ik het gevoel heb er niet bij te horen dan: ben ik gespannen; voel me verdrietig; bang; agressief, moedeloos; dom. Ik denk: wat heb ik nu weer fout gedaan; het kan me allemaal niets schelen; laat me met rust. Ik trek me terug; praat nauwelijks; heb geen ideeën; ben geïrriteerd en slecht gehumeurd. Ik ervaar de anderen als afwijzend; lastig; gemeen; vreemd; ver weg.

Wie echter het gevoel heeft dat hij erbij hoort, zich als een deel van het geheel voelt, die voelt zich: fit; belastbaar en actief Hij voelt zich gelukkig, wil graag dingen leren en is vol dadendrang. Hij is blij dat hij er is en gelooft: "Ik ben blijkbaar oké en ik ben nodig". Hij is behulpzaam, kan zich goed concentreren, is geïnteresseerd in de anderen en heeft humor. Hij ervaart de anderen als vriendelijk, sympathiek en tegemoetkomend.


In deze uitspraken herkennen we de activiteit en de interesse. Wie het gevoel heeft dat hij erbij hoort, vindt in de betreffende groep de motivatie tot moedig gedrag om het beste te bereiken. Het is dus de moeite waard om erover na te denken hoe men dit gevoel van erbij horen en daarmee de bron van moed kan opwekken of versterken. 

Mijn onderzoeksgroep geeft een richting aan met hun antwoord op de vraag: "Wat kunnen anderen doen, als u het gevoel heeft dat u er niet bij hoort?": Naar me toe komen; naar me lachen; een uitnodigend gebaar maken; een vriendelijke blik; me erbij betrekken; zich tot mij wenden. Een handdruk of als het past een hand op mijn schouder; met me praten; mijn inspanningen en vooruitgang erkennen; mijn ideeën serieus nemen; naar me luisteren; me bij de naam noemen; een beetje humor.

Het lijken kleinigheden te zijn, maar het zijn precies die dingen die mensen van "buiten" naar "binnen" kunnen halen. Door deze signalen ervaren ze: "Ik ben blijkbaar de moeite waard om op een positieve manier te worden gezien; ik hoor erbij; hier heb ik mijn plek."

 

Bemoediging

Het versterken van het gevoel erbij te horen en het geloof dat we nodig zijn, noemen we existentiële bemoediging. Zoals we hierboven gezien hebben is het niet moeilijk iemand te bemoedigen ofwel moed te geven. Door bemoediging komt een proces op gang wat ertoe leidt dat de ontvanger meer in zichzelf en in zijn mogelijkheden gelooft. 

In zichzelf geloven betekent: "Ik ben oké, zoals ik ben, niet perfect, maar goed genoeg voor de taken die ik voor me heb." 

In zijn mogelijkheden geloven betekent: "Ik kan iets doen, ik kan iets bijdragen, het lukt me wel."


De beste bemoedigingen vinden plaats zonder woorden, bijvoorbeeld door je tot iemand te wenden, een vriendelijke blik, een vriendelijke stem, lichaams-nabijheid of lichaamscontact, door te luisteren, geduld, enthousiasme, om er maar een paar te noemen. 

Deze ontwikkelen zich door een innerlijke houding, die zijn basis vindt in een aanbeveling van 'Abdu’l-Bahá ²: "In ieder menselijk wezen moet men alleen datgene zien wat lovenswaardig is. Wie zo handelt, kan de hele mensheid tot vriend zijn. Bezien we de mensen echter vanuit hun fouten, dan is het een uiterst moeilijke opgave om vriendschap met hen te sluiten. ... Zo moeten we, als we onze blik op anderen richten, datgene zien waarin ze uitblinken en niet hetgeen ze ontberen. *)


Bij bemoediging gaat het in de eerste plaats om de waarneming van het goede. Alleen al het in praktijk brengen van dit idee brengt kleine wonderen tot stand. Twaalf getrouwde mensen, die in een huwelijkscrisis waren beland, kregen de opdracht zich op het goede van hun partner te richten en dagelijks, zonder hierover met de partner te praten - gedurende veertien dagen, drie tot vijf dingen op te schrijven, die ze goed vonden, waardeerden of waar ze veel van hielden bij hun partner. 

Twee terugmeldingen uit vele andere:

  • - "Ik voel me gewoonweg goed door te letten op de goede dingen aan mijn partner en ook bij het opschrijven ervan, er ligt een glimlach om mijn mond. Ik ben blij dat ik deze partner heb. Datgene waar ik niet tevreden mee ben, is niet meer zo belangrijk, want dat waar hij goed in is, legt meer gewicht in de schaal. Mijn partner hield deze week meer rekening met mij en was merkwaardig genoeg - behulpzamer en ik voel me niet meer het slachtoffer, maar meer de vormgever van de situatie."

  • - "Ik heb meer vertrouwen, mekker, zeur en bekritiseer niet meer zo veel en mijn partner is rustiger en praat vaker met me. Ik voel me weer een deel van zijn leven. 's Avonds op de bank bij het televisie kijken, zit ik te bedenken wat ik op wil schrijven. Ik grinnik in mezelf, kruip tegen hem aan en als we de tv uitdoen, dan hebben we nog een aantal mooie, ontspannende uren samen, zoals we dat al lange tijd niet meer hadden."


Het gaat om de innerlijke houding, waardoor men in staat is te zien “waarin ze uitblinken". Dat is een religieuze houding. Op die basis kan bemoediging door woorden een opbouwende werking hebben. Zonder deze houding verwordt bemoediging tot een truc, een techniek.

Het gaat om het omdraaien van wat vandaag de dag zoveel gebeurt. We letten op de fouten en geven daarop kritiek en we houden onze mond als iemand iets goeds doet. 


Wie zich erin oefent de juiste houding - gericht op de sterke kanten - met de juiste woorden op het juiste moment te verenigen, die let op het goede en benoemt het. Hij houdt zijn mond als hij kritiek wil geven. Vroeger, op mijn kleuterschool, gold de regel: "Breng het goede tot ontplooiing, dan hoef je je over het slechte geen zorgen te maken." 'Abdu’l-Bahá geeft als richtlijn voor het bemoedigen met woorden: "We moeten elkaar voortdurend prijzen. We moeten over alle mensen met waardering spreken en daardoor de onvrede en haat, waardoor de mensen van elkaar vervreemd zijn, terzijde schuiven. " ³*) 

Dat is een belofte en een steeds weer terugkerende ervaring in het dagelijks leven op alle gebieden. Relaties bloeien weer op als tijdens de eerste verliefdheid; kinderen ontwikkelen het gevoel dat ze erbij horen en de bereidheid tot samenwerken; op het werk verandert de sfeer op een gunstige manier. Het teamwerk is weer respectvol gericht op gemeenschappelijke doelen.


Loven of bemoedigen impliceert natuurlijk dat we de betekenis van fouten en gebreken reduceren en het nut van kritiek ter discussie stellen. Kritiek is een oordelende uitspraak, waarmee men zichzelf boven de ander stelt. Ook de zogenaamde constructieve kritiek is een uiting van het zoeken naar fouten.

Constructief is misschien het doel van degene die het geeft, maar het is zelden constructief voor degene die het ontvangt. We zijn niet op deze wereld om elkaar te bekritiseren, elkaar te kwetsen, af te wijzen of te vernederen. We zijn hier om een cultuur van eenheid, van samenwerking en van vrede op te bouwen. Zonder bemoediging en moedig gedrag zoals hierboven beschreven is dat doel niet haalbaar.


Dat men ook op dit gebied veel kan leren, om de juiste manier en de juiste mate te vinden, is vanzelfsprekend. Het is zeker dat hoe meer we ons met dit thema bezig houden, des te meer we, door een toename van het gevoel erbij te horen, het model van een moedig mens naderbij komen en anderen moed kunnen geven om te leven.

 

*) Ongeautoriseerde vertaling.

 

NOTEN:

1 Extreme vormen van pesten op het werk.

2. 'Abdu'I-Bahá: Kleine Auswahl aus seinen Schriften, Bahá! Verlag Hofheim Langenhain, 1980.

3. Balyuzi, HM 'Abdu'l-Bahá Band 1, Bahá'i Verlag, Hofheim-Langenhain, 1983.

 

Aangehaalde literatuur:

- Schoenaker, Theo: Moed doet goed Uitgeverij Anode, Assen, ISBN 9076907013.

- Schoenaker, Theo & Julitta en Platt, John: Kinderen opvoeden en vrede in het huis houden, Uitgeverij Anode, Assen, ISBN 907690702 1.

- Blumental, Erik: In jezelf geloven

www.uitgeverij-anode.nl

 

Oorspronkelijke titel: Mut zum Leben.

Vertaling: Renie Bahlmann.

Zie ook:
INDIVIDUALPSYCHOLOGISCHE PRAKTIJK EN THEORIE
BEMOEDIGING EN OPVOEDING