Mensen zijn eraan gewend om steeds weer dezelfde dingen te doen, bijvoorbeeld eten, slapen en werken. Zo voeren computers ook herhalingen uit. Voorbeelden zijn:
Een reeks getallen bij elkaar optellen
Een bestand doorzoeken naar gewenste informatie
Een bewegende grafische afbeelding op het scherm maken (animaties)
We hebben al gezien dat een computer een opeenvolging van instructies uitvoert. We gaan nu bekijken hoe we de computer een opeenvolging van instructies een aantal keren kunnen laten herhalen. Een deel van de kracht van computers komt door het vermogen om herhalingen pijlsnel uit te voeren. In programmeerjargon wordt deze herhaling een lus genoemd.
In grote lijnen zijn er twee manieren waarop de Java-programmeur de computer opdracht kan geven om een herhaling uit te voeren: while en for. Elk van deze twee lussen kan gebruikt worden om herhalingen uit te voeren, maar er bestaan duidelijke verschillen.