Initialiseren betekent het toekennen van een initiële of beginwaarde aan een variabele. Als je schrijft:
int[] punten = new int[10];
dan wordt er een array in het geheugen aangemaakt en bevat de array louter nullen. Wanneer de programmeur niet expliciet beginwaarden opgeeft, kent de compiler defaultwaarden toe. Voor getallen is dit de waarde nul, voor strings “” en voor objecten null.
Een gebruikelijke manier om een array te initialiseren is het combineren van de initialisatie met de declaratie. De vereiste beginwaarden worden tussen accolades opgegeven; de waarden worden van elkaar gescheiden door komma’s. De lengte van de array moet nu echter niet op de gebruikelijke plaats worden opgegeven. Zo is bijvoorbeeld:
double[] punten = {7, 8.5, 9, 4.5, 6.5, 5, 8.5, 6, 7.5, 5.5};
waarin de lengte niet expliciet wordt aangegeven, equivalent met:
double [] punten = new double [10];
punten [0] = 7;
punten [1] = 8.5;
punten [2] = 9;
punten [3] = 4.5;
punten [4] = 6.5;
punten [5] = 5;
punten [6] = 8.5;
punten [7] = 6;
punten [8] = 7.5;
punten [9] = 5.5;
Visueel kunnen we punten als volgt voorstellen:
Een ander voorbeeld, waarin een array van strings wordt geïnitialiseerd:
String[] namen = {"Tom", "Stijn", "An", "Ilse", "Daan", "Lien", "Wouter", "Jens", "Eva", "Fleur"};
Een andere manier om een array te initialiseren is via het gebruik van een lus:
int [] getallen = new int [10];
for (int i = 0; i < getallen.length; i++){
getallen[i] = 2 * i;
}