Ieder van ons maakt keuzes in het dagelijks leven. We trekken een regenjas aan als het regent. We eten een tussendoortje als we honger of hier zin in hebben. Keuzes spelen ook een belangrijke rol in computerprogramma’s. De computer test een waarde en voert afhankelijk van het resultaat de ene handeling of de andere uit.
Wanneer het programma uit verschillende handelingen kan kiezen en besluit om de ene of de andere handeling uit te voeren, wordt een if- of een switch- statement gebruikt om de situatie te beschrijven.
Een computerprogramma bestaat uit een reeks instructies. De computer voert deze instructies één voor één in volgorde uit. Soms willen we echter dat de computer een test op de gegevens uitvoert, en vervolgens afhankelijk van het resultaat van de test een keuze maakt uit een aantal verschillende handelingen. We willen bijvoorbeeld dat de computer een test op de leeftijd van een persoon uitvoert en laat weten of deze persoon al dan niet meerderjarig is.
Dit heet ook wel selectie. Het programma gebruikt daarvoor een statement (of instructie) die we het if statement noemen, het centrale onderwerp van dit hoofdstuk. De if statements zijn zo belangrijk, dat ze voorkomen in elke programmeertaal die ooit is uitgevonden.