In de vorige hoofdstukken maakten we al gebruik volgende besturingselementen: label, tekstvak, knop. In dit hoofdstuk leren we werken met aanvinkvakjes, keuzerondjes en keuzelijst. Deze objecten worden heel vaak gebruikt in combinatie met de selectiestructuren.
Hoewel er honderden Java-bibliotheekklassen zijn, gelden dezelfde principes voor zowat alle klassen.
Je kan dit vergelijken met het lezen van een boek: wat voor boek het ook is, je begint met het boek open te doen, een bladzijde te lezen en daarna door te bladeren naar de volgende bladzijde. We weten wat we met een boek moeten doen. Voor objecten geldt hetzelfde: wanneer je er een paar bekeken hebt, weet je wat je moet doen als je een nieuw object tegen komt.
Een object wordt steeds aangemaakt op basis van een klasse.