Grote programma’s zijn vaak complex waardoor ze moeilijk te begrijpen zijn en het lastig is om fouten op te sporen.
De belangrijkste manier om een programma minder complex te maken is het op te splitsen in (relatief) op zichzelf staande onderdelen. Hierdoor kunnen we ons op één onderdeel concentreren zonder afgeleid te worden door de rest van het programma.
Verder kunnen we dit onderdeel, als het een naam heeft, aanroepen (waardoor het uitgevoerd wordt) enkel en alleen door de naam te gebruiken.
Hierdoor kunnen we als het ware op een hoger niveau denken.
In Java worden dergelijke onderdelen methoden genoemd.