Definitie
Als in de loop van een procedure een waarde nooit gewijzigd wordt, dan kun je ze opslaan in een constante. Dit is een benoemde plaats in het geheugen die één keer tijdens de loop van het programma een waarde krijgt bij de declaratie. Deze constante kan geen nieuwe inhoud krijgen door een toewijzing. Het gebruik van constanten in de plaats van letterlijke waarden heeft volgende voordelen:
Bij het testen kan je het programma snel wijzigen
Het programma is beter leesbaar
Het programma is beter te onderhouden
De declaratie en initialisatie van een constante verschilt maar weinig van die van een variabele. Vooraan wordt het sleutelwoord final toegevoegd.
In plaats van te werken met een prefix, wordt de naam van de constante ook vaak in hoofdletters gezet, waarbij de verschillende delen van de naam met underscores van elkaar gescheiden worden.
Bijvoorbeeld
final double cWinstmarge = 0.35;
of
final double WINST_MARGE = 0.35;
Voorbeeld
Een handelaar wint 35% op zijn goederen. Bereken voor een prijs die wordt ingegeven de winst en de verkoopprijs.
Omdat het winstpercentage doorheen het programma niet zal veranderen, besluiten we dit op te slaan in een constante.
Stap 1 Analyse maken (Invoer/Verwerking/Uitvoer)
Stap 2 Formulier maken
Stap 3 Code schrijven
private void btnBerekenActionPerformed(java.awt.event.ActionEvent evt) {
final double cWinstmarge = 0.35;
double prijs = Double.parseDouble(txtPrijs.getText());
double winst = prijs * cWinstmarge;
double verkoopprijs = prijs + winst;
txtWinst.setText(winst + "");
txtVerkoopprijs.setText(verkoopprijs + "");
}